thumb|Anglo-Catalaans psalter, BnF Lat. 8846, f1r, Genesis: de schepping en de zondeval Het Anglo-Catalaans psalter is een geïllumineerd psalter uit de late twaalfde eeuw, vervaardigd in Engeland, maar gedeeltelijk onafgewerkt gebleven. In de veertiende eeuw komt het in Catalonië terecht waar de verluchting werd vervolledigd. Het bevindt zich vandaag in de BnF onder het nummer Latin 8846.

Beschrijving Het Anglo-Catalaans Psalter is een van de psalters die waren gebaseerd op het Utrechts Psalter of meer precies op het Eadwine psalter dat op zijn beurt een kopie was van het Utrechts psalter. Het werd gekopieerd in Canterbury tussen ca. 1180 en 1200. Het bevat de RomeinseHet Psalterium Romanum (Romeins psalter) wordt beschouwd als het resultaat van de eerste revisie van de psalmen uit de Vetus Latina die in 384 door de kerkvader Hiëronymus op verzoek van paus Damasus I werd uitgevoerd om het psalmboek meer in lijn te brengen met de Griekse versie. Deze versie van het psalter raakte zeer snel in onbruik na het verschijnen van de Gallische versie. In Engeland bleef het in gebruik tot bij de Normandische verovering in 1066., de GallischeHet Psalterium Gallicanum (gallicaans psalter) wordt geacht de tweede herziening te zijn van het oude psalmboek door Hiëronymus gemaakt tussen ca. 386 en 391. Bij zijn vertaling steunde hij op de Hexapla. Het Gallicaans psalter werd de versie die gebruikt werd in de Vulgaat. Het werd de standaard in West-Europa vanaf de tijd van Karel de Grote en bleef dat tot in de 20e eeuw. en de HebreeuwseDe Versio juxta Hebraicum en is de derde herziening van het Psalter gemaakt door Hiëronymus omstreeks 392. Hij maakte deze derde versie door de Hebreeuwse tekst opnieuw te vertalen naar het Latijn en gebruikte daarbij pre-Masoretische bronnen. versies van het psalter. De verluchting is gedeeltelijk van een Engelse verluchter, een tijdgenoot van de scribent. Dit psalter bevat geen pentekeningen maar op een gouden achtergrond geschilderde miniaturen. In de veertiende eeuw, ca. 1340, duikt dit handschrift op in Catalonië, waar de verluchting wordt afgewerkt door meerdere Catalaanse kunstenaars, waarbij Ferrer Bassa. Ook al is dit handschrift eerder een kopie van het Eadwine Psalter, is het overduidelijk dat een aantal van de miniaturen teruggaan op het Utrechts psalter.

Het boek is niet volledig, het eindigt bij Psalm 92:6. De psalmen 93 tot 150 ontbreken dus.

Het model Het Eadwine Psalter stond model voor het Anglo-Catalaans psalter. Dit handschrift, dat zich nu in Cambridge in de Trinity College Library bevindt als Ms R.17.1, werd gemaakt omstreeks 1150 à 1160 en verder afgewerkt tussen 1160 en 1170. Het was geïnspireerd door het Utrecht psalter maar men kan niet echt van een kopie spreken want dit boek bevat vijf verschillende versies van de psalmen, de drie Latijnse namelijk de Gallische, de Romeinse en de Hebreeuwse en daarnaast een versie in het Oud-Engels, tussen de Romeinse versie en een Anglo-Normandische versie tussen de Hebreeuwse. Elke psalm heeft daarenboven een proloog en een collecta (afsluitend gebed). In dit boek werden de pentekeningen in kleurinkt gemaakt.

Codicologische gegevens Het psalter telt 181 perkamenten folia van 482 x 332 mm, waarvan 1 schutblad vooraan, 177 folia en 3 schutbladen achteraan. Het tekstblok meet 305 x 228 mm. Het boek bestaat uit 23 katernen, een van 6 folia vooraan, dan 21 katernen van 8 folia en een laatste katern van 3 folia achteraan gevolgd door 3 schutbladen. De tekst is geschreven in een Gotische textura,Pulsiano, Phillip, and Matthew Hussey, 'Paris, Bibliothèque Nationale, lat. 8846 Illustrated Triple Psalter (“The Paris Psalter”) ', in Anglo-Saxon Manuscripts in Microfiche Facsimile, 343 (Temple, AZ: Arizona Center for Medieval and Renaissance Studies, 2008), vol. 16: Manuscripts Relating to Dunstan, Ælfric, and Wulfstan: The 'Eadwine Psalter' Group, pp. 114. mogelijk door één scribent.

De folia van het psalter zijn afgelijnd voor het schrijven van vijf kolommen. Op de recto zijden vinden we in de eerste kolom het Hebreeuwse psalter, de tweede bevat het Romeinse psalter en de vierde, die bijna drie keer zo breed is, het Gallicaanse psalter. Kolom drie en vijf bevatten glossen. Op de verso bladzijden vindt men het Gallicaanse psalter in de extra brede tweede kolom, het Romeinse in de vierde en het Hebreeuwse in de vijfde kolom. De glossen zijn dan te vinden in kolom één en drie. Tussen de lijnen van de Hebreeuwse versie vinden we een Anglo-Normandische versie (oud Frans) en hier en daar zijn Oud-Engelse glossen tussengevoegd in het Romeinse psalter. In het Gallicaanse psalter vinden we eveneens interlineaire glossen namelijk de Glossa Ordinaria.De commentaren bij de psalmen, of meer algemeen bij de Bijbel, door de kerkvaders samengesteld, die zeer algemeen werden gebruikt vanaf de Karolingische periode De prologen en de collecta’s en de andere teksten die niet tot de eigenlijks psalmen behoren worden over drie ongeveer gelijke kolommen verdeeld geschreven.

Het boek heeft een band uit de tijd van Napoleon, gemaakt door P. LeFebvre in 1809.Jacqueline Sclafer en anderen, Catalogue générale des manuscrits latins nos. 8823-8921 (Paris: Bibliothèque Nationale, 1997).

Geschiedenis Het psalter werd waarschijnlijk geschreven in de priorij van Christ Church in CanterburyPulsiano and Hussey, 2008, p. 111 tussen 1180 en 1190. Het handschrift werd slechts gedeeltelijk geïllustreerd en dit gebeurde waarschijnlijk op dezelfde plaats. In Engeland werd de verluchting gerealiseerd van de psalmen 1-39 (ff.10r-70r), de psalmen 42-44 (ff.75r, 76r en 78v), de psalm 48 (f.86v), en de psalmen 50-51 (ff.90v, 92r).

Sommige onderzoekers menen dat dit psalter was opgevat als een soort model dat van bij de aanvang voor het vasteland bedoeld was,Dodwell, C. R., The Canterbury school of illumination, 1066-1200, Cambridge: University Press, 1954, pp.98-100.Gibson, Margaret T., T. A. Heslop, and R. W. Pfaff, eds, The Eadwine Psalter: Text, Image, and Monastic Culture in Twelfth-Century Canterbury, Publications of the Modern Humanities Research Association, 14 (London, University Park: Modern Humanities Research Association, Pennsylvania State University Press, 1992), p.190 anderen zijn dan weer van oordeel dat het gezien de luxueuze uitvoering bedoeld was voor een hooggeplaatst persoon, misschien zelfs voor Henry II, Louis VII of Philipe Auguste.Rosa Alcoy, Nigel Morgan, Klaus Reinhardt, Salterio Anglo- Catalán, Facsimile, commentaar volume, ed. M. Moleiro, Barcelona, 2004.

In de veertiende eeuw duikt het handschrift op in CataloniëMillard Meiss, 'Italian Style in Catalonia and a Fourteenth Century Catalan Workshop', Journal of the Walters Art Gallery, 4, 1941, 45-87. aan het hof Van Pedro de Ceremoniële. De koning zou aan Ferrer Bassa opdracht hebben gegeven om het handschrift af te werken, dit zou gerealiseerd zijn tussen 1350 en 1370. Ferrer Bassa zorgde voor de verluchting van de psalmen 40-41 (ff.72v, 73v), de psalmen 45-47 (ff.80v, 81v), psalm 49 (f.88v) en de psalmen 52-92(ff.93r-174r).

Het boek zou daarna in het bezit geweest zijn van Jean de France, duc de Berry volgens een publicatie van de Comte de Bastard, die zich daarvoor baseerde op de “Archives du Cher” die ondertussen spijtig genoeg bij een brand verloren zijn gegaan.T. A. Heslop, Richard William Pfaff, The Eadwine Psalter: Text, Image, and Monastic Culture in Twelfth-Century, ed.Margaret T. Gibson. Daarna is het boek terug te vinden in de bibliotheek van Margaretha van Oostenrijk de landvoogdes van de Nederlanden, waar het aan te wijzen is in inventarissen van 1516 en 1523. Het maakte misschien deel uit van de 78 handschriften die in 1511 door Charles de Croÿ aan Margaretha werden verkocht. Volgens een inventaris van 1565 ging het manuscript vervolgens naar Maria van Hongarije haar nicht. Haar ex libris was aangebracht in de vorige binding van het handschrift. Na de dood van Maria kwam het boek terecht bij de aartshertogen Albrecht en Isabella en via hen in de Librije van Bourgondië, de voorloper van de Koninklijke Bibliotheek van België. In 1794 werd het boek door de Franse troepen met de rest van de bibliotheek gestolen en naar Parijs getransporteerd. Een aantal van de gestolen manuscripten keerden na de val van Napoleon in 1815 terug naar Brussel, maar dit handschrift niet. Van de bibliotheek van Napoleon Bonaparte kwam het handschrift uiteindelijk terecht in de Bibliothèque nationale de France.

Verluchtingsprogramma Voorprogramma (Engeland) Het manuscript begint met acht volbladminiaturen die onderverdeeld zijn in twaalf vakken. In deze miniaturen wordt zoals in een stripverhaal het Oude (ff.1r-2v) en het Nieuwe Testament (ff.3-4) verteld.Voor hoge resolutie afbeeldingen hiervan zie pdf-document van Moleiro. Gearchiveerd op 23 november 2018.

Op folium 1 recto (f1r) vinden we afbeeldingen van de verhalen in het Bijbelboek Genesis van de schepping tot de zondeval en het offer van Kaïn en Abel. Op f1v vinden we uit hetzelfde boek het vervolg van het verhaal van Kaïn en Abel, het verhaal van de zondvloed, de geschiedenis van Abraham, Isaak en zijn zonen Jacob en Esau en het verhaal van Jozef die door zijn broers wordt verkocht aan de IsmaëlietenNiet de stroming binnen het sjiisme waarnaar Ismaëlieten doorverwijst maar de Ismaëlieten die genoemd worden in de Hebreeuwse Bijbel Genesis 37:25 en zo in Egypte terechtkomt. Het verhaal van Jozef wordt verder gezet op f2r en dan volgt de illustratie van het Bijbelboek Exodus en de geschiedenis van Mozes. Op f2v ziet men een aantal scènes uit Deuteronomium en Jozua, onder meer de inname van Jericho. Verder worden enkele taferelen uit het leven van Koning David getoond om dan moeiteloos over te gaan naar Johannes de Doper.

Met folium 3 komen we terecht bij het Nieuwe Testament, f3r toont een aantal taferelen uit het begin van het openbare leven van Christus met onder meer het doopsel van Christus in de Jordaan, de bruiloft te Kana, de bekoringen van Christus in de woestijn en enkele mirakels. Op f3v worden dan enkele parabels uitgebeeld en nog een aantal mirakels die in de evangelies worden beschreven, met onder meer een duiveluitdrijving. Een boom van Jesse, met 18 medaillons in drie kolommen vindt men op f4r. De middelste kolom toont Christus, zijn moeder de maagd Maria en daaronder drie koningen waarbij waarschijnlijk Salomon en David, helemaal onderaan ziet men Jesse of Isaï, de vader van David. In de kolommen links en rechts worden apostelen en profeten afgebeeld, met links bovenaan Petrus en rechts Paulus, de anderen zijn niet herkenbaar omdat ze geen herkenbare symbolen hebben. Op f4v vindt men naast de annunciatie een aantal miniaturen rond de geboorte van Christus met de geboorte zelf, de aankondiging aan de herders, het bezoek van de drie wijzen, de opdracht in de tempel, de vlucht naar Egypte en de Kindermoord van Bethlehem.

De Engelse miniaturen (ca.1180-1190)