thumb|Brochure voor zeelieden, 1915. Archief Soa Aids Nederland De Nederlandse Vereniging voor Zedelijke Volksgezondheid was een Nederlandse vereniging die in 1914 werd opgericht.
Naam De statutaire naam van de vereniging is door de tijd heen enkele malen gewijzigd. De oorspronkelijke naam bleef ook na de beide statutenwijzigingen - maar dan tussen haakjes geplaatst - onderdeel uitmaken van de statutaire naam van de vereniging. Vooruitlopend op de statutenwijziging in 1934 droeg de vereniging vanaf eind 1933 nog tijdelijk de naam Nederlandsche Vereeniging voor Moreele Hygiëne (Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten), maar de ledenvergadering besloot anders en deze naam is nooit statutair vastgelegd. Wel is deze naam in die periode gebruikt.
Aldus droeg de vereniging tussen 1914 en 1973 de volgende statutaire namen: vanaf 1914: Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten, vanaf 1934: Nederlandsche Vereeniging voor Zedelijke Volksgezondheid (Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten), vanaf 1951: Nederlandse Vereniging voor Zedelijke Volksgezondheid (Nederlandse Vereniging tot bestrijding der geslachtsziekten).
Rechtspersoon Op initiatief van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst werd op 24 april 1914 ‘Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten’ opgericht voor een periode van 29 jaar en 11 maanden. De vereniging koos domicilie in Amsterdam, later (maar vóór 1918) in Utrecht. De statuten werden bij Koninklijk Besluit van 8 maart 1915 nr. 54 goedgekeurd.Statuten van de Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten opgericht 24 april 1914 te Amsterdam, zp 1915. Door de oprichting van de vereniging werd opvolging gegeven aan de 22ste conclusie van het in april 1911 verschenen rapport van de maatschappij-commissie tot onderzoek naar de te nemen maatregelen ten opzichte van de bestrijding van syfilis en gonorroe. Deze luidde: “De Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der geneeskunst neme het initiatief tot de oprichting van een permanent lichaam, dat zich de bestrijding der geslachtsziekten ten doel stelt“.Bestrijding der geslachtsziekten. Rapport uitgebracht aan de 62ste algemeene vergadering der Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst, door de maatschappij-commissie, belast met het onderzoek naar de te nemen maatregelen ten opzichte van de bestrijding van syphilis en gonorrhoe. Amsterdam (Van Rossen), 1911. De onderzoekscommissie was ingesteld bij besluit van de 58e algemene vergadering, gehouden op 6 tot 8 juli 1908 te Rotterdam.Leeuwen ThM van, 20 Jaar bestrijding der geslachtsziekten in Nederland in Nederland, in: Ned Tijdschr Geneesk., 1934;78:5162-7;
In zijn vergadering van 19 december 1933 besloot het Dagelijks Bestuur de naam van de vereniging te wijzigen in ‘Nederlandsche Vereeniging voor Moreele Hygiëne (Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten)’. De reden hiervoor was dat de vereniging zich niet meer alleen richtte op de opsporing en de behandeling van geslachtsziekten, maar ook op de preventie door het “bevorderen eener juiste sexueele opvoeding, tot de juiste sexueele hygiëne, tot de juiste sexueele moraal”. De oorspronkelijke naam vond men iets te afstotend voor voorlichting op grote schaal aan een gezonde bevolking. Het briefpapier en dergelijke werd aangepast, maar voor de naamsverandering was een statutenwijziging noodzakelijk. Het dagelijks bestuur agendeerde voor de ledenvergadering van 22 september 1934 een statutenwijziging om de door hem gewenste naamswijziging te kunnen doorvoeren. De uitkomst was een andere. Er werd weliswaar besloten tot een statutenwijziging, maar de door het bestuur voorgestelde naamswijziging werd niet overgenomen. De statutaire naam werd gewijzigd in ‘Nederlandsche Vereeniging voor Zedelijke Volksgezondheid (Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten)’.in archief: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam Bij Koninklijk Besluit van 24 januari 1938 werd de statutenwijziging goedgekeurd.
Wegens een toenemend verschil in opvatting werd na de Tweede Wereldoorlog de vereniging in twee afdelingen gesplitst: een afdeling A ter bevordering van de geneeskundige en sociaal-hygiënische bestrijding en een afdeling B ter bevordering van de seksuele hygiëne en seksuele moraal. Bij Koninklijk Besluit van 9 augustus 1951, nr. 20 werden voor het laatst de statuten van de vereniging goedgekeurd.
Sinds het midden van de jaren vijftig ontplooide de vereniging geen activiteiten meer. In de nota over de herstructurering van de geslachtsziektebestrijding van Staatssecretaris Kruisinga van Sociale Zaken en Volksgezondheid uit 1970 was ook een zevental taken voor de vereniging benoemd. De enige, nog resterende bestuursleden van de vereniging dr. E.H. Hermans, voorzitter, en dr. E.P. van Steenbergen, secretaris, legden daarom eind 1970 weer contact en besloten een ledenvergadering uit te schrijven al was niet meer duidelijk wie er lid waren. Op 27 januari 1972 werd deze ledenvergadering gehouden, waarin werd besloten dat de vereniging nog bestaansrecht had.Mooij A, Geslachtsziekten en besmettingsangst, een historisch-sociologische studie 1850-1990, Amsterdam (Boom) 1993 [ook verschenen als proefschrift Groningen, 1993]. Een jaar later, op 18 januari 1973 besloot de ledenvergadering tot de oprichting van de Nederlandse Stichting tot Bestrijding der Geslachtsziekten.In 1985 werd de naam gewijzigd in Stichting tot bestrijding van sexueel overdraagbare aandoeningen en in 1996 gemoderniseerd en uitgebreid Stichting tot bestrijding van sexueel overdraagbare aandoeningen, soa-bestrijding; per 1 januari 2004 is de stichting gefuseerd met het Aids Fonds. Zie verder http://www.soaaids.nl Met een volmacht van de voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Zedelijke Volksgezondheid, dr. D.J.H. Vermeer gaf op 15 maart 1973 drs. W.N. Bax, econoom bij de Algemene Nederlandse Vereniging “Het Groene Kruis” te Utrecht, uitvoering aan dit besluit. De vereniging stelde een bedrag van 6.500 gulden aan de nieuwe stichting beschikbaar.Afschrift ener Akte van oprichting stichting, van Nederlandse Stichting tot Bestrijding der Geslachtsziekten, gevestigd te Utrecht, Utrecht, 15 maart 1973. Dr. D.J.H. Vermeer werd de eerste voorzitter van de stichting, de heer W.N. Bax, secretaris, P.G. Bakker, arts-dermatoloog, penningmeester en dr. J. Huisman, lid.De Nederlandse Stichting tot Bestrijding der Geslachtsziekten: taken en aandachtsvelden, in: Soa Bulletin, 1979;1:2-3.
De vereniging ging in 1973 of vlak daarna in liquidatie.
Bestuur en commissies De vereniging kende als leden natuurlijke personen ouder dan 21 jaar en rechtspersonen. Het bestuur van de vereniging bestond uit ten minste vijftien leden. Het bestuur koos uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester, die samen met nog vier door het bestuur aan te wijzen bestuursleden het dagelijks bestuur vormden. Mr. A. de Graaf werd bij oprichting de eerste voorzitter van de vereniging en zou dat zeer lange tijd, tot 1941, blijven.De naam van Mr. A. de Graaf leeft sinds 1970 voort in Mr. A. de Graaf Stichting, voordien Nationaal Comite van Instellingen voor Zedelijke Volksgezondheid; opgericht in 1900 onder de naam Nationaal Comite ter Bestrijding van den Handel in Vrouwen en Kinderen, als Nederlandse afdeling van de Federation Abolitioniste Internationale (FAI) en het International Bureau for the Suppression of Traffic in Persons; Zie http://www.IISG.nl Het opmerkelijke feit dat hij geen medicus was, speelde bij een polemiek met huidarts dr. P.H. van der Hoog in 1929 een rol.Open brief aan den voorzitter van de Ned. Vereeniging tot Bestrijding der Geslachtsziekten, in: Ned Tijdschr Geneesk., 1929;73:5295-7.Antwoord [op de Open brief aan den voorzitter van de Ned. Vereeniging tot Bestrijding der Geslachtsziekten, in: Ned Tijdschr Geneesk., 1929;73:5297-8. Dr. D.J.H. Vermeer werd de eerste voorzitter van de stichting, de heer W.N. Bax, secretaris, P.G. Bakker, arts-dermatoloog, penningmeester en dr. J. Huisman, lid. Voor de bestuurssamenstelling, voor zover bekend, zie bijlage I.
Het bestuur werd bijgestaan door een voorlichtingscommissie en een geneeskundige commissie. De problemen die de vereniging in 1915 ondervond met de verspreiding van voorlichtingsmaterialen onder de gemobiliseerde militairen waren aanleiding om in de medische commissie een Officier van Gezondheid van de zeemacht op te nemen.Berichten [Bestrijding der geslachtsziekten], in: Ned Tijdschr Geneesk., 1916;60:1054-5.
Doelstellingen De vereniging had de bestrijding van geslachtsziekten ten doel. Zij trachtte dit doel te bereiken door het instellen en doen instellen van onderzoek en het verzamelen van gegevens, het houden van vergaderingen, lezingen, voordrachten, het uitgeven en verspreiden van publicaties, door pleitbezorging, het geven van adviezen en informatie en samenwerking met andere organisaties en personen. Deze doelstellingen worden ook aangeduid als ‘niet-curatieve geslachtsziektebestrijding’. De exploitatie van consultatiebureaus werd niet expliciet als doelstelling genoemd, maar moet worden gezien als een middel om het doel te bereiken.
Ziektebeelden Syfilis (lues) en gonorroe – beide bacteriële infecties – waren begin van de twintigste eeuw de belangrijkste geslachtsziekten en bekend als "de gesel van de mensheid." Tegenwoordig worden geslachtsziekten meestal aangeduid als seksueel overdraagbare aandoeningen of met hun afkorting soa.
Onbehandeld leidt syfilis in drie stadia via allerlei aandoeningen van huid, skelet en zenuwen tot ernstige inwendige, neurologische en psychiatrische verschijnselen. Congenitale syfilis was een ook belangrijke oorzaak van doodgeboorte, miskramen en aangeboren afwijkingen. In 1905 werd de spirochaete pellida als veroorzaker van syfilis vastgesteld en kon vanaf 1906 worden gediagnosticeerd. In 1910 kon syfilis – mits vroegtijdig opgespoord – met salvarsan en verwante middelen effectief worden behandeld. Gonorroe kon leiden tot onvruchtbaarheid en schade aan inwendige organen, maar kende geen congenitale overdracht. Wel konden de ogen van een baby bij een bevalling worden geïnfecteerd en dat leidde zonder behandeling vaak tot blindheid. Gonorroe werd in 1937 door de introductie van sulfapreparaten behandelbaar, maar al snel ontstond resistentie tegen deze middelen.Zoon JJ, Het aandeel van Nederland in de vooruitgang der geneeskundige wetenschap van 1900 tot 1950, Huid- en geslachtsziekten, in: Ned Tijdschr Geneesk 1952;96:730-736. De introductie van penicilline maakte bacteriële geslachtsziekten goed behandelbaar. Dit geldt niet voor de virale infecties, die het eind de jaren zeventig van de twintigste eeuw snel toenamen.http://www.soaaids.nl/soa
Werkzaamheden De werkzaamheden van de vereniging bestonden uit het voorlichten van risicogroepen, deskundigheidsbevordering van professionals, voorlichting aan het algemene publiek en pleitbezorging bij de overheid. Na enkele jaren kwam de exploitatie van consultatiebureaus daarbij.Veldhuizen WF, De consultatiebureaux van de Nederlandsche Vereeniging tot Bestrijding der Geslachtsziekten, in Ned Tijdschr voor Geneesk., 1919;63:1640-2. De vereniging richtte zich op risicogroepen door brochures gericht op doelgroepen zoals zeelieden en militairen. De eerste grootschalige actie was het verspreiden van een brochure onder de gemobiliseerde soldaten. Een deel van de commandanten weigerde medewerking zodat van de oplage maar 140.000 stuks daadwerkelijk bij de doelgroep terechtkwamen.