thumb|Slag op het Haarlemmermeer op 26 mei 1573. Gevecht tussen Hollandse en Spaanse schepen. Op de achtergrond ligt Haarlem. Schilderij gemaakt in 1629 door Hendrik Cornelisz Vroom. Collectie Rijksmuseum Amsterdam. thumb|Het Haarlemmermeer in 1656; schilderij van Jan van Goyen. thumb|Ligging van de Spieringmeer, (oude) Haarlemmermeer en Leidsemeer, op een kaart van A.J. Enschedé (1870), naar de kaart van Symen Fransz. van der Merwen uit 1578. thumb|Kaartje van hoe het Haarlemmermeer zich ontwikkelde volgens Melchior Bolstra. thumb|Nauwkeurige kaart van de Haarlemmer of Leidsemeer, door Melchior Bolstra; 1745. thumb|De gemeente Haarlemmermeer in 1867. thumb|Het Polderhuis te Hoofddorp. thumb|Monumentale boerderij 'De Stad Zaandam' aan de IJweg 1071 te Hoofddorp.

Haarlemmermeer () is een Nederlandse droogmakerij en gelijknamige gemeente in het zuiden van de Nederlandse provincie Noord-Holland. Op 1 januari 2019 fuseerde de gemeente Haarlemmermeer met de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, waardoor een deel van de gemeente nu buiten de Haarlemmermeerpolder ligt.

In de eeuwen voor de droogmaking (1849-1852) was het Haarlemmermeer een enorme watervlakte.

De Haarlemmermeerpolder, kortweg de Haarlemmermeer, is omgeven door een ringvaart. In het noordoosten van de gemeente ligt de Luchthaven Schiphol. De gemeente telt inwoners (, bron: CBS). De grootste plaats, Hoofddorp, telt bijna 80.000 inwoners.

Geschiedenis Van drie meren tot één meer In de middeleeuwen, rond de 13e eeuw, waren er in het gebied tussen de steden Amsterdam, Haarlem en Leiden ten minste drie veenmeren, te weten: het Spieringmeer in het noorden, het (oude) Haarlemmermeer in het midden en het Leidsemeer in het zuiden. Voor delen van deze meren bestonden plaatselijk ook namen als Hellemeer en Oude Meer, maar dat waren delen van de voornoemde meren. Door vervening (met name door Haarlemmers) ten behoeve van de brandstofvoorziening van de groeiende steden en hun bedrijvigheid en als gevolg van golfafslag door slechte of ontbrekende bedijking verdween in de loop der jaren vooral aan de noordelijke en oostelijke oevers steeds meer veenland.

De landengte tussen het Oude Haarlemmermeer en het Spieringmeer werd steeds verder aangetast. Dit wordt treffend geïllustreerd door de ondergang van het ambacht en de parochie Nieuwerkerk, ten zuidoosten van Haarlem. Eerst verdwenen de woonkernen Boesingheliede en Haarlemmerwoude.

In 1457 werd de weg langs het Oude Haarlemmermeer verlegd omdat hij op veel plaatsen afgeslagen was. Tien jaar later moest de kerk van Nieuwerkerk naar het noorden verplaatst worden en werden de parochiegrenzen gewijzigd. De inwoners van Vijfhuizen en Noord-Schalkwijk in het westen van de parochie Nieuwerkerk gingen voortaan in Haarlem naar de kerk omdat de weg naar Nieuwerkerk bij slecht weer te gevaarlijk was. In 1502 stonden nog twee huizen in Nieuwerkerk.

Omstreeks 1477 ontstond bij De Vennip en Beinsdorp een open verbinding tussen het Oude Haarlemmermeer en het Leidsemeer, waarschijnlijk door de Cosmas- en Damianusvloed van 27 september 1477, waarbij ook de Spaarndammerdijk doorbrak. In de daaropvolgende decennia verdwenen steeds meer restanten van de landengte tussen de beide meren.

In 1508 werden de laatste restanten van de landbrug die het Oude Haarlemmermeer en het Spieringmeer van elkaar scheidden weggespoeld. Hierbij ging tevens de belangrijkste verbinding over land tussen Haarlem en Amsterdam via Sloten verloren, waarna nog slechts de route via de Spaarndammerdijk overbleef.

Ook de landverbinding die het Haarlemmermeer van het IJ scheidde dreigde verloren te gaan, maar met veel moeite kon in de jaren na 1509 de Spaarndammerdijk hersteld worden, waardoor het Haarlemmermeer uiteindelijk geen deel ging uitmaken van de zeearm met zout water die zich vanaf de Zuiderzee westwaarts via het IJ uitstrekte.

Er was nu een meer ontstaan van Polanen (Halfweg) tot De Kaag. De oude namen van de afzonderlijke meren bleven nog lang in gebruik voor de verschillende delen van het meer, maar daarnaast kwam in de 16e eeuw de naam 'Grote Haarlemmermeer' in zwang. Dit was het grootste meer van Holland, met een oppervlakte van bijna 17 duizend hectare. Vanwege het woeste en landvretende karakter van het meer kreeg het de bijnaam de Waterwolf.

Niet alleen veel land ging verloren, ook verschillende dorpen, waaronder Nieuwerkerk en Rietwijk die door het water verzwolgen werden. Van het dorpsgebied van Aalsmeer verdween meer dan de helft, doch de dorpskern van Aalsmeer bleef net buiten de oevers van het meer behouden.

Op 26 mei 1573 vond tijdens het Beleg van Haarlem de slag op het Haarlemmermeer plaats tussen een Spaanse vloot onder leiding van Bossu en een Hollandse vloot onder leiding van Marinus Brandts.

Plannen tot droogmaking thumb|Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder Al in de 17e eeuw werden, onder andere door Jan Adriaanszoon Leeghwater, plannen gemaakt om het Haarlemmermeer droog te malen. In 1641 publiceerde Leeghwater zijn Haarlemmermeer-boek. Hiervoor zouden circa 200 poldermolens nodig zijn geweest. Tegen deze plannen bestond echter sterke oppositie. Zo wilde Leiden zijn lucratieve visrechten niet kwijt (die het had sinds 1583) en lag Haarlem dwars omdat het fors verdiende aan de scheepvaart; het transportmiddel bij uitstek in het drassige Holland. Daarnaast ontbraken de middelen en was er weinig vertrouwen in de technische haalbaarheid van een droogmakerij op deze schaal.

Eind 1836 hadden twee stormen het water opgejaagd tot de poorten van Amsterdam (in november) en van Leiden (in december), waarna koning Willem I in 1837 besloot dat het meer moest worden drooggemalen. De droogmaking van het Haarlemmermeer moest als groot project ook het na de afscheiding van België geschonden prestige van Holland opvijzelen. Bij Koninklijk besluit van 1 augustus werd een commissie belast met het maken van een ontwerp voor de droogmaking. Dit ontwerp liet even op zich wachten; pas toen in 1839 Amsterdam en Leiden weer te kampen hadden met overlast kwam er schot in de zaak. Voor het graven van de Ringvaart en de bedijking zette jonkheer Frederik van de Poll in mei 1840 bij Hillegom de eerste spade in de grond. Na acht jaar graven was het meer volledig afgesloten door een ringdijk van 59,5 km lengte en 0,70 tot 1,70 m hoogte.

De droogmakerij thumb|Gemaal De Cruquius thumb|start=0:02|thumbtime=0:12|75 jaar drooglegging van de Haarlemmermeer, Polygoonjournaal 1927. Inmiddels was besloten de droogmaking volledig met stoomkracht te verrichten: een unicum in die tijd, want tot dan werden vooral windmolens gebruikt. De bedoeling was de benodigde machines in Nederland te laten bouwen, maar de laagste Nederlandse inschrijver zat veertig procent boven die uit het buitenland, en zo kreeg een Engels bedrijf de opdracht. In 1845 werd eerst een proefstoomtuig gebouwd, het Gemaal De Leeghwater (bij de Kaag), dat in 1848 begon met het droogmalen. In 1849 werden de andere twee stoomgemalen in gebruik genomen: Gemaal De Cruquius (bij Heemstede) en Gemaal De Lynden (bij Osdorp). De gemalen werden genoemd naar personen die initiatieven hadden genomen tot droogmaking (Nicolaus Cruquius en Frans Godard baron van Lynden van Hemmen). Uiteindelijk viel het meer op 1 juli 1852 droog.

In de jaren daarna werd het nieuwe land ontgonnen. De grond bracht 8 miljoen gulden op, de kosten van de droogmaking bedroegen 14,5 miljoen. Het verschil werd in de jaren daarna via grondbelasting goedgemaakt. De kopers bestonden vooral uit rijke lieden uit de grote steden, die grond vervolgens aan boeren verpachtten.

De 20 km lange Hoofdvaart verbindt Gemaal De Lynden in het noorden met Gemaal De Leeghwater in het zuiden van de polder.

De Haarlemmermeerpolder heeft een oppervlakte van ca. 180 vierkante kilometer. De polder heeft een ingewikkelde waterhuishouding, met 42 peilgebieden. De voortgaande verharding van het oppervlak zorgt er voor dat het peil in de sloten bij regenval snel kan stijgen. Het Gemaal De Lynden is in 2005 hierom vervangen door een nieuw gemaal met een aanzienlijk grotere capaciteit. Ook zijn er twee gemalen bijgebouwd.

Gemeente Haarlemmermeer Na het droogvallen duurde het nog tot 11 juli 1855 voordat de Haarlemmermeer een gemeente werd. Voordien zijn er plannen geweest om de Haarlemmermeer in twee gemeenten in te delen, waarbij het noordelijke deel bij Noord-Holland zou worden gevoegd en het zuiden bij Zuid-Holland. De eerste burgemeester was Matthijs Samuel Petrus Pabst. Het gemeentehuis stond oorspronkelijk in buurdorp Heemstede, maar sinds 1867 in Hoofddorp.

In de polder zouden twee dorpen gesticht worden: Kruisdorp (het latere Hoofddorp) en Venneperdorp (het latere Nieuw-Vennep). Kruisdorp ontwikkelde zich al snel tot het belangrijkste dorp van de polder, mede doordat hier het gemeentehuis gebouwd werd. Ook het polderhuis kwam in dit dorp. Later kwamen er meer dorpen, waarvan Badhoevedorp en Zwanenburg de grootste zijn.

Gemaal De Cruquius werd in 1933 buiten gebruik gesteld en is sindsdien een museum. Nabij Aalsmeer verscheen in 1991 Gemaal De Bolstra (vernoemd naar Melchior Bolstra). Nabij Vijfhuizen is in 2001 gemaal Vijfhuizen in werking gesteld. Een jaar na ingebruikname werd het Gemaal Koning Willem I gedoopt. Dit gemaal is een paar kilometer ten oosten van het oude stoomgemaal De Cruquius gelegen. Het gemaal De Lynden werd in 2005 vervangen door een nieuw gemaal ernaast, met een grotere capaciteit. Dit was mede nodig door de uitbreiding van het verharde oppervlak in de polder, als gevolg van uitbreiding van de (woon)bebouwing en uitbreiding van Schiphol. Het oude gebouw uit 1849 werd in gebruik genomen als restaurant.

Aanvankelijk was Haarlemmermeer een landbouwgemeente. In de 20e eeuw kwam de glastuinbouw op en werd de Luchthaven Schiphol ontwikkeld. Zowel rond Schiphol als Hoofddorp bevinden zich bedrijventerreinen en kantoorparken. Veel internationale bedrijven hebben hier een vestiging. In 2002 werd nabij Vijfhuizen de Floriade gehouden.

De gemeente (h)erkent 31 "kernen" (woonplaatsen, dorpen en buurtschappen). De gemeente was, sinds de oprichting, in oppervlakte een van de grootste gemeenten van Nederland. Door fusies van andere gemeenten is die positie minder prominent geworden. Maar sinds het eind van de 20e eeuw wordt Haarlemmermeer, met meer dan 100.000 inwoners ook gerekend tot de grotere gemeenten naar inwonertal.

In 2018 benoemde de gemeente Haarlemmermeer haar eerste jeugdburgemeester, Merel Breur uit Aalsmeerderbrug. De taak van de jeugdburgemeester is het verzamelen van bijzondere ideeën van Haarlemmermeerders, "die vervolgens zo omgevormd worden dat de hele wereld er gelukkig van wordt".

Geografie Topografie 450px