thumb|Barthélemy de Mélo (actief 1683-1720): Apollonius. Parc de Versailles, Rond-Point des Philosophes, 1687. thumb|Apollonius van Tyana op een voorplaat van een boek, 1670? thumb|Gottlieb Friedrich Riedel (1724-1784): Apollonius van Tyana,1780. Apollonius van Tyana (Oudgrieks: , Tyaneos Apollonios) (Tyana, 2 – Ephese, Lindos of Kreta, ±98) was een Grieks neopythagoreïsch filosoof en leraar. Zijn leer beïnvloedde de wetenschap en het occultisme tot eeuwen na zijn dood. Volgens Apollonius dankte Pythagoras de beginselen van zijn wijsheid aan India en hij maakte daarom een reis naar Indiase wijzen.

Boek De notities, die Apollonius' leerling Damis maakte tijdens hun reizen, gaan ook over de opvolging van keizers (Nero, Vespasianus, Titus, Domitianus) en kwamen een eeuw na Apollonius, mogelijk via een nazaat van Damis, terecht bij keizerin Julia Domna, de vrouw van Septimius Severus, die de schrijver Philostratus opdroeg om met de aantekeningen een biografie van de oude wijze te schrijven. Julia Domna verzamelde wiskundigen en filosofen om zich heen en misschien namen pythagoreeërs deel aan de discussies in haar keizerlijke salon. Dat zou Julia's belangstelling voor Damis' werk kunnen verklaren. Als telg van een geslacht van zonnepriesters uit Emesa was zij gevoelig voor religieuze en mystieke bespiegelingen. Haar zoon Caracalla bouwde in Tyana een gewijd heiligdom voor Apollonius. De latere keizer Alexander Severus had in zijn privékapel een beeld van Apollonius.

Philostratus voltooide zijn in het Grieks geschreven boek Ta es ton Tyanea Apollonion pas na de dood van Julia Domna (217). Hij schreef in de 'Attische' stijl. Die stijl streefde naar eenvoudiger kunstproza dan het asianisme, waar het een reactie op was.

Apollonius is bekend door deze biografie van Philostratus, die later werd gebruikt om Apollonius als een tegenhanger van Jezus Christus voor te stellen. Deze opvatting moet echter eerder worden toegeschreven aan de latere geschiedenis van de cultus rond zijn persoon.

De verhalen van de reizen opgetekend door zijn leerling Damis en herhaald door Philostratus zijn zo wonderbaarlijk dat velen Damis als een denkbeeldig personage hebben beschouwd. Damis zou door Philostratus verzonnen zijn of mogelijk een vervalser uit de 2e eeuw.Het leven van Apollonius van Tyana, 2013, p.19,20

Philostratus beschrijft het leven van Apollonius in acht boeken. Voor zijn bronnen was hij niet alleen op het werk van Damis aangewezen. Er waren lokale tradities uit verschillende steden waar Apollonius was geweest. Er waren veel brieven van hem, zijn testament en eerdere boeken over Apollonius. Het boek van Maximus van Aigai, die vanwege zijn welsprekendheid secretaris van de keizer werd, gaf informatie over zijn jeugd en studiejaren in Aigai. Moiragenes schreef een boek met vier hoofdstukken, Herinneringen aan Apollonius van Tyana, magiër en filosoof. De kwalificatie als magiër wees Philostratus af, omdat het neutrale woord magos (Perzische priester en astroloog) al snel de negatieve indruk van zwarte magie, van tovenaar (goès) en twijfelachtige praktijken kreeg. Tovenaars maakten misbruik van de onwetendheid van mensen en verdienden aan hen grof geld. Apollonius' vijanden spraken over hem alsof hij zo'n bedrieger en tovenaar was.

In de 4e eeuw werd Philostratus' Griekse werk in het Latijn vertaald, Vita Apolloni. Daarvan zijn 17 handschriften overgeleverd. Het oudste manuscript, de Escorialensis gr. 227, dateert uit de 12e eeuw, de andere zijn uit de 14e of 15e eeuw. Een ging verloren in de Tweede Wereldoorlog. De eerste, gedrukte versie verscheen in 1501-1502 in Venetië en was gebaserd op de Florentijnse Laurentianus 69.26 met Eusebius' weerlegging van Hierocles er aan toegevoegd, want Apollonius gold in het begin van de 16e eeuw nog steeds als een gevaarlijke concurrent van het christendom. In Parijs verscheen in 1600 een uitgave. Daarna verschenen in 1700, 1844 en 1870 verschillende edities van Het leven van Apollonius van Tyana.

Biografie Jeugd en opleiding Apollonius werd geboren in de stad Tyana in de provincie Cappadocia (in Anatolië) van het Romeinse Rijk. Zijn vader had dezelfde naam en zijn familie was oud en stamde af van de stichters van de stad. De familie overtrof in rijkdom de andere plaatselijke families. Apollonius had een drie jaar oudere broer. Hij begon zijn studie op 14-jarige leeftijd in de nabijgelegen stad Tarsus onder de leraar Euthydemos van Fenicië, maar veranderde van leraar en stad. In de tempel van Asclepius in Aegae vond hij meer rust en een sfeer om zich in de filosofie te verdiepen. Er studeerden aanhangers van Plato, van Chrysippos, van de school van Aristoteles en zelfs de filosofie van Epicurus. Daar legde hij zich toe op de leer van Pythagoras waarvan hij het ascetische ideaal geheel overnam. Zijn docent in de theorie van de leer van Pythagoras was Euxenos uit Heraclea in Pontos. Toen hij 16 jaar was wilde Apollonius het leven van Pythagoras in de praktijk gaan leiden. Hij 'reinigde zijn ingewanden', door dierlijk voedsel af te wijzen, van wijn af te zien en gedroogde vruchten en groente te eten en ging op blote voeten lopen. Hij droeg linnen kleding, liet zijn haar groeien en woonde in het heiligdom van Asclepius. De bestuurder van Cilicië probeerde hem te verleiden, maar vond drie dagen later de dood, omdat hij met Archelaos, de koning van Cappadocië, een samenzwering tegen de Romeinen beraamde.

Toen hij 20 jaar was stierf zijn vader, zijn moeder was al overleden, en hij deelde de erfenis met zijn broer. Toen hij niet meer onder voogdij stond, gaf hij zijn broer de helft van zijn eigen erfdeel en ontfermde zich over hem om hem weer op het rechte spoor te krijgen, want zijn oudere broer was verslaafd aan dobbelen, drank, vierde feest met 'meisjes van plezier' en was een arrogante, ijdele opschepper, die zijn haar verfde. Na zijn broer van slechte gewoonten te hebben afgeholpen, schonk hij de rest van zijn bezit aan zijn andere familieleden. Hij maakte de keuze niet te trouwen en zich nooit met liefdesavonturen in te laten. Apollonius besloot vijf jaar lang te zwijgen en hij verbleef deels in Pamphylië en deels in Cilicië. Toen hij in Aspendos in Pamphylië kwam wist hij zwijgend, maar schrijvend, een hongeroproer tot een goed einde te brengen: graanhandelaren, die eerst graan vasthielden om te exporteren, brachten weer volop graan op de markt. Na zijn periode van zwijgen bezocht hij onder meer Antiochië. Hij vatte het plan op een reis naar India te maken.

India Na het nakomen van een eed tot zwijgen voor een periode van vijf jaar, trok hij van Griekenland door Azië waar hij in de jaren 40 een bezoek bracht aan Ninive, Babylon en India. Daar kwam hij in contact met de oosterse mystiek van de Magi, de Brahmanen en de gymnosofisten. Op deze reis nam hij zijn leerling de Syriër Damis van Ninive mee, die verslag deed van het leven van de filosoof in een journaal. In de buurt van Babylon, in het land van de Cissiërs, ontmoette hij afstammelingen van door Darius I gedeporteerde Eretriërs en wist hun levensomstandigheden te verbeteren. In Babylon was hij de gast van de parthische koning Vardanes I. De koning wilde hem tien geschenken aanbieden. Hij vroeg de koning als geschenk zich te bekommeren om het lot van de Eretriërs. Hij verbleef een jaar en acht maanden aan het Babylonische hof en kreeg toen een gids, kamelen, water en proviand mee om op reis te gaan.

Ze trokken over de 'Kaukasus' (Caucasus Indicus of Paropamisadae, de Hindoekoesj), 'de grens tussen India en Medië'. Ze zagen 'mensen met een lengte van vier el' met een donkere huidskleur en na het oversteken van de Indus anderen van vijf el. Philostratus vermeldt dat Dionysos bij de Indiërs en alle oosterse volken 'Nysus' wordt genoemd, naar Nysa in India. Ze lieten het gebergte achter zich en staken de Kophen over. Ze kwamen langs de berg Nysa met op de top een heiligdom van Dionysos met een beeld van Dionysos als indische jongeman van gepolijst marmer. Volgens de Grieken was de Thebaanse Dionysos als legeraanvoerder en bacchant naar India getrokken, maar volgens Indiërs was Dionysos een zoon van de Indus en nam de Thebaan van hem de thyrsus over en voerde die in bij de vieringen. De Thebaan verklaarde dat hij een zoon van Zeus was , uit de dij van zijn vader kwam en van hem de berg Meros (dij) kreeg, grenzend aan Nysa. De Thebaan beplantte de Nysa met een stek van de wijnstok uit Thebe.Het leven van Apollonius van Tyana, 2013, p.71,76

Ze staken met schepen de bijna 40 stadia brede Indus over en kwamen in het boeddhistische Taxila in het koninkrijk Gandhara aan, in de provincie Punjab in het huidige Pakistan. Taxila was zo groot als Ninive en ommuurd (mogelijk gaat het om Sirkap, een archeologische site tegenover Taxila). Voor de stadsmuur was een tempel van natuursteen, ongeveer 100 voet lang, met versteende schelpen erin. Tegen elke tempelwand van het heiligdom daarbinnen waren bronzen platen vastgenageld met de daden van Poros en Alexander de Grote in geel koper, zilver, goud, donker brons en ijzer. Ze werden door Poros aangebracht na Alexanders dood. Poros verloor de strijd tegen Alexander, maar kon het land blijven regeren. In de stad was een tempel van Helios met gouden beelden van Alexander en bronzen van Poros. Op de muren waren rode stenen, die een gouden glans verspreidden en het godenbeeld was uit parels opgebouwd.

Het was rond het jaar 46 dat Apollonius vier dagen in Taxila bij koning Phraotes verbleef. De inrichting van het paleis was eenvoudig, want de koning was een filosoof. Phraotes was 27 jaar en sprak ook Grieks. Hij had kritiek op Griekenland, omdat daar geen wet bestond tegen degenen die de filosofie ten onrechte zich toe-eigenden of bedierven en van hogerhand werd niet tegen hen opgetreden. Als iemand in India filosoof wilde worden waren er strenge voorwaarden en werd de aspirant aan strenge testen onderworpen. Phraotes' grootvader had dezelfde naam, maar was evenals zijn grootmoeder gestorven toen Phraotes vader jong was. Zijn voogden werden tijdens een samenzwering gedood en Phraotes' vader werd op 16-jarige leeftijd naar een naburige koning gebracht, die hem bij 'de wijzen' als filosoof liet opleiden. Hij huwde op 23-jarige leeftijd de dochter van de koning, woonde in de zeven dorpen, die zijn vrouw als bruidsschat had gekregen en bracht hun zoon Phraotes op twaalfjarige leeftijd ook naar de wijzen. Toen Phraotes 19 jaar was en zijn ouders waren gestorven, bleek zijn oom de zeven dorpen te hebben ingenomen. Phraotes was toen aangeraden het rijk van zijn grootvader weer in te nemen.

Iarchas was de oudste van de brahmaanse wijzen. Ze woonden op een onneembare, ommuurde vesting, tussen de Hyphasis en de Ganges, vier dagreizen van Paraka, op een heuvel zo hoog als de Akropolis van Athene.

Daar ontmoette Apollonius de brahmaan Iarchas en hij bleef vier maanden bij hem om van hem wijsheid te leren (boek 3,20). Iarchas wist bij diens aankomst al alles van Apollonius. De gesprekken gingen onder meer over reïncarnatie en Iarchas vertelde dat hij in een eerder leven koning Ganges was geweest. Ganges was vermoord en de daders emigreerden en stichtten Ethiopië. Ethiopiërs zouden dus van oorsprong een Indisch ras zijn. Apollonius vertelde Iarchas dat hij in een vorig leven stuurman op een Egyptisch schip was geweest. Iarchas en zijn metgezellen waren in staat zich in de lucht op te heffen (levitatie) en voedsel en drank in overvloed op magische wijze tevoorschijn te brengen. Toch was Apollonius als filosoof er niet in geïnteresseerd deze kunst zelf te leren. De yogi's eerden, in tegenstelling tot de Grieken, Tantalos als goede man en brachten op hem een heilsdronk uit. Iarchas schonk Apollonius zeven ringen, een voor elke dag, die aan een van de zeven planeten was gewijd.