De Mauryadynastie was een Indiase dynastie, die tussen ongeveer 321 en 185 v.Chr. heerste over vrijwel het gehele Indische subcontinent. Binnen de geschiedenis van het Indisch Subcontinent was het Mauryarijk een van de grootste rijken. In de hoogtijdagen van de dynastie overheersten zij vrijwel geheel het noorden en midden van het huidige India, alsmede gedeelten van Afghanistan, Pakistan, Oezbekistan en Turkmenistan.

De dynastie en dan met name de derde heerser Asoka, die zich bekeerde tot het boeddhisme leeft nog steeds voort in het bewustzijn van het Indiase volk. Het nationale embleem van India, de vier leeuwen, op een ronde steen met onder andere een olifant en een paard, is afkomstig van een zuil van Asoka.

Overzicht van de Mauryadynastie In onderstaande tabel is een overzicht van de Mauryadynastie opgenomen. De opgegeven jaartallen zijn globaal. In diverse bronnen worden verschillende jaartallen opgegeven.

Naam heerser Van Tot Bijzonderheden Chandragupta Maurya 322 298 Chandragupta was stichter van de Mauryadynastie. Hij wordt gezien als de eerste Indiase keizer die het subcontinent bijeenbracht. Bindusara 297 272 Onder Bindusara werd het rijk in zuidelijke richting flink uitgebreid. Bindusara had twee zoons, Sumana en Asoka. Asoka 273 232 Asoka veroverde meer gebieden en omarmde het boeddhisme vanuit de Vedische traditie. Onder de heerschappij van Asoka was het rijk het grootst van omvang. Dasaratha Maurya 232 224 Over Dasaratha is weinig bekend. Hij volgde Asoka op, omdat zijn halfbroer Kunala blind was geworden. Dasaratha werd niet opgevolgd door zijn eigen zoon, maar door Samprati, de zoon van Kunala. Samprati 224 215 Samprati werd beïnvloed door een jaïnistische monnik. Hij zond jaïnische wijzen naar het buitenland om het jaïnisme te verspreiden. Salisuka 215 202  Devavarman 202 195   Satadhanvan 195 187   Brihadratha 187 185 Brihadratha was de laatste heerser. Hij werd vermoord in 185. De macht werd overgenomen door zijn generaal, Pusyamitra Sunga, de grondvester van de Sungadynastie.

Legenda bij deze tijdbalken: op de horizontale as staat de tijd in stappen van 10 jaar. Van boven naar beneden de oudste en de jongste heerser. Hieruit blijkt duidelijk dat de eerste heersers veel langer aan het bewind waren dan de latere.

Geschiedenis Ontstaan: verval van het Rijk van Alexander de Grote Het ontstaan van het Mauryarijk viel samen met het overlijden van Alexander de Grote in 323 v.Chr.. Na zijn overlijden viel zijn rijk uiteen, waardoor nieuwe koninkrijken konden ontstaan. In India greep Chandragupta Maurya, de grondvester van de Mauryadynastie deze kans aan.

Eerder, in 326 v.Chr., had Alexander de Grote het noordwesten van het Indiase subcontinent veroverd. Hij sloot een alliantie met koning Ambhi van Taxila. Met diens hulp slaagde Alexander erin koning Poros van Pauravas te onderwerpen. Pauravas was een staat in het oostelijk deel van het huidige Punjab. Porus werd verslagen bij de Slag bij de Hydaspes. Hydaspes is de Griekse naam van de rivier Jhelum, die in Pakistan ligt.

Alexander vestigde na deze slag vazalstaten. Hij liet deze leiden door de voormalige koningen Ambhi en Porus, en stichtte verscheidene vestingsplaatsen. Een Griek genaamd Philippus leidde een Macedonisch bezettingsleger. Toen deze vermoord werd, werd hij vervangen door Eudamus.

Alexander wilde verder trekken naar het Oosten, maar zijn troepen weigerden dit. Daarom keerde Alexander terug naar Babylon en schakelde hij zijn troepen ten westen van de Indus weer in. Toen Alexander kort daarna, in 323 v.Chr., in Babylon overleed, viel zijn rijk uiteen, waardoor nieuwe koninkrijken konden ontstaan. Een mogelijkheid die in India werd aangegrepen door Chandragupta Maurya.

Chandragupta Chandragupta Maurya werd geholpen door zijn brahmaanse adviseur Kautilya, ook bekend als Chanakya en Vishnugupta. Zij grepen samen rond 321 v.Chr. de macht in het rijk Magadha in het zuiden van Bihar. Volgens de verhalen was Chandragupta een buitenechtelijk kind dat door een prins was verwekt bij een vrouw uit een lagere kaste. Snel breidde Chandragupta zijn rijk uit. De bekendste overwinning was in 305 v.Chr. toen hij Seleucus Nicator versloeg, de generaal van Alexander die het oostelijke deel van het rijk tot het zijne had gemaakt. Hierdoor werd zijn rijk uitgebreid tot over de Indus en zelfs tot in het huidige Afghanistan. Seleucus kreeg hiervoor in ruil 500 krijgsolifanten, en de twee heersers sloten een alliantie.

Bindusara Bindusara was een zoon van Chandragupta. Hij zette de op expansie gerichte strategie van zijn vader voort, en breidde het rijk vooral in zuidelijke richting uit, naar het Hoogland van Dekan en verder.

Asoka Asoka was de derde heerser van het Mauryarijk. Zijn regering begon net zoals die van Chandragupta en Bindusara met veroveringen. Acht jaar na het begin van zijn koningschap veroverde hij na een bloedige strijd Kalinga, grofweg de huidige staat Odisha. Met deze verovering bereikte het Mauryarijk zijn maximale omvang.

Asoka, terugkijkend op deze campagne, had spijt van het bloedvergieten, en uitte deze spijt in rotsedicten die hij over heel India liet oprichten. Hij voerde geen verdere oorlogen meer, maar legde zich toe op het boeddhisme en de invoering van een ethische code, gebaseerd op het boeddhisme, de dhamma. Deze code was gebaseerd op kernwaarden zoals tolerantie, geweldloosheid, respect voor meerderen en compassie voor minderen. Asoka investeerde in de oprichting van vrij toegankelijke ziekenhuizen, veterinaire klinieken, badgelegenheden, bronnen en rustplaatsen voor reizigers. Hij verspreidde het boeddhisme niet alleen onder zijn eigen volk, maar zond ook missionarissen naar het buitenland, onder meer naar Sri Lanka en het huidige Syrië.

Vanwege zijn persoonlijke schuldbetuiging en aanhang van geweldloosheid is Asoka een uniek personage in de wereldgeschiedenis. Hij wordt vanwege zijn overtuiging ook tegenwoordig nog gezien als een van de grootste heersers die India ooit gehad heeft. Zijn embleem, een zuil met vier leeuwen, is het officiële symbool van de tegenwoordige republiek India.

Na Asoka Na de dood van Asoka bleek de dhamma onvoldoende wortel te hebben geschoten om als bindmiddel voor de samenleving te dienen. Spoedig scheidden diverse provincies zich af van het rijk, en kwamen andere rijken op in het gebied dat onder Asoka door de Mauryadynastie werd geregeerd. Circa 185 v.Chr., slechts zo'n 50 jaar na Asoka's dood, werd de laatste heerser Brihadratha gedood door zijn legerleider, die de Sungadynastie stichtte. Tijdens deze dynastie werden boeddhisten vervolgd en werd het hindoeïsme weer de overheersende religie.

Historische bronnen Onze kennis van de Mauryadynastie is voornamelijk gebaseerd op een drietal bronnen: de Arthashastra, de geschriften van Megasthenes en de inscripties van Asoka.

Arthashastra De Arthashastra is een beschrijving van het staatsbestel, volgens overlevering geschreven door Kautilya, de belangrijkste adviseur van Chandragupta. In de vorm zoals hij is overgeleverd, stamt het werk uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, maar diverse delen stammen vermoedelijk inderdaad uit de Mauryatijd. Wel is het de vraag in hoeverre het boek de werkelijkheid in de Mauryaperiode beschrijft, en in hoeverre het boek slechts het ideaalbeeld van Kautilya of latere bewerkers weerspiegelt. Het is een beschrijving hoe een vorst zijn macht kan behouden en uitbreiden, hoe hij zijn rijkdom kan vergroten en zijn rijk dient te besturen.

Megasthenes Megasthenes was ambassadeur van Seleucus I bij Chandragupta. Hij beschreef de gebieden die hij bezocht had in zijn boek met als titel Indica. De Indica zelf is niet bewaard gebleven, maar we kennen er toch grote delen van omdat Megasthenes veel werd geciteerd door latere schrijvers.

Inscripties van Asoka thumb|Verspreiding van de inscripties van Asoka"India: The Ancient Past" p.113, Burjor Avari, Routledge,

Asoka was de eerste Zuid-Aziatische koning die inscripties naliet, in steen gebeitelde teksten die publiek getoond werden. Deze inscripties worden wel de edicten van Asoka genoemd. Door deze inscripties weten wij meer over Asoka dan over zijn voorgangers. Joseph Tiefenthaler was de eerste westerling die resten van de Mauryadynastie aantrof. Hij beschreef rond 1750 de Meerutpilaar in Delhi.

In 1837 ontcijferde James Prinsep het schrift waarin deze inscripties geschreven waren. Omdat Asoka zich echter slechts bij titel identificeerde in deze inscripties, duurde het nog geruime tijd voordat ze met zekerheid aan hem konden worden toegeschreven.

Andere bronnen Een andere bron is het reisverslag van de Chinese monnik Fa Xian, die op bedevaart naar India ging en daarvan een reisverslag naliet. Hij beschreef onder andere het paleis in de hoofdstad. Fa Xian bezocht India echter veel later (399 - 414 na Chr.), dus hij kan alleen de oude monumenten hebben gezien, en de verhalen hebben gehoord.

Geografie Ligging Het Mauryarijk vond zijn oorsprong in het gebied van het koninkrijk Magadha, dat lag in het oostelijk deel van de Indus-Gangesvlakte. De hoofdstad van het rijk was Patliputra, bij de huidige stad Patna.

Na de vestiging van het rijk in 322 v.Chr. door Chandragupta Maurya, werd het grondgebied snel uitgebreid naar het westen. Daarbij profiteerde Chandragupta van de terugtrekking van de Griekse en Perzische legers na het overlijden van Alexander de Grote. Rond 320 was het gehele noordwestelijke deel van het huidige India veroverd.

De maximale omvang bereikte het rijk tijdens de regering van Asoka. Het reikte vanaf de natuurlijke grens van de Himalaya in het noorden tot vrijwel de zuidelijkste punt van het subcontinent. Een klein gedeelte daarvan, in de omgeving van Kalingia bleef onontdekt bebost gebied.

In het westen liep het rijk tot voorbij het tegenwoordige Pakistan en omvatte Beloetsjistan Pakistan en Beloetsjistan Iran en een groot deel van wat nu Afghanistan heet, inclusief de huidige provincies Herat, Kandahar, zuiden van Oezbekistan en het oosten van Turkmenistan waaronder Merv jarenlang een boeddhistische en Hindoeïstische bedeplaats was.

Na de dood van Asoka kwam het rijk snel in verval, en gingen diverse gebieden verloren. Slechts zo'n 50 jaar later was het geheel verdwenen. De laatste Mauryaheerser werd tijdens een militaire parade vermoord door zijn eigen brahmaanse generaal.

Steden Het grootste deel van de bevolking leefde nog op het platteland, maar de steden ontwikkelden zich in de Mauryatijd. De meeste steden ontstonden als productiecentra, als vestigingsplaats van een van de gilden. Buiten het oorspronkelijke kerngebied in de Gangesdelta lagen de steden vaak in groepjes.

Volgens de beschrijvingen in de Arthashastra moest een versterkte stad omringd worden door een aarden wal, die gemaakt was van modder. De aarde moest worden aangestampt door olifanten of stieren. Bij voorkeur had een stad meerdere omwallingen, met grachten daartussen. Liefst moesten de grachten in verbinding staan met een rivier. De wallen werden beplant met doornstruiken en giftige planten. De wallen waren bekroond met een borstwering of parapets, en waren voorzien van torens op regelmatige afstanden. De hoofdstad Patliputra zou omringd zijn geweest door drie wallen en zou 64 poorten hebben gehad, die op vaste tijden geopend en gesloten werden.

De straten binnen een stad waren breed, en ongeplaveid, afgezien van een afwateringsgoot in het midden van de straat.

Bestuur