Plesiosaurus is een geslacht van uitgestorven zeereptielen. Het was een der oudste leden van de groep der Plesiosauria en het eerste dat benoemd werd. Het geslacht leefde in het vroeg-Jura in Europa. Plesiosaurus was een van de vroegst ontdekte zeereptielen uit het Mesozoïcum, samen met onder andere Ichthyosaurus en Mosasaurus.

Het geslacht werd in 1821 benoemd door William Daniel Conybeare, op basis van fragmentarische fossielen uit verschillende vindplaatsen in Engeland. Conybeare, W.D. (1821). Notice of the discovery of a new fossil animal forming a link between the Ichthyosaurus and the Crocodile, together with general remarks on the osteology of the Ichthyosaurus. Transactions of the Geological Society of London 5: 559-594 In 1823 werd bij Lyme Regis een compleet skelet ontdekt door Mary Anning.

Er zijn ruim honderdvijftig soorten in dit geslacht benoemd. Veel daarvan zijn later ondergebracht in andere geslachten. De meeste andere zijn gebaseerd op slecht materiaal. Alleen de in 1824 benoemde typesoort Plesiosaurus dolichodeirus wordt tegenwoordig als geldig beschouwd. Vaak wordt iedere plesiosauriër een "plesiosaurus" genoemd, maar dat is niet wetenschappelijk correct. Ook is het een misvatting dat het om een dinosauriër zou gaan; daar was hij zelfs niet nauw aan verwant.

Plesiosaurus werd ruim drie meter lang. Vergeleken met zijn verwanten had hij een matig lange nek, een kleine kop met lange tanden en lange vinnen. Zoals alle plesiosauriërs "vloog" hij door het water door die vinnen op en neer te slaan, ademde via longen en was warmbloedig en levendbarend. Hij at kleine zeedieren.

Ontdekkingsgeschiedenis Resten van Plesiosaurus werden vermoedelijk al in de zeventiende en achttiende eeuw gevonden, maar niet als zodanig onderkend. Men werd zich slechts heel langzaam bewust van de mogelijkheid dat er wel eens uitgestorven grote reptielen zouden hebben kunnen bestaan. Hun vreemde bouw vermoedde men al helemaal niet. In het begin van de negentiende eeuw kwam daar snel verandering in door de opkomst van de natuurwetenschappen. Aan de zuidkust van Engeland, waar de getijwerking steeds nieuwe fossielen het licht bracht aan de kalkkliffen, werden verschillende fossielen van Plesiosaurus geborgen.

Het belangrijkste was een exemplaar bestaande uit een flipper en een wervelkolom, met het huidige specimennummer OUMNH J.50146, dat gekocht werd door de verzamelaar luitenant-kolonel Thomas James Birch.Conybeare, W.D., 1822, "Additional notices on the fossil genera Ichthyosaurus and Plesiosaurus", Transactions of the Geological Society of London 2: 103-123 Hiervan zijn nog delen aanwezig in het Oxford University Museum of Natural History. Dat exemplaar werd vermeld in een verhandeling door de Britse geologen Henry Thomas de la Bèche en William Daniel Conybeare uit 1821 over fossiele vondsten uit het Jurassische Blue Lias. Daarin beschrijven ze onder andere wervel- en vinresten van een tot dan toe onbekende mariene vorm, die volgens de la Bèche en Conybeare in bouw meer overeenkomsten vertoonde met een reptiel of sauriër, een "saurus", dan de toen al uit dezelfde lagen bekende Ichthyosaurus. Daarom benoemden ze het als het nieuwe geslacht Plesiosaurus, afgeleid van het Oudgrieks πλήσιος, plèsios, "dichter bij", maar nog zonder een volle soortnaam te geven.

Beide geologen begrepen nog weinig van de anatomie. De lange nek werd niet onderkend. In hun reconstructie draaiden ze het opperarmbeen ondersteboven en verbonden het met twee bekkenbeenderen die weer uitliepen in drie onderarmbeenderen die werden aangezien voor polsbeenderen. De snuit zagen ze als heel spits zoals bij een ichthyosauriër.

De formele benoeming van de typesoort Plesiosaurus dolichodeirus geschiedde pas in 1824 door Conybeare op basis van een skelet uit het Sinemurien,Conybeare, W.D. 1824. "On the discovery of an almost perfect skeleton of the Plesiosaurus". Transactions of the Geological Society of London 1: 382-389 bij Lyme Regis in de Black Ven Marl Formation gevonden en in detail geïllustreerd door de Britse commerciële verzamelaarster Mary Anning op 10 december 1823. De soortaanduiding betekent "langnek" naar het Grieks dolichos, "lang", en deiros, "nek". Anning begreep als eerste hoe Plesiosaurus in elkaar stak. Ze was een zeer professionele onderzoekster die grote achting genoot van mannelijke natuurvorsers.Torrens, H.S. 1995. Mary Anning (1799-1847) of Lyme: "the greatest fossilist the world ever knew." British Journal for the History of Science 28: 257-284 De conventies van die tijd maakten het echter onmogelijk dat ze als lid van de lagere klasse (ze verrichtte immers lichamelijke arbeid voor haar geld) en vrouw lezingen kon houden of dat haar bijdrage vermeld werd in publicaties. Het skelet, een jongvolwassen exemplaar, werd uitgeleend door professor William Buckland die het zelf weer geleend had van Richard Temple-Nugent-Brydges-Chandos-Grenville, 1st Duke of Buckingham and Chandos die het gekocht had voor 150 guineas. Tegenwoordig heeft dit het inventarisnummer BMNH 22656; het werd door het British Museum in 1848 aangekocht. Het skelet werd te Londen gepresenteerd aan de Geological Society op 20 februari 1824, dezelfde avond waarop Megalosaurus aangekondigd werd, vaak gezien als de eerste benoemde dinosauriër. Het lukte niet het stuk de zaal in te krijgen en de lezing moest even verplaatst worden naar de hal. Een tweede exemplaar, specimen OXFUM J. 10304, werd door Buckland van Anning gekocht en aan de Universiteit van Oxford gedoneerd waar hij doceerde.

Aangezien het in 1821 door de la Bèche en Conybeare als Plesiosaurus beschreven materiaal uit verschillende vindplaatsen komt en onvoldoende is beschreven, werd het skelet van Anning niet alleen in 1824 gebruikt als type voor de soort P. dolichodeirus, maar ook door latere auteurs als genoholotype voor het geslacht Plesiosaurus als zodanig. Sinds 2000 kan dit trouwens niet anders omdat de nieuwe regels van het ICZN nu voorschrijven dat de typesoort bij uitsluiting het type is van het genus. Een door James Parkinson aan de hand van het materiaal van la Bèche en Conybeare in 1822 gepubliceerde naam Plesiosaurus recentiorParkinson, J. 1822. Outline of Oryctology. An Introduction to the Study of Fossil Organic Remains; Especially of Those Found in British Strata. London, 350 pp (ook wel vermeld als Plesiosaurus priscus) heeft geen prioriteit omdat het slechts een nomen dubium is: het materiaal is te slecht om te bepalen bij welke soort het eigenlijk hoort.

Conybeare beschreef op basis van het holotype voor het eerst de lange nek en vin van Plesiosaurus en maakte een eerste reconstructie van het skelet. De voortbeweging van Plesiosaurus interpreteerde Conybeare als vergelijkbaar met de huidige zeeschildpadden. Hij dacht dat de dieren vlak onder het wateroppervlak bleven en voedsel zochten door hun nek als een zwaan onder water te steken. De toen zeer gezaghebbende Franse anatoom Georges Cuvier wilde eerst niet geloven dat de vreemde bouw authentiek was, maar veranderde van mening nadat hij Louis-Constant Prévost in juni 1824 nog een skelet van Anning en ander materiaal had laten aankopen en benoemde meteen drie nieuwe soorten. Anning had dit skelet overigens niet zelf gevonden, maar voor drie pond verworven van een andere fossielenjager. In Franse bronnen werd dit lange tijd niet onderkend.Vincent, Peggy & Taquet, Philippe, 2010, "A plesiosaur specimen from the Lias of Lyme Regis: the second ever discovered plesiosaur by Mary Anning", Geodiversitas 32(3): 377-390

Conybeare benoemde in 1824 ook een tweede soort Plesiosaurus giganteus, "de reusachtige". In 1852 werd dit een Pliosaurus giganteus. Dit illustreert het verschijnsel dat lange tijd de meeste plesiosauriërs onder Plesiosaurus werden gerangschikt. Nog steeds wordt in Nederlandse teksten vaak het Engelse plesiosaur, de gebruikelijke verkorting van plesiosaurian, foutief als "plesiosaurus" vertaald in plaats van als "plesiosauriër", wat zeer verwarrend kan werken.

Minstens 154 andere soorten Plesiosaurus werden gedurende de volgende 170 jaar benoemd. Sommige hiervan kwamen net als P. dolichodeirus uit Lyme Regis, maar de meeste uit alle delen van de wereld en strekten zich in de tijd uit over een periode van het Boven-Trias tot het einde van het Krijt. Van Lyme Regis beschreef de anatoom Richard Owen in 1840 de soort Plesiosaurus macromus op basis van resten van de ledematen en wervelkolom die ook door Anning werden gevonden. Gedurende de negentiende eeuw werden uit steengroeven bij Lyme Regis en Charmouth nog vrij veel fossielen van de typesoort gevonden. Begin twintigste eeuw sloten de groeven. Plesiosaurus dolichodeirus is niet eenduidig bekend van andere vindplaatsen.

miniatuur|BMNH 39490, zoals afgebeeld door Joseph Dinkel in een lithografie in Owen (1863)

Verschillende specimina zijn aan de soort toegewezen: BMNH 28332, BMNH 33287, BMNH 39490, BMNH 39491, BMNH 41101, BMNH R.255 (een kaak uit de Edgerton collection gekocht in 1882), BMNH R.1313 (verzameld door Mary Anning in 1829), BMNH R.1314, BMNH R.1315, BMNH R.1316, BMNH R.1316b, BMNH R.1330, BMNH R.1756, BRSMG Ce17972 (een zeer klein juveniel exemplaar gevonden in 1990),Storrs G.W. 1995. "A juvenile specimen of ? Plesiosaurus sp. from the Lias (Lower Jurassic, Pliensbachian) near Charmouth, Dorset, England". Proceedings of the Dorset Natural History and Archaeological Society 116: 71–76 JMM FC M 032, NMHN A.-C. 8592, NMING F:8758, OXFUM J.10304, OXFUM J.13809, OXFUM J.28586, OXFUM J.28587, TM 13286 (verworven door het Teylers Museum in 1873 via Henry Woodward)Winkler, T.C. 1873. "Le Plesiosaurus dolichodeirus Conyb. du Musée Teyler". Archives du Musée Teyler 3: 219-233 en YPM 1654.

De laatste moderne onderzoeker die een revisie gaf van de taxonomie van het geslacht, was paleontoloog Glenn William Storrs in 1997 en 2003. Storrs toonde aan dat Owens P. macromus vermoedelijk slechts een jonger synoniem is van P. dolichodeirus. Storrs beperkte het geslacht Plesiosaurus tot het type P. dolichodeirus alleen, terwijl de vele andere soorten niet aan het geslacht konden worden toegewezen: ze waren of eigen geslachten of nomina dubia. De enige uitzondering volgens Storrs was voorlopig Plesiosaurus guilelmiimperatoris uit het Toarcien van Baden-Württemberg. Ook deze is in 2007 geplaatst in zijn eigen geslacht Seeleyosaurus.

Soortenlijst De complexe naamgevingsgeschiedenis kan worden samengevat in een soortenlijst, het werk volgend van PerssonPersson, P.O. 1963. "A revision of the classification of the Plesiosauria with a synopsis of the stratigraphical and geographical distribution of the group". Lunds Universitet Arsskrifi 59: 1-60 en George Olshevsky. Een nomen dubium is een soort die niet gebaseerd is op onderscheidend materiaal. Een nomen vanum is een overbodige vervangingsnaam. Een nomen oblitum is een naam die "vergeten" is door de wetenschappelijke traditie; in dit geval gaat het om namen verzonnen door de excentriekeling Thomas HawkinsHawkins, T. 1834. Memoirs on Ichthyosauri and Plesiosauri; Extinct Monsters of the Ancient Earth. Relfe and Fletcher, London, 58 pp die wetenschappers weigerden serieus te nemen. Een species inquirenda is een soort waarvan de status nog nader bepaald moet worden.

Plesiosaurus Conybeare, 1821 Plesiosaurus recentior Parkinson, 1822 Plesiosaurus dolichodeirus Conybeare, 1824: typesoort van Plesiosaurus Plesiosaurus giganteus Conybeare, 1824: = Pliosaurus giganteus Wagner, 1852 Plesiosaurus trigonus Cuvier, 1824: nomen dubium Plesiosaurus pentagonus Cuvier, 1824: nomen dubium Plesiosaurus carinatus Cuvier, 1824: nomen dubium Plesiosaurus carinatus Cuvier, 1829 Plesiosaurus homei Gray, 1831 Plesiosaurus jenensis Zenker, 1833: nomen dubium Plesiosaurus profundus Zenker, 1833: nomen dubium Plesiosaurus triotarsostinus Hawkins, 1834: mogelijk ouder synoniem Thalassiodracon, nomen oblitum Plesiosaurus etheridgii Hawkins, 1834: mogelijk ouder synoniem Thalassiodracon, nomen oblitum