De Nederlandse radiostations met jazzprogrammering kwamen op in de jaren 1920. Dit artikel omschrijft de geschiedenis en het verloop van de jazzprogrammering in de Nederlandse cultuur.

In Nederland liepen de introductie van jazzmuziek, en de radio als informatie- en cultuurkanaal ongeveer gelijk op. De krant was voor de komst van de radio een van de weinige beschikbare informatiekanalen, maar er kon geen muziek klinken en dus niet als beleving mee bij een lezer worden gebracht. Jazz was in Nederland nieuw in de jaren 1920 en werd niet door iedereen gewaardeerd. Het had aanvankelijk vooral een plaats in het uitgaansleven. Voor de radio kwamen er speciale programma's die, eerst schoorvoetend en later ruimer, geproduceerd werden door de publieke omroep. Geleidelijk aan werd jazzmuziek meer geaccepteerd en al voor de Tweede Wereldoorlog had Nederland jazzhelden.

Onderstaand overzicht laat zien welke jazzradioprogramma's er waren, de doelen en karakters ervan -zoals het bijna educatieve 'De geschiedenis van de jazz' van Michiel de Ruyter, het onderhoudende Muziekmozaïek van Willem Duys en het doelbewust opzoeken van cross-overs in 'Is dit nog wel jazz?' en 'Mazen van het Net'; welke mensen eraan meewerkten en er al of niet een personage in de Nederlandse moderne geschiedenis mee werden; en hoe het in de tijd paste, ook ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, al dan niet voorzien van extra informatie of gebeurtenissen ter verder onderzoek. Ook wordt daarmee zichtbaar hoe jazzmuziek door de jaren heen in de omroepcultuur en bij het Nederlandse volk werd beleefd ten opzichte van opvattingen van beschaving, omroepbudgetten, bereikbaarheid en vrijheid van cultuur en de invloed ervan op (het format van) radioprogramma's.

Aanloop Uitzendingen van 'De Nederlandse Radio Industrie' Op 29 mei 1923 was de première van jazz op de Nederlandse radio. Het betrof een uitvoering door de 'Jazz Devils' uit Den Haag onder leiding van J. von Lindern. Deze eerste radio-uitzending kwam tot stand met een zelfgebouwde zender van Hanso Schotanus à Steringa Idzerda in Den Haag. Hier klonken ver onder andere 'De Haagsche Amateur Jazzband Black and White' op 6 december 1923 en een eerste radio-uitzending van Theo Uden Masman's Original Jazz Syncopaters in januari 1924. De Daily Mail, een Engels dagblad, sponsorde de radio-activiteiten van Idzerda. Toen de Engelse uitzendingen populairder werden, moest de 'De Nederlandse Radio Industrie' de uitzendingen beëindigen in 1924.Ongewenste Muziek (Kees Wouters)

Uitzendingen van de NSF (Nederlandse Seintoestellen Fabriek) Ter stimulatie van verkoop kon de NSF gebruikmaken van een uitzendlicentie. Hierbij klonk onder andere de 'Larentsche Jazzband' (1923) die ook via een telefoonlijn vanuit Hotel Hamdorff te horen was. Dit was zover bekend ook het eerste concert via een lijnverbinding. De uitzendingen van NSF werden gevangen onder de Hilversumse Draadloze Omroep (HDO), gesponsord door C&A, Jamin, de Telegraaf en Philips.

Uitzendingen van de HDO (Hilversumse Draadloze Omroep) Verzorgde onder andere uitzendingen van 'The Queen Melodists' onder leiding van Theo Uden Masman (1925), 'The Indian Jazz Band' (1925-1926). De HDO hernoemt zich tot Algemeene Vereeniging Radio Omroep (AVRO). De HDO verzorgde live-(lijn)uitzendingen vanuit La Gaite (Amsterdamse Tuschinsky Cabaret) vanaf 1925, waaronder met het net opgerichte dansorkest The Ramblers. Max Tak was sinds 1925 muzikaal adviseur.

Na het Zendtijdenbesluit 1930 De Radio Omroep Controle-Commissie (ROCC) stelde een lijst van aanvaardbare muziek op, het zogenaamde 'Repertoire A', toegestaan voor gebruik bij radio-uitzending. Klassieke muziek ondervond hier geen beperking door, 'lichte muziek' echter wel. Over algemeen was er weinig lust om jazzmuziek uit te zenden. 'Alle jazz-excessen dienen geweerd te worden' (Katholieke Radiogids). Hierdoor waren de BBC-uitzendingen met dansmuziek populair. Uitzendingen met 'The Boswell Sisters' werden gevolgd door geluiden van afkeuring waarin 'schande is gesproken over zulk gekrijsch'. Gaandeweg ontstond er meer kritiek op het functioneren van de omroep, dat, na voorbeeld van de BBC niet een vergelijkbaar radioprogramma kon presenteren. In het periodiek 'Jazzwereld' werden de omroeporkesten als 'verregaand ouderwetsch' beschreven en verzocht men voortdurend 'echte jazz op de radio'. In 1934 werden 7900 handtekeningen overgedragen aan AVRO bij monde van voorzitter baron Tindal, waarbij het verzoek meer 'ware jazzmuziek' te laten horen.

Joh. C Franken vertelde voor het vooroorlogse NCRV programma 'Vragenuurtje' dat de NCRV nooit jazzmuziek uitzendt: 'jazz is nu eenmaal iets van negers en wij zijn nu eenmaal geen zwarten. Daarbij is het meest dansmuziek en van dansen moeten wij niets hebben.' .Leeuwarder Courant, 6 mei 2015, artikel Rein Strikwerkda

In juni 1932 presenteerde Max Tak bij de AVRO een eerste maandelijks radiopraatje over jazzmuziek, waarbij 'orgineele en zuivere jazzplaaten' mochten worden gebruikt.

In 1936 werd op papier gezet dat het VARA's dansorkest onder leiding van Masman regelmatig uitzendingen kon gaan verzorgen, onder eigen naam.

Uit onderzoek van de Nederlands Indische Radio Omroep (NIROM) in 1937 blijkt dat uitzendingen van populaire muziek gewenst zijn, maar geen jazz.De Indische Radio-Omroep, Overheid en ontwikkeling 1923-1942 (Rene Witte, 1998)

Bezettingsjaren In januari 1941 waren de omroepverenigingen terzijde geschoven en was nu één door de NSB geleide staatsomroep actief. In 1941 startte de werving van radiocontroleurs die radioprogramma's moesten beoordelen vanuit nationaalsocialistisch standpunt. Daarbij werd gebruikgemaakt van een zwarte lijst. Muziek van joodse, Engelse, Amerikaanse, Russische en Poolse oorsprong bron werd niet toegestaan. Sinds de bezetting was de verkoop van het aantal radio-ontvangers sterk toegenomen. Theo Uden Masman's dansorkest speelt bij genazificeerde Nederlandsche Omroep (zoals in de ‘Winterhulp’-uitzendingen), Hans Mossel (vooroorlogse leiding AVRO Dansorkest) wordt vermoord in een vernietigingskamp.

Pianist Dick Willebrandts stelt in 1942 een orkest samen met veel Nederlanders uit het orkest van Ernst van ‘t Hoff, die in 1944 was ontslagen bij de NO en naar België was vertrokken. Het orkest speelt vaak bij de Nederlandsche Omroep. Vanaf 1943 zijn dat ook uitvoeringen die ingezet worden voor de Deutsche Europa Sender, die zijn programma richt op Engeland. Wat Willebrandts tijdens zijn uitzendingen voor de Nederlandsche Omroep en zijn concerten verboden is, wordt bij het werk voor de Deutsche Europa Sender verplicht. Ze brengen Engelstalige Amerikaanse jazznummers.http://www.jazzarchief.nl, nederlandse-jazzgeschiedenis 1939-1945, oorlog, bezetting en bevrijding

Als jazzmuziek wordt verboden, wordt Hawaï-muziek, al of niet met een swingende inslag, populair.

Op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) vertrokken medewerkers van de omroep naar Duitsland. Op 9 september werden er geen programma's opgegeven in de ochtendbladen. Niet lang erna werden de uitzendingen van de NO (Nederlandse Omroep) stopgezet. Bij een razzia in oktober 1944 belanden veel radiomusici korte tijd in kamp Amersfoort. Onder andere orkestleider Klaas van Beeck wordt in Duitsland te werk gesteld.

Na de bevrijding pleit in Hilversum een zuiveringscommissie (Commissie voor de Zuivering van Radio) omroeppersoneel de meeste radiomusici vrij van collaboratie. Hiervan zijn in het Nationaal archief stukken aanwezig (Nationaal Archief, idcode 2.04.72, 7,5 meter, 1766 inventarisnummers periode 1945-1957, beperkt openbaar).

Nazi-propaganda met behulp van radio en jazz Vanuit nazi-Duitsland werden via de korte golf programma's uitgezonden gericht op Engeland en de V.S., met presentatoren zoals Lord Haw-haw, met twijfel zaaien als doel. Daarvoor werd jazz-muziek opnieuw opgenomen door het hiervoor opgerichte jazzorkest Charlie and His Orchestra, en voorzien van 'humoristische' en beledigende teksten. Soortgelijke propaganda werd ook in Nederland opgetuigd, zoals de 'Gilclub' die zich voordeed als illegale radiozender.

De Gilclub Een door Willem W. Waterman gepresenteerd programma op een als illegale zender vermomde radiozender. Waterman was in maart 1944 hoofdredacteur geworden van Duits-propagandistische weekperiodiek De Gil dat zich voordeed als verzetsblad, waarin hij schreef over jazz en swingende muziek. Na ‘Dolle Dinsdag’ (deze benaming was bedacht door Waterman) begon hij een radiorubriek ‘De Gilclub’. Om het illegale karakter van de zender te suggereren, mocht Van den Hout ‘verboden platen’ met Amerikaanse jazz laten horen uit de Hilversumse archieven. Of er ook opnamen vanuit de organisatie van Duitse radio-propaganda, zoals opgenomen en uitgevoerd door Charlie and his Orchestra, zijn uitgezonden op de Gilclub, is niet bekend.

In het programma werd smalend gesproken over ‘negermuziek’ met anti-Amerikaanse dialogen, afgewisseld door New Orleans- en dixieland . De Gilclub’ heeft nagenoeg tot aan de bevrijding kunnen blijven bestaan.

Bevrijdingsperiode Radio Herrijzend Nederland (HZ) Een tijdelijk radiostation ten tijde van de bevrijding, dat uitzendingen verzorgde van 2 oktober 1944 tot 19 januari 1946. Na de bevrijding van het zuiden van Nederland in september en oktober van 1944, start de radio-omroep Radio Herrijzend Nederland (HZ) vanuit Eindhoven. Op maandag 2 oktober 1944 is de eerste proefuitzending, de dag erop gevolgd door een volledig programma. Voornaamste doel is informeren en bemoedigen met onder andere nieuwsberichten, reportages en zes uur per dag grammofoonmuziek. De radiomakers konden maar van een honderdtal platen gebruikmaken. Extra platen kwamen daarom uit Londen en Brussel. Ook de regionale bevolking stelden hun verzamelingen ter beschikking. In juli 1945 vertrok de HZ naar Hilversum, waar echter de samenwerking niet goed vlotte, zodat de HZ vanuit Eindhoven bleef uitzenden. Enige onduidelijkheid was inmiddels ontstaan over het verschijnsel jazz (oude stijl versus swing).

De HZ zond losse jazzuitvoeringen uit van het Ted Powder Sextet en combowerk van altsaxofonist/gitarist Lex van Spall en violist Sem Nijveen. Daarnaast bestonden wekelijkse swing- en jazzplatenprogramma’s van ongeveer een half uur, soms gewijd aan één jazzmusicus, zoals Duke Ellington en Louis Armstrong. Het betrof voornamelijk vooroorlogse platen. Nieuwe opnamen waren er nog niet.

De uitzendingen werden niet door iedereen op prijs gesteld. Zo is er een stuk “Moderne Wanklanken” in het nieuws- en advertentieweekblad de Geldersche Krant van januari 1946 waar de auteur zich stoort aan de grote hoeveelheid “cacophonie van kattengekerm, berengebrul en andere lawaaikronkels” bij HN en bij de Gendringsche Radio die soms voor de aandrang van “een verdwaasden jazz-maniak” zwichtte.

American Forces Network (AFN)