De Index der consumptieprijzen in België, of kortweg de index of CPI, is een middel om de maandelijkse veranderingen in de kosten van het levensonderhoud te bepalen door de kostprijs van een vastgelegde korf goederen en diensten te registreren. Dit indexcijfer wordt in België sinds 1920 gemeten en doorheen de jaren werden steeds meer uitkeringen, uitgaven en vergoedingen gekoppeld aan dit meetinstrument. De representatieve korf goederen (ook getuigen genoemd) werd ook stelselmatig aangepast aan de noden van de tijd. De prijzen van deze getuigen worden op verschillende plaatsen in het land opgenomen (de lokaliteiten genoemd).

Via diverse hervormingen streeft men ernaar om de evolutie van de levensduurte zo goed als mogelijk te bevatten. In de index worden de producten en diensten opgenomen die representatief zijn voor het koopgedrag van de Belgische consument. De getuigen hebben een wegingscoëfficiënt die overeenkomt met het bestedingsbedrag van een gemiddeld Belgisch gezin en de opgenomen prijzen in de verschillende lokaliteiten wegen door in verhouding tot hun bevolkingsaantal. Het CPI is een Laspeyres-index.Een Laspeyres-index geeft aan alle goederen en/of diensten die opgenomen zijn in de index een representatief gewicht. Deze verdeling blijft in principe dan vaststaan om de bekomen indexcijfers te kunnen vergelijken. Bij het CPI verandert men op regelmatige basis de goederen en diensten en ook hun relatieve belang in de korf om zo representatief mogelijk te zijn. De Laspeyres-index wordt zo genoemd naar de Duitse econoom-statisticus Etienne Laspeyres (1843-1913) Bij de berekening van het CPI worden in de teller en de noemer de 'hoeveelheden' (=gewichten) van het basisjaar gebruikt.

Dit cijfer heeft in België een groot belang daar vele uitkeringen en uitgaven automatisch aan deze index gekoppeld worden. In diverse cao's spreekt men een spilindex af; wanneer deze overschreden wordt, volgt automatisch een loonaanpassing.

Geschiedenis In 2020 bestond het Belgische indexcijfer precies 100 jaar.

Eerste indexcijfer Na de Eerste Wereldoorlog kende men in België grote prijsstijgingen. Dit veroorzaakte sociale onrust, de koopkracht van de bevolking werd aangetast. De socialistische minister van Nijverheid en Arbeid Joseph Wauters voerde in 1920 het indexcijfer der kleinhandelsprijzen in. Hiermee wilde hij de koopkracht van de werknemers vrijwaren. Aanvankelijk waren het enkel de CAO's van de mijnsector, hout en stoffering en de sector van het boek die voorzagen in een automatische koppeling van de lonen aan dit indexcijfer. Dit eerste indexcijfer werd bekomen door de prijzen bij te houden van 56 getuigen, dit waren 55 levensnoodzakelijke goederen en 1 dienst. Deze prijzen werden bijgehouden in 59 steden en gemeenten met grote handelsactiviteit. Deze eerste korf goederen werd aangehouden tot de eerste hervorming in 1939. De lijst van goederen zoals ze beschreven stond in het Wekelijksch Bulletijn van de Bank van Brussel, nr. 9 van 27/02/1937:

+Samenstelling van de index van 1937 VoedingGewoon broodMargarineAardappelenInlandsche reuzelKoffie 'Santos'Gesmolten ossevetSuikerij in poeder en in pakkenRundvleesch (3 soorten)RijstVarkenvleeschWitte gezaagde en gerijde suiker (2)Inlandsch spekBoonenAmerikaansch spekOlijfolieBloedworstAardnotenolieLeverpasteiAzijn 'Etoile'Visch,bokkingGeroomde melkSardinen St-Louisvolle melkTafelbier op tonKeukenzoutCacaoEiersHuischocolade 'légal'Inlandsche boerenboterTheeInlandsche melkerijboterMacaroni KledingOp maat gemaakt heerenkostuumStaande boord 'Richmond'Vilten bolhoedGrove werksokkenWerkmanspetGewone sokkenGekleede petMansschoenenWit katoenen ManshemdKlompenKlompenWit gemengd lijnwaden manshemdVolledige herzolinghalve zolen en achterlappen Verwarming en allerhandeSmeerzeepsteenkool 'tout-venant'Sunlightzeep in stukkenHondsgrasborstels, type 13GasElektriciteitAmerikaanse dweilen 65 × 65Bougies 'de la Cour'PijptabakZwavelstokjes 'Union'

In deze allereerste indexkorf werd geen rekening gehouden met het belang van elk artikel in het gezinsbudget. Als basis werd het cijfer van april 1920 genomen. Merk op dat specifieke merken worden genoemd. Vrouwenkleding werd niet in rekening gebracht.

Index der kleinhandelsprijzen (1939-1968) datumCPIgezondheidsindexverschil 1/1/199699,2899,41 + 0,13 1/1/1997101,56101,26 − 0,30 1/1/1998101,99101,83 − 0,16 1/1/1999102,96103,07 + 0,13 1/1/2000104,80104,29 − 0,51 1/1/2001107,11106,48 − 0,63 1/1/2002110,22109,93 − 0,29 1/1/2003111,55110,94 − 0,61 1/1/2004113,32112,67 − 0,65 1/1/2005115,88114,68 − 0,80 1/1/2006118,93116,98 − 1,95 1/1/2007120,91119,37 − 1,54 1/1/2008125,09122,70 − 2,39 1/1/2009127,99126,80 − 1,19 1/1/2010128,78126,69 − 2,09 1/1/2011132,93130,13 − 2,80 1/1/2012137,78134,53 − 3,25 1/1/2013139,79136,52 − 3,27 1/1/2014141,37138,22 − 3,15 1/1/2015140,46138,24 − 2,22 1/1/2016142,91140,73 − 2,18 1/1/2017146,69143,79 − 2,90 1/1/2018149,19146,15 − 3,04

De eerste hervorming werd doorgevoerd in 1939. De korf met getuigen werd gewijzigd, 33 getuigen werden vervangen en men bepaalde 62 lokaliteiten. Nieuw was echter dat deze niet meer forfaitair meetelden, hun belang werd bepaald op basis van het bevolkingsaantal. De nieuwe basis werd gemeten over 3 jaren (1936 - 1937 en 1938) teneinde te grote prijsschommelingen op te vangen.

De tweede hervorming (1955) leidde tot een korf van 79 getuigen.

Index der consumptieprijzen (1968-heden) Bij de derde hervorming (1968) werd het indexcijfer der kleinhandelsprijzen de indexcijfer der consumptieprijzen. De korf werd verder uitgebreid tot 147 getuigen. Het was bovendien de eerste index die rekening hield met een gezinsbudgetenquête. Sindsdien werden er meerdere tussentijdse aanpassingen doorgevoerd. De vierde grote hervorming (1976) voorzag in 358 getuigen (269 goederen, 88 diensten en een nieuwe getuige voor de huurprijs), de vijfde hervorming (1984) breidde de korf verder uit naar 401 getuigen (waarvan 200 farmaceutische producten), de zesde hervorming (1991) voorzag in 429 getuigen.

Gezondheidsindex In 1994 werd een afzonderlijke gezondheidsindex ingevoerd, 24 DECEMBER 1993. - Koninklijk besluit ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. naast het algemene indexcijfer der consumptieprijzen. Concreet werden de tabaksproducten, de benzine en diesel en de alcoholische dranken geschrapt. Sinds 1 januari geldt het 4-maandelijks voortschrijdende gemiddelde (ook 'afgevlakte index' genoemd) als basis voor de indexering van de lonen en sociale uitkeringen. Deze maatregel van de regering Dehaene I was een poging om de stijging van het indexcijfer te beperken. Op die manier werd de loonkost onder controle gehouden. Anderzijds dient gesteld dat deze index minder accuraat de kosten van het levensonderhoud van de modale consument weerspiegelt. De tabel hiernaast illustreert in welke mate de gezondheidsindex trager stijgt dan de CPI, het basisjaar is 1996.

Hervormingen (1998-heden) De consumptieprijzen-index werd echter verder opgemeten, met name voor het berekenen van de inflatievooruitzichten door het Federaal Planbureau. Een zevende hervorming dateerde van 1998. Deze zevende hervorming breidde de korf verder uit naar 481 getuigen, gemeten in 65 lokaliteiten. Als gevolg van de Europese verordening 2016/792Europese Verordening (EU) 2016/792 van 11 mei 2016 betreffende geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen en van de huizenprijzen. werden de prijzen van verbruiksuitgaven geregistreerd volgens de internationale COICOP-nomenclatuurClassification of Individual Consumption According to Purpose (COICOP) 2018. Gearchiveerd op 1 september 2022. hetgeen een uniforme vergelijking van het inflatiepeil binnen de Europese Unie mogelijk maakt.

hoofdgroepwegingscoëfficiënt 2006voedingsmiddelen en dranken19,35 %tabak1,5 %kleding en schoeisel6,24 %Huisvesting, huur, water, elektriciteit, gas 15,70 %huishoudtextiel, meubelen, elektrische apparaten, huishoudbenodigdheden 7,28 %gezondheidsuitgaven4,25 %vervoer15,62 %communicatie3,66 %recreatie en cultuur12,35 %onderwijs0,58 %horeca7,03 %diverse7,02%

Een achtste hervorming, in 2006, werd gebaseerd op de gezinsbudgetenquête.Een gezinsbudget enquête is een grote bevraging naar het bestedingspatroon van een gezin. Voor de enquête van 2004 werden 3.785 gezinnen gevraagd om hun bestedingen een jaar lang bij te houden. Op basis van deze gegevens worden de producten gekozen en krijgen ze hun wegingscoëfficiënt. van 2004. De indexkorf werd geactualiseerd (103 getuigen werden verwijderd, 129 werden nieuw toegevoegd) en het relatieve belang van elke getuige werd herbekeken. De 507 getuigen werden opgedeeld in 12 hoofdgroepen. Eén getuige kan op haar beurt een groep goederen vertegenwoordigen. Voor de getuige 'vers fruit' en 'verse groenten' voorziet men in een pakket fruit of groenten soorten dat afhankelijk van het seizoen wisselt van inhoud. 86% van de prijzen worden opgenomen door indexagenten die maandelijks prijzen gaan noteren. 14% wordt centraal ingewonnen door middel van opvraging. Als basis werd het jaar 2004 genomen.

Een negende hervorming werd de index van januari 2014. De getuigen werden nogmaals uitgebreid naar 616. Het gewicht van elke getuige wordt afgeleid van huishoudbudgetonderzoek van 2013. Men stapt af van de 65 lokaliteiten omdat grote winkelketens veeleer een nationaal prijsbeleid voeren. Bovendien lagen grote winkelcentra buiten de vroeger gedefinieerde lokaliteiten. Men voorziet in jaarlijkse bijsturingen om zo het consumentengedrag op de voet te volgen.De index van 2014 is een kettingindex, waarbij afgestapt werd van de Laspeyres-index. Wijzigingen worden naadloos doorgevoerd en zodoende wordt er niet meer gerefereerd aan vaste referentiejaren (in dit geval 2013), het cijfer zal blijven doorlopen. Vanaf januari 2015 doet men ook beroep op scannerdata van grootwarenhuizen en winkelcentra, vanaf 2018 werd de actualisering jaarlijks doorgevoerd, en sinds 2019 werd ook webscraping gebruikt.

Centenindex Om de sociale tekorten in de begroting te verkleinen werd in 2026 de centenindex ingevoerd. Het gedeelte van een maandloon van meer de 4.000 euro (2.000 euro voor pensioenen) werd niet meer geïndexeerd. De werkgever moest een deel van deze niet-indexering doorstorten aan de overheid, om de minderinkomsten van de overheid te compenseren (bedrijfsvoorheffing, sociale bijdragen). Deze ingreep werd door een groot deel van de bevolking en de sociale partners gecontesteerd. Merk op dat ook in de periode1982-1983 het deel van het loon boven het gewaarborgd maandinkomen niet werd geïndexeerd.

Indexcommissie Reeds in 1935 werd de commissie van het indexcijfer van de kleinhandelsprijzen opgericht. Deze bestond uit wetenschappers, vertegenwoordigers van de werkgevers en vertegenwoordigers van de werknemers. De Indexcommissie is een paritair samengestelde commissie, bestaande uit werknemers- en werkgeversorganisaties en academici. Deze commissie geeft aan de minister van Economie advies over alle vraagstukken rond de consumptieprijsindex en geeft ook maandelijks advies over het door de Algemene Directie Statistiek berekende indexcijfer.Volgens een persbericht van de Algemene Directie Statistiek en Economische informatie (FOD econonomie, KMO, Middenstand en Energie) van 10 januari 2014

Koppeling aan de lonen en uitkeringen Welvaartsvastheid In België zijn lonen, vergoedingen, vervangingsinkomens, pensioenen, huurprijzen, verzekeringspremies, etc. aan de gezondheidsindex gekoppeld. Zodoende wordt het inkomen van de doorsnee Belg "welvaartsvast".