thumb|right|Handtekening van koning (Rex) en keizer (Imperator) Eduard VIII. De keizer(in) van India was tussen 1877 en 1947 het staatshoofd van Brits-Indië. De titel werd voor het eerst toegekend aan de Britse koningin Victoria, nadat Brits-Indië volledig onder de Britse kroon was komen te staan. Na de Indiase opstand van 1857 hadden de Britten het gezag van de Mogolkeizer ten einde verklaard, de laatste keizer naar Birma verbannen en de meeste van zijn zoons zonder proces geëxecuteerd.

Het voeren van deze titel was een initiatief van premier Benjamin Disraeli. Mogelijk kon koningin Victoria het maar moeilijk verdragen dat haar familieleden in Duitsland en Rusland een keizerstitel droegen en zij niet. Dit laatste was zeker Victoria's kleinzoon, de Duitse keizer Wilhelm II niet ontgaan. Hij had er aardigheid in om, in kleine kring, aan zijn grootmoeder te refereren als de 'keizerin van Hindoestan'.

De Britse koningen bleven de titel voeren totdat India onafhankelijk werd. Koning George VI van het Verenigd Koninkrijk was derhalve ook de laatste keizer van India.

Sinds 1877 ondertekenden de Britse vorsten, na hun naam met RI (Rex/Regina Imperator/Imperatrix): Koning(in) en Keizer(in).

Keizerin en keizers van India Victoria (1877-1901) Edward VII (1901-1910) George V (1910-1936) Edward VIII (1936) George VI (1936-1947)

Categorie:Brits koningshuis