thumb|Duits atoomwapen
De jacht op het Duitse atoomwapen in de Tweede Wereldoorlog was de zoektocht van verschillende geheime militaire organisaties van de geallieerden naar atoomgeleerden en materiaal van het Duitse atoomprogramma in Italië, Frankrijk en nazi-Duitsland.
Achtergrond Al aan het begin van de oorlog kwamen de geallieerde inlichtingendiensten erachter dat er in het diepste geheim een Duitse militair atoomprogramma werd opgestart met de waarschijnlijke bedoeling om voor de nazi’s een atoombom te ontwikkelen. Er was onder meer een Uranverein opgericht. Uit verschillende bronnen (waaronder die van geleerden) waren de geallieerden erachter gekomen dat zo’n atoombom in verkeerde handen de loop van de oorlog nadelig voor hen kon beïnvloeden. Om te voorkomen dat de nazi’s als eersten de bom zouden ontwikkelen, werden er verschillende geheime militaire teams samengesteld die op jacht gingen naar atoomgeleerden, informatie (documentatie) en uranium. Er werd door deze teams ook gezocht naar informatie hoever de Duitsers precies waren gevorderd in de ontwikkeling van een kernbom.
Een tweede reden voor deze teams was dat de geallieerden zo veel mogelijk Duitse kerngeleerden uit de handen van de Sovjet-Unie wilden houden. Zelfs enkele weken nadat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen, werden familieleden en andere belangrijke personen uit de Russische zone van Berlijn ontvoerd door de 30e Assault Unit. Om geen argwaan te wekken werden deze Duitsers in geallieerd militair uniform en in geallieerde militaire voertuigen, onder de neus van de Sovjets, over de grens gesmokkeld (Operation Paperclip). De Sovjets kwamen echter achter het bestaan van deze smokkel, wat de relaties tussen de Westelijke geallieerden en de Sovjet-Unie - al enkele weken na de oorlog - danig bekoelde. Er zijn bronnen die beweren dat de Sovjets ook bezig waren met het ontvoeren of pogen te ontvoeren van belangrijke personen. In één geval werd een Sovjet-ontvoeringspoging verijdeld.
30-AU en Alsos
In Engeland stond Ian Fleming (de schrijver van James Bond) aan het hoofd van de 30e Assault Unit, of afgekort 30 AU. Deze eenheid was in september 1942 opgericht door het hoofd van de Britse Naval Intelligence en werd uiteindelijk in 1946 ontbonden. De 30 AU bestond oorspronkelijk uit drie verschillende militaire eenheden die in december 1943 werden samengevoegd tot één enkele eenheid. De 30e AU opereerde zelfstandig en schrok er niet voor terug om met grote snelheid diep in vijandelijk gebied door te dringen, waarbij zelfs voor de geallieerde opmars uit werd doorgereden. De gedachte achter deze werkwijze was, dat als een front nog ver weg was, de Duitsers er nog niet over nadachten om documenten of materiaal te vernietigen.
Verder moest 30 AU geheime infiltraties uitvoeren in vijandelijk gebied te land, ter zee en in de lucht. Gezocht werd naar codes, documenten, materiaal en Duitse wetenschappers. 30 AU werkte vaak samen met de Intelligence Corps' Field Security Sections. 30 AU voerde missies uit in Noord-Afrika, de Griekse eilanden, Noorwegen, Sicilië, het eiland Pantelleria, Italië en Corsica.
In Normandië werd 30 AU op D-Day afgezet op Juno Beach en Utah Beach (de eenheden werden gecodeerd als Woolforce en Pikeforce). Er werd gebruikgemaakt van Jeeps. In eerste instantie probeerde 30 AU een Duits Würzburg-radarstation in te nemen bij Douvres-la-Délivrande en later vocht de eenheid zich een weg naar Cherbourg. De betreffende commandant van 30 AU bezat een zogeheten Black Book, waarin alle Duitse geleerden en het opgesomde atoommateriaal stonden beschreven die koste wat het kost moesten worden gevonden. Werd atoommateriaal of een atoomgeleerde gevonden, dan werd het materiaal ter plaatse geconfisqueerd en de geleerde gearresteerd om naar Engeland te worden afgevoerd waar verdere ondervraging plaatsvond.
Zo werd op 3 mei 1945 de fysicus Werner Heisenberg gearresteerd in de berghut van zijn familie te Urfeld aan de Walchensee ten zuiden van München.Hij was op 20 april 1945 per fiets uit Haigerloch gevlucht. en naar Engeland overgebracht alwaar hij over zijn rol ondervraagd werd. Heisenberg was niet de enige die de geallieerden oppakten. Na de oorlog werd de top 10 Duitse atoomgeleerden in Engeland in een speciaal safehouse (Farm Hall nabij Cambridge) geïnterneerd. Dit project werd Operation Epsilon genoemd. Alle onderlinge gesprekken van de Duitse geleerden werden zonder hun medeweten door de Secret Intelligence Service (SIS) opgenomen. Mede door deze afgeluisterde gesprekken zouden de Britten tot het besef zijn gekomen, dat de Duitsers nog niet ver genoeg waren gevorderd in de ontwikkeling van een kernbom. Bovendien schatten de Duitse kerngeleerden de hoeveelheid kritische massa van een kernbom te hoog in.
De tien Duitse kerngeleerden werden in januari 1946 vrijgelaten.
Tot op de dag van vandaag zou niet bekend zijn wat precies tijdens deze sessies in Farm Hall verteld is. Dit vormt tot op heden een onderwerp van discussie. Er zijn wel transcripties beschikbaar, maar of de transcripties overeenkomen met de originele opnamen is niet met zekerheid te achterhalen.
30 AU was niet de enige geheime groep die op zoek was naar bovenstaande zaken. Ook het Alsos-team deed hier aan mee. De naam was een verwijzing naar generaal Leslie Groves,Alsos is een Grieks woord dat 'heilig bos' betekent; het Engelse woord groves betekent 'bosjes'. hoofd van het Manhattanproject. Wetenschappelijk hoofd van dit team was dr. Samuel Goudsmit, een Amerikaanse kerngeleerde van Nederlandse afkomst en verbonden aan het Manhattan-project. De Amerikaanse baseballspeler Moe Berg, die voor de OSS was gerekruteerd, verleende belangrijke diensten naast Alsos, zoals de ondervraging van Duitse en Italiaanse geleerden. Ook kwam hij na gesprekken met Duitse geleerden - onder wie Heisenberg - erachter dat het Derde Rijk nog niet zo ver was in de ontwikkeling van een atoombom. Hij had van de OSS de opdracht om Heisenberg direct te liquideren indien zou blijken dat het atoomwapen binnen Duits handbereik was gekomen.How Uncertain Was He?, The New York Times, 4 maart 1993. Gearchiveerd op 5 juni 2023.
Alsos-agenten waren Amerikaanse militairen die dezelfde doelen nastreefden als 30 AU, maar de lagere Alsos-agenten waren uit veiligheidsoverwegingen niet geïnformeerd over het bestaan van het Manhattanproject. Bij eventuele gevangenneming kon er geen gevoelige informatie uitlekken naar de vijand en konden Duitse geleerden nooit achter een goed werkend principe van een kernreactor komen. Ook het Alsos-team, onder leiding van kolonel Boris Pash, was op zoek naar Duitse atoomgeleerden en atomair materiaal. Het team wist de plaats te lokaliseren waar een Duitse kernreactor verborgen werd gehouden. De reactor werd ontdekt in een grot onder een kasteelkerk in het plaatsje Haigerloch, circa 50 kilometer ten zuiden van Stuttgart. Op enige afstand buiten het kasteel in een bosgebied, werd op aanwijzingen van ondervraagde Duitse wetenschappers, een hoeveelheid uranium voor deze kernreactor in de grond aangetroffen en uitgegraven. Later bleek dat de Duitse kerngeleerden er niet in waren geslaagd om gedurende dit project voldoende uranium te verzamelen. Het kostte de geallieerden moeite om het zware uranium uit de grond te halen en te vervoeren. Ook werd een voorraad zwaar water gevonden dat als moderator voor de kernreactor kon worden gebruikt.
Duitse misrekeningen miniatuur|Britten en Amerikanen ontmantelen de Duitse kernreactor Dat de Duitsers als moderator deuterium gebruikten, kwam door een wetenschappelijke vergissing aan Duitse zijde. In diezelfde periode werd geëxperimenteerd met grafiet als moderator. In januari 1941 maakte de fysicus Walther Bothe een misrekening, die door Heisenberg werd overgenomen: grafiet zou niet bruikbaar zijn als moderator. De Duitse kerngeleerden stapten derhalve ten onrechte over op deuterium. De Hongaarse wetenschapper Leó Szilárd had de Verenigde Staten (op dat moment nog neutraal in de Tweede Wereldoorlog) ertoe bewogen hun wetenschappelijke resultaten omtrent het gebruik van grafiet geheim te houden. Hierdoor waren Duitse wetenschappers niet in staat om te leren van deze nieuwe inzichten en konden ze er niet via de wetenschappelijke literatuur achter komen dat hun eigen wetenschappelijke inzichten onjuist waren. Verder meenden de Duitse geleerden - ook ten onrechte - dat voor een werkende kernbom zeer veel uranium nodig was. Eveneens onterecht was hun veronderstelling dat een kernbom eerder een wapen voor de toekomst was; de geallieerden kwamen tot de slotsom dat met de wetenschappelijke kennis van die dagen binnen korte tijd een kernwapen kon worden gebouwd.
De geallieerden zijn er bijna in geslaagd om de gehele Duitse zwaar-waterproductie (en de aanwezige voorraad) te achterhalen en te vernietigen. Uit informatie na de Tweede Wereldoorlog blijkt echter dat niet alle voorraad en productie-eenheden konden worden achterhaald. Uit de archieven van de Norsk Hydro elektriciteitscentrale in Vemork, waar zwaar water werd geproduceerd, blijkt dat in maart 1944 nog een zending deuterium de geallieerden ontglipt was en zonder problemen naar Duitsland was vervoerd. Deze voorraad kwam in handen van de Duitse kerngeleerde Heisenberg. Ook in Haigerloch werd een deel van een voorraad zwaar water aangetroffen. Een deel van de voorraad die – dankzij het Noorse verzet – wél werd onderschept (op 20 februari 1944), ligt dankzij een bomaanslag van Special Operations Executive (SOE) nu tezamen met de veerboot op de bodem van het Noorse meer Tinnsjå.
Afwikkeling van Haigerloch thumb|De kernreactor bevond zich onder deze kasteelkerk. thumb|Reconstructie van de kernreactor in Haigerloch
Het oorspronkelijke Amerikaanse plan om de Duitse kernreactor in Haigerloch ter plaatse op te blazen stuitte op verzet van een aantal geestelijken. Zij stelden dat bij het opblazen ook de barokke kasteelkerk erboven zou worden verwoest. De Amerikanen besloten daarop om de bunker met de reactor (voorzichtig) gedeeltelijk te vernielen. Het Duitse uranium (in totaal twee ton) werd vervolgens met twintig vliegtuigen naar Engeland overgevlogen. Bepaalde onderdelen van de reactor werden naar de Verenigde Staten overgebracht. In totaal werd vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa, duizend ton aan uranium naar de VS verscheept en gebruikt voor het Manhattanproject.
Geheime missies van Alsos De volgende Alsos-operaties zijn bekend:
Operatie Cellastic Operatie Toothpaste Operatie Jackpot Operatie Humbug Operatie Big Operatie Epsilon
Eerste Alsos-missie Eind 1943 werd Alsos in Italië ingezet in de zoektocht naar de fysici Carlo Wick en Edoardo Amaldi. Beide natuurkundigen werkten in 1931 in een onderzoeksgroep aan de Universiteit van Leipzig. Alsos was in beiden geïnteresseerd, aangezien werd vermoed dat Wick en Amaldi iets zouden weten van het Duitse kernonderzoek. Hoewel Wick goed bevriend was met de Duitse fysicus Heisenberg (en bij het onderzoek naar U-235 betrokken was geweest), kon het Alsos-team via hem geen informatie achterhalen. De beide fysici bleken nooit verbonden te zijn geweest aan het Duitse kernonderzoeksprogramma. De eerste poging van Alsos leverde dus geen informatie op.
Tweede Alsos-missie