thumb|300px| De eurozone (of eurosysteem, eurolanden, eurogebied) zijn de landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben. De Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor het monetair beleid binnen de eurozone.
EU-landen met de euro als munt Sinds 1 januari 2026 telt de Europese Unie 21 eurolanden. Lidstaat Eurozone sinds Voormalige munteenheid 1 januari 2002 Belgische frank Duitse mark Portugese escudo Spaanse peseta Finse mark Franse frank Griekse drachme Iers pond Italiaanse lire Luxemburgse frank Nederlandse gulden Oostenrijkse schilling 1 januari 2007 Sloveense tolar 1 januari 2008 Cypriotisch pond Maltese lire Slowaakse kroon 1 januari 2011 Estische kroon 1 januari 2014 Letse lats 1 januari 2015 Litouwse litas 1 januari 2023 Kroatische kuna 1 januari 2026 Bulgaarse lev
EU-lidstaten die de euro (nog) niet gebruiken Zes lidstaten van de Europese Unie gebruiken de euro (nog) niet. Op Denemarken na zijn al deze landen verplicht om op termijn de euro in te voeren. Lidstaat EU-lid sinds Munteenheid Verwachte invoeringsdatum 1 januari 1973 Deense kroon Niet van toepassing 1 januari 1995 Zweedse kroon Niet bekend 1 mei 2004 Tsjechische kroon Niet bekend 1 mei 2004 Hongaarse forint 2010 (niet gehaald) 1 mei 2004 Poolse złoty Niet bekend 1 januari 2007 Roemeense leu Niet bekend
Niet-EU-landen met de euro als munt Binnen Europa Land De facto sindsDe jure sindsVoormalige munteenheid1 januari 20021 januari 2002Franse frank (officieel Monegaskische frank)Italiaanse lire (officieel San Marinese lire)Italiaanse lire (officieel Vaticaanse lire)1 juli 2013Franse frank en Spaanse pesetaGeen overeenkomstDuitse mark Monaco, San Marino en Vaticaanstad hadden alle drie een monetaire overeenkomst met respectievelijk Frankrijk en Italië waardoor ze meteen konden overgaan op de euro en hun eigen munten mogen slaan.Agreements on monetary relations (Monaco, San Marino, the Vatican and Andorra) EUR-Lex, bezocht 9 maart 2015. Gearchiveerd op 2 juli 2023. De munten van San Marino en Vaticaanstad worden geslagen in Rome, deze van Monaco in Parijs. Ondanks dat de normale munten Europees mogen worden gebruikt zijn deze vooral voor verzamelaars.
Andorra geniet een speciale behandeling van de Europese Unie. Andorra wordt bijvoorbeeld gelijkgesteld met leden van de EU voor de handel in vervaardigde goederen, maar niet voor landbouwproducten. Het dwergstaatje had – in tegenstelling tot de andere kleine Europese staten – lange tijd geen eigen euromunten. Andorra had nooit een monetaire overeenkomst met Frankrijk of Spanje afgesloten maar mocht de Franse frank en de Spaanse peseta gewoon gebruiken. Toen Frankrijk en Spanje overgingen op de euro, deed Andorra de facto hetzelfde maar het land had geen overeenkomst met de Europese Unie. Tussen 2004 tot 2011 onderhandelden Andorra en de EU over zo'n overeenkomst om de euro tot de officiële munteenheid van Andorra te maken en het land heeft hiervoor zijn gehele bancaire stelsel aan de wensen van de EU aangepast. Op 30 juni 2011 werd bekendgemaakt dat Andorra en de EU een overeenkomst hadden afgesloten en hiermee werd de euro per 1 juli 2013 de officiële munteenheid van Andorra. Sindsdien mag het land eigen munten slaan maar het land brengt geen papiergeld uit.Monetary Agreement between the European Union and the Principality of Andorra, 30 juni 2011
Niettegenstaande de vier bovengenoemde landen de euro als officiële betaalmiddel mogen gebruiken, zijn zij geen officiële leden van de eurozone aangezien ze geen leden van de Europese Unie zijn.
Montenegro voerde in 1999 de Duitse mark in om te ontkomen aan de hyperinflatie van Federale Republiek Joegoslavië. Kosovo voerde onder VN-bestuur eveneens in 1999 de Duitse mark in met als doel de relatie tussen Joegoslavië en Kosovo te versoepelen en de economie weer op gang te krijgen. Toen Duitsland op 1 januari 2002 overging op de euro, deden Montenegro en Kosovo de facto hetzelfde maar zonder overeenkomst met de EU.
Overig Op 29 januari 2009 verkondigde de regering van Zimbabwe dat het vanaf dat moment toegestaan was om met buitenlandse valuta te betalen, iets wat voorheen verboden was; een verbod dat vanwege de toenmalige hyperinflatie toch al massaal genegeerd werd. Hoewel in 2024 de ZiG als nieuwe Zimbabwaanse munteenheid werd ingevoerd, worden een aantal buitenlandse munteenheden waaronder Amerikaanse dollar, de Zuid-Afrikaanse rand, het Britse pond en de euro nog steeds als betaalmiddel gebruikt.
Overzeese gebiedsdelen De euro is ook ingevoerd in de ultraperifere gebieden van de Europese Unie, gebiedsdelen van een lidstaat waar de EU-wetgeving geldt. Naam Lidstaat Continent Politieke aanduiding Voormalige munteenheid20px|border Guadeloupe Noord-Amerika Frans overzees departement Guadeloupe frank20px|border Martinique Martinikaanse frank Saint-Martin Franse overzeese gemeenschap Guadeloupe frank20px|border Mayotte Afrika Frans overzees departement 20px|border Réunion Réunion frank20px|border Frans-Guyana Zuid-Amerika Frans-Guyaanse frank20px|border Azoren Europa Autonome regio Portugese escudo20px|border Madeira Afrika20px|border Canarische Eilanden Afrika Autonome gemeenschap Spaanse peseta De euro is ook ingevoerd in twee Franse gebieden met de status landen en gebieden overzee (gebieden die geen deel uitmaken van het grondgebied van de lidstaat, maar waar de burgers wel de nationaliteit van de lidstaat bezitten) en in de Franse Zuidelijke en Antarctische Gebieden. Naam Lidstaat Continent Politieke aanduiding Voormalige munteenheid20px|border Saint-Barthélemy Noord-Amerika Franse overzeese gemeenschap Guadeloupe frank20px|border Saint-Pierre en Miquelon Saint-Pierre en Miquelon frank20px|border Franse Zuidelijke en Antarctische Gebieden Afrika en Antarctica Frans overzees gebied
Toekomstige eurolanden thumb|Eurozone: De 27 EU-landen zijn verplicht om de euro in te voeren, zodra het betreffende land aan de monetaire eisen voldoet. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben tijdens de onderhandelingen van het Verdrag van Maastricht, waar de komst van de EMU werd vastgelegd, een uitzonderingspositie weten te bedingen. Dit houdt in dat, na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, alleen Denemarken niet verplicht is de euro in te voeren. Het staat het land vrij om deze uitzonderingspositie, naar eigen inzicht en op een zelf gekozen moment, op te geven.
Dat geldt niet voor de tien nieuwe lidstaten. Uitzonderingsclausules waren bij hun toetreding niet aan de orde, en de euro was dus onderdeel van hun "toetredingspakket". De bevolking was hiervan op de hoogte; een stem voor toetreding tot de EU in de referenda voorafgaande aan de uitbreiding van 2004, was tegelijkertijd ook een stem voor de euro. Desondanks was de Poolse president Lech Kaczyński van plan een referendum te organiseren over de toetreding van Polen tot de euro, dit tot ongenoegen van eurocommissaris Joaquín Almunia, die Polen eraan herinnerde geen uitzonderingsbepaling te hebben.
De Europese Centrale Bank en de Europese Commissie publiceren een keer in de twee jaar samen een zogenaamd ConvergentieverslagECB: Convergence Report waarin per EU-lidstaat die niet aan de euro deelneemt beschreven wordt in hoeverre het economisch en politiek aan de voorwaarden van toetreding tot de euro voldoet.
Denemarken Denemarken, sinds 1973 lid van de Europese Unie, verwierp in juni 1992 het Verdrag van Maastricht. Denemarken bedong uitzonderingen op het Verdrag betreffende de eenheidsmunt (euro), de gemeenschappelijke defensie, de juridische samenwerking en het Europees burgerschap. Bij een volksraadpleging op 28 september 2000 stemde 53,1 procent van de Deense bevolking tegen invoering van de euro.
Op 22 november 2007 werd door de toenmalige Deense premier Anders Fogh Rasmussen een nieuw referendum over de invoering van de euro aangekondigd. Volgens Rasmussen is er sinds het eerste referendum veel veranderd en is het tijd om de zaken te heroverwegen. Het referendum over de euro zal plaatsvinden zodra het Deense parlement het nieuwe EU-hervormingsverdrag heeft bekrachtigd. Volgens opiniepeilingen zou inmiddels een kleine meerderheid van de Deense bevolking voorstander van invoering van de euro zijn.
Zweden Zweden, dat in 1995 tot de EU toetrad, kon bij de onderhandelingen in 1993 over het Verdrag van Maastricht geen uitzonderingspositie bedingen. Formeel is Zweden hierdoor verplicht de euro in te voeren zodra het aan de monetaire eisen voldoen, maar het land heeft kennelijk besloten de invoering uit te stellen door simpelweg niet toe te treden tot het Europees Wisselkoersmechanisme-II (WKM II), een van de belangrijkste eisen om mee te mogen doen aan de euro. De opstelling van Zweden lijkt door de EU gedoogd te worden.
Deelnemende landen WKM II Op 28 juni 2004 traden Estland, Litouwen en Slovenië toe tot het Europees Wisselkoersmechanisme-II (WKM II), waar op dat moment alleen Denemarken nog toe behoorde (het Verenigd Koninkrijk werd op 16 september 1992, "zwarte woensdag", door toedoen van wisselkoersspeculanten gedwongen het mechanisme te verlaten).
Op 2 mei 2005 traden Cyprus, Letland en Malta toe tot het mechanisme. Op 28 november 2005 volgde ook Slowakije.
Zodra een land overgaat op de euro als munteenheid, verlaat het automatisch het WKM II. Als gevolg hiervan maakt Slovenië er sinds 1 januari 2007 geen deel meer van uit. Hetzelfde geldt sinds 1 januari 2008 voor Cyprus en Malta, sinds 1 januari 2009 voor Slowakije, sinds 1 januari 2011 voor Estland, sinds 1 januari 2014 voor Letland en sinds 1 januari 2015 voor Litouwen.
Per saldo was sinds de Litouwse overgang op de euro Denemarken nog het enige deelnemend land aan het WKM II. Dit is sinds 11 juli 2020 niet meer het geval, omdat Kroatië en Bulgarije toen toetraden tot het wisselkoersmechanisme. Per 1 januari 2023 is Kroatië overgegaan op de euro en per 1 januari 2026 heeft ook Bulgarije haar eigen munt voor de euro ingeruild.
Inflatie Inflatie in de eurozone berekend volgens de HICP (Harmonized Indices of Consumer Prices), de Europese normindex om de inflatiecijfers tussen de verschillende landen te kunnen vergelijken. De inflatiecijfers zijn:Percentage EuroStat, bezocht 21 januari 2026Index EuroStat, bezocht 21 januari 2026 Jaar Index Percentage 1999 74,48 1% 2000 76,05 2,1% 2001 77,83 2,3% 2002 79,58 2,3% 2003 81,24 2,1% 2004 82,98 2,1% 2005 84,79 2,2% 2006 86,64 2,2% 2007 88,49 2,1% 2008 91,38 3,3% 2009 91,65 0,3% 2010 93,14 1,6% 2011 95,66 2,7% 2012 98,05 2,5% 2013 99,38 1,4% 2014 99,81 0,4% 2015 100,00 0,2% 2016 100,23 0,2% 2017 101,78 1,5% 2018 103,56 1,8% 2019 104,80 1,2% 2020 105,06 0,3% 2021 107,78 2,6% 2022 116,82 8,4% 2023 123,15 5,4% 2024 126,07 2,4% 2025 128,75 2,0%
Trivia De 12 EU-landen die op 1 januari 2002 de euro als wettig betaalmiddel hebben ingevoerd, kun je met het ezelsbruggetje ding flof bips onthouden. Op 7 januari 2011 kwam het Genootschap Onze Taal, na een speciaal hiervoor uitgeschreven prijsvraag, met het nieuwe ezelsbruggetje sms ff bondige clips, waarin ook de landen die later (in 2007, 2008, 2009 en 2011) zijn toegetreden zijn inbegrepen.
Zie ook Europa met meerdere snelheden Europese staatsschuldencrisis Frankzone
Categorie:Euro Categorie:Muntunie Categorie:Europees betalingsverkeer