thumb|Signatuur van P. Hemony op de klok van de Oosterkerk (Amsterdam) thumb|Atlas op het Paleis op de Dam, gegoten door Hemony De gebroeders François Hemony (Levécourt, 1609 – Amsterdam, 1667) en Pierre (Pieter) Hemony (Levécourt, 1619 – Amsterdam, 1 februari 1680) waren de belangrijkste klokkengieters uit de 17e eeuw in de Nederlanden. Zij waren de eersten ter wereld die een zuiver gestemd klokkenspel produceerden, en transformeerden daarbij het carillon, het klokkenspel of de beiaard tot een volwaardig muziekinstrument. In de periode 1642-1679 zouden zij eenenvijftig carillons maken.Lehr, A. (2004) Een klokkengieter schrijft zijn opdrachtgever. De brieven van klokkengieter Pieter Hemony (Amsterdam) aan Abt Antoine de Loose (Ename B.) 1658-1678, p. 15. Zie ook onder bij Werkstukken.

Levensloop François werd omstreeks 1609 te Levécourt in Lotharingen geboren; tien jaar later kwam zijn broer Pierre ter wereld. De familie Hemony behoorde tot die grote groep Lotharingse klokkengieters die tijdens de Dertigjarige Oorlog door geheel Europa trokken om geschut en klokken te gieten. De vader van François en Pieter trok naar Duitsland. Aldaar goot François in 1636 ook zijn eerste klok tezamen met Josephus Michelin, die later waarschijnlijk zijn zwager werd, want François trouwde met een zekere Maria Michelin.

Goor en Zutphen In 1641 goten de gebroeders hun eerste klokken in Nederland, een driegelui voor de stad Goor. In 1643 goten ze het gelui voor de Sint-Vituskerk in Meppen (Duitsland). De volgende stap in hun carrière was in 1642 toen zij de opdracht tot het vervaardigen van een klokkenspel voor de Wijnhuistoren in Zutphen kregen dat in 1644 klaar kwam.Het carillon van de gebroeders Hemony in de Wijnhuistoren in Zutphen is in januari 1920 door brand verwoest; slechts zeven klokken zijn bewaard gebleven zie: info. Het Zutphense stadsbestuur stelde een kloostergebouw in het Isendoornklooster (nu Isendoornstraat 1, locatie Baudartius College) ter beschikking om een gieterij te vestigen. De broers hebben er tot 1657 gewerkt. De Hemony’s waren nog niet bekend met het gieten van carillons. Maar dankzij de hulp van fluitist en beiaardier jonkheer Jacob van Eyck, die uit Heusden kwam, werd dit een groot succes. Ook de uurwerk- en instrumentenmaker Jurriaen Spraeckel uit Zutphen werkte nauw samen met de broers. In de gieterij te Zutphen volgden daarna nog dertien beiaarden waaronder Deventer (Grote of Lebuïnuskerk) en Enkhuizen (Zuidertoren).

François Hemony in Amsterdam In Amsterdam waren de broers bekend geworden door het leveren van een klein klokkenspel voor de beurs. Dit klokkenspel werd na de sloop door Pieter uitgebreid en is nu deels nog aanwezig op de Munttoren. Hierdoor werd François Hemony in 1655 door de stad uitgenodigd om zich onder gunstige voorwaarden als geschut- en klokkengieter in Amsterdam te vestigen. Als eerste kreeg hij de opdracht voor de klokken van de Zuidertoren die hij als laatste nog in Zutphen goot. In Amsterdam goot hij hierna een klokkenspel voor de Oudekerk en de Westerkerk waar ook ongestemde 16e-eeuwse klokken vervangen werden. François eiste een vrije (gratis) woning op het terrein aan de Leidsegracht op het Molenpad. Pas in 1657 kwam François met het gezin naar Amsterdam, terwijl de ongehuwde Pieter zich vestigde in Gent.

thumb|250px|Voormalige klokgieterij van Hemony aan het Molenpad, na 1685 verbouwd tot stal, pak- en koetshuis thumb|250px|links|De klokkengieterij aan de Leidsegracht, op dubieuze gronden toegeschreven aan Gerbrand van den Eeckhout

De gieterij van Hemony lag op stadsgrond aan het Molenpad. De gieterij lag tussen de houten schermschool aan de Prinsengracht en een verlaat nabij de Leidsegracht. Het terrein was gelegen binnen de schans, en vanouds in gebruik als "industrieterrein". De erfgenamen van Abel de Herripon en Albert Hermansz verkochten al hun erven aan de stad, resp. in 1650 en 1659. De molen op het bolwerk verdween en de loop van de Leidsegracht werd veranderd voor de Vierde Uitleg. Tussen 1663 en 1666 zou de schutterij belangrijk zijn uitgebreid. François Hemony goot in deze Amsterdamse gieterij twintig beiaarden waaronder de Nieuwe Toren (Kampen) de Nieuwe Kerk (Delft) en diverse voor het buitenland, zoals in Mainz en Hamburg.

In 1664 voegde Pieter zich bij zijn broer; mogelijk beïnvloed door ziekte van François(?) of zijn slechte ervaringen in Gent dan wel de vele orders voor de Amsterdamse gieterij. Samen goten zij nog vier beiaarden: in Utrecht (Domtoren), Stockholm, het Maastricht Stadhuis en het Stadhuis (nu Paleis op de Dam) in Amsterdam, waar hij ook de beelden op het dak voor goot, ontworpen door buurman Artus Quellinus, die aan de overkant van de Keizersgracht werkte aan de versiering van het nieuwe stadhuis.

thumb|250px|Het Maastrichtse stadhuis, gebouwd in de jaren 1659-1664 door Pieter Post. Het carillon hiervan is een van de laatste beiaarden die door de broers samen werden gegoten.

In die tijd hadden zij hooguit twee à drie leerlingen, zoals de broers Claude Fremy (1646-1699) en (de veel bekwamere) Mammes Fremy (ca. 1651-1684), achterneven van de Hemony’s. Mammes goot in 1681 een klokkenspel voor de Sint-Nicolaaskerk in Purmerend en de basklokken voor de beiaard van Leiden. Deze bestaan beide niet meer. Van Claude bestaat nog een deel van de mislukte beiaard voor de Waagtoren van Alkmaar. Deze bevindt zich in het Loreto-klooster in Praag. Daarnaast is ook de herstemde beiaard van Leeuwarden van zijn hand. Heel wat succesvoller was naast de meesterknecht Claes Noorden vooral Jan Albert de Grave, zoals later zou blijken. Deze maakte onder meer een klokkenspel voor Potsdam, Berlijn en Sint-Petersburg. Alle zijn verloren gegaan. Samen goten ze onder meer een beiaard voor de Abdijtoren in Middelburg die in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Van deze laatste twee klokkengieters is dus ook vrijwel geen klokkenspel behouden gebleven. Wel bestaan er nog losse klokken die als vervanging van beschadigde klokken of als uitbreiding op een klokkenspel werden gegoten.

Tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog werd door Hemony voornamelijk geschut gegoten, Hemony signeerde het geschut niet.

François Hemony werd op 24 mei 1667 begraven, na een rijk leven. Hij leed in zijn laatste levensfase aan malaria. Zijn broer Pieter werd zijn opvolger en voogd over de twee kinderen. De zoon van François Hemony, eveneens François geheten, heeft zich nooit met het gieten van klokken beziggehouden. Pieter Hemony is nooit gehuwd geweest. Zijn inwonende neef zou in 1677 naar Gouda verhuizen. Zijn nicht Anna Margaretha bestierde zijn huishouden. De familie Hemony beschikte over een huiskapel, want zij waren Rooms katholiek.

Pieter Hemony in Gent Tijdens het verblijf van Pieter in de Spaanse Nederlanden leverde hij tussen 1659-1660 onder andere de grote beiaard met 37 klokken en enkele luidklokken: de Triomphanten, voor het Belfort van Gent. Pieter Hemony smolt hiervoor de oude stormklok: Klokke Roeland, in een nieuwe beiaard van 40 klokken. Vanwege een scheur uit 1914 in een van de Triomphanten (in de volksmond ook Klokke Roeland genaamd) stond die naast de toren opgesteld tot 2009. Ze is in 2003 gelast door Eijsbouts en teruggeplaatst op de sokkel naast de toren. De klok werd in 2009 terug van de sokkel gehaald in functie van de heraanleg van het plein waar de sokkel opgesteld stond. De klok is in 2012 in een betonnen klokkenstoel geplaatst in afwachting van de eventuele toevoeging aan de beiaard en is voorzien van een nieuwe klepel zodat ze kan beieren tijdens feestelijkheden zoals de Gentse Feesten. Pieter Hemony voerde een langslepend proces met de stad Gent over de kwaliteit van de basklokken en de betaling hiervan.Bulletin.knob.nl – Pieter Hemony: Gent Dit was mogelijk mede de oorzaak dat hij naar zijn broer François in Amsterdam vertrok omdat daar veel werk te doen was.

Pieter Hemony in Amsterdam Pieter kwam dus in 1664 naar Amsterdam om zijn broer te assisteren. Na diens overlijden zou hij tot zijn dood nog tien beiaarden gieten waarmee de totale productie aan beiaarden door de Hemony’s op 51 kwam. Hieronder was naast de beroemde beiaard van de Sint-Romboutstoren in Mechelen ook het kleinste carillon van de Drommedaris in Enkhuizen Hij werd begraven op de 22 februari 1680 en er is mogelijk urenlang met de klokken geluid.

thumb|250px|Toren van de Sint-Janskerk te Gouda

Het geheim De Hemony's goten hun klokken iets dikker dan strikt nodig; hierdoor waren ze voorzien van een stemreserve. Door een ontwerp van een goed profiel en perfect gietwerk wisten ze klokken te maken die zuiver waren te stemmen. In het stemmen van de klokken waren ze uiterst nauwgezet; zo wisten ze ook de boventonen goed af te stemmen met de hulp van jonkheer Jacob van Eyck die al eerder met een andere klokkengieter had geprobeerd zuiver gestemde klokken te ontwerpen voor zijn beiaard in de Domtoren van Utrecht waar hij stadsbeiaardier was. Hierdoor werd hun eerste klokkenspel voor Zutphen in 1644 een groot succes. Omdat Jacob van Eyck blind was beschikte deze over een uitzonderlijk gehoor. Zo wist hij bijvoorbeeld de boventonen van een wijnglas met zijn fluit te laten resoneren. Hij ontwierp samen met de broers een goed profiel en wist de boventonen in de klok met dit profiel goed af te stemmen, door middel van een klankstavenspel waarop zandkorrels lagen. De klokken werden aan de binnenzijde op een draaibank uitgedraaid. Als de klok de juiste (boven)toon had resoneerden de klankstaven en bewogen de zandkorrels. De klokkengieters uit de 17e eeuw goten hun klokken in vormen die van leem waren gemaakt. Dit had mogelijk ook invloed op de klank omdat leem erg langzaam afkoelt. De klokken werden per gewicht berekend, maar kleinere klokken waren duurder dan de grote; hij goot meestal drie kleine klokken van dezelfde toon om de beste in een beiaard te gebruiken.Lehr, p. 38.

Verdwenen instrumenten Een aantal van hun carillons is door brand, verkoop of oorlogsgeweld verdwenen in de loop der tijden. (Zie de lijst onder) Waaronder in de Tweede Wereldoorlog de zeer fraaie beiaard van de Eusebiustoren bij de slag om Arnhem. Tijdens klokken vordering in de Tweede Wereldoorlog zijn vanaf september 1943 ook klokken van Hemony op de bodem van het IJsselmeer terechtgekomen in de buurt van Urk. Ze waren door de Duitsers gevorderd om tot oorlogstuig versmolten te worden en zaten in een gesaboteerd schip dat op weg was naar Hamburg in Duitsland. Na de oorlog is dit schip gelicht en zijn de klokken teruggekeerd naar hun eigenaar. Zo ook het carillon van de Grote of Sint-Catharijnekerk te Brielle. De nu nog aanwezige Hemonycarillons zijn in de 19e eeuw en tot de jaren zestig van de twintigste eeuw door luchtvervuiling, onder meer door de uitstoot van zwaveldioxide uit kolenkachels, ernstig aangetast. Dit gaf aanleiding tot soms ingrijpende restauraties waarbij meestal de kleinere klokken opnieuw werden gegoten omdat deze in verhouding erger ontstemd waren dan de grotere klokken, maar ook omdat de kleinere klokken te dun van profiel waren in verhouding tot de grote klokken; Hemony beheerste nog niet de kunst om kleinere klokjes met een zwaar profiel te gieten zodat er meer klank ontstond. De instrumenten werden daarbij in de meeste gevallen tegelijkertijd met een octaaf klokken uitgebreid. Enkele carillons zoals dat van de Nieuwe Toren in Kampen hebben het (bij)stemmen overleefd; wel werd hier een uitbreiding tot vier octaven verwezenlijkt in 2012 met profielen die in stemming en dikte en klankkleur aansluiten op de oude historische klokken.

Werkstukken Naast de vele klokkenspelen goten de Gebroeders Hemony ook geschut en kunstwerken, zoals de beelden op het Paleis op de Dam ontworpen door hun buurman Artus Quellinus.

François en Pieter Hemony in Zutphen 1642-1657 Wijnhuistoren in Zutphen (1644-46).Ging grotendeels verloren bij de torenbrand van 1920. Zeven klokken overleefden. 1 Klok uit 1644 hangt nu in de Lasonderkerk in Enschede