thumb|Feyenoord tegen Go Ahead in de jaren '30 De geschiedenis van Feyenoord behandelt het ontstaan en de ontwikkelingen van de Rotterdamse voetbalclub Feyenoord. De club is op 19 juli 1908 opgericht in het Rotterdamse stadsdeel Feijenoord, waar het haar huidige naam aan ontleent. Sinds de promotie in 1921 naar de hoogste voetbalafdeling van Nederland behoort de club onafgebroken tot de beste voetbalclubs van het land.

Dit artikel geeft een samenvatting van ontwikkelingen die van grote invloed zijn geweest op de vorming van Feyenoord. Vanwege de oprichting van Feyenoord in het begin van de 20e eeuw geeft haar geschiedenis tevens een weerspiegeling hoe vele nationale en internationale ontwikkelingen van invloed waren op leden en supporters van de club, Rotterdam-Zuid en het voetbal in Nederland. Zo was sport in het begin van de 20e eeuw voornamelijk weggelegd voor de hogere sociale klassen en hebben volksclubs als Feyenoord bijgedragen aan de populariteit van de sport onder alle lagen van de Nederlandse maatschappij. Feyenoord heeft vervolgens vele nationale en internationale prijzen gewonnen, met name sinds de invoering van het betaald voetbal met als absoluut hoogtepunt de winst van de Europacup I en Wereldbeker voetbal voor clubteams in 1970. Tegelijkertijd hebben internationale gebeurtenissen zoals de Tweede Wereldoorlog, het hooliganisme en de coronapandemie de club grote uitdagingen bezorgd die samen met interne problematiek uiteindelijk de club gevormd hebben.

De beginjaren (1908–1920) Het ontstaan van R.V.V. Feijenoord thumb|Gevelsteen ter herinnering aan de oprichting van de club op de oprichtingsplaats

thumb|100px|Het eerste logo onder de naam Feijenoord uit 1912

Op 19 juli 1908 werd in het koffiehuis 'de Vereeniging' van de eigenaar Jac. Keizer de voetbalclub 'Wilhelmina' opgericht door Kees van Baaren, Gerard van Leerdam, Henk Mulder en Nico Struijs. Het koffiehuis was gevestigd op de Damstraat nummer 2. Op deze locatie, waar tegenwoordig de Persoonsdam de Damstraat kruist, is in 2008 een gevelsteen geplaatst ter herinnering aan de oprichting van de club. De naam was een verwijzing naar de Wilhelminakerk. Op het plein voor deze kerk werd door de oprichters namelijk veelvuldig gevoetbald met andere jongens uit de wijk Feijenoord. Hier woonden voornamelijk arbeidersgezinnen die het niet breed hadden en waarvoor sport een luxe was. Het contrast met de rijke "eliteclubs" uit de stad, zoals Sparta en Concordia, was daarom groot. Hier is dan ook direct vanaf de oprichting het fundament gelegd voor de volksclub die Feyenoord is geworden. De club speelde in rode shirts met blauwe mouwen en witte broeken. Er werd gekozen voor het opgespoten terrein 'De Put' tussen Afrikaanderplein en de Groene Hilledijk om de wedstrijden te spelen. De eerste wedstrijd die er werd gespeeld was tegen Be Quick, die met 2-1 werd gewonnen.

In 1909 werd besloten de club in te schrijven in de regionale voetbalcompetitie van de Rotterdamsche Voetbalbond (RVB). Wilhelmina was inmiddels gefuseerd met 'Volharding' en ging verder onder de naam Hillesluis-Feijenoord-Combinatie (H.F.C.). Aangezien er al een club was met deze afkorting (nu Koninklijke HFC) moest de naam wederom veranderd worden. Dit werd uiteindelijk 'Celeritas' zodat in competitief verband gestreden kon worden in de Tweede Klasse B. De eerste competitiewedstrijd werd gespeeld op 28 november 1909 uit tegen het tweede elftal van SC Neptunus op het Heuvelveld en werd verloren met 3-2Nieuwe Rotterdamsche Courant, 29 november 1909, Avondblad A, 2. Een week later, op 5 december 1909, was de eerste competitiethuiswedstrijd. Op het Afrikaanderplein werd Advendo verslagen met 5-2. Celeritas eindigde het eerste competitieseizoen uiteindelijk achter het tweede elftal van SC Neptunus op een tweede plaats en promoveerde 'bij keuze' naar de Eerste Klasse van de RVB.L.A. Heesakker, Gedenkboek 1933, pagina 24

In de jaren '10 werd de basis gelegd voor de club om zich te vestigen in de landelijke top. De eerste belangrijke stappen werden gezet in de eerste twee seizoenen van dit decennium. In het seizoen 1910/11 werd promotie naar de Eerste Klasse van de RVB afgedwongen waarna in het daaropvolgende seizoen promotie een feit werd vanuit de RVB naar de Derde Klasse van de Nederlandse Voetbalbond (NVB). Wederom was al een club met dezelfde naam ingeschreven in de competitie, namelijk RVC Celeritas uit Rijswijk. Zodoende werd op 7 juli 1912 besloten dat de club verderging onder de naam R.V.V. Feijenoord. Tegelijkertijd kreeg het de rood-witte shirts met zwarte broek en zwarte kousen, zoals we het Feyenoord-tenue nu nog steeds kennen.

De weg naar de landelijke top De entree van Feijenoord in de Nederlandse voetbaltop vond plaats in het seizoen 1917/18 toen het zich mocht meten in de Eerste Klasse B. De promotie ging hand-in-hand met de verhuizing naar het nieuwe terrein aan de Kromme Zandweg op de hoek van de Dordtsestraatweg. In het seizoen 1916/17 eindigde Feijenoord namelijk als vierde waardoor de promotie naar de Eerste Klasse niet op sportieve gronden is verdiend. De promotie volgde uit de presentatie van secretaris en toekomstig voorzitter Van Bennekum omtrent het nieuwe stadion. Dit plan overtuigde de NVB de promotie als nog toe te kennen aan Feijenoord. Het nieuwe speelveld werd op 26 augustus 1917 geopend met een wedstrijd tegen Be Quick Zutphen die met 2-3 werd verloren. Naast de toetreding tot de Eerste Klasse haalde Feyenoord in 1917 ook de halve finale van de NVB-Beker, hierin was VSV te sterk waardoor een finale tegen Ajax uitbleef, de eerste officiële wedstrijd tussen Feyenoord en Ajax zou nog even op zich laten wachten.

De Eerste Klasse B heeft echter slechts twee seizoenen bestaan. Aangezien deze klasse na het seizoen 1918/19 wordt vervangen door de Overgangsklasse eindigde de club het decennium niet op het hoogste landelijke niveau. Feijenoord eindigde dit seizoen immers als derde waardoor handhaving in de Eerste Klasse West niet werd veiliggesteld. Dit was uitsluitend weggelegd voor de kampioen van de Eerste Klasse B: AFC. Desondanks heeft Feijenoord dit decennium met het nieuwe stadion en haar eerste elftal het fundament gelegd voor een succesvolle toekomst waarin het zich permanent tot de Nederlandse voetbaltop zal scharen. Een van de spelers uit deze tijd die een bijzondere vermelding verdient is Kees Pijl die nog altijd op de tweede positie staat in de lijst van topscorers van Feyenoord achter Jaap Barendregt.

1920–1929 thumb|50px|Het logo uit 1924 In de jaren '20 van de 20e eeuw vestigde Feijenoord zich definitief in de Nederlandse voetbaltop. Het is het decennium van de eerste trainer, de eerste Rotterdamse derby tegen Sparta, de eerste Klassieker en de eerste landskampioenschappen. Deze sportieve successen hebben er tevens toe geleid dat in dit decennium voor het eerst Feijenoord-spelers zijn opgeroepen voor het Nederlands voetbalelftal.

De opmars naar de eerste hoofdprijzen De weg terug naar de landelijke top werd voltooid met het kampioenschap in de Overgangsklasse die werd veiliggesteld op 6 maart 1921. Hiermee was promotie naar de Eerste Klasse een feit wat op 13 maart definitief gevierd kon worden na de laatste speelronde waarin gewonnen werd van Quick uit Den Haag. Aangezien de Rotterdamse rivaal Sparta was gedegradeerd uit de Eerste Klasse zou een competitieve confrontatie tussen beide Rotterdamse topclubs uitblijven. Echter liet het eerste treffen tussen beide clubs niet lang op zich wachten. Sparta nodigde Feijenoord uit op Spangen waarin Feijenoord door Sparta-voorzitter Overeijnder gehuldigd werd met een lauwerkrans voor de promotie naar de Eerste Klasse. Hoewel het een vriendschappelijk duel betrof werd de wedstrijd bezocht door duizenden Rotterdamse toeschouwers die zagen dat Feijenoord met twee doelpunten van zowel Kees Pijl en Adriaan Koonings met 2–4 te sterk was voor de Spartanen.

Om het seizoen 1921/22 in de Eerste Klasse goed voorbereid te beginnen werd Joseph William Julian op 1 mei 1921 aangesteld als eerste trainer in de geschiedenis van de club. Dit seizoen werd tevens bijzonder gemaakt door het allereerste treffen met Ajax. In het nagenoeg uitverkochte stadion aan de Kromme Zandweg zagen tienduizend supporters op 9 oktober 1921 de wedstrijd eindigen in 2–3 waardoor de winst naar de Amsterdammers ging. Namens Feijenoord scoorden Kees Pijl en Ok Formenoij de twee doelpunten. Deze eerste "Klassieker" was echter direct een bijzondere editie. De einduitslag werd namelijk enkele weken later aangepast naar 2–2 nadat Feijenoord met succes protest indiende tegen een van de Amsterdamse doelpunten. Uiteindelijk eindigde Feijenoord dit seizoen op een zeer verdienstelijke tweede plaats in de Eerste Divisie West. Hoewel deze prestatie geen prijs opleverde, toonde de club hiermee aan dat het thuishoorde in de Nederlandse voetbaltop. Dit werd een jaar later bevestigd met de derde plaats in het seizoen 1922/23.

De eerste landskampioenschappen De ultieme bevestiging dat Feijenoord de top had bereikt van de Nederlandse voetbalpiramide kwam in het seizoen 1923/24. Zestien jaar na de oprichting, drie jaar na de promotie naar de hoogste klasse in 1921, vierde Feijenoord zijn eerste echte succes, het Nederlands landskampioenschap. Na de overtuigende eerste plaats in de Eerste Klasse West I mocht Feijenoord toetreden in de kampioenscompetitie waarin het streed tegen de kampioenen van de vier andere competities in de Eerste Klasse. Feijenoord wist in de kampioenscompetitie in alle acht de wedstrijden ongeslagen te blijven. In de laatste ronde van de kampioenscompetitie werd met 3–1 gewonnen van Be Quick onder leiding van trainer Harry Waites. Later volgden nog meer kampioenschappen, maar dat eerste kampioenschap vonden veel Feijenoorders toch het mooist van allemaal, vooral omdat de rollen definitief waren omgedraaid: de 'arbeiders' hadden de 'heren' verslagen. Hun club, hun Feijenoord, uit de boezem van het volk, was de beste van Nederland. Toen was het succesverhaal van de jaren die volgden begonnen.

In het seizoen 1924/25 mocht Feijenoord haar landskampioenschap verdedigen, maar werd het tweede achter stadsgenoot Sparta. In de daarop volgende seizoenen 1925/26, 1926/27, 1927/28 en 1928/29 lukte het Feijenoord telkens als eerste te eindigen in de reguliere competitie om door te dringen naar de kampioenscompetitie. In 1928, het jaar waarin de club tevens haar 20-jarig bestaan vierde, leidde dat onder leiding van trainer Jack Hall tot de tweede landstitel.

De eerste Oranje-internationals thumb|Huldiging van Puck van Heel in 1936 voor zijn vijftigste interlandwedstrijd. De sportieve successen van Feijenoord zijn ook voor de bondscoaches van het Nederlands voetbalelftal niet onopgemerkt gebleven. De allereerste Feijenoorder die werd opgeroepen was Gerrit Hulsman. Hoewel Hulsman bijna heel zijn carrière als voetballer actief was bij Go Ahead actief was, speelde hij in het seizoen 1921/22 één seizoen voor Feijenoord om daarna weer terug te keren naar Go Ahead. Hulsman werd in zijn seizoen bij Feijenoord opgeroepen voor het vriendschappelijk duel tegen Denemarken op 17 april 1922 (2–0 winst). In de jaren daarna volgden het debuut in Oranje van meer iconische Feijenoorders, zoals Bertus Bul (1923), Kees Pijl (1924), Adriaan Koonings (1924), Kees van Dijke (1925), Puck van Heel (1925) en Jaap Barendregt (1929). Van Heel is met zijn 64 interlands 40 jaar lang recordinternational geweest namens Oranje. Zijn record werd pas in 1979 verbroken door Ruud Krol. Een jaar later passeerde ook de legendarische Feijenoorder Wim Jansen de 64 interlands van Van Heel.