René Huyghe (Arras, 3 mei 1906 - Parijs, 5 februari 1997) was een Frans conservator, hoogleraar en schrijver over kunstgeschiedenis, kunstpsychologie en esthetica.
Levensloop Huyghe studeerde filosofie en esthetica aan de Sorbonne en aan de École du Louvre.
In 1930 werd hij aangesteld door het Louvre als conservator voor schilderkunst en kort daarop werd hij gepromoveerd tot hoofdconservator van het museum. In 1936 kreeg hij op een leeftijd van dertig jaar een aanstelling als hoogleraar aan het Collège de France.
Hij richtte de tijdschriften L'Amour de l'Art en Quadrige op en schreef daar ook kunstkritieken voor. Hij was een van de eerste Fransen die films maakte over kunst, zoals zijn film over Peter Paul Rubens waarmee hij een prijs won tijdens de Biënnale van Venetië. Verder richtte hij de Federation internationale du film sur l'art (FIFA) op.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerde hij de evacuatie van schilderijen van het Louvre naar onbezet gebied en zorgde hij tot de bevrijding van Frankrijk voor de bescherming van de werken.
In 1950 werd hij door het Collège de France uitgekozen de leerstoel psychologie van de beeldende kunst te bezetten en van 1960 tot aan zijn dood was hij lid van de Académie française. In 1966 werd hij samen met Herbert Read onderscheiden met een Erasmusprijs.
In 1974 werd hij benoemd tot directeur van het Musée Jacquemart-André. Voor UNESCO maakte hij deel uit van het internationaal comité van experts voor het behoud van Venetië. Verder diende hij voor de kunstraad van musea in Frankrijk.
Erkenning Grootofficier van het Franse Legioen van Eer Grootkruis van de Franse Nationale Orde van Verdienste Commandeur van de Belgische Leopoldsorde Lid van de Académie française vanaf 1960 Erasmusprijs in 1966, samen met Herbert Read
Bibliografie (selectie) 1935: Histoire de l’art contemporain, Alcan 1936: Cézanne, Plon 1952: La Peinture d’Occident Cent chefs-d’œuvre du musée du Louvre, Nouvelles éditions françaises 1955: Dialogue avec le visible, Flammarion 1957, 1958 en 1961: L’Art et l’Homme, Larousse, in drie delen 1958: Van Gogh, Flammarion 1960: L’Art et l’Homme, Flammarion 1964: Delacroix ou le Combat solitaire, Hachette 1965: Les Puissances de l’image, Flammarion 1967: Sens et destin de l’art, Flammarion 1970: L’Art et le Monde moderne, met Jean Rudel, Larousse, in twee delen 1971: Formes et Forces, Flammarion 1974: La Relève du Réel, la peinture française au XIXe siècle, impressionnisme, symbolisme, Flammarion 1974: Ce que je crois, Grasset 1976: La nuit appelle l'aurore, dialogue orient-occident sur la crise contemporaine, met Daisaku Ikeda, Flammarion 1981: La Relève de l’Imaginaire, la peinture française au XIXe siècle, réalisme et romantisme, Flammarion 1985: Les Signes du temps et l’Art moderne, Flammarion 1987: Se perdre dans Venise, met Marcel Brion, Arthaud 1991: Psychologie de l’art, résumé des cours du Collège de France, Le Rocher
Categorie:Frans kunsthistoricus Categorie:Frans filosoof Categorie:Frans hoogleraar Categorie:Frans conservator Categorie:Lid van de Académie française