Christianus Gerardus (Chris) Matser (Arnhem, 1 juni 1904 – aldaar, 5 februari 1973) was een Nederlands bestuurder en politicus voor de RKSP en later de KVP.
Matser groeide op in een rooms-katholiek arbeidersgezin in de Arnhemse wijk Klarendal. Zijn vader was metselaar en actief in de katholieke vakbeweging. Na de MULO werkte Matser als klerk op een deurwaarderskantoor en later op de griffie van het kantongerecht in Arnhem. In 1931 werd hij voor de RKSP gekozen in de gemeenteraad van Arnhem. In 1935 werd hij wethouder van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Personele Zaken.
Tijdens de Duitse bezetting bleef Matser, nadat de gemeenteraad was ontbonden, zijn bestuurlijke werk feitelijk uitoefenen. Ook nam hij deel aan het verzet vanuit een groep rond de AKU. Na het ontslag van burgemeester H.P.J. Bloemers in juli 1944 dook Matser onder. Vanuit Bennekom werkte hij mee aan plannen voor de wederopbouw van de zwaar getroffen Veluwezoom. Hij speelde een leidende rol in het Comité Veluwezoom, dat bij gebrek aan betrouwbaar gezag in de praktijk bestuurlijke taken op zich nam in het gebied van Arnhem tot Rhenen.
Na de bevrijding werd Matser op 9 mei 1945 aangesteld als waarnemend burgemeester van Arnhem. Op 28 juni 1946 volgde zijn definitieve benoeming tot burgemeester. Van 4 juni tot 20 oktober 1946 was hij daarnaast lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij legde dat mandaat neer om zich volledig te kunnen richten op de wederopbouw van Arnhem. In 1947 weigerde hij het ministerschap van Binnenlandse Zaken.
Als burgemeester werd Matser een van de belangrijkste gezichten van de Arnhemse wederopbouw. Onder zijn bestuur werden onder meer het puinruimen, het noodherstel, de herbevolking, woningbouw, stadsvernieuwing en de modernisering van de binnenstad voortvarend aangepakt. Door zijn praktische bestuursstijl kreeg hij de bijnaam "burgemeester in hemdsmouwen". Naast zijn burgemeesterschap bleef hij actief in de provinciale en landelijke politiek. Hij was van 1946 tot 1970 lid van Provinciale Staten van Gelderland en van 1956 tot 1969 lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Ook was hij vicevoorzitter van de KVP.
In de jaren zestig nam de kritiek op Matsers bestuurlijke stijl toe. Zijn resolute en energieke, maar weinig tegenspraak verdragende manier van leidinggeven riep in die periode steeds meer weerstand op. In 1968 kreeg hij ernstige gezondheidsproblemen. Op 25 juni 1969 legde hij zijn zetel in de Eerste Kamer neer en op 30 juni 1969 nam hij afscheid als burgemeester van Arnhem. Hij overleed op 5 februari 1973 in zijn geboortestad.
In Arnhem-Zuid is een straat naar hem vernoemd: de Burgemeester Matsersingel.
Categorie:Burgemeester van Arnhem Categorie:Eerste Kamerlid Categorie:Politicus voor de Katholieke Volkspartij (Nederland) Categorie:Nederlands politicus in de 20e eeuw Categorie:Tweede Kamerlid Categorie:Lid van de Provinciale Staten van Gelderland