Het Bloemencorso Zundert is een jaarlijks bloemencorso in de Nederlandse plaats Zundert (provincie Noord-Brabant). De eerste editie vond plaats in 1936. Sinds 1937 vindt het plaats op de eerste zondag van september en de maandag erna. Het evenement is het grootste dahliacorso ter wereldGrootste dahliacorso in Zundert, Trouw, 4 september 2005Corsokoorts piekt in Zundert, AD, 6 september 2009 en is de eerste Nederlandse traditie die is opgenomen op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed.Immaterieel erfgoed op lijst, nos.nl, 13 oktober 2012. Gearchiveerd op 22 april 2023.

Geschiedenis Het corso van Zundert is ontstaan in 1936, toen een groep Zundertse notabelen de Oranjefeesten nieuw leven wilde inblazen.50 jaar mens & dahlia (uitgave Stichting Bloemencorso Zundert 1991, ) Het idee om een corso te organiseren kwam van Pieter van Ginneken, wethouder en boomkweker te Zundert. Het was dus bij gelegenheid van de verjaardag van koningin Wilhelmina, op 8 september 1936, dat het eerste corso door de Zundertse straten trok. De relatie met Koninginnedag verdween snel naar de achtergrond, al stond de organisatie tot in 1990 te boek als het Oranjecomité.

De eerste, vooroorlogse corso’s waren bescheiden van formaat. De optocht bestond voornamelijk uit met dahlia’s versierde fietsen en steppen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er geen corso's. Na 1946 waren het op initiatief van burgemeester W. Brokx, niet meer individuen, vriendengroepen of families, maar geografisch afgebakende buurtschappen, die de wagens bouwden. Daarin wijkt het af van veel andere corso’s en carnavalsoptochten, waar dit nog wel vaak door vriendengroepen gebeurt. In de jaren vijftig groeide het corso in rap tempo uit tot een evenement met zelfs enige internationale allure: naast Nederlanders deden ook Fransen en Belgen mee. Op het hoogtepunt van de bezoekersaantallen, halverwege de jaren vijftig, bezochten honderdduizenden bezoekers het corso. Een belangrijke rol hierin speelde burgemeester G.J.A. Manders, burgemeester van Zundert van 1947 tot 1966, die het corso met strakke hand leidde en hooggeplaatste gasten uitnodigde, onder wie ministers en commissarissen van de koningin.

In 1947 reed onder de vlag van buurtschap Poteind ‘De Bloemenkoningin’ door de straten. De wagen veroorzaakte een sensatie, hij reed zonder zichtbare oorzaak geruisloos voorbij. Het onder de wagen duwen was uitgevonden en is daarna algemene praktijk geworden, waardoor er geen lelijke tractor in het beeld hoeft te rijden.

Hoewel het aantal bezoekers geleidelijk afnamNog eens 20 jaar mens & dahlia (uitgave Stichting Corsief 2011, ), nam in de jaren zestig de kwaliteit van het corso toe. Zo werd de artistieke inslag steeds manifester, dankzij de contacten met de Bredase Academie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost. In de tweede helft van de jaren zestig werd ongeveer de helft van de wagens ontworpen door mensen van deze opleiding.

In de jaren 60 komen ontwerpers op die de vormgeving van de corsowagens hielpen verbeteren, het gebruik van nieuwe technieken zoals tempex door Harry van den Broek is daar een goed voorbeeld van. Harry is met onder meer Elly Snepvangers en Johan Maas onderdeel van een groep ontwerpers die jaren lang het beeld van het bloemencorso bepaalden.

Ook werd de dahliateelt stilaan volwassen. In de jaren vijftig werden de dahlia’s geplukt op boerenerven, maar in de jaren zestig begonnen buurtschappen met eigen dahliavelden. Geleidelijk groeide ook de kennis over het kweken van dahlia’s en het onderhoud van de bloemenvelden. In de loop der jaren ontstond handel met andere corso’s in binnen- en buitenland. Van eind juli tot begin oktober konden de buurtschappen geld verdienen door dahlia’s te leveren aan andere corso’s. In 1978 werd de Stichting Bloemencommissie opgericht die deze handel ging coördineren en organiseren.

Onder invloed van buurtschap Wernhout en ontwerper Robert Ruijzenaars nam de omvang van de wagens in de jaren tachtig sterk toe. In de tweede helft van de jaren negentig ging men op ontwerpgebied meer experimenteren, met figuratie en theater, beweging en geluid en met alternatief materiaal, naast de dahlia. In de beginjaren van het nieuwe millennium namen de bezoekersaantallen weer toe alsook de media-aandacht. De live-uitzendingen van de regionale Omroep Brabant behoorden tot de best bekeken programma’s van deze omroep. Vanaf 2010 maakt de landelijke Omroep MAX een samenvatting van de beelden van Omroep Brabant. De aandacht op internet leidde tijdens het corso van 2013 tot een toegenomen internationale belangstelling.

Immaterieel cultureel erfgoed Nederland ratificeerde het Unesco-verdrag ter bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed op 15 mei 2012. Deze ratificatie werd publiekelijk bekendgemaaktStartschot uitvoering UNESCO-verdrag Immaterieel Erfgoed, Rijksoverheid, 30 augustus 2012 tijdens het Zundertse corso op 2 september 2012 door staatssecretaris Halbe Zijlstra. Op 13 oktober 2012 werden de eerste tradities bekendgemaakt voor de nationale inventaris die in verband met dit verdrag werd gemaakt. Het Zundertse corso was de eerste Nederlandse traditie die werd opgenomen in deze inventaris.

Activiteiten rond het corso Dahliateelt Zundert is een centrum van dahliateelt, maar er is niet één commerciële dahliakweker. Elke van de twintig buurtschappen onderhoudt een eigen dahliaveld en die velden dienen uitsluitend voor het corso. De gezamenlijke dahliavelden in Zundert hebben een oppervlakte van 33 hectare met in totaal ongeveer 600.000 dahliaplanten in 50 verschillende soorten en kleuren. Zundert is voor ongeveer 80% zelfvoorzienend. De overige 20% wordt ingekocht, via de centrale bloemencommissie, bij andere corso’s.

Educatie Veel buurtschappen organiseren in het begin van het bouwseizoen corsobouwcursussen voor jongeren. Daar leren ze lassen en piepschuim snijden en andere vaardigheden die nodig zijn bij de bouw van de wagen. Daarnaast verzorgen de meeste buurtschappen activiteiten voor kinderen om hen te betrekken bij het corso, en ervoor te zorgen dat de ouders de handen vrij hebben om mee te helpen met de bouw van de wagen. Een initiatief van enkele (ervaren) corso-ontwerpers is de corsoacademie, die eens in de drie jaar plaatsvindt. Ontwerpers in spe bezoeken musea, volgen workshops en gaan een eigen idee uitwerken tot een mini-maquette. Alle vaardigheden die een corso-ontwerper nodig heeft, komen aan bod, tot en met een rollenspel over de presentatie van het ontwerp aan het bestuur van een buurtschap, dat een keuze moet maken. De opzet van de Corsoacademie wordt in 2025-2026 aangepast en omgezet naar een bredere basis met meerdere korte cursussen die gecombineerd kunnen worden. Doel is de deelname te verbreden en beter aan te sluiten bij de drukke agenda’s van de corsobouwers.

In 2012 is een start gemaakt met het ontwikkelen van een lespakket voor de basisscholen in de gemeente Zundert. Veel Zundertse kinderen krijgen het corso van huis uit mee maar de basisschoollessen dragen de traditie op een meer gestructureerde manier over.

Organisatie In het corso zijn zo'n 150 mensen bestuurlijk actief. De Stichting Bloemencorso Zundert is de overkoepelende stichting die verantwoordelijk is voor de organisatie van het evenement. Zij heeft een bestuur en diverse commissies en projectgroepen, waarin in totaal zo’n honderd mensen actief zijn. De jaarbegroting van de Stichting Bloemencorso Zundert bedraagt (in 2018) zo’n 900.000 euro. De begroting van een buurtschap ligt gemiddeld rond de 30.000 euro.Het geheim van Zundert - dagboek van een corsobouwer (uitgave Stichting Bloemencorso Zundert 2009, ) Onder de Stichting bloemencorso Zundert vallen ruim 20 stichtingen: de stichtingen van alle deelnemende buurtschappen, de Stichting Bloemencommissie, en het onafhankelijke corsotijdschrift Corsief, dat ook een stichtingsvorm heeft.

De Stichting Bloemencorso Zundert heeft een uitvoerende taak en de zeggenschap bij de Raad van Buurtschappen, waarin elke van de twintig buurtschappen een vertegenwoordiger heeft. De Stichting Bloemencommissie is verantwoordelijk voor de dahliahandel van de gezamenlijke Zundertse buurtschappen met afnemers van buiten Zundert, vaak andere dahliacorso’s, in binnen- en buitenland van dahlia’s. Tussen de buurtschappen onderling bestaat een levendige ruilhandel, om ervoor te zorgen dat jaarlijks elke buurtschap de goede dahlia’s (per soort en kleur) heeft voor de eigen corsowagen. Elke buurtschap is verantwoordelijk voor de bouw van de wagen en alles wat daarbij komt kijken.

De Stichting Bloemencorso Zundert adviseert de buurtschappen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid: er is een veiligheidscommissie die jaarlijks de constructies van de corsowagens controleert, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij de buurtschap. Ook regelt de Stichting Bloemencorso Zundert de gezamenlijke inkoop van materialen (zoals betonijzer en laselektrodes), maar de buurtschappen zijn vrij om hiervan gebruik te maken of hun eigen kanalen te gebruiken.

Planning De bouw van de wagens vindt plaats gedurende de zomermaanden in twintig corsotenten. In het vroege voorjaar is meestal het vaandelfeest, waarbij de buurtschap die het vorige jaar het corso gewonnen heeft het daarmee verbonden erevaandel presenteert. Vaak kiest de winnende buurt dan een locatie waar zij zelf dit feest vorm geeft. In juni is de tentoonstelling van de maquettes van het komende corso. Dat combineert het corso met de Aarbeienfeesten, hoewel fanatieke corsomensen liever van de maquettefeesten spreken. Die tentoonstelling wordt door vele honderden bezoekers bezocht.

Buurtschappen Het aantal deelnemende buurtschappen is vanaf half jaren tachtig constant gebleven. Daarna voegden zich de buurtschap De Lent (2006), het kerkdorp Rijsbergen (2007), buurtschap Schijf (2008) zich hierbij, waarmee het aantal op 20 kwam. Deze twintig zijn: Achtmaal, deelname 1947-heden De Berk, deelname 1980-heden De Lent, deelname 1946-1984, 2006-heden Helpt Elkander, deelname 1946-heden 't Kapelleke, deelname 1946-heden Klein-Zundert, deelname 1938, 1946-heden Klein Zundertse Heikant, deelname 1947-heden Laarheide, deelname 1947-heden Laer-Akkermolen, deelname 1946-heden Markt, deelname 1945-heden Molenstraat, deelname 1945-heden Poteind, deelname 1937, 1938, 1945-heden Raamberg, deelname 1946-heden Stuivezand, deelname 1946-heden 't Stuk, deelname 1966-heden Rijsbergen, deelname 2007-heden Schijf, deelname 2008-heden Tiggelaar, deelname 1960-heden Veldstraat, deelname 1945-heden Wernhout, deelname 1948-heden

Wedstrijd en prijzen Er is tevens een wedstrijd tussen de buurtschappen. Wie de mooiste praalwagen maakt, beslist de jury. De eerste beoordeling is op het CLTV-terrein te Zundert, waar de wagens opgesteld staan voor de optocht begint. De tweede beoordeling is tijdens de optocht tijdens de zogenaamde eerste doorkomst. Bij de tweede doorkomst worden de prijzen uitgereikt.

Buurtschap Aantal 1e prijzen Aantal 2e prijzen Aantal 3e prijzen Aantal laatste prijzen (rode lantaarn) Achtmaal 0 3 1 7 De Berk 4 4 3 6 Helpt Elkander 15 16 11 11 't Kapelleke 0 2 5 9 Klein Zundert 18 9 10 0 Klein Zundertse Heikant 4 4 3 8 Laarheide 2 1 3 4 Laer Akkermolen 7 7 7 1 De Lent 0 0 0 3 De Markt 2 5 8 5 Molenstraat 5 5 6 3 Poteind 4 4 5 8 Raamberg 1 5 4 3 Rijsbergen 0 0 0 1 't Stuk 3 3 3 0 Schijf 2 0 2 0 Stuivezand 3 3 2 2 Tiggelaar 7 7 6 2 Veldstraat 3 5 6 4 Wernhout 9 10 5 0 Laatst bijgewerkt op 7 september 2026

Publieksprijzen