Hertha Berliner Sport Club Berlin, kort Hertha BSC, is een Duitse voetbalclub uit Berlijn die werd opgericht in 1892. Van 1926 tot 1931 bereikt Hertha BSC zes keer de finale van de Deutsche Meisterschaft. Vier keer verloor het de finale, twee keer won Hertha. 1930 was de eerste keer in de geschiedenis, een jaar later (1931) voor de tweede keer.

De club speelde zijn thuiswedstrijden oorspronkelijk in de Plumpe, dat in de Tweede Wereldoorlog regelmatig werd gebombardeerd. Geleidelijk aan speelde Hertha steeds meer wedstrijden in het Berlijnse Olympia Stadion. Toen Hertha in 1971 bankroet leek te gaan, was de club genoodzaakt "Die Plumpe" te verkopen.

Geschiedenis Beginjaren - BFC Hertha Zoals bij vele traditionele clubs is de club opgericht door arme straatschoffies die zich met voetbal vermaakten. Op 25 juli 1892 richtten de gebroeders Fritz en Max Lindner (16 en 17 jaar oud) een voetbalclub op, genaamd BFC Hertha. De naam Hertha komt van een stoomboot, waarmee vader Lindner z’n brood op de plank kreeg. De schoorsteen van de boot zou blauw-wit-geel geweest zijn, wat ook de clubkleuren van Hertha werden, al zou het geel snel verdwijnen. De spelers deden meer voor de gezelligheid mee dan om successen te boeken, waardoor de interesse uiteindelijk afnam en op een bepaald moment er slechts 4 leden waren. Bij de club BFC Alemannia 1890 splitsen enkele leden zich af van de club, nagenoeg het hele jeugdelftal, en sloot zich bij Hertha aan, waardoor het aantal steeg naar 22. Op 13 februari 1894 was de club medeoprichter van de Thor- und Fußballbund Berlin, echter bleef de club niet lang lid omdat ze geen lidgeld betaalden. Op 27 november van dat jaar sloot de club zich bij de Duitse voetbal- en cricketbond (DFuCB) aan. De club startte in de tweede klasse en promoveerde in 1897 naar de hoogste klasse, waar de club enkele seizoenen speelden. Steeds meer clubs verkasten echter naar de Berlijnse voetbalbond en zo ook uiteindelijk Hertha in 1901. De club mocht in de hoogste klasse starten, die dat jaar in twee reeksen was opgedeeld en Hertha werd tweede achter BTuFC Viktoria 1889. Het volgende seizoen stelde de club een speler op die niet speelgerechtigd was waardoor overwinningen van de club afgenomen werden en Hertha op de laatste plaats eindigde. Ze werden wel van degradatie gespaard.

In 1905 verhuisde de club naar de Schebera-Platz, waar tot dan BFC Rapide Wedding speelde. Na twee vierde plaatsen werd de club kampioen in 1905/06 en plaatste zich zo voor de eindronde om de landstitel. In de kwartfinale versloeg de club SC Schlesien Breslau met 1:7. In de halve finale werd de club dan zelf verslagen door de latere kampioen VfB Leipzig. Door onenigheden met Schebera speelde de club twee jaar op de Concordia-Platz in Berlin-Reinickendorf. De volgende jaren speelde de club geen rol van betekenis in de competitie. In 1910 versloeg de club wel Southend United FC. Het was de eerste keer dat een Duitse club tegen een Engelse semi-professionele club kon winnen. In 1911 moest de Berlijnse bond gedwongen fuseren met de Markse voetbalbond en de Berlijnse atletiekbond zodat er nog maar één bond zou zijn voor de stad en omgeving, de Brandenburgse voetbalbond. De nieuwe Brandenburgse competitie bestond in het eerste seizoen uit twee reeksen van tien clubs, waarvan enkel de top vijf zich kwalificeerde voor het volgende seizoen dat nog uit één reeks zou bestaan. Hertha werd tweede achter BFC Preußen 1894. Twee jaar later werd de club vicekampioen achter Berliner BC 03 en in 1914/15 kon de titel behaald worden. Echter was er geen verdere eindronde om de landstitel wegens de gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog. Het volgende seizoen moest Hertha de titel aan Viktoria laten, maar in 1916/17 was het opnieuw raak. De club pakte de titel ditmaal met één punt voorsprong op SC Union 06 Oberschöneweide. Het volgende seizoen bedroeg de voorsprong op BFC Berolina 1885 zes punten. In het eerste naoorlogse seizoen werd de club na de heenronde uit de competitie gezet omdat enkele spelers onrechtmatig geld gekregen hadden. De club mocht het seizoen erna wel weer aantreden in de competitie en eindigde enkele seizoenen in de middenmoot.

Na aanhoudende financiële tegenstrijdigheden met Schebera, waar de club speelde, besloot Hertha samen te werken met het financieel sterke Berliner Sport-Club in 1923. De club nam de nieuwe naam Hertha BSC aan. Er werd een nieuw stadion gebouwd, Stadion am Gesundbrunnen, dat ingewijd werd op 9 februari 1924 in een competitiewedstrijd tegen VfB Pankow. Het stadion werd bekend onder de bijnaam Plumpe en bleef tot 1974 in gebruik.

Gouden tijd Nu het de club financieel voor de wind ging en ze ook hun eigen stadion hadden ging het ook sportief een stuk beter. In het eerste seizoen werd de club nog tweede in zijn groep achter Alemannia 1890. Het seizoen erop werd Hertha groepswinnaar en nam het in de finale op tegen Alemannia, dat vier punten meer behaald had en ook 17 keer meer gescoord had. Toch won Hertha beide confrontaties en plaatste zich voor de nationale eindronde, waar de club VfB Königsberg en TuRU Düsseldorf versloeg alvorens zelf verslagen te worden door FSV Frankfurt.

Het volgende seizoen werd de club opnieuw groepswinnaar en droogde in de finale SV Norden-Nordwest Berlin af met 7:0, 2:1. In de eindronde versloeg de club opnieuw Königsberg en nam dan wraak op FSV Frankfurt door met 8:2 te winnen. In de halve finale werd HSV aan de kant gezet, maar in de finale moest de club het onderspit delven voor SpVgg Fürth met 4:1.

In 1926/27 won de club de Berlijnse finale van Schöneberger Kickers. In de eindronde trof de club voor de derde keer op rij Königsberg in de eerste ronde en won ook deze keer. In de kwartfinale werd Holstein Kiel opzij gezet en in de halve finale titelverdediger Fürth. In de finale verloor de club van 1. FC Nürnberg.

Het volgende seizoen kreeg Hertha tegenstand in de Berlijnse finale. Tennis Borussia had zijn groep gewonnen met vier punten meer als Hertha in zijn groep en had een positief doelsaldo van 80 tegenover 61 voor Hertha. Hertha won eerst met 2:3 maar verloor dan met 2:1. In deze tijd telden uitdoelpunten nog niet dubbel en was er ook geen sprake van het beslissen van een wedstrijd door middel van strafschoppen, dus werd er op neutraal terrein een derde wedstrijd gespeeld die Hertha met 0:4 won. In de eindronde werden de Vereinigte Breslauer Sportfreunde met 7:0 in de pan gehakt en op weg naar de finale werden ook nog Holstein Kiel en FC Wacker München verslagen. De derde finale op rij bracht ook deze keer geen geluk en HSV won met 5:2.

Het scenario van het voorgaande seizoen herhaalde zich in de Berlijne finale en Hertha had drie wedstrijden nodig om TeBe aan de kant te zetten. In de eindronde werden SC Preußen Hindenburg, Schalke 04 en Nürnberg werden opzij gezet en Hertha stond opnieuw in de finale tegen Fürth en verloor andermaal, nu met zware 2:5 cijfers. De club verbrak wel het record van BTuFC Viktoria 1889 door vier keer op rij in de finale te geraken. Viktoria trok in de drie keer dat ze op rij de finale bereikten wel één keer aan het langste eind.

In 1929/30 was het eindelijk raak voor de club. TeBe werd in de Berlijnse finale opzij gezet zonder te verliezen en in de eindronde won de club in de eerste ronde van Beuthener SuSV en hakte dan SpVgg Sülz 07 in de pan met 8:1. Ook Nürnberg kreeg in de halve finale een 6:3 draai rond de oren. Voor 40.000 toeschouwers in het Rheinstadion van Düsseldorf keek Hertha na acht minuten al op een 0:2 achterstand aan, een vijfde verloren finale leek dichterbij dan ooit. Maar Hertha herpakte zich en na een doelpuntenrijke eerste helft stond het 3:3. In de tweede helft scoorde Hertha in de 68ste minuut, maar Holstein kwam in de 82ste terug op gelijke score. Drie minuten voor het einde scoorde Hertha het verlossende vijfde doelpunt en mocht zich voor de eerste keer tot kampioen kronen. Door het feit dat Düsseldorf een heel eind van Berlijn lag en in deze tijd niet mogelijk was om de wedstrijd uit te zenden op de radio kwam het nieuws dat Hertha de landstitel gewonnen had pas laat in Berlijn terecht. Pas de volgende dag werden de straten bestormd en sierden de blauw-witte vlaggen de huizen. Toen de spelers met de trein terugkwamen stond het hele verkeer rondom het station stil door de opkomst van de menigte. Berliner SC beleefde de titel echter niet meer, de fusie werd in 1929 ongedaan gemaakt. Nadat Hertha 75.000 rijksmark betaalde aan de Berliner Sport-Club mochten ze het stadion blijven gebruiken en mochten ze de naam BSC, die inmiddels zo bekend geworden was, behouden.

Het leek er even op dat Hertha zijn titel niet kon verdedigen toen Viktoria 89 evenveel punten telde als de club in de competitie en er een testwedstrijd kwam. Hertha won deze en stootte voor de zevende opeenvolgende keer door naar de eindronde. Op weg naar een zesde finale versloeg de club VfB 03 Bielefeld, Fürth en HSV. Voor 50.000 toeschouwers in het Müngersdorfer Stadion van Keulen speelde Hertha de finale tegen SV 1860 München. Aan de rust stond het 1:2 voor TSV en in de 75ste minuut maakte Hanne Sobek de gelijkmaker, hij had ook al het eerste doelpunt voor Hertha gescoord. In de 89ste minuut scoorde Kirsei het derde doelpunt en zo werd Hertha voor de tweede maal op rij kampioen. Het was de laatste keer dat Hertha tot de finale van de titel kon doorstoten.

Minerva 93 maakte een einde aan de hegemonie van Hertha in Berlijn en werd groepswinnaar waardoor Hertha zich voor het eerst sinds 1925 niet voor de eindronde plaatste. Het volgende seizoen slaagde club er wel weer in kampioen te worden, maar werd in de achtste finale van de eindronde met 4:1 verslagen door Hindenburg Allein.

Gauliga Na dit seizoen kwam de NSDAP aan de macht in Duitsland en werd de hele competitie veranderd. De Gauliga werd de nieuwe hoogste klasse, onderverdeeld in 16 regionale reeksen. Enkel de kampioenen plaatsten zich voor de eindronde, voorheen waren ook de vicekampioen en soms ook de derdes in de stand welkom op de eindronde. Hertha speelde in de Gauliga Berlin-Brandenburg en werd vicekampioen achter Viktoria 89. In 1934/35 won Hertha met één punt voorsprong op Viktoria de titel en maakte een wederoptreden in de eindronde. Er werd nu niet meer in bekervorm gespeeld, maar in vier groepen van vier clubs. Hertha werd ingedeeld met PSV Chemnitz, Vorwärts RaSpo Gleiwitz en Yorck Boyen Insterburg en werd tweede. Tegen Yorck Boyen won de club zelfs met 0:9 in Insterburg, thuis was het al 7:3 geworden. Chemnitz werd echter groepswinnaar.

Na een derde plaats werd de club opnieuw kampioen in 1936/37. In een zware groep met Schalke en Werder Bremen had de club geen schijn van kans, enkel tegen Viktoria Stolp won de club twee keer. Het volgende seizoen werd de club tweede achter Berliner SV 92. In 1938/39 eindigde de club samen met SpVgg Blau-Weiß 1890 Berlin eerste, maar Blau-Weiß mocht naar de eindronde. Na enkele seizoenen ereplaatsen werd de club een laatste keer kampioen in de Gauliga in 1943/44. Omwille van de Tweede Wereldoorlog werd de eindronde opnieuw in bekervorm gespeeld. Hertha speelde tegen LSV Danzig en het werd 0:0. In de replay won Hertha met 7:1. In de volgende ronde werd Holstein Kiel verslagen, maar in de kwartfinale stuitte de club op HSV Groß Born en verloor met 3:2. Het laatste seizoen voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werd niet voltooid.

Oberliga