miniatuur|bruiloft te Kana Het Queen Mary Psalter is een Engels psalter uit de vroege veertiende eeuw. Het handschrift is genoemd naar Maria I van Engeland die het in haar bezit kreeg in 1553, meer dan 200 jaar nadat het gemaakt werd. Naast het klassieke psalter bevat het boek ook een volledig bestiarium in de margeversiering van het psalter.
Geschiedenis Het psalter werd gemaakt omstreeks 1310-1320. Het werd geschreven door één enkele scribent en verlucht door één enkele miniaturistSir George Warner, Queen Mary’s Psalter, 1912, Londen, digital text edition p. 9. die nu bekend is onder de noodnaam “Queen Mary meester”. Een aantal domme foutenEen voorbeeld is Edward die confessor wordt genoemd in plaats van koning en martelaar. in de kalender laten veronderstellen dat het boek geschreven werd door een leek, die minder goed van de heiligen en heiligenfeesten op de hoogte was en niet door een monnik.Sir George Warner, 912, Londen, p. 4. Het handschrift werd waarschijnlijk gemaakt in Londen-Westminster of East-Anglia en was volgens sommigenAnne Rudloff Stanton, "Turning the Pages: Marginal Narratives and Devotional Practice in Gothic Prayerbooks" in "Push Me, Pull You: Imaginative, Emotional, Physical, and Spatial Interaction in Late Medieval and Renaissance Art", ed. Sarah Blick en Laura D. Gelfand, Brill, Leiden mei 2011; p. 80Anne Rudloff Stanton, The Queen Mary Psalter: A Study of Affect and Audience. Transactions of the American Philosophical Society vol. 18 pt. 2. Philadelphia: American Philosophical Society, 2001 (2002). pp. 202-207; bestemd voor Isabella van Frankrijk, de echtgenote van Edward II van Engeland, hoewel niet alle kunsthistorici het hierover eens zijn. Mogelijk is de opdracht voor het boek gegeven door Edward II zelf.Smith, Kathryn A. (1993). "History, Typology and Homily: The Joseph Cycle in the Queen Mary Psalter". Het boek kan dan gedurende 200 jaar niet gevolgd worden, maar een notitie op folium 84 recto tussen de kalender en het psalter, in een 16e-eeuws handschrift zegt, dat het in het bezit was van de Earl van Rutland. De notitie zegt niet over welke graaf het gaat maar het lijkt waarschijnlijk dat Henry Manners, de tweede graaf van Rutland bedoeld werd die als protestant in mei 1553 gevangen werd gezet. De naam van de eigenaar (Earl of Rutland) werd later weggeschraapt maar is nog leesbaar tegen het licht. Een tweede notitie in het Latijn (f319v), leert ons dat het boek in oktober 1553 in beslag werd genomen door Baldwin Smith, een officier van de douane die het aan Mary Tudor schenkt. Het boek bleef in het bezit van Queen Mary en haar opvolgers tot 1757, toen werd het door George II van Engeland samen met de andere werken in de “Old Royal Library” bibliotheek, geschonken aan het British Museum. Vandaag wordt het bewaard in de British Library als MS Royal 2 B VII.
Beschrijving Het Queen Mary Psalter is geschreven op perkament. Het bevat 319 folia van 275×175 mm met vooraan en achteraan telkens twee niet genummerde schutbladen in perkament. Het tekstblok van het psalter meet 175×115 mm, is in één kolom geschreven en bevat 16 regels. De folia met de kalender bevatten ook 16 regels maar hebben bovenaan een miniatuur die origineel 6 regels hoog is, de tekst van de kalender is dus een stuk kleiner geschreven. De tekst van ff. 71v – 318r is in een gebroken gotisch schrift (gothic precissa) en geschreven in het Latijn.
De tekst bij de pentekeningen van het Oude Testament en de teksten ertussen zijn geschreven in het Anglo-Normandisch Frans en in een verschillend lettertype namelijk een textualis rotunda. De volle tekstbladzijden die in deze sectie voorkomen zijn ook in een kolom geschreven, maar telkens met verschillende aflijning. Zo heeft f14r 23 regels per blad, bij ff. 20v-22r zijn dat 34 regels per blad, ff. 31v-32v hebben 26 regels per blad, bij ff.35r-35v is het dan weer 33 regels, folium 39v was voorzien voor 36 regels evenals ff. 41v-42r.
De originele binding uit de dertiende eeuw is niet bewaard gebleven. Het handschrift werd heringebonden in 1912, de toenmalige binding dateerde van na 1600. De geborduurde boekplatten met verguld metaalwerk werden hergebruikt. De bevestiging voor de sloten dateren van ca. 1553-1558, uit de tijd van Mary Tudor dus, de slotplaatjes zelf zijn verloren gegaan. Ook het borduurwerk op voor- en achterplat zou afkomstig zijn uit de tijd van Queen Mary die de granaatappel gebruikte als een herinnering aan haar moeder Catharina van Aragon.
Inhoud ff. 1r-66v: Een overzicht van het Oude Testament. ff. 71v-83r: Kalender. ff. 85r-280r: Psalter met de 150 psalmen uit het boek Psalmen van het Oude Testament. ff. 280v-302r: cantica: hymnen uit het Oude- en Nieuwe Testament die naast de psalmen tijdens het getijdengebed werden gelezen. ff. 302v-318r: Litanie: het psalter wordt afgesloten met een Litanie van alle Heiligen.
SommigenStanton, Anne Rudloff (1997). "From Eve to Bathsheba and Beyond: Motherhood in the Queen Mary Psalter". In Jane H. M. Taylor. Women and the book: assessing the visual evidence. The British Library studies in medieval culture. Lesley Janette Smith. Toronto: U of Toronto P. pp. 172-189. zijn van mening dat uit de inhoud duidelijk blijk dat het boek geschreven werd voor een vrouw en meer in het bijzonder voor een moeder. Vergelijking met psalters waarvan men weet dat ze specifiek voor een vrouw geschreven werden, zoals het Isabella Psalter, het Münchner psalter en het Imola psalter, leert dat er sterke overeenkomsten zijn, vooral met het Isabella psalter dat werd gemaakt voor Isabella van Frankrijk. Dit steunt trouwens de hypothese dat ook het Queen Mary psalter oorspronkelijk voor Isabella zou gemaakt zijn.
miniatuur|Queen Mary psalter, f70r Apostelen en profeten
Oude testament In deze sectie wordt een overzicht gegeven van de verhalen uit het Oude Testament van Genesis tot Salomon in gekleurde pentekeningen met Franstalige (Anglo-Normandisch) bijschriften en teksten. Dit werd gedaan aan de hand van 223 gekleurde pentekeningen met legende meestal met twee per blad gegroepeerd. Tussen de pentekeningen vindt men ook een aantal verklarende teksten terug. Deze sectie put uit de Bijbelboeken Genesis, Exodus, Jozua, Richteren, Ruth, I en II Samuel en I en II Koningen. De tekeningen vertellen natuurlijk niet het ganse verhaal maar zijn gericht op de gekende en populaire persoonlijkheden en verhalen.
Tussen dit gedeelte en de kalender vinden we nog vier geschilderde miniaturen versierd met bladgoud, met de Boom van Jesse, de directe verwanten van Christus en een tegenoverstelling van de apostelen en profeten.
Kalender De kalender is een eeuwigdurende kalender die voor elke maand de lijst geeft van de vaste feestdagen die op een vaste datum worden gevierd zoals kerstmis en van de heiligen die op de dagen van elke maand worden herdacht.
Naast de feest- en heiligendagen bevat de kalender de computistische gegevens voor de bepaling van de weekdag in functie van het jaar, de numerus aureus in de eerste kolom en de zondagsletter in de tweede kolom. In de derde en vierde kolom vinden we het dagnummer uitgedrukt op de Romeinse wijze met kalendae, nonae en iden. Er wordt niet voor elke dag een feest of een heilige opgegeven, dit in tegenstelling met een typische Franse kalender.
De kalender komt overeen met het gebruikVoor het Concilie van Trente (1545-1563) kon elke bisschop het Breviarium opstellen of aanpassen voor zijn eigen diocees en dit werd ook bijna overal gedaan, elke kloosterorde en elk bisdom had zijn eigen Breviarium, vandaar de term ‘voor gebruik in ....’. Het gebruik voor Sarum, het moderne Salisbury, was typisch voor Engeland voor Sarum. Het psalter was dus duidelijk van bij het begin voor gebruik in Engeland bestemd.
De feestdagen en herdenkingsdagen in de liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk werden onderverdeeld in klassen van belangrijkheid zoals memoria, iii lectiones, simplex, semiduplex, duplex en totum (of maius) duplex. Deze rangorde bepaalde onder meer hoeveel lezingen, specifiek voor het feest, in het getijdengebed moesten worden ingepast. In de kloosters kon dit gaan tot 12 lessen of lezingen, bij de seculiere geestelijkheid ging dit tot negen lessen. In de kalender van het Queen Mary Psalter wordt het aantal lezingen van de feest- of herdenkingsdag opgegeven als “dx.fest"", "iij.lc" of "ix.lc." etc. op het einde van de regel.
Psalter Het psalter bevat de 150 psalmen die toegeschreven werden aan Koning David en werd door de christenen overgenomen uit het Oude Testament. Het psalter was de hoeksteen van het getijdengebed in de kloosters maar eveneens het boek dat door geletterde leken werd gebruikt bij de privé devotie voor het getijdenboek in zwang kwam.
Het Queen Mary psalter is een Gallicaans psalter,Het Psalterium Gallicanum (gallicaans psalter) wordt geacht de tweede herziening te zijn van het oude psalmboek door Hiëronymus gemaakt tussen ca. 386 en 391. Bij zijn vertaling steunde hij op de Hexapla. Het Gallicaans psalter werd de versie die gebruikt werd in de Vulgaat. Het werd de standaard in West-Europa vanaf de tijd van Karel de Grote en bleef dat tot in de 20e eeuw. het bevat dus de 150 psalmen in de versie zoals we ze kennen van de Vulgaat.
De psalmen werden zowel in de kloosters als door de seculiere geestelijkheidSeculiere geestelijkheid zijn de geestelijken die niet in een klooster zijn ingetreden. wekelijks gereciteerd. Benedictus verdeelde de psalmen in groepen die dagelijks moesten gebeden worden, de zogenaamde monastieke indeling. De seculiere geestelijkheid hanteerde een andere indeling de zogenaamde achtvoudige verdeling, naar de zeven beginpsalmen voor de metten van zondag tot zaterdag (1, 26, 38, 52, 68, 80 en 97) en de beginpsalm bij de vespers op zondag (psalm 109). In Duitsland, Vlaanderen en Engeland was ook een drievoudige verdeling (1-50, 51-100 en 101-150) gebruikelijk. De combinatie van beide systemen leidde tot een 10-voudige verdeling (1, 26, 38, 51, 52, 68, 80, 97, 101, 109) die gebruikt werd in het Queen Mary psalter. Deze onderverdeling is van belang omdat de beginpsalmen van elke reeks op een bijzondere manier worden aangeduid, hetzij met een miniatuur, hetzij met grote initialen.
In het Queen Mary psalter gebeurt dit met een gehistorieerde initiaal van 4 regels hoog vergezeld van een of meerdere grote miniaturen. Het Queen Mary psalter volgt de tiendelige onderverdeling maar met een aantal uitzonderingen. Psalm 119 wordt ook aangekondigd met een gehistorieerde initiaal, maar ook voor enkele van de onderdelen van psalm 118 is dit het geval.
Kantieken Het boek bevat de volgende kantieken: f280v: Kantiek van Jesaja, Jesaja 12:1-6 Confitebor tibi domine qui iratus es … f281v: Kantiek van Hizkia (Ezechias), Jesaja 38:10-12: Ego dixi in dimidio … f283r: Kantiek van Hanna, 1 Samuel 2:1-10: Exultavit cor meum in domino et exaltatum f284v: Kantiek van Mozes, Exodus 15:1-13,17-20: Cantemus domino gloriose f286r: Kantiek van Habakuk, Habakuk 3:2-19 Domine audivi f288r: Kantiek van Mozes, Deuteronomium 32:1-44: Audite celi quae loquor… f292v: Te Deum laudamus f294r: Kantiek van de drie Hebreeuwen in de oven, Daniel 3:57-88: Benedicite omnia opera f295v: Kantiek van Zacharias, Lucas 1:68-79: Benedictus dominus deus Israel f296v: Kantiek van de maagd Maria, Lucas 1:46-55: Magnificat f297v: Kantiek van Simeon, Lucas 2:29-32: Nunc dimittis f298v: Geloofsbelijdenis van Athanasius: Quicumque vult
Ook de cantica worden aangekondigd met een gehistorieerde initiaal van 5 à 7 regels hoog zoals de psalmen. Enkele kantieken hebben daarnaast een grote miniatuur.
Verluchting Het volledige handschrift kan bekeken worden op de website van de British Library opgegeven in de externe referenties.
De tekst