DSC Arminia Bielefeld is een Duitse voetbalclub uit Bielefeld, Noordrijn-Westfalen. De club werd opgericht in 1905 en speelt zijn thuiswedstrijden in de SchücoArena.
De club is recordhouder voor wat betreft het aantal keer promoveren naar het hoogste niveau. Zevenmaal lukte het de club, waarvan 2020 het recentst is. De club degradeerde ook zeven keer, wat ook een record is. Het langste verblijf in de hoogste afdeling is vijf jaar: van 1980-81 tot 1984-85, en van 2004-05 tot 2008-09. Vele malen werd de club geplaagd door financiële problemen.
Het grootste succes van de club tot dusverre is het behalen van de finale van de DFB-Pokal in het seizoen 2024/2025.
Geschiedenis 1905-1933: West-Duitse bond De club werd op 3 mei 1905 opgericht als 1. Bielefelder FC Arminia. De naam Arminia komt van de Cheruskische veldheer Arminius. Twee weken later speelde de club haar eerste wedstrijd op de Kaiser-Wilhelm-Platz tegen een team uit Osnabrück. In de herfst van 1905 nam de club contact op met de Duitse voetbalbond of de club zich gezien zijn geografische ligging moest aansluiten bij de Noord-Duitse of West-Duitse voetbalbond. De West-Duitse bond richtte daarom vanaf 1906 een nieuwe competitie in voor de regio rond Bielefeld, het Voetbalkampioenschap van Ravensberg-Lippe, waar Arminia samen met drie clubs uit Osnabrück in speelde. In 1907 sloot FC Siegfried zich bij de club aan en de club verhuisde naar een terrein bij de Kaiserstraße. Na één seizoen kwamen er twee reeksen, een voor Osnabrück en een voor Bielefeld. Arminia werd groepswinnaar en nam het op tegen FC Teutonia Osnabrück voor de algemene titel, maar verloor met 1:4. De twee reeksen werden weer samengevoegd en Arminia werd opnieuw vicekampioen achter Teutonia. De stad nam het terrein van de club in beslag en er doken financiële problemen op. In 1910 werd een nieuw terrein in gebruik genomen dat ingewijd werd met een wedstrijd tegen Essener TB. Na een middelmatig seizoen werd de competitie in 1910/11 opnieuw gesplitst nadat er ook clubs uit Hamm en Münster bij kwamen. Arminia werd tweede achter Hammer FC 1903. thumb|links|Elftal in 1911 De competitie van Ravensberg-Lippe werd ontbonden en de clubs gingen in de Westfaalse competitie spelen. Na een eerste kwakkelseizoen werd de club in het tweede seizoen kampioen van de oostgroep. Er was geen wedstrijd om de algemene titel en beide groepswinnaars plaatsten zich voor de West-Duitse eindronde, waar de clubs wel tegenover elkaar gezet werden. Arminia won met 5:1 van BV 04 Dortmund en versloeg ook Solinger FC 1895. In de halve finale verloor de club van SC Union 05 Düsseldorf. Later bleek dat beide clubs tegen de verkeerde tegenstander gespeeld hadden in de kwartfinales, waarop de bond besloot zowel Bielefeld als Düsseldorf uit te sluiten en Duisburger SpV tot kampioen uit te roepen. De volgende jaren moest de club genoegen nemen met de vicetitel. Stadsrivaal VfB 03 Bielefeld werd ook sterker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de competitie opgesplitst en Arminia werd twee keer kampioen van Ravensberg-Lippe, maar er was geen verdere eindronde meer voor de algemene titel.
Na de oorlog fuseerde de club met turnvereniging Bielefelder Turngemeinde 1848 met het doel om een grote omnisportvereniging te worden, de club ging onder de naam TG Arminia Bielefeld spelen. In het eerste naoorlogse seizoen eindigde de club derde maar had enkele wedstrijden minder gespeeld dan de nummer twee. In 1920/21 werd de competitie gesplitst in twee reeksen en Arminia werd groepswinnaar. De club zou het in de finale opnemen tegen SC Preußen Münster, maar Bielefeld had op illegale wijze een speler van Hammer SpV 04 verworven en werd drie maanden uitgesloten. Het volgende seizoen schitterde Arminia door met het maximum van de punten kampioen te worden. De club wist ook de West-Duitse eindronde te winnen en plaatste zich zo voor de eindronde om de landstitel, waar ze in de eerste ronde met zware 5:0 cijfers verloren van FC Wacker München.
Op 22 oktober 1922 ging de club failliet waarop op 6 november de club heropgericht werd als 1. Bielefelder FC Arminia en ook de Bielefelder TG 1848 werd heropgericht. De competitie was opgesplitst in twee reeksen en Arminia werd opnieuw met het maximum van de punten groepswinnaar en versloeg in de finale Preußen Münster met 7:0. In de eindronde werd FC Jahn Siegen versalgen en in de finale troffen ze TuRU 1880 Düsseldorf. Na de eerste helft stond het 3:1 voor Düsseldorf en de supporters van TuRU stuurden al postduiven naar het thuisfront met het overwinningsbericht, maar in de tweede helft kwam Arminia terug gelijk en sleepte verlengingen uit de brand, waarin ze nog scoorden en opnieuw West-Duits kampioen werden waardoor ze zich ook plaatsten voor de eindronde om de landstitel. De club werd geloot tegen SC Union 06 Oberschöneweide en na 2,5 uur wedstrijd stond het nog steeds 0:0. In de replay twee weken later kwam Bielefeld na 85 minuten op voorsprong, maar kort voor het affluiten kwam Oberschöneweide gelijk waardoor er verlengingen kwamen; deze keer trok Bielefeld aan het kortste eind en scoorde Oberschöneweide. Op 10 mei 1923 speelde Walter Claus-Oehler als eerste speler van Arminia voor het nationale elftal in een wedstrijd tegen Nederland. Het zou nog 75 jaar duren vooraleer een tweede Arminia speler die eer te beurt zou vallen. In 1923/24 werd de club weer Westfaals kampioen, na een weinig spannende finale tegen BV Westfalia 08 Scherlebeck (9:0). De eindronde werd in groepsfase gespeeld en Arminia moest genoegen nemen met een tweede plaats achter Duisburger SpV. Het volgende seizoen was er één reeks en Arminia eindigde eerste samen met VfL 1899 Osnabrück en mocht naar de eindronde na een beslissende wedstrijd, de club werd daar derde. De wedstrijd tussen Arminia Bielefeld en Preußen Münster van 1 november 1925 was de eerste wedstrijd die live op de Duitse radio te volgen was, Arminia won met 5:0. Op 30 januari 1926 nam de club op initiatief van een bestuurslid de naam Deutscher Sport Club Arminia aan, op basis van patriottistische redenen. Aan het einde van het seizoen won de club de titel maar kon in de eindronde geen potten breken. Aan het einde van het seizoen nam de club na 21 jaar in verschillende stadions gespeeld te hebben een nieuw stadion in gebruik, de Alm, waar de club ook nu nog speelt. Het nieuwe stadion werd in een galawedstrijd ingewijd op 1 mei 1926 tegen SC Victoria Hamburg. Het volgende seizoen waren er opnieuw twee reeksen en Arminia won zijn groep en maakte in de finale SC Borussia 08 Rheine met de grond gelijk, echter kon de club opnieuw geen rol van betekenis spelen in de eindronde. In 1927/28 moest de club VfB 03 Bielefeld voor laten gaan. Het jaar erop kreeg de club enigszins eerherstel door groepswinnaar te worden, maar in de finale moest het de duimen leggen voor SpVgg Herten. In 1929/30 beleefde de club een erg mager seizoen met slechts een vijfde plaats, de toeschouwersaantallen liepen terug en er doken weer financiële problemen op. Door enkele lucratieve vriendschappelijke wedstrijden te spelen tegen Duitse topclubs als Hamburger SV en 1. FC Nürnberg kreeg de club de problemen onder controle. Na een tweede plaats achter VfB 03 het volgende seizoen werd de club vierde in 1931/32, maar won dat jaar wel de beker van Westfalen in de finale van VfL Osnabrück. Het volgende seizoen wist de club opnieuw de groepswinst te behalen en stond opnieuw tegenover SpVgg Herten. Beide wedstrijden eindigden in een gelijkspel waardoor er een derde beslissende wedstrijd kwam die Arminia met 4:2 won. In de eindronde verloor de club wel meteen van SuS Hüsten 09.
1933-1945: Gauliga In 1933 kwam de NSDAP aan de macht in Duitsland en zij herstructureerden de competitie. De West-Duitse bond en zijn acht competities verdwenen en maakten plaats voor drie Gauliga's. Arminia werd door zijn titel geselecteerd voor de Gauliga Westfalen. Met slechts zes punten uit achttien wedstrijden degradeerde de club al na één seizoen naar de Bezirksliga Ostwestfalen. Na twee vicetitels werd de club kampioen in 1937, maar werd slechts derde in de eindronde om promotie. Het volgende seizoen werd de club opnieuw kampioen en in de eindronde om promotie zat Arminia in een groep met FC 06 Schwelm en VfB Alemannia Dortmund en won alle wedstrijden waardoor ze weer promoveerden. Helmut Kronsbein was een van de spelers van het promoverende elftal, hij zou in 1954 Hannover 96 naar de Duitse landstitel leiden. In het eerste seizoen eindigde de club gedeeld zesde, maar kon wel gelijk spelen tegen FC Schalke 04, dat in deze dagen de absolute topclub was en elf jaar op rij kampioen werd van de Gauliga.
In 1939/40 stond de club in februari voorlaatste en het leek alsof ze op de terugweg naar de Bezirksliga waren, maar door een formidabele wederopstanding door nog tweede te eindigden, zij het met kilometers achterstand op Schalke 04. Borussia Dortmund werd dat seizoen in de pan gehakt met 8:2, de Dortmunders namen het volgende seizoen wel revanche door in Bielefeld met 2:10 te gaan winnen. De volgende twee seizoenen eindigde de club in de middenmoot. Wel won de club in 1941/42 met 13:4 van VfL Altenbögge, de wedstrijd met het meeste doelpunten uit de geschiedenis van de Gauliga Westfalen. Altenbögge eindigde gelijk vijfde met Arminia en had hetzelfde doelsaldo. Arminia versloeg dat jaar ook Schalke, Schalke verloor tussen 1933 en 1944 slechts zes wedstrijden in de reguliere competitie van de Gauliga.
Hoe langer de oorlog duurde des te moeilijker werd het om een volwaardig elftal op te stellen. Er werd meestal beroep gedaan op jeugd, veteranen of reizigers om mee te spelen. Vele clubs die normaal rivaal zijn van elkaar bundelden tijdens de oorlog tijdelijk de krachten in een oorlogsfusie (KSG). Op 25 juli 1943 ging de club samen met VfB 03, een succes was dit echter niet want de club werd laatste. Er vond geen degradatie plaats omdat de competitie werd opgesplitst in meerdere lokale reeksen omdat het moeilijker werd om afstanden te overbruggen. In het laatste seizoen speelde de club tegen SpVgg Union 08 Herford en na deze wedstrijd werd de competitie afgebroken.
Arminia liet zich in het nazi-tijdperk niet van zijn mooiste kant zien. In een artikel van de Westfälischen Zeitung stuurde de club een bericht uit dat ze openlijk het regime van de Führer steunden. Zo voerde Arminia in 1933 relatief snel het leidersbeginsel (Führerprinzip) in waardoor de NSDAP een zekere machtspositie verkreeg. Daarmee was Arminia ook de enige ploeg in Bielefeld: andere ploegen zoals VfB 03 Bielefeld en SpVgg Fichte Bielefeld stonden eerder sceptisch tegenover de nazi's. Joodse Arminialeden werden uitgesloten en mochten ook het stadion niet meer in. Voormalig bestuurslid Fritz Grünewald moest zijn gouden eremedaille van de club inleveren. Grünewald, die in het Getto van Warschau stierf, kreeg zijn medaille postuum terug in 2003. Ook de voormalige voorzitter Julius Hesse werd uitgesloten terwijl hij in 1909 de club van de ondergang had gered nadat Arminia failliet was gegaan en zijn veld verloren had, waardoor veel spelers naar VfB 03 Bielefeld waren gegaan. Hij stierf in het uitroeiingskamp Auschwitz.
1945-1969: Naoorlogse periode