James Albert "Jim" Redman MBE (Londen, 8 november 1931) is een voormalig Rhodesisch motorcoureur en zesvoudig wereldkampioen in het wereldkampioenschap wegrace. Tijdens de TT van Assen van 1964 werd hij de eerste coureur die drie races op één dag won. In 1964 werd hij geëerd als Member of the Most Excellent Order of the British Empire (MBE). Carrière Jim Redman werd geboren in de Londense wijk Hampstead. Zijn beide ouders overleden kort na elkaar en toen hij 17 jaar oud was moest hij al voor zijn 11-jarige broertje en zusje zorgen. In 1952, 21 jaar oud, werd hij opgeroepen voor zijn dienstplicht, maar de soldij was niet genoeg om voor zijn broer en zus te zorgen. Daarom verkocht hij voor 200 pond zijn motorfiets, gaf het geld aan zijn zus en vertrok met 25 pond op zak naar de Britse kolonie Zuid-Rhodesië (tegenwoordig Zimbabwe). Toen hij daar wat geld had verdiend liet hij zijn familie overkomen. Hij ontmoette motorcoureur John Love, die bezig was de overstap te maken van motorraces naar autoraces. Redman hielp hem bij de preparatie van zijn Cooper-Formule 3-auto, die werd aangedreven door een 500cc-Norton Manx-motor. Als dank voor de hulp liet Love Redman op zijn Triumph GP-motorfiets rijden. Enige tijd later won hij het 350cc-kampioenschap van Rhodesië. Hij vertrok in 1958 naar het Verenigd Koninkrijk om op Britse circuits als Brands Hatch te kunnen rijden. Privérijder 1958 In het seizoen 1958 debuteerde hij in de 350- en de 500cc-klasse van het wereldkampioenschap wegrace tijdens de TT van Man. Hij nam ook deel aan enkele WK-races op het Europese vasteland. 1959 In het seizoen 1959 scoorde hij zijn eerste WK-punt tijdens de 350cc-Grand Prix van Duitsland en vervolgens ook twee punten tijdens de 500cc-TT van Assen en een punt in de 350cc-Zweedse Grand Prix. Aan het einde van het seizoen reisde hij terug naar Rhodesië. Honda
1960 Redman hoopte in het seizoen 1960 een plaats te veroveren in het MZ-team, dat onder leiding van Walter Kaaden stond. Hij had zich voorgenomen om zich uit de Grand Prix-wereld terug te trekken indien het seizoen 1960 zonder succes zou verlopen. Het contract met MZ lukte niet, maar hij startte naast de 350- en de 500cc-klasse ook in de Ultra-Lightweight TT met een Ducati 125 Bialbero-productieracer. Tijdens de trainingen van de TT van Assen raakten de Honda-fabrieksrijders Tom Phillis en Naomi Taniguchi geblesseerd. Jan Huberts en Jim Redman werden uitgenodigd om op hun 250cc-viercilinder Honda RC 161's te starten. Ze eindigden de race als zevende en achtste. Redman startte ook met Taniguchi's 125cc-Honda RC 143, waarmee hij als vierde finishte. Hij zette het seizoen voort met zijn eigen Ducati en Nortons, maar tijdens de Ulster Grand Prix reed hij Taniguchi's RC 161 naar het podium. Hij werd derde achter Carlo Ubbiali (MV Agusta) en Tom Phillis. In de GP des Nations op Monza werd hij zelfs tweede achter Ubbiali. In de 125cc-race werd hij vierde. In beide klassen sloot hij het seizoen af als beste Honda-coureur. 1961 "Gentleman Jim", zoals Redman in het rennerskwartier genoemd werd, kreeg voor het seizoen 1961 een fabriekscontract bij Honda. Het team bestond uit Tom Phillis, Jim Redman, Sadao Shimazaki, Kunimitsu Takahashi, Naomi Taniguchi en Luigi Taveri. Bovendien werden machines verhuurd aan Bob McIntyre en Mike HailwoodHailwood stapte pas over op de Honda's nadat hij twee wedstrijden op een EMC was gestart. Honda begon aan het seizoen met de 125cc-2RC 143, die eigenlijk een tussenmodel moest zijn tussen de Honda RC 143 en de Honda RC 144. In de 250cc-klasse zette het de RC 162 in. Hij scoorde overwinningen in de 250cc-races van de Grand Prix van België en de GP des Nations. Zijn enige race zonder punten was de 125cc-race van de Duitse Grand Prix. Het was de enige race met de Honda RC 144, een mislukt en eenmalig experiment met een langeslag motor, dat onmiddellijk weer werd losgelaten nu Honda door vier MZ RE 125's werd verslagen. In beide klassen snoepten de Honda-rijders elkaar vaak punten af. Redman scoorde overwinningen, maar Takahashi, Phillis, Hailwood, McIntyre en Taveri ook. Redman sloot het seizoen af als vierde in de 125cc-klasse en als derde in de 250cc-klasse.
1962, eerste en tweede wereldtitel In het seizoen 1962 breidde Honda haar activiteiten uit naar de 350cc-klasse. Daarvoor boorde het de 250cc-RC 162 3 mm op tot 47 mm, waardoor de cilinderinhoud op 284,5 cc kwam. In de GP van Spanje won Redman de 250cc-race. Hijzelf, Bob McIntyre en Tom Phillis reden de hele concurrentie op minstens twee ronden. In de 125cc-race werd Redman tweede achter Takahashi. In de 250cc-GP van Frankrijk won Redman opnieuw voor McIntyre en Phillis en in de 125cc-race werd hij weer tweede achter Takahashi. Derek Minter won de Lightweight 250 TT met een "oude" RC 162, maar Redman werd tweede. In de Lightweight 125 TT werd hij slechts vijfde. Het debuut van de RC 170 in de Junior TT ging slecht. Tom Phillis kwam in de tweede ronde ten val en overleed korte tijd later. Ook Bob McIntyre viel in de race uit. Tijdens de TT van Assen won Redman de 250cc-race en hij werd in de 125cc-race tweede achter Luigi Taveri. In de 350cc-race nam hij de machine van Phillis over en daarmee won hij de wedstrijd. In de GP van België werd hij zowel in de 125- als in de 250cc-klasse tweede. Door zijn overwinning in de 250cc-race van de GP van Duitsland was Redman al bijna zeker van zijn eerste wereldtitel. Hij won met een verschil van 0,1 seconde op Bob McIntyre. Door het systeem van streepresultaten was die tiende seconde erg belangrijk. Als McIntyre gewonnen had, zou hij nog wereldkampioen kunnen worden. Tijdens de Ulster Grand Prix verscheen de nieuwe Honda RC 171, nog steeds geen volwaardige 350, maar door een iets grotere boring en iets langere slag mat deze machine nu 339,4 cc. Redman won de 350cc-race en Tommy Robb werd derde. Robb verving Bob McIntyre, die op Oulton Park een ernstig ongeval had gehad en die op sterven lag. Robb won met McIntyre's Honda RC 163 ook de 250cc-race, waarin Redman tweede werd. In de 125cc-race werd hij derde, waardoor hij in die klasse de wereldtitel aan Luigi Taveri moest laten. Op 15 augustus overleed Bob McIntyre, waardoor Jim Redman tussen twee GP's in wereldkampioen 250 cc werd. Hij won de 250- en de 350cc-race van de GP van de DDR en werd tweede in de 125cc-race. Hoewel Mike Hailwood nog een redelijke kans op de 350cc-titel had, liet MV Agusta hem niet in de 350cc-GP des Nations starten. Jim Redman won die race en werd wél wereldkampioen. Hij won ook de 250cc-race en werd vierde in de 125cc-race, die zo spannend was dat Redman slechts 0,9 seconde achter winnaar Teisuke Tanaka over de streep kwam. Honda sloot het seizoen af met drie individuele wereldtitels en drie constructeurstitels, maar het had Tom Phillis en Bob McIntyre verloren. 1963, derde en vierde wereldtitel In het seizoen 1963 deed Jim Redman een gooi naar drie wereldtitels, hoewel Honda de 125cc-klasse al snel liet schieten omdat de Suzuki's te sterk waren. Honda bleef met de machines uit 1962 rijden. In de Spaanse Grand Prix werd Redman tweede in de 125cc-race achter teamgenoot Luigi Taveri, nadat Hugh Anderson met zijn Suzuki was uitgevallen. In de 250cc-race kreeg hij onverwachte tegenstand van Tarquinio Provini met zijn eencilinder Moto Morini 250 Bialbero, die de race won. In de GP van Duitsland won Redman de 350cc-race, maar in de 250cc-race werd hij derde achter Provini en Tommy Robb. In de GP van Frankrijk werd hij achter Anderson tweede in de 125cc-race. Tijdens de TT van Man won hij de Junior TT en de Lightweight 250 TT, waar Moto Morini de fout maakte om Provini niet te laten starten. In de Lightweight 125 TT werd duidelijk dat de Suzuki RT 63 met Anderson, Frank Perris, Ernst Degner en Bert Schneider moeilijk te verslaan was. Redman werd slechts zesde. Ook in de TT van Assen won Redman de 250- en de 350cc-race. Voor het eerst kreeg hij tegenstand van Mike Hailwood en zijn MV Agusta 350 4C, maar Redman won met ruim een halve minuut voorsprong. Hij won ook de 250cc-race, waarin Provini achter Fumio Ito (Yamaha) derde werd. In de 125cc-race kwam hij ten val, waarbij hij een sleutelbeen brak. Daardoor miste hij de GP van België, waar Provini in de 250cc-race derde werd en Redman tot twee punten in de WK-stand naderde. Voor de 350cc-stand had het geen gevolgen, die kwam in België niet aan de start. In de GP van de DDR werd hij derde in de 350cc-race, waardoor hij zeker was van de wereldtitel. Ook in de 250cc-race werd hij derde. Morini had intussen spijt van het feit dat men Provini niet in alle races had laten starten. Ook in de DDR was hij aanvankelijk niet ingeschreven. Toen het team van Morini alsnog probeerde aan de start te verschijnen, werd het bij de grens tegengehouden omdat de visa niet op orde waren. De Finse Grand Prix kende geen 250cc-klasse. Redman werd in de 350cc-race tweede op ruime achterstand van Hailwood. Hij kwam ook weer eens in de 125cc-klasse aan de start, maar finishte als vijfde, twee ronden achter Hugh Anderson. In de GP des Nations won Redman de 350cc-race, waarin Hailwood uitviel. In de 250cc-race werd hij echter tweede achter Provini, die opnieuw op twee punten achterstand in het WK kwam. In de 125cc-race, waar Suzuki niet verscheen, kon Honda eindelijk weer eens winnen. Redman werd tweede achter teamgenoot Luigi Taveri. Jim Redman had bij winst in de 250cc-Grand Prix van Argentinië zijn wereldtitel veilig kunnen stellen, maar dat lukte niet. Tarquinio Provini bleef hem met de Moto Morini voor en stond nu zelfs gelijk in de WK-stand. Redman scoorde weliswaar zes punten, maar moest vier punten wegstrepen. Redman won de 125cc-race, maar hij had geen tegenstand. Suzuki was afwezig omdat zowel de wereldtitel voor Anderson als de constructeurstitel al binnen was en hij was de enige Honda-coureur omdat hij voor de 250cc-klasse naar Argentinië móest reizen. Zo moest de 250cc-titel in de Japanse Grand Prix op het thuiscircuit van Honda beslist worden. Hier kreeg Redman echter geen tegenstand van Provini, maar van de Yamaha RD 56's van Fumio Ito en Phil Read. Ito finishte als tweede, slechts 0,1 seconde achter Redman, maar die was zeker van de wereldtitel nu Provini slechts vierde werd. Redman werd achter Frank Perris tweede in de 125cc-race en won de 350cc-race. Die telde echter niet mee voor WK-punten, want Honda slaagde er niet in de benodigde zes rijders aan de start te krijgen. 1964, vijfde wereldtitel