thumb|right|Vrijstaande kerktoren van Finsterwolde uit 1822 thumb|right|Oldambtster herenboerderij aan de Goldhoorn thumb|right|Villa SonnevanckFinsterwolde (Gronings: Finnerwol of Finnerwold) is een dorp in de gemeente Oldambt (provincie Groningen, Nederland). Tot 1990, toen Finsterwolde samen met Beerta en Nieuweschans opging in Reiderland, was de gemeente zelfstandig. De drie voormalige gemeenten worden samen wel de Rode Driehoek genoemd, vanwege de vroeger wijd verbreide aanhang van het communisme. Reiderland ging op zijn beurt in 2010 op in de gemeente Oldambt.

Het dorp telt volgens gegevens van het CBS inwoners (), met inbegrip van de afzonderlijke buurtschappen. De bevolkingsdichtheid van de oude gemeente was 53,13 inwoners per km² (2018). Het dorp Finsterwolde zelf telt ongeveer 1250 inwoners.

Het dorp heeft enkele winkels, waaronder een supermarkt. Veel andere voorzieningen zijn te vinden aan de zuidzijde van het dorp in het gebied De Hardenberg. Dit betreft openbare basisschool KC De Bouwsteen en het medisch centrum met apotheek Reiderland. Ook bevindt zich hier het multifunctionele centrum MDC De Hardenberg met ontmoetingsruimtes, overdekt zwembad en sportzaal, bedoeld voor de beide dorpen Finsterwolde en Beerta.

In september 2022 wilde de gemeenteraad MFC De Hardenberg sluiten om kosten te besparen. Uit protest daartegen werden 4000 handtekeningen verzameld. De redding van het centrum is een schoolvoorbeeld van een succesvol burgerinitiatief. Inwoners, lokale ondernemers en verenigingen brachten via crowdfunding tienduizenden euro's bijeen. Ruim 80 vrijwilligers zetten zich in voor het beheer, onderhoud en de exploitatie onder de vlag van een afzonderlijke stichting.

Ten zuidwesten van het Finsterwolde ligt een woongebied van Blauwestad, Het Riet en een jachthaven en horecapaviljoen (Flonk).

Topografie Tot het dorp Finsterwolde behoren de buurtschappen Ekamp, Kromme Elleboog, Hardenberg, Goldhoorn, Ganzedijk, Finsterwolderhamrik, Hongerige Wolf, Reiderwolderpolder en Kostverloren. De buurtschappen Bellingwolderzijl, Egypterdijk, Veenhuizen en Reindersoord zijn van de kaart verdwenen. De hogere zandgronden rond het dorp stonden bekend als Finsterwolder Bouwte, het lage gebied richting Ganzedijk als Modderlanden, en de verder oostelijk gelegen delen als Vledder en Torpsen. Ten zuidoosten van het dorp lagen de Huninga Meerlanden.

De dorpskern stond in de 18e eeuw vermoedelijk bekend als Molengilde.Berend Roelofs, 'Iets over kerkelijk leven', in: Groningse Volksalmanak (1913), p. 65. Daarnaast was er sprake van huizen bij de Westerdijk (ten noorden van het dorp) en bij de Oosterdijk of Garstdijk (Ganzedijk en Egypterdijk).Berend Roelofs, 'Gedenkboek', in: Edzko P. Smid, Genealogie van de familie Smid-Roelofs, Veendam 2008, 5e dr. maart 2009, p. 259-269, aldaar 262. Gearchiveerd op 7 april 2023. Rond 1900 sprak men wel over Westeind en Oosteind. De belangrijkste polders waren Finsterwolderhamrik (met de Egypterdijk uit 1571), Oostwolderpolder (1769), Finsterwolderpolder (1819), Reiderwolderpolder, Eerste Afdeling (1864) en Carel Coenraadpolder (1924).

Historische boerderijnamen zijn Donnella, Henriëttehoeve en Palmarplaats, meer recent zijn De Beukenhoeve, De Eeckshoek, 't Graafschap en Reinaheerd. De meeste boerderijen in de Reiderwolderpolder en de Carel Coenraadpolder kregen eveneens een naam.

Op het grondgebied van Finsterwolde ontstonden de waterschappen Vledder (1800), Finsterwolderhamrik (1802), Modderlanden (1811), De IJsbeer (1835), Huininga-Meerland (1848), Reiderwolderpolder (1862), Oostwolderpolder (1863, gedeeltelijk), Finsterwolderpolder (1863), De Tjamme (1883) en Carel Coenraadpolder (1924, gedeeltelijk). De poldermolens en stoomgemalen werden vervangen door de motorgemaal Hongerige Wolf en enkele kleinere motorgemalen aan het Hoofdkanaal. De afzonderlijke waterschappen gingen in 1968 op in het waterschap Reiderzijlvest.

Finsterwolde maakte sinds 1636 voor zijn afwatering gebruik van de voorzieningen van het boezemwaterschap Vierkarspelenzijlvest, zonder daar formeel deel van uit te maken. In 1864 ging het dorpsgebied op in het nieuwe waterschap Reiderland, daarna Reiderzijlvest en Dollardzijlvest. Sinds 2000 behoort het dorpsgebied tot het waterschap Hunze en Aa's.

Tot de belangrijkste watergangen behoren het Hoofdkanaal (vroeger Bellingwolder Zijldiep), Boezemkanaal, Afwateringskanaal, Tjamme, Buitentjamme en Binnenbermsloot. Het voormalige Beertsterdiep, het Vledderdiep en de Oude Geut zijn in het kader van de Ruilverkaveling Beerta grotendeels, de Binnen-Tjamme, het Vledderdiep en de Schipsloot helemaal verdwenen.

De Hoofdweg door Finsterwolde stond vroeger bekend als Dorpsweg. De Heereweg (naar Beerta) werd in 1959 omgedoopt tot C.G. Wiegersweg. De Westbaan heette aanvankelijk Polderweg. Hij staat tegenover de Oostbaan bij Ganzedijk; beide waren verbonden via Polderdwarsweg, een kleilaan die aanvankelijk doorliep van Oostwolderpolder tot Ganzedijk, maar later door de ruilverkaveling grotendeels kwam te vervallen. De Reiderwolderpolder werd ontsloten door de Hoofdweg, eveneens Polderdwarsweg genoemd. De belangrijkste polderwegen werden rond 1870 verhard met steenslag, nadat de grindweg door het dorp en de doorgaande route naar Beerta al eerder van een puindek waren voorzien.

De Klinkerweg – verhard in 1874 – heette oorspronkelijk Edeweg, Heedeweg of Finsterwolder Torffwech (1659, Oudfries ēde = 'turf'); hij liep via Hardenberg in de richting van de Veenweg te Beerta.Groninger Archieven, toegang 731, inv.nr. 7121, fol. 108. Volgens overleveringen bevond zich aan de Tjamme een aanlegplaats voor schepen. Vanaf de dorpskerk liep de Schipsloot naar de Tjamme.

Geschiedenis Middeleeuwen Finsterwolde, eigenlijk West-Finsterwolde, is van oorsprong een veenontginningsnederzetting en mogelijk al gesticht in de tiende of elfde eeuw. De 2,00 à 3,50 meter hoge keileemrug waarop de dorpskern nu ligt, moet al eerder bewoond zijn geweest, gezien de vondst van een vuistbijl en een beitel uit de Vroege Bronstijd. Nederzettingssporen zijn niet gevonden; de hoogtes zijn later overwoekerd door het hoogveen.Jan Molema et al., 'Nota archeologie gemeente Oldambt, Groningen 2010 (gearchiveerd), p. 11. West-Finsterwolde was het tweelingdorp van Oost-Finsterwolde.

De ontginning van het gebied begon waarschijnlijk vanuit het noorden. Ten noorden van het huidige dorp ligt ten minste één oudere plek waar eerder een kerk heeft gestaan.Jan Molema, 'Verdronken kerken van veenontginningsnederzettingen', in: Groninger Kerken 28 (2011), p. 9-15, aldaar p. 13 (gearchiveerd, 3 februari 2016). Zie ook J.F. Feikens en J.P. Koers, 'Bewoning in het Oldambtster veen, deel 1', in: Duvekoater 57 (april 2016), p. 27-31. Op een vooruitgeschoven hoogte waar in 1821 de boerderij Kerkeweg 4 werd gebouwd, vond men de restanten van een oudere kruiskerk. Hier bevonden zich vermoedelijk tot 1628 een korenmolen en een pestkerkhof. Van hieruit verhuisde het dorp naar de keileemopduiking waarop de dorpskern nog altijd ligt. De hoogte aan de Kerkeweg werd sinds de 16e eeuw omsloten door de Ganzedijk, die hier naar het zuiden afboog en aansloot bij de Musedijck ('muizendijk', 1687) of Moesdijk direct ten noorden van het huidige dorp.Groninger Archieven, 817, inv.nr. 1127: Kaart van de toestand der zeedijken van Oosterwolderhamrik tot Nieuweschans, 1687. Hierop is de oudste afbeelding van het dorp Finsterwolde met de boerderijen en de molen te zien, In de volksmond sprak men ook wel over Museldijk. De hogere, zandige gronden ten noorden van het dorp lagen grotendeels buitendijks. De voortzetting van de zeedijk richting Goldhoorn heette Westerdijk.Stratingh & Venema, De Dollard, p, 100. Gearchiveerd op 9 juli 2023.

De huidige Nederlands-Hervormde kerk van Finsterwolde is van oorsprong een romanogotische kruiskerk, gewijd aan de heilige Stefanus.O.D.J. Roemeling, Patroonheiligen, priesters en predikanten in Groningen en Drenthe tot omstreeks 1640, zeer voorlopige versie, Leeuwarden 2019, p. 204. Gearchiveerd op 14 november 2022. Het gebouw wordt gedateerd op het einde van de dertiende eeuw en werd later voorzien van een driezijdige sluiting. Het gebouw was in 1554 grotendeels vervallen en werd toen gerestaureerd. In 1586 brandde de kerk gedeeltelijk af. Bij een van die gelegenheden zullen de armen van de kruiskerk zijn afgebroken. De nieuwe toren dateert uit de jaren 1820-1822. Het dorp had in 1500 behalve een pastoor tevens een vicaris (onderpastoor) en mogelijk een prebendaris (hulppriester).

In 1319 wordt Fynserwald voor het eerst genoemd als vestigingsplaats van de Johannietercommanderij te Goldhoorn; in verdrag met het jaartal 1391 is sprake van de dorpen Finsterwolda en Oostfinsterwolde. In een overeenkomstig verdrag uit 1420 worden Ffinsterwolde en Oistfinsterwolde opnieuw genoemd. Beide plaatsen waren tot het einde van de vijftiende eeuw zelfstandige kerspelen en worden als Westwinserwalda en Astwinserwalda vermeld in een parochielijst van het bisdom Münster, samen met andere dorpen van het Oldambt. Oost-Finsterwolde lag oorspronkelijk verder noordelijk, maar de bewoners moesten vanwege wateroverlast verhuizen naar een veilige plek hoger op het veen. Het dorp werd sinds 1435 ook wel Veenhuizen genoemd. Andere vermeldingen zijn die Finser luide (de mannen van Finsterwolde, 1441), Ffinserwolde (1454), West- en Oistfinserwolde (1500), Vynsterwold (1506), Fynzerwolde (1511), Fijnssewolde (1522), Finserwolde (1554) en Finsserwolt (1561). Beide dorpen vormden kennelijk een bestuurlijke eenheid: ze hadden een gezamenlijk zegel met het opschrift Si(g)il(lum) duarum p(ar)ochianum in Finzerewa(l)de, dat de beide dorpsheiligen Stefanus en Nicolaas afbeelde. Tussen beide dorpen lag een schuine landpunt, die mogelijk bij het klooster Palmar hoorde.

Hoewel de naam Finsterwolde vaak wordt verklaard als 'duister, donker woud', vanwege het Hoogduitse woord finster ('duister, somber'), wijzen taalkundigen op het Oudfriese wins(t)era, hetgeen zowel 'links' als 'noordelijk' kan betekenen. De naam zou dan 'links van het moerasbos' of 'noordelijk van het moerasbos' betekenen.Vgl. G. van Berkel en K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen - herkomst en historie. Utrecht: Prisma, 2006 Opvallend is de alternatieve naam van het riviertje Fimell Ee of Fymele Ae, dat in een 16e-eeuws document ook Finser Ee wordt genoemd.Twee verdragen uit 1391 en 1420 zijn afgedrukt bij Ernst Friedländer (ed.), Ostfriesisches Urkundenbuch, dl. 1, Aurich 1870, nr. 270 en 270a. Met uitvoerig commentaar (en kleine onvolkomenheden) ook bij G.A. Stratingh en G. Venema, De Dollard, Groningen 1855, bijlage I en II (p. 304-312). Het verdrag van 1391 is vermoedelijk een vervalsing uit de tijd rond 1600 (zie Tjamme). Dit watertje ontsprong in met Meerland bij Oostwold en vormde onder de naam Oude Ae de grens met Finsterwolde. Het liep vermoedelijk verder langs het latere eiland Munnikeveen en het klooster Palmar. Het riviertje mondde bij Fiemel in de Eems.

Resten van de verdwenen Sint-Nicolaaskerk van Oost-Finsterwolde zijn gevonden tussen Ganzedijk en Veenhuizen; het dorp heette in 1500 'door het water vernield' te zijn. Vanaf het huidige dorp Finsterwolde werd in 1454 een nieuwe zeedijk aangelegd die de uitbreiding van de Dollard moest keren. Deze dijk liep via Palmar naar de Punt van Reide. Al na een jaar of twaalf moest deze dijk weer worden opgegeven, waarna het zeewater al enkele jaren later Wagenborgen bereikte.