Reinder Zwolsman (Maassluis, 29 augustus 1912 – Wassenaar, 1 februari 1988) was een Nederlands zakenman. Als de eerste belangrijke Nederlandse projectontwikkelaar werd hij in de jaren zestig van de twintigste eeuw een bekende Nederlander.

Biografie Leertijd Zwolsman werd geboren als jongste van zeven kinderen van een zeeloods. Na de HBS te hebben voltooid volgde Zwolsman een jaar lang een opleiding tot onderwijzer en daarna enige tijd een zangopleiding aan het Koninklijk Conservatorium. Zwolsman begon zijn carrière bij het aannemingsbedrijf van zijn oom in Scheveningen. Toen dat in 1933 failliet ging begon hij onder eigen naam makelaarsactiviteiten.

Met de gevolgen van een ernstig auto-ongeval zou hij nog jarenlang kampen. Mede daardoor ging Zwolsman op 12 september 1938 failliet; het faillissement werd enige weken later weer opgeheven. Vervolgens kocht hij de lege NV ABEX (aanneming-, bouw- en exploitatiebedrijf), waarin hij zijn activiteiten onderbracht.

De Tweede Wereldoorlog In de oorlogsjaren bouwde Zwolsman zijn onroerendgoedbelangen uit met de aankoop van verschillende kleinere vastgoedportefeuilles. Alhoewel soms wordt beweerd dat Zwolsman zich inliet met bunkerbouw of andere bouwactiviteiten voor de Duitsers of de handel in panden van Joodse eigenaren, is vastgesteld dat daarvan geen sprake was.De Jong, L., Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 14b, p. 419 In de loop van 1944 bracht hij al zijn bedrijven, inclusief ABEX, onder in de NV Nassaulaan.

Vanaf 1942 raakte hij betrokken bij het verzet. Aanvankelijk financierde hij verzetsactiviteiten. Zo schonk hij geld voor de bouw van een geheime zender; aan beroepsofficieren die zich aan de collectieve aanmelding onttrokken; voor hulp aan ondergedoken Joden en voor de Zeemanspot. Onderzoek na de oorlog wees uit dat Zwolsman van de in totaal door hem gemaakte zwarte winsten (per ultimo 1944 circa 640.000 gulden) 400.000 gulden besteed heeft aan anti-Duitse doeleinden.De Jong, t.a.p. p. 420

Begin 1944 kwam hij in contact met het NSB-lid Jan Haakman. Deze was betrokken geweest bij ondoorzichtige transacties met de Sicherheitsdienst (SD). In de loop van 1943 besefte hij op het verkeerde paard te hebben gewed en besloot hij van zijn goede relaties met de SD gebruik te maken om gearresteerde landgenoten vrij te krijgen. Later zou hij verklaren aldus goed te willen maken wat hij in de eerste oorlogsjaren verkeerd had gedaan. Zwolsman, daarin gesteund door zijn verzetsrelaties, besloot via Haakman te trachten illegale werkers vrij te krijgen. Daartoe voorzag hij Haakman van ruime financiële middelen, waarmee Haakman drank en rookwaren kon aanschaffen om zo SD'ers te vriend te kunnen houden.

Vanaf augustus 1943 raakt Zwolsman betrokken bij het in Londen gevestigde Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO). De door dit bureau uitgezonden marconist Jan Steman ging samenwerken met de Haagse verzetsman Cock van Paaschen. De leden van diens groep, waarvan ook Zwolsman deel uitmaakte, werden BBO-agenten.

In september 1944 deden zich in Den Haag twee bijzondere ontwikkelingen voor die via Zwolsman met elkaar verbonden zouden raken. De Duitse SD'er Hillesheim besloot te deserteren en onder te duiken. Bij zijn zoektocht naar onderdak kwam hij in contact met de Haagse verzetsman Henk Alsem. Aangezet door de na Dolle Dinsdag ontstane stemming, had Alsem het plan opgevat om met zijn Admiraal Doormangroep aanslagen te plegen op Duitse wapendepots en zo wapens voor het verzet te bemachtigen. Alsem legde naam- en adreslijsten aan van zijn medewerkers, waaronder veel scholieren. Het Haagse verzet, hiermee geconfronteerd, vreesde enerzijds dat een aanslag op een wapendepot tot ongekende Duitse represailles aanleiding zou geven, anderzijds dat bij de intensieve Duitse zoektocht naar de 'afvallige' Hillesheim de lijsten van Alsem in Duitse handen zouden vallen. Het verzet besloot Alsem zijn bewegingsvrijheid te ontnemen. Vervolgens vernam Haakman van de SD'er Frank dat deze de Admiraal Doormangroep wilde oprollen, waarbij hij suggereerde te beschikken over de namenlijst van de groep. Frank toonde zich tegenover Haakman bereid deze actie achterwege te laten, indien hij hulp ontving bij het opsporen van Hillesheim. Haakman vertelde dit aan Zwolsman, die het besprak met leden van de Haagse illegaliteit, met name met Arie van Velsen, oprichter van het Nationaal Comité van Verzet. Zij kwamen tot de conclusie dat het verantwoord was Hillesheim, wiens positie sowieso een groot risico voor het Haagse verzet vormde en die bepaald geen 'schoon' verleden bij de SD had, uit te leveren in ruil voor het sparen van de leden van de Admiraal Doormangroep alsmede degenen die Hillesheim hadden helpen onderduiken en ook een vijftal vooraanstaande geïnterneerde Nederlanders (Ben Telders, Koos Vorrink, Johan Ringers, Stuuf Wiardi Beckman en Eduard Meijers).

Frank verklaarde tegenover Haakman de eerste twee voorwaarden in te kunnen willigen, de laatste voorwaarde was echter te hoog gegrepen. Hillesheim werd gevonden en aan Frank gelaten. Frank hield zich van zijn kant aan de voorwaarden. Hij was zeer ingenomen met de diensten van Haakman en Zwolsman en verleende Zwolsman papieren waaruit bleek dat deze voor de SD werkte en met zijn eigen auto mocht rijden. Dit stelde Zwolsman in staat om wanneer hij op pad ging voor diensten aan de SD, zoals het afleveren van SD-gevangenen, en via Haakman in vrijheid gestelde gevangenen huiswaarts te rijden, tegelijkertijd diensten voor het verzet uit te voeren, zoals het vervoer van personen naar en van illegale besprekingen, van geheime documenten, van ondergedokenen naar dorpen aan de rand van de rivieren, die de grens met het vrije zuiden vormden, tot en met het ophalen van vanuit Engeland gedropten, waaronder de later met de Militaire Willems-Orde onderscheiden verzetsheldin Jos Gemmeke.

Vanaf januari 1945 raakte het verzet betrokken bij het plegen van overvallen op zwarthandelaren en hamsterende boeren. Omdat ook de SD tot taak had de zwarthandel te bestrijden, deed Zwolsman zich daarbij soms voor als SD-agent. Dit bracht sommigen van de aanwezigen in de veronderstelling dat Zwolsman een handlanger van de Duitsers was.

Na de oorlog Als gevolg van Zwolsmans dubbelspelactiviteiten en met name omdat hij zich daarbij soms jegens derden voordeed als SD-agent, werden van diverse kanten beschuldigingen tegen hem geuit. Ook zijn rol bij het optreden tegen zwarthandelaren, als lid van een arrestatieteam na de bevrijding en bij de uitlevering van Hillesheim werden hem verweten. Op 7 december 1945 werd hij gearresteerd en hij zat bijna 10 maanden in voorarrest. Procureur-generaal Mr. Johannes Zaaijer, belast met de opsporing en vervolging van oorlogsmisdaden bij het Bijzonder Gerechtshof besloot een onderzoek in te stellen naar de handel en wandel van Zwolsman in de oorlog. In het bijzonder verweet Zaaijer hem de uitlevering van Hillesheim en de gepleegde overvallen op zwarthandelaren, voor welke feiten hij hem liet vervolgen. Het Gerechtshof achtte de overvallen niet rechtmatig, maar legde ter zake geen straf op, omdat de overvallen waren gepleegd met het doel de vijand te benadelen. Ter zake de uitlevering van Hillesheim werd hij vrijgesproken. Het Hof erkende dat het doel, de bescherming van de groep Alsem, het zwaarst moest wegen. Het Hof overwoog verder dat ter terechtzitting was gebleken dat Zwolsman zich voor de nationale zaak op velerlei gebied verdienstelijk had gemaakt, grote financiële offers had gebracht en niet de opbrengsten van de gepleegde overvallen aan zichzelf ten goede had doen komen, maar juist aan goede doeleinden had besteed.De Jong t.a.p., p. 436

Toen toch nog belastende geluiden werden gehoord, schreef mr Zaaijer aan de advocaat van Zwolsman dat hij dit ten zeerste betreurde; dat hij Zwolsman nooit had gezien als landverrader of collaborateur en dat hij evenmin had getwijfeld aan diens goede Nederlandse gezindheid. Het was hem er vooral om te doen geweest, het openbare gerucht om de persoon van Zwolsman door een onpartijdig onderzoek en beslissing te beëindigen. Zaaijer schreef: "De onaangenaamheden die Zwolsman als gevolg van de tegen hem behandelde strafzaak ondervindt, kan niet het gevolg zijn van de voor hem zo bijzonder gunstige beslissing van het Bijzonder Gerechtshof, welke niet zuiver formeel was, maar duidelijk een goedkeurend oordeel gaf over Zwolsmans gedragingen en de strekking van een rehabilitatie had."brief dd. 14 april 1948

Op 28 februari 1951 ontving Zwolsman van koningin Juliana de Bronzen Leeuw wegens 'moedige en beleidvolle daden in de strijd tegen de vijand'.(Leidsch Dagblad, 19 februari 1951; p. 2/16) Loe de Jong merkt op: "Over dat beleidvolle valt, dunkt ons, te twisten – het woord ‘moedige’ was terecht gebruikt. In tegenstelling tot vele anderen heeft Zwolsman in de bezettingsjaren herhaaldelijk zijn leven in de waagschaal gesteld."De Jong t.a.p., p. 437

De wederopbouw Na de oorlog richtte Zwolsman zich met zijn beursgenoteerde bouwmaatschappij Verenigde Aannemings Bedrijven v/h Zwolsman, op de vele plannen die in het hele land ontwikkeld werden voor de wederopbouw van Nederland, en de bijbehorende gelden. Gedurende de jaren vijftig introduceerde het bedrijf de zogenaamde prefabricage-bouwmethode. Het had bouwprojecten lopen ter waarde van honderden miljoenen guldens. In heel Nederland leverde Zwolsman nieuwbouwwijken met duizenden woningen tegelijk op, maar hij richtte zich vooral op Den Haag. In 1959 bouwde hij de nieuwe Pier van Scheveningen in opdracht van de E.M.S. Na een reeks fusies en overnames noemde hij zijn bouwbedrijf vanaf 1960 Intervam.

In 1961 veranderde Zwolsman van bouwer in projectontwikkelaar. Hij verliet Intervam en kocht voor 3 miljoen gulden de Landbank,Leidsch Dagblad, 7 januari 1978; p. 27/36 een sluimerende financieringsmaatschappij met onder meer 500 huizen in bezit. Hij trok vreemd vermogen aan en begaf zich op het overnamepad. In heel Nederland kocht en exploiteerde Zwolsman kantoor- en bedrijfspanden. Al in 1956 had hij de buitenproportioneel grote villa Kareol in Aerdenhout gekocht. Naast 'private equity' wist Zwolsman ook vele kleine beleggers te interesseren. In de vroege jaren zestig verwierf Zwolsman zo de Houtrusthallen (1963), het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen en het landgoed Backershagen (1962) in Den Haag, in Amsterdam onder andere het Lido, San Marco en Theater Carré (1963), in Rotterdam een deelbelang in de Euromast (1964), de hotels Huis ter Duin, Palace en Rembrandt te Noordwijk en in Vlissingen Grand Hotel Britannia. Terzelfder tijd werd een aanvang gemaakt met de bouw van het Badmotel Westkapelle, eveneens in Zeeland.(Leidse Courant, 28 december 1963; p. 3/16) Verder verwierf de Landbank in 1963 Rutten's Bierbrouwerij ‘De Zwarte Ruiter’ in Rotterdam, met als bekende dochter de landelijke cafetariaketen Ruteck’s.(Leidsche Courant, 05/02/1988; p. 4/18, P. van der Eijk, Een handvol Hagenaars, Den Haag, 1966, p. 54 e.v.)

Zwolsman, die zich tijdens zijn voorarrest in 1946 had aangesloten bij de Rooms-Katholieke Kerk, steunde de Katholieke Volkspartij (KVP) financieel. In 1956 werd voormalig minister-president Louis Beel commissaris van de bouwmaatschappij.Dr. L.J.M. (Louis) Beel, parlement.com Zwolsman deed ook aan liefdadigheid; zo bekostigde hij de bouw van een toren bij de kerk van Onze Lieve Vrouw van Lourdes in Scheveningen (tussen de Berkenbosch Blokstraat en de 2e Messstraat; 1965) en schonk hij een kantoorvilla aan de Rijksuniversiteit Leiden. Bovendien reikte de E.M.S. jaarlijks haar Cultuurprijzen uit. Tijdens de actie Open het Dorp schonk Zwolsman in het geheim de benodigde grond voor Het Dorp.Geschiedenis Magazine 2026 #3

Expansie in de jaren zestig