Cabauw is een klein dorpANWB Topografische Atlas Utrecht/Flevoland (2004) - kaart 102 121-442 en voormalige gemeente in de gemeente Lopik, in de Nederlandse provincie Utrecht. Het lintdorp ligt langs de Lopikerwetering in de Lopikerwaard.

Naam Wat nu Cabauw wordt genoemd, werd in vroegere eeuwen aangeduid als "die wilde Cabbau", waarschijnlijk omdat het gebied overbleef tussen de overige ontginningen. De naam komt van het Middelnederlandse cabeeuwen, 'ruziën, twisten'. Het is onbekend waar de twist over ging.

Geschiedenis De polder Cabauw is in de 13e eeuw ontgonnen. Het was geen cope, maar een zogenaamde restontginning, evenals Blokland. De naam Cabauw wordt in 1253 voor het eerst genoemd. Het is dan in bezit van Jan van der Lede, heer van Haastrecht. Later gaan de leenrechten van Cabauw over naar Nicolaas van Kats sr., een vertrouweling van Floris V van Holland. Van Kats was ook heer van Schoonhoven en Gouda.

Andere ambachtsheren van Cabauw waren onder meer Jan van Beaumont, Jan van Blois, Lodewijk van Treslong en Vincent Cornelisz. van Mierop. De laatste bewoonde een pand aan het Lange Voorhout 7 in Den Haag (nu beter bekend als Het Huis van Bentinck). Zijn zoon Jacob van Mierop werd in 1553 heer van Cabauw en noemde het Haagse pand 'Het huis van Cabau'. Cornelis Theusz kocht de heerlijkheid Cabauw in 1609. Zijn dochter Bartha Theusz kreeg na het overlijden van vader Cornelis en haar broers het leenrecht van Cabauw; zij trouwde met Cornelis van Teylingen. Nadat haar man overleed, hertrouwde ze met Cornelis II de Nobelaer. Na haar overlijden in 1667 werd de advocaat Cornelis II de Nobelaer heer van Cabauw. Hij behoorde tot de meest welgestelde inwoners van Den Haag en woonde in 1674 aan het Noordeinde. Na zijn overlijden werden de leenrechten van Cabauw in 1682 aan zijn neef Justus de Nobelaer toevertrouwd. Justus bezat het niet lang, want na zijn overlijden in 1685 kwamen de heerlijkheidsrechten in 1687 in handen van Diderick Ramp, een neef van Justus de Nobelaer. In 1719 verkocht Diderick Ramp de heerlijkheid Cabauw aan Jodocus van Wijngaerden. Deze was toen al schout van Willige Langerak en plaatsvervangend baljuw van Cabauw.

Jodocus van Wijngaerden bleef ambachtsheer van Cabauw tot zijn dood in 1746. Op 29 april 1746 ging de heerlijkheid over naar zijn neef Johannes van Wijngaerden, die de rechten in 1751 doorverkocht aan Jan Braet. Later werd het recht over Cabauw aangevochten door Cornelis Henricus van Wijngaerden, die koopman was te Edinburgh in Schotland. Op 30 mei 1752 wordt de hoge heerlijkheid aan hem toegewezen. Zijn naam is nog te lezen op een gevelsteen aan de voorgevel van Cabauwsekade 22 in Cabauw. In 1757 kwamen de heerlijkheidsrechten toch weer terug in handen van Jan Braet. Zijn vader Jacobus Braet kocht in 1744 de heerlijkheidsrechten van Noord- en Zuid-Zevender. Na het overlijden van Jan Braet in 1802 werd zijn enige zoon in leven, Otto Braet, leenopvolger van Cabauw en Zevender. In 1816 werd hij burgemeester van Schoonhoven tot zijn dood op 7 juli 1817. Zowel de heerlijkheidsrechten van Cabauw als Zevender werden bij een openbare verkoop in 1818 verkocht aan de familie Brand. Jean Brand werd heer van Cabauw en zijn vader Carel Frederik Brand van Noord- en Zuid-Zevender.

Het bezit bleef tot 1848 in handen van de familie Brand. Jean Brand van Cabauw, zoals hij zich was gaan noemen, overleed in 1847. Zijn vader was al in het jaar 1834 gestorven. De enig overgebleven dochter van Jean Brand van Cabauw, Bartholomée Hermina Brand (1814-1878) verkocht de heerlijkheidsrechten van Cabauw en Zevender aan Gabriel Leonard van Oosten Slingeland. De heerlijkheidsrechten van Willige Langerak, die zij na het overlijden van haar vader ook bezat, werden toen verkocht aan Marcellus Bisdom van Vliet uit Haastrecht. Willige Langerak verkreeg Bartholomea Hermanna Braet, de vrouw van Carel Brand, in 1790, dit mede doordat haar oom Bartholomeus Hermannus de Moor was overleden. Zij werd toen vrouwe van Willige Langerak en haar man heer van Willige Langerak. Na het overlijden van Carel Brand werd zoon Jean Brand van Cabauw heer van Cabauw, Zevender en Willige Langerak.

In 1835 werd Gabriel Leonard van Oosten Slingeland benoemd tot burgemeester van Cabauw en Zevender.Rotterdamsche courant d.d. 10 november 1835 Hij had ook andere bestuursfuncties, waaronder van 1840 tot 1851 het wethouderschap van Schoonhoven. Verder had hij het tiendrecht en toen dat afgeschaft werd, betaalde Cornelis Boef hem in 1851 namens de ingelanden een afkoopsom.

Van 1817 tot 1857 was Cabauw een zelfstandige gemeente, waarbij diverse burgemeesters werden aangesteld. In 1857 werd het samen met Zevender bij de gemeente Willige Langerak gevoegd. In 1943 werden Cabauw, Zevender en Willige Langerak bij de gemeente Lopik gevoegd.

Afbeeldingen

Demografie In 2025 had het dorp 770 inwoners. Cabauw is een katholieke enclave in de overwegend reformatorische Lopikerwaard. Het is vermoedelijk door ambachtsheer Cornelis II de Nobelaer dat Cabauw sinds de zeventiende-eeuw katholiek is gebleven.

Bezienswaardigheden De 213 meter hoge Meetmast Cabauw van het KNMI is in 1972 gebouwd. Daarnaast is Cabauw een typisch polderdorp, met lintbebouwing aan de Lopikerwetering. Ten westen van het dorp bevindt zich De Middelste Molen, een wipmolen uit 1773. Deze bemaalde het gebied van het latere waterschap Lopik, Lopikerkapel en Zevenhoven. De molen is tussen 2019 en 2021 gerestaureerd.https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/3114613/. Gearchiveerd op 22 juli 2021.

Zie ook Lijst van burgemeesters van Cabauw Lijst van rijksmonumenten in Cabauw

Categorie:Lopik Categorie:Plaats in Utrecht Categorie:Voormalige gemeente in Utrecht (provincie)