Het Macclesfield Psalter is een psalter gemaakt in het tweede kwart van de 14e eeuw in East Anglia. Het is een belangrijk voorbeeld van de verluchting en schilderkunst in de 14e eeuw uit East Anglia. Het handschrift werd herontdekt in 2003 nadat het meer dan twee eeuwen totaal onbekend in de bibliotheek van de graven van Macclesfield had gelegen.
Beschrijving Het Macclesfield Psalter is een handschrift geschreven op perkament omstreeks 1330. Het bevat 252 folia van 170 x 108 mm. Het perkament of vellum dat voor het psalter werd gebruikt, was waarschijnlijk van kalfshuid gemaakt en werd zeer goed voorbereid. Het is van een dergelijke kwaliteit dat vleeszijde en haarzijde nauwelijks te onderscheiden zijn.
De tekst is geschreven in één kolom van 16 lijnen. Het tekstblok meet 105 bij 62 mm. De tekst van de kalender bevat 4 kolommen en (maximaal) 33 lijnen en meet 110 x 62 mm. Het handschrift is geschreven in het Latijn, ook de kalender en de rubrieken zijn in het Latijn. De tekst is geschreven in een zogenaamde textualis quadrata, een variant van het Gotisch schrift door één enkele scribent.
Het handschrift is samengesteld uit 32 katernen, allemaal quaternions behalve het eerste, een quinionEen quinion is een katern bestaande uit 5 bifolia en bevat dus 10 folia of 20 bladzijden.. Er zijn enkele folia verloren gegaan: 2 in de eerste katern en telkens één in de katernen 12, 15, 18 en 32. Deze folia waren verwijderd voor de huidige foliumnummering werd aangebracht. De katernen zijn zo samengesteld dat tegenover elkaar liggende bladzijden steeds van hetzelfde type (vlees- of haarzijde) zijn en de buitenkanten van een katern tonen steeds de vleeszijde. Er zijn geen custodenDit zijn korte teksten onderaan in de marge op het laatste folium in een katern. Ze hernemen het eerste woord of de eerste woorden van de volgende katern en waren bedoeld om fouten bij het inbinden te voorkomen. op de laatste bladzijde van de katernen terug te vinden op één uitzondering na, namelijk fol. 221 verso; de overige zijn weggesneden bij het inbinden. Ook een deel van de margeversiering werd weggesneden bij vroegere herinbindingen.
Inhoud ff. 2r-7v: Kalender ff. 8r-8v: Gebed: Suscipere dignare (inleidend gebed op de psalmen waarbij God gesmeekt wordt om het psalmengebed welwillend te aanhoren). ff. 9r-207v: Psalter ff. 207v-227r: cantica. ff. 227v-235r: Litanie van alle Heiligen met collecta. ff. 235v-246r: Officie van de doden. ff. 246v-252r: Diverse gebeden.
Kalender De kalender is een eeuwigdurende kalender die voor elke maand de lijst geeft van de vaste feestdagen die op een bepaalde datum worden gevierd zoals kerstmis bijvoorbeeld en van de heiligen die op de dagen van elke maand worden herdacht.
Naast de feest- en heiligendagen bevat de kalender de computistische gegevens voor de bepaling van de weekdag in functie van het jaar, de numerus aureus in de eerste kolom en de zondagsletter in de tweede kolom. In de derde kolom vinden we het dagnummer uitgedrukt op de Romeinse wijze met kalendae, nonae en iden. De kalender komt overeen met het gebruikVoor het Concilie van Trente (1545-1563) kon elke bisschop het Breviarium opstellen of aanpassen voor zijn eigen diocees en dit werd ook bijna overal gedaan, elke kloosterorde en elk bisdom had zijn eigen Breviarium, vandaar de term ‘voor gebruik in ....’. Het gebruik voor Sarum, het moderne Salisbury, was typisch voor Engeland voor Sarum.
De feestdagen en herdenkingsdagen in de liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk werden onderverdeeld in klassen van belangrijkheid zoals memoria, iii lectiones, simplex, semiduplex, duplex en totum (of maius) duplex. Deze rangorde bepaalde onder meer hoeveel lezingen, specifiek voor het feest, in het getijdengebed moesten worden ingepast. In de kloosters kon dit gaan tot 12 lessen of lezingen, bij de seculiere geestelijkheid ging dit tot negen lessen. In de kalender van het Macclesfield Psalter wordt het aantal lezingen van de feest- of herdenkingsdag opgegeven als "iij.lc" of "ix.lc." op het einde van de lijn. In veel kalenders worden belangrijke feesten in het rood of in goudinkt geschreven, hier is dit niet het geval. De kalender is geschreven in blauwe en rode inkt, maar de rode inkt wordt niet systematisch gebruikt om belangrijke feestdagen aan te duiden, rood en blauw worden eerder afgewisseld voor het mooie visuele aspect.
De eerste lijn van de kalender bevat voor elke maand een kort vers geschreven in het rood of het blauw, uit een gedicht van Beda VenerabilisHet prototype van die teksten werd dikwijls toegeschreven aan Beda maar hiervoor zijn geen bewijzen te vinden en moderne auteurs verwerpen die stelling; Sándor Chardonnens, Anglo-Saxon Prognostics, 900-1100: Study and Texts, Koninklijke Brill NV. Leiden, 2007, p. 362. uit het begin van de 8e eeuw. Deze versjes laten toe de “slechte” dagen of dies aegyptiaci van de maand af te leiden. De eerst genoemde dag telt men vanaf het begin van de maand, de tweede vanaf het einde van de maand.
Psalter Het psalter bevat de 150 psalmen die toegeschreven werden aan Koning David en werd door de christenen overgenomen uit het Oude Testament. Het psalter was de hoeksteen van het getijdengebed in de kloosters maar eveneens het boek dat door geletterde leken werd gebruikt bij de privé devotie voor het getijdenboek in zwang kwam.
Het Macclesfield psalter is een Gallicaans psalter,Het Psalterium Gallicanum (gallicaans psalter) wordt geacht de tweede herziening te zijn van het oude psalmboek door Hiëronymus gemaakt tussen ca. 386 en 391. Bij zijn vertaling steunde hij op de Hexapla. Het Gallicaans psalter werd de versie die gebruikt werd in de Vulgaat. Het werd de standaard in West-Europa vanaf de tijd van Karel de Grote en bleef dat tot in de 20e eeuw. het bevat dus de 150 psalmen in de versie zoals we ze kennen van de Vulgaat.
De psalmen werden zowel in de kloosters als door de seculiere geestelijkheidSeculiere geestelijkheid zijn de geestelijken die niet in een klooster zijn ingetreden. wekelijks gereciteerd. Benedictus verdeelde de psalmen in groepen die dagelijks moesten gebeden worden, de zogenaamde monastieke indeling. De seculiere geestelijkheid hanteerde een andere indeling de zogenaamde achtvoudige verdeling, naar de zeven beginpsalmen voor de metten van zondag tot zaterdag (1, 26, 38, 52, 68, 80 en 97) en de beginpsalm bij de vespers op zondag (psalm 109). In Duitsland, Vlaanderen en Engeland was ook een drievoudige verdeling (1-50, 51-100 en 101-150) gebruikelijk. De combinatie van beide systemen leidde tot een 10-voudige verdeling (1, 26, 38, 51, 52, 68, 80, 97, 101, 109) die gebruikt werd in het Macclesfield psalter. Deze onderverdeling is van belang omdat de beginpsalmen van elke reeks op een bijzondere manier worden aangeduid, hetzij met een miniatuur, hetzij met grote initialen.
In het Macclesfield psalter worden alle psalmen standaard gemerkt met een versierde initiaal van 2 lijnen hoog. De letter “I” is een bijzonder geval, ze wordt versierd met een figuur of een decoratie van 4 lijnen hoog tot de volledige marge, maar de letter “I” zelf bevindt zich dan niet in het tekstblok. Ook de letters met een lange stok of staart (bv. “P” en “L”) hebben een grotere hoogte, maar in die gevallen is het lichaam van de letter 2 lijnen hoog.
De psalmen 1, 26, 38, 52, 97 en 109 van de achtvoudige verdeling worden aangekondigd met een halfblad miniatuur, de psalmen 51 en 119 met een gehistorieerde miniatuur van 6 lijnen hoog en een goede halve kolom breed (kb in de lijst). De folia met de begininitiaal van de psalmen 68, 80 en 101 zijn uit het handschrift verdwenen. Psalm 119, de eerste van de graduaalpsalmen, wordt ook aangekondigd met een initiaal van 6 lijnen.
Hieronder kan men de inhoudslijst van het psalter raadplegen en de manier waarop het begin een elke psalm wordt gemarkeerd. (2l: twee lijnen; ii: initiaal i; hb: halfblad en kb: kwartblad).
De lange psalm 118 is zoals gebruikelijk onderverdeeld naar de Hebreeuwse beginletter van de onderdelen. De naam van de Hebreeuwse beginletter is niet opgenomen in de tekst van het handschrift.