De Gevangenpoort is een middeleeuwse gevangenis in Den Haag. Sinds 1882 is in het gebouw een museum gevestigd. De gevangenpoort ligt dicht bij het Binnenhof en de Hofvijver. Achter de poort ligt wat in Den Haag nu de "Plaats" wordt genoemd. Aan het hoofd van dit plein bevond zich 'het Groene Zoodje'. Dit was meestal de executieplaats, maar bijvoorbeeld zweepslagen werden hier ook gegeven. De gevangenpoort behoort tot de 'Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg'.
Geschiedenis thumb|De Gevangenpoort in de tijd dat Dirck Volkertsz. Coornhert er gevangen zat. Detail van een schilderij uit circa 1555. (Haags Historisch Museum) De gevangenpoort was vanaf ongeveer 1420 tot 1828 de gevangenis van het Hof van Holland, waarin personen die een zwaar misdrijf hadden begaan terechtkwamen. In 1428 maakte Filips de Goede de "voorpoorte van den hove", zoals de poort oorspronkelijk genoemd werd, tot staatsgevangenis. Het aantal cellen zou echter niet altijd voldoende zijn. In 1445 moest een groot aantal van de meer dan honderd gevangen genomen Hoekse opstandelingen uit Leiden, daarom worden gevangengezet in drie herbergen, waaronder 't Goude Hooft.Ladan, R. en Netiv, A.H.: Leiden 1445; Hoeken in Verzet, Historische vereniging Oud Leiden, Jaarboek 1988Calkoen, Gerard Gillis: De Gevangenpoort of voorpoort van den Hove, Jaarboek Die Haghe, Den Haag, 1906 Ook piraten belandden soms in de Gevangenpoort. In 1451 kreeg gevangenbewaarder Michiel van Halewijn de opdracht, om eenentwintig gevangen zeerovers, afkomstig uit de Franse havenstad Dieppe, niet meer dan water en brood te verstrekken. Zeeroverij werd streng bestraft in die tijd. De meeste van hen zouden na een proces worden terechtgesteld. Keizer Karel V bouwde tussen 1517 en 1535 een groot cellencomplex aan de poort vast en breidde ook het gerechtsgebouw uit.
De verdachten werden in de gevangenpoort gehuisvest in afwachting van het proces. Daarbij werd conform middeleeuwse gebruiken, als dat nodig werd geacht, marteling toegepast. Soms zaten de gevangenen met vijftien personen in één cel. Ze moesten hier wachten op hun vonnis, dat bestond uit een geldboete of een lijfstraf, bijvoorbeeld schandstraf, verbanning of de doodstraf. Opsluiting als straf werd pas toegepast sinds de 17e eeuw.
Bekende gevangenen Jan V van Arkel Willem van Oostervant verkondigde in 1401 aan zijn vader Albrecht van Beieren, dat diens stadhouder, de machtige edelman Jan V van Arkel, hem ontrouw was en dat de stadhouder weigerde om nog verder deel te nemen aan de Fries-Hollandse oorlogen. Hierop verklaarde Jan van Arkel zijn Land van Arkel onafhankelijk en braken de Arkelse Oorlogen uit, die duurde van 1401 tot 1412. Jan van Arkel belandde uiteindelijk in de Gevangenpoort, waar hij verbleef van 1415 tot 1426.
Dirk van Beaumont In 1481 werd de Dordtse burgemeester Dirk van Beaumont samen met zijn schout Adriaen Westfaling gevangen genomen tijdens de Inname van Dordrecht. De invloedrijke ridder Jan III van Egmont liet de burgemeester en de schout opsluiten in de Gevangenpoort. De beweegredenen voor zijn daad hadden te maken met de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Ondanks dat Margaretha van York, weduwe van Karel de Stoute, probeerde om genade voor de twee te verkrijgen, zouden zij na een proces nog datzelfde jaar worden onthoofd op het Groene Zoodje, nabij de Gevangenpoort.Wagenaar, Jan, Vaderlandsche historie, Deel 4, pagina 194 e.v., Uitgeverij Isaak Tirion, Amsterdam, 1750. Gearchiveerd op 4 augustus 2020.Van der Aa e.a.: Dirk van Beaumont, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel 2.1, pagina 217
Hubert van Rossum In 1523 belandde Hubert van Rossum, de kanselier van hertog Karel van Gelre, in een cel van de Gevangenpoort. Hij was tijdens de laatste Fries-Hollandse oorlog gevangengenomen. De kanselier had een actieve rol gespeeld in de strijd tegen Keizer Karel V en was opgepakt door Jan II van Wassenaer en Georg Schenck van Toutenburg. Slechts omdat hij ook priester was, werd hij niet terechtgesteld. Hij zou zijn verdere leven slijten als gevangene in het kasteel te Rupelmonde.Arend, Johannes Pieter: Algemeene geschiedenis des vaderlands (...), deel 4, Uitgeverij Schleijer, 1846. Gearchiveerd op 15 augustus 2020.
Jan de Bakker De oud-priester Jan Jansz van Woerden, beter bekend als Jan de Bakker of “Pistorius”, werd in 1525 op bevel van Margaretha van Oostenrijk gevangengezet in de Gevangenpoort. Met enkele onderbrekingen werd hij vier maanden lang verhoord op verdenking van ketterij. Een verhoor in die tijd betekende ook de toepassing van marteling. Op 15 september dat jaar werd hij op de brandstapel gezet, als eerste Hollandse slachtoffer van de vervolging van aanhangers van het opkomende protestantisme.
Catharina de Chasseur De negentienjarige edelmanszoon Gerrit van Assendelft trouwde in 1507 te Orléans met Catharina de Chasseur, een jongedame van lagere afkomst. Van Assendelft keerde zich al snel tegen zijn eigen keuze en vestigde zich in Den Haag in Het Spaansche Hof. Samen met haar moeder volgde Catharina de Chasseur hem naar Holland en vestigde zich eveneens in Den Haag. Ze won een rechtszaak om haar huwelijk erkend te krijgen en kreeg in 1517 zelfs een zoon met haar man. In 1531 eindigde de relatie echter definitief. Nadat De Chasseur een nieuwe rechtszaak was begonnen, schikte Van Assendelft in 1532. Catharina de Chasseur deed afstand van claims op diens erfenis in ruil voor een uitkering voor haar en haar zoon. Waarschijnlijk vulde zij dat inkomen aan met handel, vanuit haar woning in de Nieuwstraat. Daarnaast maakte zij zich echter schuldig aan medeplichtigheid inzake valsemunterij en werd op 11 februari 1541, in opdracht van het Hof van Holland, vastgezet in de Gevangenpoort. Tijdens het strafproces werd haar ex-man Gerrit van Assendelft, tijdelijk ontheven van zijn functie als president van het Hof van Holland. Op 9 april van dat jaar werd De Chasseur door het hof schuldig bevonden aan het aanzetten tot valsmunterij. Haar straf zou de brandstapel worden, maar later werd dit omgezet tot een niet-publieke terechtstelling. In de nacht van 11 op 12 april 1541 werd ze in de Gevangenpoort "met het zwaard" (metten swaerde)" geëxecuteerd.Jaarboek voor penningkunde, 1995 Eeuwenlang zou volgens de overlevering haar geest nog hebben gespookt in de woning van haar man aan het Westeinde.Museum De Gevangenpoort: Waarom Catharina le Chasseur zichzelf moest dooddrinken, november 2017
Dirck Volkertsz. Coornhert Theoloog Dirck Volkertsz. Coornhert werd, in opdracht van de Raad van Beroerten, in 1567 een tijd in de Gevangenpoort opgesloten, nadat zijn contacten met Willem van Oranje hem tot verdacht persoon gemaakt hadden. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij “Boeventucht”, waarin hij bepleitte dat lijfstraffen geen zin hadden. Berechting met wraak of vergelding als uitgangspunt zou volgens Coornhert moeten worden vervangen door strafrechtspraak op basis van rationele overwegingen. Hij schreef dat het nuttiger zou zijn om veroordeelden aan het werk te zetten. Zowel Katholieken als Calvinisten wezen in die tijd zijn ideeën af. Coornhert vluchtte na zijn vrijlating enkele jaren naar het buitenland. Zijn werk “Boeventucht” werd pas twintig jaar later voor het eerst gepubliceerd, maar zou van aanzienlijke invloed zijn op de ontwikkeling van het Nederlandse strafrecht.Coutinho, Dick, Boeventucht, D.V. Coornhert, eigen uitgave, Muiderberg, 1985, . Gearchiveerd op 7 oktober 2022.
thumb|Executie van Reinier van Oldenbarnevelt op het Groene Zoodje in Den Haag, 1623. Rechts de Gevangenpoort
Reinier van Oldenbarnevelt Na de onthoofding van raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt in 1619 wegens hoogverraad, beraamden diens zonen Willem en Reinier van Oldenbarnevelt, samen met de predikant Hendrick Slatius, een aanslag op het leven van stadhouder prins Maurits. Zij hielden hem verantwoordelijk voor het politieke strafproces tegen hun vader, diens executie, alsmede het als gevolg daarvan verliezen van hun banen en al hun bezittingen. De aanslag, te plegen door enkele ingehuurde matrozen, lekte op het laatste moment uit en kon worden verijdeld. Willem van Oldenbarnevelt wist het land te ontvluchten en zou nooit meer terugkeren, maar Reinier van Oldenbarnevelt en Slatius werden aangehouden en opgesloten in de Gevangenpoort. Een verzoek om gratie voor haar zoon, door Maria van Utrecht, de weduwe van Johan van Oldenbarnevelt, samen met Reinier's vrouw Anna Weytsen en hun zoon, werd door de stadhouder afgewezen. Na een proces werd Reinier van Oldenbarnevelt op 28 maart 1623 onthoofd op het Groene Zoodje. De predikant Slatius kon evenmin op genade rekenen en onderging hetzelfde lot op 5 mei 1623, samen met drie anderen die bij de samenzwering betrokken waren. In totaal werden vijftien mensen ter dood veroordeeld vanwege hun betrokkenheid.Cruyningen, Arnout van, Aanslagen op Oranje, Uitgeverij VBK Media, 2015, . Gearchiveerd op 15 augustus 2020.Lothrop Motley, John en Deventer, M.L. van, Het leven en sterven van Johan van Oldenbarnevelt (...), deel 2, Uitgeverij Van Stockum & Zoon, Den Haag, 1874. Gearchiveerd op 6 september 2017.
thumb|Rechts de Gevangenpoort en links de executieplaats het Groene Zoodje. Door Gerrit Berckheyde anno 1690
Witte de With Admiraal Witte de With werd op 7 mei 1650 op last van stadhouder Willem II van Oranje en de Staten-Generaal opgesloten in de Gevangenpoort, wegens het zonder toestemming verlaten van zijn post, waarop in het uiterste geval de doodstraf kon staan. Hij zou er 22 weken vastzitten in de zogenoemde 'ridderkamer'. Nadat aanvankelijk het proces tegen de admiraal vertraging had opgelopen wegens een conflict over de jurisdictie, zou de staatsgreep welke prins Willem II pleegde op 30 juli 1650, ervoor zorgen dat niet het Hof van Holland, maar een speciale rechtbank gevormd van tien rechters, twee van elke admiraliteit, over de zaak zou oordelen. In november dat jaar werd de admiraal Witte de With aangeklaagd op 259 punten wegens plichtsverzuim en op 3 december werd geëist dat hij zou worden onthoofd door het zwaard. Op 16 december werd de admiraal echter op vrije voeten gesteld, in afwachting van zijn vonnis. Uiteindelijk zou hij op 16 februari 1651 worden veroordeeld tot verlies van wedde vanaf november 1649 en veroordeling in de kosten van het proces, hetgeen tezamen neerkwam op zo'n zevenduizend gulden, voor die tijd een zeer groot bedrag. Door velen werd in die tijd verondersteld dat indien prins Willem II niet was overleden op 6 november 1650, de zaak weleens had kunnen eindigen in een veroordeling tot de doodstraf. Waar of niet, het gaf wel aan de invloed die men veronderstelde, welke de prins had kunnen uitoefenen op de rechtsgang.Doedens, A.: Witte de With 1599-1658 — Wereldwijde strijd op zee in de Gouden eeuw, Hilversum, Verloren, 2008,
Cornelis de Witt
De bekendste gevangene van deze gevangenis was Cornelis de Witt, die, zonder overtuigend bewijs, verdacht werd van een beraming tot moord op de stadhouder. Hij werd hiervoor niet veroordeeld, maar wegens meineed van de rechtbank werd hij verbannen. Enkele uren later werd Cornelis met zijn broer Johan gelyncht door "het gepeupel" voor de deur van de Gevangenpoort. Dit alles speelde zich af op 20 augustus van het Rampjaar 1672.
Ontsnappingen In 1675 werd Abraham de Wicquefort, beschuldigd van spionage, opgesloten in een ruime zolderkamer. Hij wist te ontsnappen met behulp van de dienstmeid van de cipier, die een avondje was gaan stappen. Een van de laatste ontsnappingen uit de Gevangenpoort was in 1832 van Willem Gustaaf Frederik Bentinck, die de gevangenbewaarder Jacobus Harthoorn omkocht.
Gebouw Inleiding thumb|Gevangenpoort, oude entree