Fernand Gravey (geboren als Fernand Maurice Noël Mertens) (Elsene, 25 december 1905 - Parijs, 2 november 1970) was een Belgisch-Frans acteur. Hij speelde mee in verscheidene Hollywood-films.
Levensloop Fernand Mertens werd geboren in een acteursfamilie. Zijn vader, Georges Mertens, was naast acteur ook regisseur en later directeur van het Théâtre royal des Galeries in de Koningsgalerij te Brussel. Zijn moeder was de actrice Fernande Dépernay, die van Franse afkomst was. Een nicht van Fernand was de mezzo-sopraan Livine Mertens (1901-1968).
Al op vijfjarige leeftijd figureerde Mertens op het toneel. Net voor de start van de Eerste Wereldoorlog speelde hij mee in een vijftal films van regisseur Alfred Machin. Toen de oorlog uitbrak, vluchtte de familie Mertens naar Londen. Fernand volgde er les aan de St Paul's School en speelde er toneel aan de zijde van Sarah Bernhardt. In 1918 keerde de familie terug naar Brussel waar zijn vader in 1920 stierf.
Mertens trok naar de cadettenschool van de Royal Navy en verbleef vier jaar op de Worchesterhire, het opleidingsschip van de Britse koopvaardij. Op het eind van de jaren 1920 ging de perfect tweetalige Mertens met zijn moeder in Parijs wonen. Hij ging er toneel spelen onder de acteursnaam Fernand Gravey.
In 1930 maakte Gravey zijn Franssprekend filmdebuut in L'amour chante van Robert Florey. Zijn eerste grote Engelssprekende rol volgde in 1933 in de film Bitter Sweet. Nadien speelde hij nog enkele rollen in kleinere Franse films. In 1936 trok hij naar Hollywood en speelde er voor Warner Bros. rollen in The King and the Chorus Girl met als tegenspelers Joan Blondell en Jane Wyman en in Fools for Scandal met Carole Lombard en Ralph Bellamy. In 1938 tekende Gravey, die in zijn Hollywoodperiode acteerde onder de acteursnaam Fernand Gravet, een contract bij Metro-Goldwyn-Mayer en speelde de rol van Johann Strauss jr. in The Great Waltz aan de zijde van Luise Rainer. Gravey was op dat moment samen met Charles Boyer en Maurice Chevalier de bekendste Franse acteur in de Verenigde Staten.
Net voor de Tweede Wereldoorlog begon, keerde Gravey, die inmiddels de Franse nationaliteit verworven had, terug naar Frankrijk waar hij een aantal rollen vertolkte in enkele door de Duitsers goedgekeurde Franse films. Onder zijn echte naam Mertens was hij lid van het Franse Armée secrète en van het Vreemdelingenlegioen en klom er op tot de graad van reserveluitenant. Na de oorlog werd hij gevierd als oorlogsheld.
Gravey nam zijn acteercarrière opnieuw op en speelde zowel rollen in het theater, in films als op televisie. Hij speelde mee in bekende films zoals La Ronde en How to Steal a Million en werkte samen met bekende regisseurs zoals Sacha Guitry, Abel Gance en Henri Verneuil.
In 1958 werd Gravey verkozen tot voorzitter van de International Federation of Actors. Hij stierf op 64-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartinfarct en werd begraven op de begraafplaats van Saint-Cloud.
Filmografie 1913 : Monsieur Beulemeester, garde civique van Alfred Machin (kortfilm) 1913 : Saïda a enlevé Manneken-Pis van Alfred Machin (kortfilm) 1913 : Trente ans ou la vie d'un joueur van Alfred Machin (kortfilm) 1913 : Un épisode de Waterloo van Alfred Machin (kortfilm) 1914 : La Fille de Delft van Alfred Machin (kortfilm): Jefke 1930 : L'Amour chante van Robert Florey: Armand Petitjean 1930 : Chérie van Louis Mercanton: Burton 1930 : Our Blushing Brides van Harry Beaumont 1931 : Marions-nous van Louis Mercanton: Francis Latour 1931 : Tu sera duchesse van René Guissart: Markies André de La-Cour 1931 : Un homme en habit van René Guissart: André de Lussanges 1931 : Coiffeur pour dames van René Guissart: Mario 1932 : Le Fils improvisé van René Guissart 1932 : Passionnément van René Guissart: Robert Perceval 1932 : À moi le jour, à toi la nuit van Ludwig Berger en Claude Heymann: Albert 1932 : Early to bed van Ludwig Berger: Carl 1932 : Une étoile disparaît van Robert Villiers 1933 : Le Père prématuré van René Guissart: Edouard et Fred 1933 : C'était un musicien van Frédéric Zelnik en Maurice Gleize: Jean 1933 : La Guerre des valses van Ludwig Berger: Franz 1933 : Bitter Sweet van Herbert Wilcox: Carl Linden 1934 : The Queen's Affair van Herbert Wilcox: Carl 1934 : Antonia, romance hongroise van Max Neufeld en Jean Boyer: Kapitein Douglas Parker 1934 : Si j'étais le patron van Richard Pottier: Henri Janvier 1934 : Nuit de mai van Gustav Ucicky en Henri Chomette: Baron Neuhaus 1935 : Monsieur Sans-Gêne van Karl Anton: Fernand Martin 1935 : Variétés van Nicolas Farkas 1935 : Touche à tout van Jean Dréville: Georges Martin 1935 : Fanfare d'amour van Jean Dréville: Jean 1936 : Sept hommes, une femme van Yves Mirande: Brémontier 1936 : Mister Flow van Robert Siodmak: Antonin Rose 1936 : Le Grand Refrain van Yves Mirande en Robert Siodmak: Charles Panard 1937 : Le Mensonge de Nina Petrovna van Victor Tourjansky: Luitenant Franz Korff 1937 : The King and the Chorus Girl van Mervyn LeRoy: Alfred Bruger VII 1938 : The Great Waltz van Julien Duvivier: Johann Strauss jr. 1938 : Fools for Scandal van Mervyn LeRoy: René Viladel 1939 : Le Dernier Tournant van Pierre Chenal: Franck 1940 : Paradis perdu van Abel Gance: Pierre Leblanc 1941 : Histoire de rire van Marcel L'Herbier: Gérard Barbier 1942 : La Nuit fantastique van Marcel L'Herbier: Denis 1942 : Romance à trois van Roger Richebé: Charles 1943 : Le Capitaine Fracasse van Abel Gance maar Théophile Gautier: Baron de Cigognac 1943 : La Rabouilleuse van Fernand Rivers naar Honoré de Balzac: Kolonel Philippe Brideau 1943 : Domino van Roger Richebé: Dominique 1945 : Paméla van Pierre de Hérain: Barras 1946 : Il suffit d'une fois van Andrée Feix: Jacques Revel 1947 : Capitaine Blomet van Andrée Feix: Kapitein Blomet 1948 : Du Guesclin van Bernard de La Tour: Bertrand du Guesclin 1950 : La Ronde van Max Ophüls: Charles Breitkopf 1950 : Gunman in the Streets van Frank Tuttle: Commissaris Dufresne 1950 : Le Traqué van Boris Lewin: Commissaris Dufresne 1950 : Mademoiselle Josette, ma femme van André Berthomieu: André Ternaz 1951 : Ma femme est formidable van André Hunebelle: Raymond Corbier 1952 : Le Plus Heureux des hommes van Yves Ciampi: Armand Dupuis-Martin 1952 : Mon mari est merveilleux van André Hunebelle: Claude Chatel 1953 : L'Eta dell'amore van Lionello de Felice: De vader van Andréa 1954 : Si Versailles m'était conté... van Sacha Guitry: Molière 1955 : Treize à table van André Hunebelle, naar Marc-Gilbert Sauvajon: Antoine Villardier 1956 : Courte tête van Norbert Carbonnaux: Olivier Parker 1956 : Mitsou van Jacqueline Audry: Pierre Duroy-Lelong 1957 : La Garçonne van Jacqueline Audry: Georges Sauvage 1958 : L'École des cocottes van Jacqueline Audry: Stanislas de La Ferronnière 1958 : Le Temps des œufs durs van Norbert Carbonnaux: Raoul Grandvivier 1958 : Toto a Parigi van Camillo Mastrocinque: Dokter Duclos 1961 : Les Croûlants se portent bien van Jean Boyer: M. Legrand 1962 : Les Petits Matins van Jacqueline Audry: De man met de Cadillac 1966 : Aventure à Beyrouth van Ladislao Vajda: Dokter Costello 1966 : How to Steal a Million van William Wyler: M. Grammont 1968 : La Bataille de San Sebastian van Henri Verneuil: Gouverneur 1969 : The Madwoman of Chaillot van Bryan Forbes naar Jean Giraudoux: Politie-officier 1970 : Les Caprices de Marie van Philippe de Broca: Kapitein Ragot 1970 : Promise at Dawn van Jules Dassin naar Romain Gary: Jean-Michel Sérusier 1971 : L'Explosion van Marc Simenon: M. Labize
Externe links
Biografie van Fernand Gravey op www.cineartistes.com
Categorie:Belgisch Franstalig acteur Categorie:Frans acteur Categorie:Pseudoniem Categorie:Frans verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog