De koningschinchilla (Chinchilla chinchilla) is een Zuid-Amerikaans knaagdier uit de familie van de wolmuizen (Chinchillidae). Het vormt samen met de chinchilla (C. lanigera) het geslacht Chinchilla. De wetenschappelijke naam van de soort werd gepubliceerd door Martin Lichtenstein in 1829.
Kenmerken miniatuur|links|upright|Verschil tussen de koningschinchilla (boven) en de chinchilla (onder)
De soort heeft een zijdezachte, wollige vacht van extreem dicht en lang haar (tot 35mm in lengte), waarvan de kleur op de rug blauwgrijs, parelmoer of bruingrijs is. De onderzijde van het lichaam is een lichte crèmekleur. De behaarde staart is aan de bovenzijde bedekt met ruwe dekharen.
De koningschinchilla is te onderscheiden van Lagidium en Lagostomus door zijn kleinere omvang (de kop-romplengte bedraagt 530–725 mm bij Lagostomus en 360–505 mm bij Lagidium). Hij verschilt van de andere chinchillasoort (C. lanigera) door zijn kleinere, afgeronde oren, langere kop-romplengte en kortere staart.
De kop-romplengte van de koningschinchilla bedraagt minstens 320 mm, de oren zijn korter dan 32 mm en de staart is maximaal 100 mm. De staart bestaat uit een 20-tal staartwervels. De botafmetingen van de opperarmbeen en spaakbeen bedragen respectievelijk 35,5 mm en 39,0 mm, en de ellepijp meet 48,75 mm. De scheenbeenlengte is 1,75× zo lang als die van het spaakbeen.
Voorkomen Leefgebied en verspreiding De soort komt van origine voor in Peru, Bolivia, Argentinië en Chili. Het leefgebied omvat delen van het Andesgebergte op hoogtes van 3.000–6.000 m.
Er wordt verondersteld dat de koningschinchilla uiterst zeldzaam is of mogelijk is uitgestorven in het wild. Terwijl sommigen menen dat het laatste dier gezien werd in 1953, verklaart de IUCN dat de koningschinchilla nog steeds in moeilijk bereikbare gebieden zou kunnen bestaan, bijvoorbeeld daar waar de grenzen van Argentinië, Chili en Bolivia samenkomen. Volgens de IUCN is de koningschinchilla hedendaags uitgestorven in Peru, is de aanwezigheid in Argentinië en Bolivia onduidelijk, en is de soort aanwezig in Chili. Het is onduidelijk of en hoeveel koningschinchilla's er nog leven in het wild en de populatiestand wordt beschouwd als "dalend" door de IUCN.
Er is een ongeverifieerde melding geweest van de koningschinchilla in noordelijk Chili in het nationaal park Lauca rond 1970. De laatste waarnemingen kwamen uit de jaren 1990–2010 vanuit kleine en afzonderlijke populaties in de uitlopers van de Andes in het noorden van Chili en zuiden van Bolivia, met name in de regios Antofagasta en Atacama in Chili en Potosí (Laguna Colorada-bekken, Nationaal Andesfaunareservaat Eduardo Avaroa) in Bolivia.
Bescherming en bedreiging
Bedreigingsstatus Ondanks dat er onlangs nieuwe, doch kleine en afzonderlijke, wilde populaties zijn ontdekt, wordt de soort ingedeeld onder bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN. Het dier wordt beschermd tegen internationale handel onder CITES Bijlage A. De koningschinchilla staat niet op de huis- en hobbydierenlijst en is daarmee verboden als gezelschapdier te houden in Nederland.
Bedreigingsfactoren Om de populatiestand stabiel te houden of te laten toenemen is voortdurende wettelijke bescherming en permanente bewaking tegen stropers vereist. Daarnaast is verder onderzoek naar de genetica en ecologie van de dieren van belang.
De wilde chinchillapopulatie is tegenwoordig volledig wettelijk beschermd in diens gehele verspreidingsgebied. Desondanks is handhaven moeilijk vanwege de afgelegen ligging hiervan.
Daarnaast houdt de hoge bontprijs de stroperij in stand. In het verleden heeft de bescherming van chinchilla's geresulteerd in een grote toename in de bontprijs. Dit was bijvoorbeeld te zien na het ondertekenen van een beschermingsverdrag tussen Chili, Bolivia, Peru en Argentinië in 1910. Het vangen van chinchilla's voor bont ging daarbij gewoon verder ondanks het verbod.
Het is onwaarschijnlijk dat de koningschinchilla net zo wordt bedreigd door een verlies van leefgebied als C. lanigera. Menselijke activiteiten zoals mijnbouw en het laten grazen van geiten en ander vee zijn ernstige bedreigingen voor nog aanwezige wilde populaties. Het dier wordt mogelijk ook bedreigd door het oogsten van de algarrobilla-struik (Balsamocarpon brevifolium) en door concurrentie met soorten van het geslacht Octodon en Abrocoma. Andere factoren als ten prooi vallen aan roofdieren (o.a. vossen) beïnvloeden ook de chinchillapopulatie.
Uitzetting Pogingen tot herintroductie zijn niet succesvol geweest. Verdere studies naar de voortplanting en de omstandigheden die populaties beïnvloeden, kan in de toekomst mogelijk tot meer resultaat leiden.
De omstandigheden in het nationaal park Sajama van Bolivia zouden ideaal zijn voor de soort om te kunnen overleven, maar er zijn geen officiële populaties vastgesteld in dit gebied.
Categorie:Wolmuizen Categorie:IUCN-status bedreigd Categorie:Dier uit het Neotropisch gebied