miniatuur|Constitucions de Catalunya (Catalaanse grondwet) uit 1585 Het catalanisme, de Catalaanse beweging of het Catalaans nationalisme is een culturele, politieke en economische stroming en emancipatiebeweging in de Catalaanse landen. Het streeft naar erkenning en bescherming van de Catalaanse taal en cultuur en naar meer politieke rechten."Catalanisme" in: Gran Enciclopèdia Catalana
18de eeuw: verval thumb|Via fora als adormits De beweging vindt haar oorsprong in het begin van de 18de eeuw, toen Catalonië na de Vrede van de Pyreneeën in 1659 tussen Spanje en Frankrijk werd opgedeeld en het Catalaans in Noord-Catalonië (oftewel Roussillon) verboden werd. Een halve eeuw later, aan het einde van de Spaanse Successieoorlog (1701-1714), na de val van het kasteel van Cardona, het laatste bastion van verzet, vaardigde Filips V van Spanje het zogenaamde Decretos de Nueva Planta uit, dat in 1716 in het zuidelijke deel de Catalaanse instellingen ophief en het Castiliaans als officiële taal oplegde. De verdringing van het Catalaans gebeurde vanaf toen min of meer actief. Het Huis Bourbon richtte een sterk gecentraliseerde staat op en had tot aan de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814) tegen Napoleon ook een internationale uitstraling en een internationaal prestige, waardoor het Catalaans op de achtergrond geraakte.
Toch voerde de bevolking al in de 18de eeuw enige acties tegen de culturele assimilatie: Via fora als adormitsVertaald: "Kom naar buiten, slapers!" (1734) of de Record de l'Aliança (1736), een brief van de burgers aan George I van Groot-Brittannië waarin ze hem vruchteloos aan het Traktaat van Genua uit 1705 herinnerden. Ook de kerk eiste het recht op in de volkstaal te preken en het klooster van Montserrat bleef een belangrijk intellectueel centrum.
19de eeuw: Renaixença In de 19de eeuw droegen drie factoren bij aan het ontstaan van de Renaixença (heropleving) in de Catalaanse landen: het romantisch nationalisme, de dekolonisering van Zuid-Amerika en de industriële revolutie.
Binnen de Romantiek, een beweging die heel Europa trof, groeide ook een sterke nationalistische stroming, zowel cultureel als politiek: onder meer in België met de Vlaamse Beweging, en de Friese, Finse en Noorse onafhankelijkheidsbewegingen. Overal in Europa doken afscheidingsbewegingen op in de eens grote rijken "waarin de zon nooit onderging". Ook in Zuid-Amerika werd het ene na het andere land onafhankelijk. Anderzijds werd de taal een belangrijk bindmiddel in opkomende nationale bewegingen zoals het risorgimento in Italië met Giuseppe Garibaldi en de Duitse eenwording met Otto von Bismarck.
thumb|La Renaixensa, het eerste Catalaanse dagblad Spanje verloor een voor een al zijn koloniën en daarmee internationaal prestige en de bronnen van zijn rijkdom. De dure Spaans-Amerikaanse Oorlog (1898) eindigde in een fiasco. Terwijl de rest van het land agrarisch en klerikaal achterbleef, begon in Catalonië en Baskenland de industriële revolutie. Er ontstond daardoor geleidelijk een welgestelde middenklasse van zelfbewuste burgers die weinig sympathie voelden voor de nog zeer absolutistisch geleide staat met weinig academische en culturele vrijheid.La Renaixença cultural i el redreçament econòmic. Revolució industrial, website van de Generalitat de Catalunya (vertaald: De culturele heropleving en de economische opgang. De industriële revolutie)
De beweging was oorspronkelijk vooral cultureel. Vanaf de jaren 1830 ontstonden de eerste Catalaanse en Valenciaanse uitgeverijen. Het carlisme opteerde ook voor een federale monarchie, tegen het centralisme van Ferdinand VII. In 1859 werden de eerste Jocs Florals georganiseerd, een soort landjuweel maar dan wel voor poëzie. Geleidelijk aan kreeg de beweging ook meer en meer een politieke kant.Els orígens del catalanisme polític (segle XIX), website van de Generalitat de Catalunya Via het nieuwe dagblad Diari Català riep de advocaat en journalist Valentí Almirall i Llozer in 1880 het eerste Catalanistisch Congres samen, waaraan alle uiteenlopende strekkingen van de jonge beweging deelnamen. Het congres besloot een Centre català (1882) op te richten om de beweging te coördineren. In 1883 volgde het tweede congres, waar steeds meer stemmen opgingen om eigen politieke organen op te richten, buiten de Spaanse partijen. In 1885 werd een eerste Memorie van klachten aan de monarch Alfons XII van Spanje gestuurd. Dit document wordt gezien als de voorloper van het regionalisme en het inspireerde de ideologische beschouwingen van Enric Prat de la Riba. In 1886 publiceerde Almirall zijn Lo catalanisme, tot op heden een standaardwerk voor de Catalaanse beweging.Valentí Almirall, Lo catalanisme. Barcelona, Edicions 62, heruitgave 1979, Een van de grondeisen was de wederoprichting van de Generalitat de Catalunya en het herstellen van de autonomie zoals in de periode tussen 1283 en 1714. De conservatieve vleugel van de beweging was weinig enthousiast en reageerde een jaar later met de publicatie van El Regionalisme.Lo Catalanisme in: Gran Enciclopèdia Catalana
Het lukte niet zo goed tot een eensgezinde beweging te komen en de spanningen tussen de conservatieven, de carlisten en de aanhangers van Almirall namen toe. In 1887 richtten de conservatieven hun eigen Lliga de CatalunyaBond voor Catalonië op, met onder meer Narcís Verdaguer i Callís Prat de la Riba, Lluís Domènech i Montaner, Josep Puig i Cadafalch, Raimon Duran i Ventosa, Àngel Guimerà i Jorge en later ook Francesc Cambó i Batlle, die in het begin van de 20ste eeuw het politieke catalanisme in zijn diverse tendensen richting zouden geven. In 1891 slaagde de Lliga erin een Unió Catalanista op te richten, die partijen, organisaties, kranten en diverse vooraanstaande persoonlijkheden verenigde. In 1892 formuleerden zij in Manresa een gemeenschappelijk manifest Grondvesten voor een regionale Catalaanse grondwet, meer bekend als de Bases de Manresa.Voor de volledige tekst van het manifest, zie: Les bases de Manresa del 1892 (pdf), website van het Institut d'Estudis Catalans
Het Catalaans overleefde in het volkstoneel en de volkspoëzie, maar het Spaans werd een conditio sine qua non voor sociale vooruitgang. De administratie en de universiteiten waren alle eentalig Spaanse instituten. Het zou nog duren tot 1932 voor de taalkundige Pompeu Fabra i Poch de eerste leerstoel Catalaans aan de Universiteit van Barcelona verwierf. Een groeiende groep intellectuelen en schrijvers zorgde ervoor dat de taal opbloeide en niet in een folkloristisch hoekje verkommerde. De Spaanse staat beschikte over te weinig middelen om het onderwijs te versterken en de lokale clerus bleef veelal in het Catalaans onderwijzen.
20ste eeuw: vallen en opstaan Mancomunitat thumb|Blauwe estelada, embleem van de catalanistische beweging sedert 1918, ontwerp van Vicenç Albert Ballester i Camps In 1914 ontstond een eerste gemeenschappelijke bestuursorganisatie, de Mancomunitat de Catalunya, samengesteld uit de vier Catalaanse provinciebesturen (Barcelona, Tarragona, Lleida en Girona), onder de leiding van Enric Prat de la Riba (1914-1917) en daarna van Josep Puig i Cadafalch (1917-1925), beiden lid van de Lliga Regionalista. Ofschoon de Mancomunitat geen enkele wetgevende bevoegdheid had, heeft ze toch een belangrijke rol gespeeld in de coördinatie van grensoverschrijdende openbare netwerken (wegen, telefoon, spoorwegen) en de gezondheidszorg. Ook bij de oprichting van technische scholen heeft ze belangrijk werk verricht. In 1917 werd de Partit Republicà Català opgericht door Francesc Layret en Lluís Companys als voortrekkers, met een centrumlinks federalistisch en republikeins programma. De linkerzijde bleef echter zeer verdeeld: de radicale antiklerikale Alejandro Lerroux García, het anarchosyndicalisme en ten slotte de Unió Socialista, als regionale afdeling van de PSOE.
Francesc Macià i Llussà werd voor Solidaritat Catalana in het parlement verkozen. In 1919 richtte hij de Federació Democràtica Nacionalista op, die streefde naar een Iberische confederatie en een aantal vooruitstrevende politieke en sociale hervormingen. In 1922 richtte hij een nieuwe partij op, Estat Català (Catalaanse Staat). De partij was geïnspireerd op de Ierse onafhankelijkheidsbeweging tegen de Britse overheersing en sprak voor het eerst ondubbelzinnig over onafhankelijkheid, desnoods door gewapende strijd.
Dictatuur van Miguel Primo de Rivera (1923-1930) Behalve in het geïndustrialiseerde Baskenland en in Catalonië was Spanje aan het verpauperen. Samen met het militaire conflict met Marokko zorgde dit voor onrust. In september 1923 vestigde Miguel Primo de Rivera een militaire dictatuur en een corporatistische eenpartijstaat.
Ofschoon Primo de Rivera eerst probeerde de rijke Catalaanse bourgeoisie te ontzien, nam hij steeds meer anti-Catalaanse maatregelen, gesteund door militaire gouverneurs en Spaansgezinde kringen. De Mancomunitat en de onderwijsinstellingen die ze opgebouwd had, werden ontmanteld. In het openbare leven werd Spaans de enige toegelaten taal: op ambtelijk niveau, op wegwijzers en naamborden, in het onderwijs, enz. Een groot aantal symbolen en liederen, zoals Els Segadors, werd verboden. De sterk gecensureerde pers en het theater waren de enige uitzonderingen waar het Catalaans nog gedoogd werd.Les prohibicions durant la dictadura de Primo de Rivera, website van de Generalitat de Catalunya Deze agressieve politiek had een averechtse werking en bracht een zekere radicalisering teweeg. De middenklasse sponsorde nieuwe culturele instellingen en zorgde ervoor dat bijvoorbeeld het Institut d'Estudis Catalans kon voortbestaan, ondanks de afschaffing van alle openbare subsidies. De ontevreden bourgeoisie, het verarmende proletariaat en de wereldvreemdheid van Alfons XIII (die zijn minister Primo de Rivera graag voorstelde als "mijn Mussolini") schiepen een prerevolutionair klimaat. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1931 nam het oproer toe, moest Alfons XIII aftreden en werd de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen.
Tweede Spaanse Republiek (1931-1939) In 1931 was de partij Esquerra Republicana de Catalunya erin geslaagd alle fracties aan de linkerzijde van de Catalaanse beweging te verenigen en zorgde zij voor een duidelijke overwinning in de gemeenteraadsverkiezingen. Na harde onderhandelingen met de centrale regering in Madrid werd de Generalitat de Catalunya opnieuw opgericht en kreeg deze een zekere autonomie. Op 6 december 1932 werd het Catalaanse Parlement ingesteld, waarvan Lluís Companys de eerste voorzitter werd. Na het plotselinge overlijden van president Macià op 25 december 1933 werd Companys op 1 januari 1934 door het parlement als opvolger gekozen.
Naast de gematigde beweging bleven andere groepen en partijen naar onafhankelijkheid streven: de Partit Català Proletari,Catalaanse Proletarische Partij die in 1936 in de Partit Socialista Unificat de Catalunya opging, de vereniging Palestra, de Partit Nacionalista CatalàCatalaanse Nationalistische Partij en de Agrupació Nacionalista Nosaltres Sols,Nationalistische Groepering Wij Alleen de enige die zich met het paramilitaire model van de Ierse Sinn Féin identificeerde en de gewapende strijd openlijk beleed.
Franquisme (1939-1975) thumb|Stele op de plaats waar Lluís Companys werd geëxecuteerd