De Charophyta, ook wel charofyten, vormen een parafyletische groep van voornamelijk in zoetwater levende groene algen. De groep wordt soms als een fylum (divisie) beschouwd. Tot de Charophyta behoren een aantal algengroepen die evolutionair gezien het dichtst bij de landplanten staan. Vooral geslachten binnen de familie van de kranswieren, zoals Chara, Nitella en Tolypella, worden tot de typische charofyten gerekend. Deze algen delen verschillende kenmerken met landplanten, zoals de structuur van hun chloroplasten, voortplantingswijze en aspecten van hun celdeling.

In cladistische zin vormen 'charofyten' geen natuurlijke (monofyletische) groep. De landplanten zijn ontstaan uit een voorouder binnen deze algengroep, maar worden traditioneel niet tot de charofyten gerekend. De naam wordt vaak in brede zin gebruikt voor zoetwateralgen die dichter bij de landplanten staan dan de overige groenwieren. Om verwarring te voorkomen gebruiken moderne fylogenieën meestal de naam Streptophyta voor de volledige monofyletische groep waarin zowel deze algen als alle landplanten samen vallen.

Naam De naam Charophyta is gevormd naar het door Linnaeus benoemde geslacht Chara, een herkenbare groep macroscopische zoetwateralgen die al sinds de 18e en 19e eeuw uitgebreid werden beschreven.

Het gebruik van de naam "charofyt" en "Charophyta" is vooral gangbaar in de traditionele algentaxonomie en in ecologische literatuur, bijvoorbeeld in zoetwateronderzoek. De term is daarnaast min of meer ingeburgerd in de vegetatiekunde en paleobotanie (voor fossiele charofyten). In moderne fylogenetische literatuur wordt bij voorkeur Streptophyta of streptofyt-algen gebruikt.

Kenmerken Charofyten zijn fotosynthetische eukaryoten met een redelijk karakteristieke chloroplaststructuur. De chloroplasten bevatten vaak pyrenoïden en kunnen in complexe vormen georganiseerd zijn (zoals bij Spirogyra). De celwandcomponenten lijken op die van landplanten en bestaan uit cellulose, hemicellulose en pectines. Charofyten hebben een volledig ontwikkeld endomembraansysteem met gespecialiseerde secretiestructuren. De celdeling verloopt bij de hogere charofyten via de vorming van een fragmoplast, een cytoskeletonderdeel die de celwand tussen twee nieuwe dochtercellen aanlegt. Veel van deze eigenschappen worden beschouwd als evolutionaire innovaties die de overgang naar het land mogelijk hebben gemaakt.

Classificatie

thumb|Spirogyra, een filamenteuze charofyt binnen de Zygnematophyceae

De Charophyta zijn een reeks groene algen die evolutionair gezien naast de Chlorophyta (klassieke groenwieren) staan. De volgende klassen worden tot de Charophyta gerekend: Mesostigmatophyceae, Chlorokybophyceae, Klebsormidiophyceae, Zygnematophyceae, Charophyceae en Coleochaetophyceae.

Uit de charofyten zijn vroeg in de evolutie de eerste landplanten (embryofyten) voortgekomen, waarschijnlijk uit een voorouder die verwant was aan de Zygnematophyceae. Charofyten en landplanten delen een aantal moleculaire kenmerken die niet bij Chlorophyta (groenwieren) voorkomen, bijvoorbeeld enzymen die betrokken zijn bij koolhydraatstofwisseling en oxidatieve stress. De groenwieren, charofyten en landplanten vormen samen de grotere clade Viridiplantae (groene planten).

Categorie:Charophyta