Pieter Catharinus Arie Geijl, (Dordrecht, 15 december 1887 - Utrecht, 31 december 1966) was een Nederlands hoogleraar geschiedenis, eerst aan de Universiteit van Londen, later aan de Universiteit van Utrecht. Voor publicaties in Angelsaksische landen gebruikte Geijl de spellingvariant Geyl, omdat de ij onbekend is in het Engels.

Biografie Pieter Geijl was de zoon van een huisarts. Pieter volgde middelbaar onderwijs aan het stedelijk gymnasium te Den Haag (vanaf 1946 Gymnasium Haganum) en begon in 1906 zijn studie Nederlandse letteren en geschiedenis aan de universiteit van Leiden. Na kritiek op zijn literaire vaardigheden van zijn vrienden Pieter Nicolaas van Eyck en Albert Verwey richtte Geijl zich uitsluitend op zijn studie geschiedenis. Interdisciplinaire bruggen, Een zelfbeeld van de Britse neerlandistiek p. 5 e.v. Hij studeerde in 1911 cum laude af.

Geijl ontving na zijn studie op voorspraak van de hoogleraar vaderlandse geschiedenis Petrus Johannes Blok een beurs van de Stichting Robert Fruin Fonds voor Studiereizen. Dit fonds was in 1886 was opgericht met als doel studiereizen voor onbemiddelde studenten mogelijk te maken. Historicus en professor Robert Fruin (1823-1899) stelde zijn nalatenschap beschikbaar voor dit fonds. Geijl vertrok voor zes maanden naar Italië, waar hij in Venetië materiaal verzamelde voor zijn dissertatie over de Doorluchtige Republiek Venetië. De titel van deze studie luidt Christofforo Suriano. Resident van de serenissime republiek van Venetië in Den Haag, 1616-1623. In december 1913 promoveerde hij, opnieuw met lof.H. van der Hoeven, 'Geijl, Pieter Catharinus Arie (1887-1966)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (1979).

Geijl werd hierna correspondent in Londen voor het Algemeen Handelsblad. In 1919 kreeg hij een leerstoel Dutch Studies aan het University College London (UCL). Deze leerstoel werd met steun van de Nederlandse ambassade gefinancierd door het bedrijfsleven. Geijl was de eerste hoogleraar die hem bekleedde. In 1920 werd hij bijgestaan door Peter Nicolaas Ubbo Harting, docent Nederlandse taal- en letterkunde. In 1936 werd Geijl hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de universiteit van Utrecht, en in 1938 daarnaast buitengewoon hoogleraar aan de toenmalige Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam. In beide posities volgde hij Gerhard Wilhelm Kernkamp op. In 1941 is Geijl benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1957 werd hem de P.C. Hooft-prijs voor zijn wetenschappelijk en essayistisch werk verleend. Geijl ging in 1958 met emeritaat.

Geijl was voorstander van een Groot-Nederland, dat zou moeten bestaan uit Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika, en pleitte daarom voor samenwerking op het gebied van de taal en cultuur. Zijn sympathie voor de Vlaamse Beweging hangt hiermee samen, en was ook consequent in het licht van zijn werk De Geschiedenis van de Nederlandse stam, waaruit eveneens een grootnederlandse opvatting blijkt.

Persoonlijk leven Geijl was gehuwd en had een zoon en een dochter. Na het overlijden van zijn eerste vrouw is Geijl hertrouwd. Dit huwelijk bleef kinderloos. Over de nalatenschap van Geijl voerden de kinderen een juridische strijd tegen de weduwe, die tot bij de Hoge Raad werd uitgevochten (arrest 'Prof. Geijl', Hoge Raad 10 januari 1969, NJ 1970, 176).

Vanwege zijn kritiek op het bewind van de nazi's tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd Geijl vastgezet in concentratiekamp Buchenwald, maar hij werd later overgeplaatst naar verschillende kampen in Nederland, waaronder kamp Sint-Michielsgestel. Daar was hij een van de Heeren Zeventien-gijzelaars. Toen hij in 1944 om gezondheidsredenen werd vrijgelaten, zocht hij direct contact met het verzet.

In de jaren veertig schreef Geijl sonnetten die in 1945 werden gepubliceerd onder de titel O Vrijheid.

Uitspraak De geschiedenis is een discussie zonder einde.Pieter Geyl: Napoleon. Voor en tegen in de Franse geschiedschrijving, Haarlem, 1979, p.3-5, later door Geyl zelf vaak malen herhaald (onder meer Pieter Geyl: Gebruik en misbruik der geschiedenis, eigen vertaling van zijn Terry Lectures, Yale, 1956, p. 59-60

Bibliografie Diverse werken van Geijl zijn later herzien of aangevuld.

1909 - François Villon 1913 - Christofforo Suriano, resident van de serenissime Republiek van Venetië in Den Haag, 1616 - 1623 (dissertatie) 1920 - Holland and Belgium: Their common history and their relations: Three lectures given at the University College, London, on February 10th, 17th and 24th, 1920 1922 - De Agent Wolters over de woelingen van 1747 en 1748, medegedeeld van Dr.P. Geyl (en Richard Wolters) (overdruk uit de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap) 1924 - Willem IV en Engeland tot 1748 (vrede van Aken) (online bij DBNL) 1924 - Een Engelsch republikein over Willem II's staatsgreep in 1650 (herdruk van uittreksels van no. 50, 54 and 57 van "A Briefe Relation of some Affaires and Transactions civill and military, both forraigne and domestique" - bezorgd door P. Geyl) (overdruk uit de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap) 1924 - Nota van Sir Francis Nethersole over de partijstrijd in de Republiek en Engelands houding daartegenover, 1625. Medegedeeld door P. Geyl (overdruk uit de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap) 1924 - A beautiful play of Lancelot of Denmark. How he fell in love with a lady who waited upon his mother. Vertaald uit het Middelnederlands door P. Geyl 1925-1930 - De Groot-Nederlandsche gedachte. Historische en politieke beschouwingen (Eerste bundel) 1925 - Jahangir's India, the Remonstrantie of Francisco Pelsaert (vertaald door W.H. Moreland en P. Geyl) 1926 - England in the nineteenth century, Volume I (1815-1860) en Volume II (1860-1901). Pieter Geyl en Etsko Kruisinga 1927 - The tale of Beatrice. (vertaald uit het Middelnederlands door P. Geyl; op rijm) 1928 - After thirty years (over William Ewart Gladstone). Herbert John Gladstone en Pieter Geyl 1929 - Nederland's staatkunde in de Spaansche successie-oorlog 1929 - Memorable description of the East-Indian voyage, 1618-25. Boek van Willem Ysbrandtsz. Bontekoe (vertaald door C.B. Budde-Hodgkinson en Pieter Geyl; inleiding en noten door Pieter Geyl) 1929 - The Dutch in India (artikel in British India, 1497-1858. Henry H. Dodwell) 1930-1962 - De Geschiedenis van de Nederlandsche stam (zes delen, tot 1798) (Deel III (van 1688-1751)) 1930 - The Dutch barrier 1705 - 1719 door Roderick Geikie en Isabel A. Montgomery (met bijdragen van Pieter Geyl en George Macaulay Trevelyan) 1930 - Voor-1830-na: een bundel opstellen en gedichten door Pieter Geyl, René Desiderius de Clercq en Pieter Willem de Koning 1932 - The revolt of the Netherlands (1555 - 1609) 1933 - Een historische legende. Het Zuid-Nederlandsch tarief van 21 december 1680 1933 - Wilhelmus van Nassouwe. Uitgegeven ter gelegenheid van het IVde eeuwfeest der geboorte van Prins Willem van Oranje Geyl; onder leiding van Prof. Dr. P. Geijl (Geijl et al., 1933, met een inleiding van Bernard Loder) 1934 - Briefwisseling en aanteekeningen van Willem Bentinck, Heer van Rhoon, tot aan de dood van Willem, 22 oktober 1751 (online bij DBNL) 1936 - Vaderlandse gemeenschap in historisch perspectief 1936 - Revolutiedagen in Amsterdam (Augustus-september 1748). Prins Willem IV en de Doelistenbeweging 1936 - Groen van Prinsterer en de scheuring van 1830 1936 - The Netherlands divided (1609-1648) 1937 - Kernproblemen van onze geschiedenis. Opstellen en voordrachten 1925-1936 1938 - Het nationalisme als factor in de moderne Europese geschiedenis (Rotterdam 10 februari 1938, inaugurele rede) 1939 - Oranje en Stuart, 1641-1672 (herzien in 1963) 1939 - De oorlog in woord en beeld. Pieter Geyl, Coenraad Brandt en Evert Straat 1939 - Nederland en de oorlog. Beschouwingen naar aanleiding van prof. Telders' "Nederlands onzijdigheid" 1940 - Verzameling overdrukken uit de jaren 1920 en 1930 1944 - Het wachtwoord. Sonnetten. A. v.d. Merwe (pseudoniem) 1945 - O Vrijheid! (sonnetten) 1946 - Eenheid en tweeheid in de Nederlanden 1946 - Patriotten en N.S.B.ers: een historische parallel 1946 - Gedenkboek gijzelaarskamp Beekvliet, St. Michielsgestel (1940-1945) 1946 - Napoleon. Voor en tegen in de Franse geschiedschrijving 1946 - Nederlands-Belgische betrekkingen. Tekst van een lezing gehouden ... in Nov. 1945 1946 - Moord op de plas (misdaadroman) 1947 - Het stadhouderschap in de partij-literatuur onder De Witt 1947 - 1830 en de Belgische geschiedschrijving 1947 - De Patriottenbeweging, 1780–1787 1947 - Toynbee's systeem der beschavingen 1947 - De Nederlandse cultuur in de wereld van nu 1948 - Can we know the pattern of the past?: discussion, concerning Toynbee's book "A study of history" (uitgezonden door het Third Programme van de B.B.C., Londen, op 4 januari en 7 maart 1948) 1949 - The pattern of the past. Can we determine it? 1949 - De Amerikaanse burgeroorlog en het probleem der onvermijdelijkheid 1950 - Tochten en toernooien (essays). Met een essay getiteld Shakespeare als geschiedschrijver 1950 - Democratische tendenties in 1672 1952 - From Ranke to Toynbee. Five lectures on historians and historiographical problems 1952 - Drie rapporten over de uitgave van bronnen voor de Nederlandse geschiedenis. Pieter Jan van Winter en Pieter Geyl 1952 - Reacties. Groen van Prinsterer, Fruin, Multatuli, Busken Huet, Ter Braak, Du Perron, Romein (essays) 1953 - De Witten-oorlog: een pennestrijd in 1757 (in the Dutch translation of the second part of Le Ambassades et negotiations on the pamphlets published in connection with Pieter le Clercq's anonymous van Het Karakter van den raad-pensionaris Jan de Wit en zyne factie, beschreeven door den Graaf d'Estrades, om te dienen tot ophelderinge der vaderlandsche historie voor de jaren 1663-1672 enz." door Pieter Le Clercq, Godefroi Louis d' Estrades, Pieter van ('s-Gravenhage)) 1954 - Historische appreciaties van het zeventiende-eeuwse Hollandse regentenregiem 1954 - Historicus in de tijd (essays) 1954 - Perspective of Holland and Belgium. Pieter Geyl en Charles James Rolo 1954 - In memoriam P.N. van Eyck. Onder redactie van Johan Polak en Wim Simons 1955 - Use and abuse of history 1955 - Debates with historians. Collected essays 1956 - Gebruik en misbruik der geschiedenis (vertaling door de schrijver van Use and abuse of history in verband met de Terry Lectures, gehouden aan Yale University, Newhaven, Connecticut, USA, in oktober 1954) 1956 - Een eeuw strijd om Bilderdijk (artikel in De Gids) 1958 - Geschiedenis als medespeler 1958 - Studies en strijdschriften: bundel, aangeboden aan de schrijver bij zijn afscheid als hoogleraar (essays) 1958 - De vitaliteit van de westerse beschaving (redevoering) 1958 - Het leven wint altoos. Zes-en-veertig sonnetten. (heruitgave van Het wachtwoord (Een keuze uit O vrijheid! (1945) met één aanvullend sonnet) uit 1944, nu onder eigen naam) 1958 - Diskussion ohne Ende. Auseinandersetzungen mit Historikern 1960 - Franse figuren 1960 - Noord en Zuid. Eenheid en tweeheid in de Lage Landen 1960 - Nederlandse figuren 1960 - Vier maal Europa 1960 - Britain and the Netherlands in Europe and Asia. Onder redactie van J.S. Bromley en Ernst Heinrich Kossmann 1961 - Verzameling van kleine geschriften en van overdrukken op geschiedkundig gebied, 1936-1960 1961 - Toynbee's answer - on Arnold Toynbee's reply to his critics in the twelfth volume of his "A study of history" 1961 - Huizinga als aanklager van zijn tijd 1961 - Engelse figuren 1961 - Amerikaanse figuren 1961 - Duitse en Italiaanse figuren 1962 - Debates with historians 1963 - Encounters in history (essays) 1963 - Van Bilderdijk tot Huizinga. Historische toetsingen (tekst en context van Nederlandse gedichten, Martien J.G. de Jong) (poëzie) 1963 - Tien politici 1963 - Oranje en Stuart, 1641-1672 (herziening)