Het behouden huis is een in 1952Hoewel in de uitgave zelf 1951 als eerste druk staat vermeld, verscheen die in werkelijkheid begin 1952. Zie: Huygens ING, Drukgeschiedenis Het behouden huis (1952) verschenen novelle van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans, die zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Een partizaan betreedt een verlaten villa in een luxe badplaats in Centraal-Europa. Als zich een Duits regiment ter inkwartiering aandient, geeft hij zich uit voor de eigenaar van het huis en laat de benedenverdieping aan de Duitsers. Kort daarop keert de echte eigenaar terug. De novelle leverde Hermans een reistoelage op.
In 1952 verscheen het verhaal als zelfstandige uitgave bij De Bezige Bij en in 1953 in Hermans' novellebundel Paranoia bij Uitgeverij G.A. van Oorschot. Samengenomen leverden deze twee versies 42 drukken op tijdens het leven van de auteur.In Janssen en Van Stek de nummers JS 72-97 en JS 99-114. Over de novelle is veel geschreven, waaronder publicaties 'die tot het beste behoren van wat er over Hermans geschreven is'.Raat (1985), 99 Achter de bedrieglijke eenvoud van het verhaal schuilt een bijzonder complexe en hechte literaire constructie.
Juryrapport reistoelage Hermans zond de novelle in om mee te dingen naar de reisbeurzen voor letterkundigen 1950, die door het Ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen werden uitgeloofd voor novellen. De jury bestond uit Gerrit Kamphuis, Victor E. van Vriesland (voorzitter), Jeanne van Schaik-Willing, A.H.M. Wijffels en Johan van der Woude. Op 31 maart 1951 droeg juryvoorzitter Van Vriesland de winnaars voor, waarna de staatssecretaris zou beslissen over al dan niet toekennen van de reisbeurzen en reistoelagen. Er waren maximaal drie reisbeurzen van 2000 gulden beschikbaar, waarvan de twee uitgereikte gingen naar Jo Boer en Eric van der Steen, terwijl ook Gerard Reve voor Melancholia werd voorgedragen, maar staatssecretaris Cals weigerde de beurs aan Reve uit te reiken vanwege de pornografische aard van de novelle. Adriaan van der Veen, A.F. Coenen en Hermans wonnen elk een reistoelage van 300 gulden.Klaus Beekman en Mia Meijer, Kort Revier. Gerard Reve en het oordeel van zijn medeburgers. Erven Thomas Rap/Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1973, 61-66. Geraadpleegd op 10 november 2013.An., 'Reisbeurzen toegekend aan letterkundigen.'Het vrije volk, 20 april 1951. Geraadpleegd op 9 november 2013.
'Dit bizarre verhaal,' aldus het juryrapport over Het behouden huis, 'duidt met demonische kracht de verschrikking en de zinloosheid van het oorlogsbedrijf met zijn zielverwoestende werking en ongeacht de gediende idealen, partij of natie, aan. Het is echter geen tendenz-novelle maar het werk van een gedrevene, uit innerlijke noodzaak ontstegen, uitmuntend en suggestief geschreven op een wijze die de geboren verteller verraadt.'Rob Delvigne, Willem Frederik Hermans in de prijzen. Stichting Hermans-magazine, Amsterdam, 1998, 21. Geraadpleegd op 10 november 2013. Verder achtte de jury de figuur van de zonderlinge oude heer met zijn honderden vissen 'de pen van een Bordewijk waardig.' Hermans gebruikte zijn toelage om een reis door Spanje te maken. Toeval of niet, maar in de novelle heeft de hoofdpersoon alleen enig menselijk contact met een Spanjaard. Hermans' impressies van Spanje zijn na te lezen in Het sadistische universum 1.
Ultimatumreeks In 1950 vatte uitgeverij De Bezige Bij het plan op om een nieuwe intekenreeks te beginnen, de 'Ultimatumreeks', tegen een intekenprijs van ƒ15,- per jaar. De redactie van de serie bestond uit Henriëtte van Eyk, Jacques den Haan, A.M. Hammacher, Koos Schuur, Fokke Sierksma, S. Vestdijk en dezelfde Victor E. van Vriesland die de voorzitter was van de jury voor de toekenning van de reisbeurzen en -toelagen. De 'sjeu' van deze reeks, in de bewoordingen van Kuitert, 'was dat de boeken volgens de uitgever "tegen kostprijs" werden aangeboden, totdat het bedrag van ƒ15,- was opgesoupeerd. Van tevoren werd dus niet gezegd hoeveel delen er kwamen.' Kuitert noemt de reeks 'een ratjetoe, de bindende factor waren de lezers die zich vastlegden voor de komende delen.'Lisa Kuitert, '"Leuk-brutaal". De series van De Bezige Bij', in Daan Cartens, Suzanne Holtzer, Victor Schiferli e.a. (red.), Hoger honing. 60 jaar De Bezige Bij, Schrijversprentenboek 53/Uitgeversprentenboek 1, Letterkundig Museum, Den Haag en De Bezige Bij, Amsterdam, 2005, 98. Op 18 mei 1951 schreef Bert Schierbeek namens de redactie van de reeks aan Hermans 'dat het in de bedoeling ligt je novelle 'Het behouden huis' als eerste deel van deze reeks te laten verschijnen. We zijn blij dat je ons deze novelle wilt afstaan, want wat er aan proza is binnen gekomen was in kwaliteit weer gewoon "ultramatig".'Geciteerd in Jan Gielkens en Peter Kegel, 'De ontstaans- en publicatiegeschiedenis van Het behouden huis (1952) en Paranoia (1953).' In: Willem Frederik Hermans, Volledige Werken 7. Verhalen en novellen. Moedwil en misverstand. Paranoia. Een landingspoging op Newfoundland en andere verhalen, De Bezige Bij|Van Oorschot, Amsterdam, 2006, 648. Op 25 mei 1951 verzocht Hermans zijn uitgever Van Oorschot om toestemming te verlenen. 'Ik denk wel niet dat je er bezwaren tegen zult hebben,' meende Hermans, met name niet 'daar het een afgesloten reeks is, alleen voor geabonneerden.'Willem Frederik Hermans, Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar. Brieven aan Geert van Oorschot. Bezorgd door Nop Maas, Willem Frederik Hermans Instituut en De Bezige Bij, 2004, 41. Van Oorschot verleende de toestemming en op 5 juni verzekerde Hermans dat hij er geen spijt van zou krijgen, omdat De Bij zich er 'een kat in de zak' mee zou hebben aangeschaft.Hermans 2004, 44. Na deze voortvarende start trad vertraging op en als eerste deel verscheen echter Deliria van Nes Tergast. Het behouden huis vormde deel 2 in de reeks. In het colofon stond de ideële doelstelling omschreven: 'De Ultimatumreeks dankt haar naam aan de huidige situatie van onze literatuur. Zij zal worden samengesteld uit boeken van culturele waarde, die niet op de traditionele wijze te exploiteren zijn: romans, novellen, verhalen, gedichtenbundels en essays van hoofdzakelijk jonge Nederlandse schrijvers. Deze reeks wordt door De Bezige Bij te Amsterdam uitgegeven tegen aanmaakkosten, dus zonder winstmarge. De verzorging van elk boek berust bij een typografisch ontwerper. De prijs per reeks is ƒ15,-.'Geciteerd bij JS72. Geraadpleegd op 11 november 2013.
Publicatiegeschiedenis De novelle is ondertekend met de datering 'september 1950'. Toch geeft die aanduiding niet de datum van werkelijke voltooiing aan, want in 1951 bewerkte Hermans het typoscript zo intensief dat hij een tweede typoscript vervaardigde. Hoewel de opgave van drukken voor in het boekje 1951 opgeeft als jaar van de eerste druk, verscheen die in werkelijkheid begin 1952.Medewerkers Huygens ING 2006: Tekstgeschiedenis Paranoia (1953) en Het behouden huis (1952). Geraadpleegd op 11 november 2013. De oplage bedroeg 500 en de illustraties werden verzorgd door Mart Kempers (JS 72).De JS-nummers verwijzen naar de nummering in de bibliografie van Janssen en Van Stek, 2005. Kempers' omslag stelde een kat die op een vis loert voor en was dus gebaseerd op de aquariumkamer.
In 1953 werd de novelle opgenomen in de bundel Paranoia (1953), verschenen bij uitgeverij G.A. van Oorschot (JS 99). Deze behaalde tijdens het leven van de auteur 16 drukken (JS 99-114). In oktober 1960 verscheen bij De Bezige Bij een tweede druk van de zelfstandige uitgave van Het behouden huis als deel in de Literaire Pocket Serie, met een omslag van Karel Beunders (JS 73). Sindsdien bleef de novelle verkrijgbaar bij twee uitgevers. Na vijf drukken als pocket verscheen de novelle in 1968 als Literaire Reuzenpocket, met een omslag van Leendert Stofbergen waarop tegen een witte achtergrond een huis in afbraak te zien is (JS 78). Gedurende het leven van de auteur werd dit omslag niet meer gewijzigd, uitgezonderd de uitgave in de Grote Letter Bibliotheek uit 193 (JS 95), waarop een huis met ingegooide ramen te zien is. Tijdens Hermans' leven haalde het boekje 26 drukken (JS 72-97) en de novellebundel 16 (JS 99-114), zodat opgeteld Het behouden huis in 42 drukken verspreid was. Hermans heeft naar gewoonte in diverse herdrukken wijzigingen aangebracht. Bestudering door de bezorgers van de Volledige Werken heeft uitgewezen dat de wijzigingen in de zelfstandige uitgave lang niet altijd overeenkomen met die in de versie uit Paranoia.Huygens ING 2006.
Samenvatting
De hoofdpersoon en ik-verteller is een anonieme Nederlandse partizaan, die in 1940 door de Duitsers is gearresteerd en overgebracht naar een strafkamp. Hij ontsnapt en vlucht te voet naar het oosten, waar hij zich aansluit bij een chaotische troep Oost-Europese partizanen. De hoofdpersoon kan moeilijk met de rest van het groepje communiceren en heeft alleen wat contact met een Spanjaard. Het is inmiddels 1944 en ze vechten tegen de zich terugtrekkende Duitsers. Russische troepen stellen eenmalig orde op zaken binnen de gelederen van deze chaotische internationale strijdmacht, en doden een vijftal strijders op brute wijze. Het past in het beeld van een samenraapsel van vrijheidsstrijders, die elkaars taal niet kunnen verstaan. Toch verovert het gelegenheidslegertje onder dekking van Russische tanks een stad met een Kurhaus. De Nederlander maakt zich verdienstelijk door bij de verovering vijf Duitsers dood te schieten. Hij krijgt van de bevelvoerende sergeant een vage opdracht om in de stad boobytraps op te ruimen.
De instructies opvolgend komt de soldaat bij een ondanks het oorlogsgeweld intact gebleven riante villa, en hij neemt hier zijn intrek. Op de deurmat veegt hij netjes zijn voeten. Het behouden huis bevat geen boobytraps. De soldaat ontdoet zich van zijn uniform, neemt voor het eerst in vier jaar een warm bad en constateert dat de elektriciteit niet meer werkt. Hij hijst zich in een maatpak van de gevluchte bewoner. In de keuken doet hij zich tegoed aan in de haast achtergelaten soep. Hij ziet een bibliotheek met ook wat Duitse boeken, die allemaal over vissen gaan. Daarmee krijgt de ik-figuur tegen zijn zin een indruk van de eigenaar van het huis, wiens bestaan hij meteen ontkent. Verder is er een piano en één afgesloten kamer.
Al snel keren de Duitsers terug en daarmee wordt ook de orde in de stad hersteld. De hoofdfiguur, die door de Duitsers wordt aangezien voor de bewoner van het huis, wordt vriendelijk verzocht om inkwartiering toe te staan. De Duitsers gedragen zich voorbeeldig, op een incidentje met de kelderdeur na, die de Duitsers intrappen. De Duitse kolonel biedt hiervoor zijn excuses aan. De partizaan raakt zelfs op goede voet met de bevelvoerende Duitse kolonel. Laatstgenoemde heeft de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven naar eigen zeggen overleefd door zich elke ochtend om half 7 te blijven scheren. Die discipline is wat de kolonel onder 'cultuur' verstaat. De tijdelijke bewoner krijgt als enige toestemming om in de stad te blijven.