thumb|Annunciatie, Belles Heures du Duc de Berry, f30r. De Belles heures du duc de Berry (Mooie uren van de hertog van Berry) is een getijdenboek uit de vroege 15e eeuw. Het werd verlucht door de gebroeders Van Limburg tussen 1405 en 1409.Meiss Millard The Belles Heures of Jean, Duke of Berry, 1974, George Braziller, Inc , New York, pp.103-104. Het wordt gerekend tot een van de mooiste getijdenboeken die bewaard zijn gebleven en het is nu eigendom van The Metropolitan Museum of Art, Cloisters Collection, waar het wordt bewaard onder het nummer Acc.No.54.1.1.
Beschrijving Het handschrift bevat 225 folia in 31 katernenLawson Margaret, The Belles Heures of Jean Duc de Berry. The Materials Techniques of the Limbourg Brothers in The Limbourg Brothers, Nijmegen Masters at the French Court 1400-1416, ed.; Dückers Rob, Roelofs Pieter, 2005, Ludion, p.149. van 238 x 170 mm. Het is gemaakt van zeer fijn kalfsperkament.Timothy B. Husband, 2088, p.60.
Het boek is geschreven in het Latijn, op één sectie na die in het Middelfrans geschreven is. De tekst is geschreven met zwarte inkt in een gotische textura formata. De grootte van het lichaam van de letter, zonder stokken en staarten, bedraagt ca. 4 mm voor de hoofdtekst. De antifonen, verzen, responsen en kapittelsVerzen, responsen en kapittelgebeden zijn onderdelen van het getijdengebed. zijn in een iets kleinere letter geschreven (ca. 3mm). In de kalender werd de tekst afwisselend in het blauw en het rood geschreven, bijzondere feestdagen of heiligenfeesten werden in goudinkt geschreven. De rubriceringen zijn in het oranjerood, rood, magenta of blauw.
Het tekstblok van de kalender meet 105 x 68 mm en telt 17 lijnen. Op de andere tekstbladzijden meet het tekstblok 132 x 86 mm en heeft het twee kolommen van elk 38 mm breed en 21 lijnen, de centrale marge is 11 mm breed. Alternatief zijn er een aantal onderdelen die naast een miniatuur van 17 lijnen hoog, slechts één kolom bevatten met vier lijnen afwisselend rood en blauw geschreven.
Het manuscript bevat 172 miniaturen, waarvan 94 volblad (17 lijnen hoog, ca. 105 x 86 mm),Elke volblad miniatuur wordt nog gevolgd door 4 lijnen tekst in twee kolommen of één kolom in de zogenaamde beeldverhalen. 54 kolombrede en 24 vignetten.
Geschiedenis thumb|Belles Heures, ex libris van Jean Flamel, secretaris van de hertog Over de opdrachtgever van het boek kan er weinig twijfel bestaan, in zijn ex libris op folium 1 recto, zegt Jean Flamel: “Les Heures Fist faire. Très Excellent et Puissant Prince Jehan Fils de Roy de France. Duc de Berry Et dauvergne Conte de Poitou destampes De Bouloingne Et dauvergne Flamel”.Vrije vertaling: Dit getijdenboek werd gemaakt in opdracht van de zeer excellente en machtige prins Jean, zoon van de koning van Frankrijk, hertog van Berry en Auvergne, Graaf van Poitou, Estampes, Boulogne en Auvergne.
De opdrachtgever, Jean de France, duc de Berry, kan ook herkend worden aan zijn wapens, de lelie van het Franse koningshuis in een gekartelde rode boord en aan zijn emblemen, de gewonde zwaan en de beer, die op verschillende plaatsen in het handschrift voorkomen. Zijn motto “le temps venra” is terug te vinden in de linkermarge op de kalenderbladzijde van december.Margaret B. Freeman, A Book of Hours Made for the Duke of Berry. The Metropolitan Museum of Art Bulletin, New Series, Vol. 15, No. 4. (Dec., 1956), pp. 93-104.
Les belles heures is een van de werken die we met absolute zekerheid kunnen toewijzen aan een van de boeken in de collectie van de duc de Berry. In een inventaris van 1413, opgesteld door Robinet d'Estampes, wordt het beschrevenLéopold Delisle, 1884, Les livres d'heures du duc de Berry, p.9J. Guiffrey, Inventaires de Jean, duc de Berry (1401-1416), 1894 Paris, ed. Jean Leroux, p.253, N°960 als: Item unes belles heures très bien et richement historiées, et au commancement est le kalendrier bien richement escript et historié, et après est historiée la vie et passion de saincte Katherine; et ensuivant sont escriptes les quatre euvangiles et deux oroisons de Nostre Dame; et après commancent les heures de Nostre Dame; et s'ensuivent pluseurs autres heures et oroisons. Et au commancement du second fueillet desdictes heures de Nostre Dame a escript audieritis.Vrij vertaald: “een mooi getijdenboek, heel goed en rijkelijk geïllustreerd, en in het begin vinden we de kalender rijkelijk geschreven en gehistoriseerd en daarop volgt de verluchte passie van de heilige Catherina, vervolgens de teksten uit de vier evangelies en twee gebeden. En daarachter beginnen de getijden van Onze Lieve Vrouw; en dan volgen nog verschillende andere getijden en gebeden. En op het begin van het tweede folium van die getijden van Onze Lieve Vrouw, staat geschreven audieritis.
Het tweede folium van de Mariagetijden begint inderdaad met “audieritis” en de beeldcyclus over het leven van Catherina is in geen enkel ander getijdenboek terug te vinden, waaruit we kunnen besluiten dat de vermelding in de inventaris, wel degelijk de belles Heures betreft. Eigenlijk kan men dus zeggen dat Robert d'Estampes het boek zijn naam gegeven heeft.
Na het overlijden van de hertog komt het boek in het bezit van Yolande van Aragón, hertogin van Anjou en echtgenote van Lodewijk II van Anjou die een neef was van de hertog van Berry. Margaret Freeman vertelt hierbij het mooi verhaal,J. Guiffrey, Inventaires de Jean, duc de Berry (1401-1416), 1894 Paris, ed. Jean Leroux, T II, p.299. dat Yolande zich het boek liet bezorgen door de testamentaire executeurs van de hertog om het te bekijken en eventueel aan te kopen indien het haar beviel. Het boek werd bezorgd met de boodschap dat het 875 pond tournois (pond van Tours) moest kosten, of wat het Yolande waard was indien het haar beviel. Na lang overwegen en beraad behield Yolande het handschrift en betaalde 300 pond, waarschijnlijk hierin gesteund door haar echtgenoot die de bijzonderste uitvoerder van het testament was.
Na de dood van de hertogin van Anjou in 1443 verdwijnt het boek om slechts terug op te duiken in de 1879 eeuw bij Pierre-Gabriel Bourlier baron d'Ailly die het in 1880 verkoopt aan baron Edmond de Rothschild. Na zijn overlijden komt het boek in het bezit van zijn zoon Maurice Edmond de Rothschild die het in 1954, via de kunsthandelaars Rosenberg and Stiebel, verkoopt aan de Metropolitan Museum of Art, samen met het Getijdenboek van Jeanne d'Évreux voor de som van $ 300,000.
Inhoud Het handschrift bevat de volgende secties: ff 2rv-13v: Kalender ff 15r-20r: Het leven van de heilige Catherina ff 20v-25v: Lezingen uit de evangelies van Mattheus, Lucas, Marcus en Johannes ff 26v-28v: Gebeden tot de Heilige Maagd ff 30r-65v: De getijden van Onze Lieve Vrouw ff 66r-72v: De zeven boetepsalmen ff 73r-74v: Het leven van Gregorius de Grote ff 75r-77v: Litanie van alle Heiligen ff 80r-83v: De korte kruisgetijden ff 84r-87v: De Kleine getijden van de Heilige Geest ff 88r-91r: De vijftien vreugden van de Heilige Maagd ff 91v-92v: Gebed tot de Drie-eenheid ff 93r-93v: Gebed tot het heilig kruis ff 94r-97v: Het leven van de heilige Bruno ff 99r-121r: Officie van de doden ff 123r-154r: De passiegetijden ff 155r-155v: Gebeden tot de Heilige Geest en de Drie-eenheid (Eigenlijk het begin van de suffragia). ff 156r-157r: De geschiedenis van Heraclius en het kruis van Christus ff157r-182v: Suffragia ff 183r-189v: Het leven van de heilige Hiëronymus van Stridon ff 191r-194v: Het leven van de heremieten Paulus en Antonius ff 195r-210v: Missen voor bijzondere feestdagen ff 211r-212v: Het leven van Johannes de Doper ff 213r-222v: Missen voor bijzondere feestdagen ff-223v-f224v: Gebed voor de reizigers
De beeldverhalen Zoals uit de lijst blijkt, bevat dit getijdenboek naast de secties die een normaal getijdenboek uitmaken,De standaard inhoud bestaat uit de kalender, de Mariagetijden, de boetepsalmen met de litanie en het officie van de doden. Korte en lange kruisgetijden (passiegetijden) worden regelmatig gebruikt. een aantal vrij uitzonderlijke onderdelen die slechts in weinig andere getijdenboeken voorkomen, onder meer de Franse gebeden, de missen en het gebed voor de reizigers, maar vooral een aantal heiligenlevens die als beeldverhaal worden verteld en uniek zijn voor het middeleeuwse getijdenboek. In de inhoudslijst zijn deze beeldverhalen cursief weergegeven.
Uit onderzoek bleek dat die beeldverhalen initieel niet voorzien waren maar later aan het programma zijn toegevoegd. Dit kan aangetoond worden met een aantal elementen.Timothy B. Husband, 2008, pp.75-78. Vooreerst zijn er de custoden, dit zijn korte teksten onderaan in de marge op het laatste folium in een katern. Ze hernemen het eerste woord of de eerste woorden van het volgende katern en waren bedoeld om fouten bij het inbinden te voorkomen.Een voorbeeld hiervan kan men vinden op f138v op de blog “The Art of Illumination” van het Metropolitan museum. Gearchiveerd op 7 april 2023. Op verschillende plaatsen in het handschrift kan men zien dat de oorspronkelijke volgorde die werd aangegeven door deze custoden is onderbroken voor het tussenvoegen van een beeldverhaal, dit is onder meer het geval met het Leven van de heilige Catherina. Op dezelfde manier kan men vaststellen dat het officie van de doden origineel volgde op de korte getijden van de Heilige Geest.
Maar ook de rubricering toont deze tussenvoegingen aan. Het was gebruikelijk in getijdenboeken om op het einde van de tekst van een gebedsstonde, met een rubricering aan te kondigen wat de volgende tekst behelsde. Een voorbeeld daarvan kan men vinden op het einde van de boetepsalmen (f72v), waar men een rubricering terugvindt “letania” (litanie van alle heiligen), maar de litanie begint pas op folium 75 recto en daartussen vindt men een beeldverhaal met het Leven van de heilige Gregorius. Hetzelfde doet zich trouwens nog op een paar andere plaatsen voor.
Volgens de kunsthistorici waren deze toevoegingen het resultaat van de samenspraak tussen de hertog en de kunstenaars,Meiss Millard, Beatson Elizabeth H., The Belles Heures of Jean duc de Berry, 1974, New York, pp.13-16 wat op een bijzondere band tussen opdrachtgever en uitvoerders wijst, die in die tijd zeker niet gebruikelijk was. Normaal was de afstand tussen beide partijen behoorlijk groot.
De originele geplande volgorde van het handschrift zag er waarschijnlijk als volgt uit:Timothy B. Husband, 2008, pp.76. Kalender Lezingen uit de evangelies van Mattheus, Lucas, Marcus en Johannes Gebeden tot de Heilige Maagd, het Obsecro te (f24v) en O intemerata (f26v) De getijden van Onze Lieve Vrouw De zeven boetepsalmen De litanie van de heiligen De passiegetijden De korte kruisgetijden De korte getijden van de Heilige Geest Officie van de doden Suffragia
Dit is in essentie een vrij normale samenstelling van een getijdenboek en het is in grote lijnen ook de volgorde die we terugvinden in de Très Riches Heures.
Merk op dat de beeldcycli van Heraclius en van Johannes de Doper eindigen met een bladzijde in de originele stijl, met twee tekstkolommen. Dit toont aan dat men op die plaats de verluchting van het onderwerp wou uitbreiden door het tussenvoegen van respectievelijk twee en drie miniaturen. Dit is trouwens ook het geval met de cyclus van Gregorius de Grote, waar men het ontstaan van de litanie illustreert met vier afbeeldingen. De cycli van Catherina, Bruno, Hiëronymus en Paulus en Antonius echter houden geen verband met de gebeden die ervoor of erna kwamen en zijn dus specifiek toegevoegd om een beeldverhaal te kunnen schilderen.
Verluchting