Nicolas Flamel (Pontoise?, ca. 1340 – Parijs, 22 maart 1418)Geboorte- en sterfdatum volgens Nigel Wilkins: Nicolas Flamel, des livres et de l'or, hoofdstuk 3: 'D'arcanes et d'arcades. was een Parijse vermeende alchemist, publieke schrijver,Een écrivain public (klerk, scribent) schreef tegen vergoeding allerlei teksten voor mensen die zelf niet konden lezen en schrijven. kopiist, kalligraaf en beëdigd boekhandelaar.Flamels titel was libraire-juré aan de universiteit, een beëdigd handelaar die belast was met de verkoop van kopieën van originele manuscripten. Dankzij een succesvolle carrière, zijn huwelijk met een rijke weduwe en vastgoedspeculaties verzamelde hij een aanzienlijk fortuin. Een groot deel van dat geld besteedde hij aan vrome doelen en goede werken. Dit vermogen, waarschijnlijk door de geruchtenmolen nog aangedikt, is de oorsprong van de mythe dat hij een succesvol alchemist zou zijn geweest die erin was geslaagd de steen der wijzen te maken om onedele metalen om te zetten in goud. Vanwege deze reputatie zijn talrijke alchemistische traktaten aan Flamel toegeschreven, waarvan het in 1612 verschenen Le Livre des figures hiéroglyphiques ("het boek van de hiërogliefen") het bekendste is.

Levensbeschrijving 300px|left|thumb|Het Parijs van Nicolas Flamel: zijn huis bevindt zich op de hoek van rue de Marivaux en rue des Écrivains (in de rechterbovenhoek van de witte rechthoek). Vlakbij is de kerk van Saint-Jacques-de-la-Boucherie. Ook het Cimetière des Innocents staat erop. Net als alle andere 16e-eeuwse kaarten van Parijs is deze kaart oost-west georiënteerd, met het noorden links. (Uitsnede uit Plan de Bâle door Olivier Truschet en Germain Hoyau, ca. 1550.) thumb|De toren van de Saint-Jacques te Parijs is het enige dat nog rest van de in 1797 verwoeste kerk. thumb|Het huis in de rue de Montmorency, een van de oudste huizen in Parijs. Het behoorde toe aan Nicolas Flamel, maar zelf woonde hij er niet. Het was bedoeld om armen in op te vangen en onderdak te verlenen. Nu is het een restaurant dat bekendstaat als Auberge Nicolas Flamel.Auberge Nicolas Flamel

Flamel was niet van adel. Toch zijn historici nu in staat om een vrij goed beeld te krijgen van het leven van deze 'gewone' middeleeuwse burger. Behalve de religieuze gebouwen en monumenten die hij liet oprichten, liet hij ook heel wat documentatie achter:Nigel Wikins, Nicolas Flamel, Introductie. de in de 18e eeuw verzamelde akten van de parochie van Saint-Jacques-de-la-Boucherie, diverse persoonlijke documenten van hem en zijn vrouw waaronder zijn testament, postume beschrijvingen en illustraties.

Nicolas Flamel werd geboren rond 1340,Nigel Wilkins, Nicolas Flamel, hoofdstuk 1 mogelijk te Pontoise "op zeven mijlen van Parijs".La Croix du Maine La Bibliotheque françoise (1584): "...à sept lieues de Paris" Hij overleefde in zijn jeugd de pestepidemie van 1348, waarbij een vijfde tot een derde van de bevolking van Europa stierf. Zijn leven speelde zich af in Parijs tijdens de Honderdjarige Oorlog, vanaf de Slag bij Crécy in 1346 tot die van Azincourt in 1415. In 1389 woonde hij, in het groen en rood gekleed, net als alle andere Parijse burgers de intrede van koningin Isabella van Beieren bij,De burgers van Parijs waren verplicht om deel te nemen aan elke blijde intrede en stapten mee in processies en stoeten. en net voor zijn dood maakte hij de burgeroorlog tussen de Armagnacs en de Bourguignons en de Opstand van de Cabochiens (1413) mee. Het kopiëren van manuscripten en de illustratie ervan was voordien voorbehouden aan de kloosters. De stichting van de universiteiten, evenals de ontwikkeling van de seculiere literatuur bij adel en hoge burgerij leidde tot de oprichting van ateliers met seculiere kopiisten en illuminators. Ze vormden zich vooral in de grote steden, met name in Parijs.Nigel Wilkins, Nicolas Flamel, hoofdstuk 4

Flamel begon zijn carrière als kopiist en schrijver in een kleine, in de rue des Écrivains gelegen Parijse winkel die aanleunde tegen de Kerk van Saint-Jacques-de-la-Boucherie. Mogelijk was hij wel de oudste broer of een familielid van Jean Flamel, secretaris en bibliothecaris van de grote bibliofiel Jean de Berry (die van de Très Riches Heures du duc de Berry). Later kocht Nicolas Flamel een huis tegenover deze winkel op de hoek van de rue des Écrivains en de rue de Marivaux (die in 1851 omgedoopt werd tot rue Nicolas Flamel).Félix Lazare Dictionnaire historique des rues et monuments de Paris (1855), rue Nicolas-Flamel op google books Daar installeerde hij zijn atelier met een uithangbord waarop het teken van de fleur-de-lys stond. Dit huis werd versierd met houtsnijwerk en religieuze inscripties, en het volgende adagium:

Nu heeft de brede rue de Rivoli, de rue des Écrivains opgeslorpt, samen met de locatie van Flamels huis. Van de kerk van Saint-Jacques-de-la-Boucherie blijft alleen de in de 16e eeuw gebouwde tour Saint-Jacques nog over.

Waarschijnlijk na 1368 werd hij beëdigd boekhandelaarLibraire-juré: Nicolas Flamel wordt als dusdanig vernoemd in een akte van de parochie van Saint-Jacques van 21 juli 1414: "Guillaume Deprès, Bourgeois de Paris, vent a toujours a N. Flamel Libraire juré de Paris, 2 livres parisis de rente..." ('beëdigd' omdat hij trouw had moeten zweren aan de Universiteit van Parijs), en lid van de bevoorrechte categorie "boekhandelaars, perkamentmakers, illuminators, schrijvers en boekbinders", allemaal ambachtslui die in de middeleeuwen als klerken werden aangeduid. Ze stonden onder rechtstreeks toezicht van de universiteit en vielen niet, zoals bij andere handelaars het geval was, onder de jurisdictie van de provoost van Parijs.R. de Lespinasse, Les Métiers et corporations de la Ville de Paris, III, Paris 1897 – geciteerd door Wilkins in hoofdstuk 4 van Nicolas Flamel Zo waren ze bijvoorbeeld doorgaans vrijgesteld van directe belastingen. Flamel probeerde trouwens in 1415 van dit privilege gebruik te maken om geen heffingen te moeten betalen.

Nicolas en Perenelle left|thumb|Door Nicolas Flamel in 1389 gefinancierd portaal van de kerk van Saint-Jacques-de-la-Boucherie, waarop hij staat afgebeeld samen met zijn vrouw Perenelle. Omstreeks 1370 trouwde Nicolas Flamel met Perenelle, een vrouw die al twee keer weduwe was geworden. In 1372 lieten zij door een notaris een legaat opmaken, waarin zij hun goederen voor elkaar beschikbaar stelden. Deze schenking werd een aantal keer vernieuwd, met de bepaling dat de zus van Perenelle en haar kinderen uitgesloten werden van Perenelles nalatenschap. Het echtpaar Flamel bleef zelf kinderloos en begon zich te richten op het financieren van vrome werken. thumb|Het Cimetière des Innocents zoals het er bij de afbraak in 1786 uitzag. Achteraan is het knekelhuis te zien met luchtige zolders om de opgegraven lijken te drogen. De huizen bevinden zich in de rue aux Fers. De tekening is van architect Bernier, voordat de kerk en het grootste deel van het kerkhof werden afgebroken.

Voor het opruimen van de graven in het Cimetière des Innocents (Begraafplaats van de Onschuldige Kinderen) werden in de 14e en 15e eeuw rondom het kerkhof knekelhuizen gebouwd. De opgegraven botten en resten werden eerst opgestapeld en gedroogd op hoge arcades. Flamel liet in 1389 een van die arcades, aan de rue de la Lingerie, bouwen en decoreren. In die buurt bevonden zich ook de winkeltjes en kraampjes van de publieke schrijvers. Op die arcade waren rond de figuur van een donkere man die de dood voorstelde gravures aangebracht met de gotische initialen van Nicolas Flamel, een gedicht en een aantal religieuze inscripties, aldus Guillebert de Mets in zijn Description de Paris (1434):Nigel Wilkins:Nicolas Flamel, hoofdstuk 3

In hetzelfde jaar financierde Flamel de herbouw van het portaal van Saint-Jacques-de-la-Boucherie, met een afbeelding van hem en zijn vrouw biddend aan de voet van de Maagd Maria, de heilige Jacobus en Sint Johannes.

Perenelle stierf in 1397. Vlak voor haar dood probeerde haar familie de onderlinge legaten tussen de echtgenoten te laten annuleren. Een proces volgde tussen de erfgenamen van Perenelles zus en Nicolas Flamel, waarbij Flamel uiteindelijk aan het langste eind trok.Nigel Wilkins Nicolas Flamel, hoofdstuk 2

Na de dood van zijn vrouw bleef hij devote bouwwerken financieren en zich bezighouden met vastgoedbeleggingen in Parijs en omgeving. Zo liet hij in 1402 het voorportaal van de Sainte-Geneviève-la-Petite herbouwen, een kerk die was gelegen op het Île de la Cité, langs de rue Neuve Notre-Dame, op het terrein van het huidige Place du Parvis-Notre-Dame. In de 16e eeuw werd de kerk tot Sainte-Geneviève-des-Ardents herdoopt en in 1747 werd zij vernietigd. Flamels standbeeld, met lange mantel en kap en een koffertje met schrijfbenodigdheden als symbool van zijn beroep, werd geplaatst in een nis naast de poort. In 1411 financierde hij een nieuwe kapel van het ziekenhuis van Saint-Gervais (gelegen aan de voorkant van de Saint-Gervais-kerk), en droeg bij aan de renovatie van de Saint-Côme-kerk en de kerk van Saint-Martin-des-Champs. In 1407 liet hij een grafmonument voor Perenelle bouwen op het Cimetière des Innocents met een in verzen opgesteld grafschriftH. Verlet Épitaphier du vieux Paris: IV Les Saints Innocents Paris, 1989, p. 125-126 door Wilkins geciteerd in hoofdstuk 3 "D'arcanes et d'arcades" waarvan de eerste regels luiden:

In datzelfde jaar liet hij een nieuw timpaan met sculpturen bouwen dat voornamelijk de aandacht zou trekken van alchemisten, dit keer aan de kant van het knekelhuis in de rue Saint-Denis. Het toonde hem opnieuw met zijn vrouw in gebed aan de voet van Christus, Sint-Pieter en Sint-Paulus, omringd door engelen, en met zijn initialen "NF" op zijn schrijfbenodigdheden. Onderaan bevindt zich een fries met vijf bas-reliëfs die verschillende religieuze figuren op een conventionele manier uitbeelden: een gevleugelde leeuw, engelen, de heropstanding, twee vechtende draken, enzovoort. Hieronder bevonden zich weer drie panelen die de moord op de onschuldige kinderen uitbeeldden en die ook de begraafplaats zijn naam gaven. De iconografie van deze sculpturen was vergelijkbaar met die van andere grafmonumenten op het Cimetière des Innocents. Constructies en versieringen als deze waren heel gebruikelijk in die tijd. In 1408 liet de hertog van Berry op de deur van de kerk van begraafplaats "de spreuk met de drie doden en de drie levenden" aanbrengen, en in 1423–1424 gaf hij opdracht tot het schilderen van het grote fresco van de Danse Macabre op de arcades van het zuidelijke massagraf (langs de rue de la Ferronnerie). In 1786, tijdens de volledige vernietiging van het Cimetière des Innocents, maakte Charles-Louis Bernier (1755–1830) er verschillende tekeningen van.Zie Charles Louis Bernier in de catalogue Gallica van het BNF Een van de tekeningen toonde het timpaan waarvoor Flamel de opdracht had gegeven.

Eveneens in 1407 liet Flamel verschillende huizen bouwen om de armen in onder te brengen, en op die huizen waren een aantal figuren aangebracht met aan weerszijden een N en een F in gotisch lettertype. Het bekendste ervan, en het enige dat nog steeds bestaat, is het "huis van Nicolas Flamel", op het huidige nummer 51 van rue de Montmorency. Behalve de initialen van Flamel en diverse figuren zoals musicerende engelen toont het een inscriptie met het verzoek om te bidden voor de mannen en vrouwen die in dit huis hebben gewerkt:

Tegenwoordig staat het weliswaar bekend als het "huis van Nicolas Flamel", maar in werkelijkheid heeft hij er nooit gewoond. Het is nu een van de oudste huizen van Parijs.