Stichting Kritisch Bosbeheer (afgekort SKB) is een Nederlandse stichting die streeft naar een ecologisch en natuurlijke bosbeheer. De voorloper, de Landelijke Werkgroep Kritisch Bosbeheer, is in 1977 opgericht.

De stichting in een notendop Kritisch Bosbeheer stelt de intensieve houtproductie in het bos aan de orde. Deze gaat volgens de stichting gepaard met een grote biologische armoede, zodat ruimtelijke scheiding tussen de natuurfunctie en de productiefunctie onontkoombaar wordt geacht. Kritisch Bosbeheer propageert een ommezwaai naar een ecologisch en natuurlijk bosbeheer.

De hoofddoelstelling van de stichting luidt: “Het drastisch terugdringen van de hoge graad van onnatuurlijkheid in een groot deel van de Nederlandse bossen en overige natuurgebieden, en het bevorderen van het inheemse karakter, waarbij het menselijk ingrijpen uiteindelijk zo veel mogelijk achterwege wordt gelaten.”

De vroegere Landelijke Werkgroep functioneerde veelal op basis van de initiatieven die de afzonderlijke leden namen en kwam eens per maand in vergadering bijeen. In 1982 werd gekozen voor een stichtingsvorm.

Geschiedenis Landelijk Werkgroep Kritisch Bosbeheer 1977–1982 In de winter van 1977 werden in het district Amsterdam van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland enige discussieavonden voor de leden georganiseerd. Zij konden meedenken over een concept van de "Doelstellingennota Terreinbeheer". Sommigen wisselden van gedachten over de meer fundamentele aspecten van het natuurbehoud; de meesten echter, acht personen, opteerden voor het groepje 'B'. Dat had een concreet onderwerp uitgekozen: het bosbeheer bij de vereniging. Ten behoeve van de laatste discussieronde, op 1 maart, werd besloten om de belangrijke conclusies van tevoren op schrift te stellen.

Het artikel van de B-groep kreeg als titel mee: " B. de praktijk – het terreintype 'bos'". Dit artikel handelt over de holocene bosgeschiedenis, de invloed van de mens op de vegetatieontwikkeling (de verspreiding van de beuk); het geeft een kenschets van de natuurlijke bossen en het bosbeheer bij de vereniging, inclusief de rode cijfers van het beheer; verder levert het kritiek op de herplant(plicht), ook van toepassing op de grote stormvlaktes van dat moment; en er is een – voorzichtig gestelde – oproep om in de cultuurbossen van de vereniging te streven naar de "zo oorspronkelijk mogelijke natuur".

Het wat losse B-groepje viel weliswaar uiteen, maar drie personen bezochten op 10 maart een districtvergadering van Natuurmonumenten in Leeuwarden. Daar zou volgens de aankondiging in het verenigingsblad Natuurbehoud "de boom in onze samenleving" centraal staan. De drie deelden er een stencil uit, waarin aandacht wordt gevraagd voor de positie van de boom in het kunstmatig onderhouden natuurbeschermingsbos. Het was ondertekend met 'Werkgroep Bosbeheer'. Op 19 maart 1977 volgde een ingezonden stuk op de U-pagina van de Volkskrant, nu ondertekend met 'Werkgroep Kritisch Bosbeheer'. Ook het stencil dat diezelfde dag op de jaarlijkse ledenraadvergadering van Natuurmonumenten in Utrecht werd rondgedeeld, was ondertekend met 'Werkgroep Kritisch Bosbeheer'.

Direct na afloop van deze vergadering werden de Amsterdammers benaderd door Harm van de Veen, die liet blijken graag aan de werkgroep mee te doen. Deze bioloog uit Terwolde baarde in de herfst van 1975 opzien met de brochure 'De Veluwe Natuurlijk?', waarin hij voorstelde de bosbouwer en de jager er overbodig te verklaren en die te vervangen door de wisent en de wolf. Hans van der Lans, een studiegenoot van Harm uit Groningen, raakte via Harm op de hoogte van de werkgroep. Van der Lans rondde in mei 1976 zijn scriptie voor zijn biologiestudie af: 'Over de Zomergroene Loofoerwouden van het Nederlands Klimaatgebied'. Daarin bepleit hij een natuurlijker bosbeheer. Ook hakte hij al regelmatig in de bossen rond zijn woonplaats Lieveren teneinde er een natuurlijker bosontwikkeling te initiëren. Van der Lans wilde met opzet de herplantplicht van de Boswet ontduiken en hierover een proefproces uitlokken.

Op 7 mei 1977 vond in de Bijlmerflat Huigenbos de oprichtingsvergadering plaats van de Landelijke Werkgroep Kritisch Bosbeheer (LWKB). Circa twaalf personen gaven acte de présence. Niet aanwezig waren de wel aan de werkgroep gelieerde Ruud van der Meijden en Ed de Vogel, beiden florist en verbonden aan het Rijksherbarium. Zij vielen het Nederlands bosbeleid scherp aan in NRC Handelsblad van 24 december 1976, en later nog eens op 17 januari en 12 maart 1977. De Amsterdammers hadden zich erg laten inspireren door de oerbosplannen op de Veluwe van Harm van de Veen, maar de krantenartikelen in die winter van Van der Meijden en De Vogel gooiden olie op het vuur.

Direct voor de feitelijke oprichting van de LWKB werden er al heimelijk gesprekken gevoerd met medewerkers van de afdeling Onderzoek en Beheersplannen van Natuurmonumenten. Deze stonden in meerderheid een natuurlijker bosbeheer voor, waarmee ze echter tegen de directie ingingen, die vrijwel in zijn geheel een bosbouwachtergrond had. De geheime contacten met Natuurmonumenten zouden lange tijd blijven bestaan.

Doelstellingen- en Uitgangspuntennota In juli 1977 verstuurde Kritisch Bosbeheer een "Doelstellingen- en Uitgangspuntennota" naar tal van instellingen en personen die te maken hadden met de bosbouw of de natuurbescherming. De hoofddoelstelling in de nota luidt: "Het terugdringen van de hoge graad van onnatuurlijkheid in de Nederlandse bossen."

Als motief tot natuurlijk bosbeheer wordt een ethisch inzicht voorgehouden: "er dient een zekere ruimte gereserveerd te worden voor de nooit door ons te storen natuurlijke evolutie – om de natuur alleen". Cultuurvormen zoals hakhout, grienden en boombos sloot de LWKB van een natuurtechnisch bosbeheer uit; deze dienen in beheer te blijven om het behoud te verzekeren van de cultuurhistorische waarde en de specifiek gecombineerde biologische waarden die deze halfnatuurlijke bossen herbergen. De volgende onderzoeken worden in de nota onder andere gesuggereerd: de experimentele herintroductie van verdwenen 'zoölogische sleutelfactoren', zoals bever, eland, wolf, en wisent; de vaststelling van de ecologische randvoorwaarden van functioneel belangrijke soorten (herbivoren en grote predatoren); verder werd een verbod geadviseerd op de aanplant van uitheemse boomsoorten, zij het met uitzondering van de productiebossen; het terugdringen van het houtverbruik door recycling werd bepleit. 28 Personen en instanties gaven gehoor aan de oproep in de nota om te reageren. Zestien reacties bevatten uitvoerig commentaar.

De nota wordt vervolgens herschreven tot een die gaat heten: Natuurbos in Nederland? De noodsituatie in ons bos.Natuurbos in Nederland? De noodsituatie in ons bos. Landelijke Werkgroep Kritisch Bosbeheer, Amsterdam, 1978. 12 p. De nieuwe nota is aangepast aan de vele kritiek op de zwakke punten van de werkgroep, en bevat nu tevens meer kritische kanttekeningen bij de 'Structuurvisie op het bos en de bosbouw', die in juni werd uitgebracht door het Ministerie van Landbouw en Visserij, en waarin grote toekomstverwachtingen ten aanzien van de houtproductie in de bossen werden uitgesproken.Ministerie van Landbouw en Visserij, 1977. Structuurvisie op het bos en de bosbouw. Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage, 1977. 82 p.,

De hoofddoelstelling ondergaat een subtiele uitbreiding, die gaat nu luiden: "Het drastisch terugdringen van de hoge graad van onnatuurlijkheid in de Nederlandse bossen, en het bevorderen van het inheemse karakter, waarbij het menselijk ingrijpen zo veel mogelijk achterwege wordt gelaten."

Met deze laatste toevoeging wil de LWKB duidelijk laten uitkomen dat het natuurtechnische bosbeheer – waaronder je de verschillende omvormingsmethoden kan rekenen die toen al bestonden, om vanuit een gedenatureerd cultuurbos tot een natuurlijker bos te geraken – niet altijd gemist kan worden. Natuurlijke ontwikkeling laat zonder menselijke hulp vaak lang op zich wachten, of zal zelfs onmogelijk blijken te zijn. Voorafgaande menselijke invloeden dienen ongedaan gemaakt. Bijvoorbeeld door herintroductie van uitgeroeide soorten, of door het uit elkaar trekken van een eenzijdige leeftijdsopbouw die door de monotone aanplant van de reguliere bosbouw was ontstaan.

Persmap Op 12 november 1977 gaf de werkgroep een persmap uit. Trouw besteedde in een groot artikel ruim aandacht aan het alternatieve bosbeheer. Ook was er aandacht in de regionale pers. De foto van de meegestuurde kaalkapvlakte van Staatsbosbeheer was daarbij favoriet. In het jaar kwam de discussie pas goed op gang, met name in de bladen Natuur en Milieu en het Nederlands Bosbouw Tijdschrift (NBT).

In het eerste nummer van 1978 van het NBT schreven Roel Cosijn (student natuurbeheer die zich in de herfst bij de werkgroep aansloot en er later nog veel werk zou verrichten) en Van der Lans samen het artikel "Bossen, bosbouw en natuurbeheer".Cosijn, R. en H. van der Lans, 1978. Bossen, bosbouw en natuurbeheer. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 50(1978)1/2, p. 13-21 Zij vielen het beleid aan, op grond waarvan vrijwel alle bossen in Nederland bestemd waren voor de houtproductie, hetgeen volgens hen tot grote ecologische armoede had geleid. Ook Staatsbosbeheer plaatste een fundamenteel artikel,Bos, J. van den en L. Oldenkamp, 1978. De bosbouw in een samenleving. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 50(1978)1/2, p. 3-12 en namens de vakgroep Boshuishoudkunde schreef A. Van Maaren het artikel 'Is bosbeheer overbodig?'.Maaren, A. van, 1978. Is bosbeheer overbodig? Nederlands Bosbouw Tijdschrift 50(1978)1/2, p. 22-26 In het aprilnummer van het NBT mengde zich ook de lobbyist H.A. van der Meiden van de Stichting Industrie-Hout in de discussie;Meiden, H.A. van der, 1978. Mens, bos en hout. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 50(1978)3, p. 87-90 hij zou zich altijd fel afzetten tegen de nieuwlichterij. Hans M. Heybroek, van het bosbouwproefstation 'De Dorschkamp',Heybroek, H.M., 1978. Het gelijk en ongelijk van Kritisch Bosbeheer. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 50(1978)4, p. 94-100 en S. van der Werf en G. Londo, beiden van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer,Werf, S. van der en G. Londo, 1978.Beheersaspecten van de levensgemeenschap bos. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 50(1978)4, p. 103-111 gaven hun niet bij voorbaat onwelwillende mening. De reacties waren over het algemeen gemengd, verscheidene bij natuurbeheer betrokken biologen waren voorstander van natuurlijk bosbeheer, maar onderkenden tevens de zwakke formuleringen en kanten van de werkgroep. Verklaarde tegenstanders van bosbouwzijde en de houtteeltlobby grepen de soms wel ongenuanceerde en ook wat emotionele beweringen aan om de groep in de hoek te zetten, en kozen vaak voor een even ongenuanceerde en emotionele benadering.

Victor Westhoff: 'vijf procent is genoeg!' In het Kröller-Müller Museum werd op 21 april 1978 het debat voortgezet. Namens de critici hield Hans van der Lans een voordracht. Voor de aanwezigen was het niet zozeer de vraag óf er natuurlijk bosbeheer in Nederland moest komen, maar hoeveel. Vegetatiekundige Victor Westhoff, die vlak na de Tweede Wereldoorlog in Nederland het, later genoemde, 'klassieke natuurbeheer' introduceerde, reserveerde in zijn verhaal 5 procent van het bosareaal voor "primair natuurbeheer". Sommige leden van de werkgroep nemen het de nestor van het natuurbeheer kwalijk kwantitatief zo weinig oog te hebben voor de "natuurbeschermingszaak" van het bos. Westhoff zou in de periode die volgde, als gevestigd wetenschapper en natuurbeheerder die hij was, steeds verzet aantekenen tegen spontane bosontwikkeling (zoals de afwijzing van subsidie voor herintroductie van de konik).