Abel Eppens (tho Equart) (Eekwerd, omstreeks 29 maart 1534 – waarschijnlijk in Oost-Friesland, omstreeks 1590) was een Nederlandse eigenerfde boer en kroniekschrijver.

Leven en werk Eppens werd omstreeks palmzondag 29 maart 1534"Tot dussen onrustige tijden van mijnen Godt und Scepper in den yaere umtrent Palm ter werelt gecomen." (Bergsma 1988:21). op Bolhuis te Eekwerd geboren als zoon van Eppo Aepens (tho Equart) en Eeke Tammen.In sommige bronnen wordt Etgijn Elema als zijn moeder genoemd, maar zowel Polvliet in de Nederlandsche Leeuw (1911:251) als Bergsma (1988:25) hebben er op gewezen dat Etgijn Elema niet zijn moeder, maar zijn schoonmoeder was, de moeder van zijn vrouw Frouke Louwens Toen hij twaalf jaar was overleden zijn vader en diens derde vrouw aan de pest."Und aldoe ys ock mijn vader Eppo Aepkens tho Equart myt sijn darde huysfrouwe up enen dach den 12 Octobris in den Heren verstorven in den pest, als ick in persoen uth Gronningen cranck to huys haelt worde van mijn vader und weder gesondt was geworden, 12 yaren olt wesende, hebbende eenen suster und twee halffsusteren" (Bergsma 1988:22). De twaalfjarige leeftijd spoort niet exact met zijn geboortejaar 1534 en het overlijdensjaar van zijn vader 1545. Hij bleef als wees achter, samen met een zus en twee halfzusjes. Na de dood van zijn vader woonde hij twee jaar in Farmsum. Daarna stuurden zijn voogden en zijn grootvader van moederskant hem naar de stad Groningen om daar het onderwijs te volgen. Hij werd daar acht jaar lang onderwezen onder anderen door Regnerus Praedinius. Daarna maakte hij een studiereis - een peregrinatio academica - langs Leuven, Keulen en Wittenberg op aanraden van de rector Gerlacus Verrucius. In de laatstgenoemde plaats was hij leerling van Philipp Melanchthon. Na diens overlijden in 1560 keerde hij via Hamburg terug naar zijn vaderland. In 1562 trouwde hij de niet onbemiddelde Frouwke Louwens, dochter van Louwe Havicks en Etgijn Elema. In 1569 werd hij genoemd als wedman, gerechtsdienaar, te Wirdum. In 1580 was hij proviandmeester van de Staten. Eppens was protestant en een fel antikatholiek. Hij vluchtte rond 1580 naar Emden vanwege zijn godsdienst. Hij was in Emden "gedeputeerde van de gebannen Ommelanders".Brugmans 1914:353 Hij schreef tijdens zijn ballingschap in Emden De kroniek van Abel Eppens tho Equart. Zijn kroniek is van belang voor de geschiedschrijving van Groningen en Oost-Friesland omdat het een ooggetuigenverslag is van een Ommelander boer van de gebeurtenissen uit zijn tijd."Toch brengt deze Ommelander boer ons in al zijn eenvoud en met zijn vaak onbeholpen schrijfstijl in contact met hemzelf en met vele van zijn tijdgenoten, armen en rijken, geletterden en ongeletterden, orthodoxen en heterodoxen, gedecideerden en boomkijkers." (Bergsma 1988:189).Eppens was niet de enige chroniqueur, hij behoorde tot een groep schrijvende ballingen. Anderen chroniqueurs waren bijvoorbeeld Doede van Amsweer, Eggerik Egges Phebens en Johan Rengers van Ten Post (Bergsma 1988:36 t/m 39) De kroniek berust in het Groninger Archief te Groningen.In 1911 werd de kroniek heruitgegeven en met kritische aantekeningen voorzien door Johan Adriaan Feith en Hajo Brugmans Het is niet duidelijk wanneer Eppens precies is overleden. Zijn kroniek eindigde plotseling in 1589. In een brief uit 1590 werd hij aangeduid als "Abel Eppens saliger".Bergsma 1988:27

Nakomelingen Eppens had acht kinderen, waaronder de predikanten Leo Abels en Sicco Abels en de kerkvoogd en landdagcomparant Popko Abels. Sommige nazaten van Eppens kregen bestuurlijke en juridische functies in zowel de Ommelanden als in de stad Groningen. De rechter en rekenmeester Abel Eppens van Bolhuis was een kleinzoon van hem.

Categorie:Nederlands landbouwer Categorie:Geschiedenis van Groningen (provincie) Categorie:Geschiedenis van Oost-Friesland Categorie:16e-eeuws kroniekschrijver