De schrikvogels (Phorusrhacidae) zijn een familie van uitgestorven vogels, behorende tot de Cariamiformes, die leefden van het vroege Paleoceen tot het laatste Pleistoceen.

De schrikvogels ontstonden in Zuid-Amerika en kwamen hoofdzakelijk daar voor. Een enkele soort (Titanis walleri) kwam voor in Florida en Texas, en er zijn enkele vondsten bekend uit Antarctica, hoewel hun classificatie als schrikvogels niet onomstreden is. In 2011 werd een mogelijk Afrikaans lid van de groep ontdekt: Lavocatavis africana; de classificatie van deze soort als schrikvogel is nog niet bevestigd. Ook een Europees lid bestaat mogelijk. De familie telt circa vijftien geslachten en negentien soorten, variërend in lengte van zestig centimeter tot drie meter.

Gedacht wordt dat de schrikvogels nauw verwant zijn aan de hedendaagse seriema's (Cariamidae). Deze vogels werden traditioneel tot de kraanvogelachtigen (Gruiformes) gerekend, maar recent DNA-onderzoek naar de taxonomie van de vogels plaatst ze aan de basis van de zangvogeltak van de 'landvogels'.

Na het uitsterven van de meeste dinosauriërs ontwikkelden de schrikvogels zich tot de toproofdieren in Zuid-Amerika, dat toen wegens het ontbreken van de landengte van Panama een geïsoleerd continent was. Hun enige concurrenten waren indertijd de sabeltandkatachtige buidelroofdieren uit de familie der Thylacosmilidae.

De schrikvogels waren erg divers. Leden van de onderfamilie Brontornithinae werden meer dan twee meter hoog en tot vierhonderd kilogram zwaar. Zij joegen waarschijnlijk vanuit een hinderlaag op grotere prooien. De Phorusrhacinae waren ongeveer even groot en soms zelfs groter, maar niet zo zwaar en moesten waarschijnlijk niet zo erg op hinderlagen vertrouwen om te jagen. De Psilopterinae daarentegen waren klein vergeleken met de andere schrikvogels: sommigen waren slechts zeventig centimeter hoog en ze wogen alle minder dan tien kilogram. Vermoedelijk joegen zij op de kleinere prooien die voor de grotere schrikvogels niet de moeite waard waren.

Lang werd het uitsterven van de schrikvogels aan het einde van het Plioceen toegeschreven aan de concurrentie met de zoogdieren die na het vormen van de landengte van Panama in Zuid-Amerika binnendrongen. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de vogels overleefden tot het einde van het Pleistoceen, waardoor de oorzaak van hun uitsterven voorlopig onbekend is. De jongste vondsten van schrikvogels worden een paar duizend jaar ouder gedateerd dan de oudste sporen van menselijke bewoning in de Amerika's.

Ontdekking en naamgeving

De eerste resten thumb|left|Schets van het holotype

Het eerste fossiel dat ooit van een schrikvogel gevonden werd, is een fragment van een onderkaak. Begin 1887 werd het gevonden door de paleontoloog Carlos Ameghino in de Santa Cruz provincie van Argentinië.Ameghino, F. (1887), Enumeración sistemática de las espécies de mamíferos fósiles coleccionados por Carlos Ameghino en los terrenos Eocenos de la Patagonia austral y depositados en el Museo de La Plata. Boletim Museo La Plata 1: 1-26De gesteentelaag waarin Ameghino de resten vond, staat lokaal bekend als "Santa Cruz formation". Ameghino schatte de ouderdom op het Eoceen, maar inmiddels wordt de formatie in het middelste Mioceen geplaatst. Ameghino nam de fossielen mee en keerde in september terug van zijn eerste expeditie naar Patagonië. Op 18 november dat jaar werd Phorusrhacos longissimus, met meer dan 120 andere soorten die gevonden waren tijdens de expeditie, beschreven door zijn oudere broer, de bioloog Florentino Ameghino. Deze beschreef hem foutief als behorende tot een edentaat zoogdier en bleef daarbij toen hij, twee jaar later, een uitgebreidere beschrijving van de onderkaak gaf.

Mesembriornis Terwijl de gebroeders Ameghino bezig waren met hun "zoogdier", werd de eerste vermelding van reusachtige vogels in Argentinië gemaakt door een concurrent, Francisco Moreno. In 1888 publiceerde hij een verslag over de fossielen uit de vindplaats Monte Hermoso. Hij beschreef uitvoerig welke zoogdieren gevonden waren en vermeldde dat er ook "grote vogels" ("grandes pájaros") onder waren. Een jaar later verduidelijkte hij wat hij bedoelde. Moreno beschreef Mesembriornis, correct, als een gigantische vogel. Hoewel hij niet inzag dat de vogel niet kon vliegen en foutief dacht dat het een lid van de Anatidae was (een groep waar ook zwanen en eenden onder vallen), is zijn publicatie de eerste waarin de Phorusrhacidae beschreven worden als vogels.

De beschrijving van Mesembriornis en de vondst van een tweede, completere onderkaak deed Carlos in 1890 aan zijn broer het volgende schrijven:

Florentino was aanvankelijk sceptisch, zoals blijkt uit zijn antwoord van 31 januari 1891:

thumb|left|De vondst van deze schedel zorgde er mogelijk voor dat Florentino zijn mening veranderde over Phorusrhacos. De schedel was oorspronkelijk heel, maar een groot deel ervan (in deze schets lichter getekend) verbrokkelde snel na de vondst. Om onbekende redenen, mogelijk door de ontdekking van een volledige schedel door Carlos, veranderde hij zijn mening in de eerste maanden van 1891. Later dat jaar publiceerden namelijk zowel hij als Moreno & Mercerat artikelen waarin ze Phorusrhacos herinterpreteerden als een grote uitgestorven vogel. Het is onduidelijk welke van de twee publicaties het eerst verscheen. Ameghino beweerde dat de zijne verscheen op 1 augustus en die van Moreno & Mercerat "tegen het einde van de maand". Volgens hen was hun artikel al in mei verschenen en die van Ameghino pas op 11 augustus. Tot vandaag is niet duidelijk wie gelijk heeft, maar de meeste wetenschappers volgen Moreno & Mercerat.

De bone wars thumb|De gebroeders Florentino (links) en Carlos (rechts) Ameghino thumb|Moreno (links) & Mercerat (rechts) Deze vervalsing van publicatiedata is het eerste teken van een soort van fossielenstrijd tussen Moreno & Mercerat aan de ene en Florentino Ameghino aan de andere kant. Een rivaliteit die vergeleken kan worden met de bone wars die ongeveer tegelijkertijd plaatsvonden in Noord-Amerika tussen Edward Drinker Cope en Othniel Charles Marsh. In de komende jaren publiceerden beide kanten telkens weer artikelen en catalogi waarin ze verklaarden dat de namen die door de andere waren gepubliceerd niet geldig zijn of dat ze door hen al vroeger waren gepubliceerd. Hierbij vervielen ze af en toe in dubieuze praktijken, zoals het hierboven vermelde vervalsen van publicatiedata en het zo snel mogelijk publiceren van erg gehaaste beschrijvingen van fossielen in tijdschriften die volledig onder hun controle stonden.

Net als bij de bone wars had deze strijd voornamelijk negatieve gevolgen: de nomenclatuur van de schrikvogels was achteraf een chaos door de vele synoniemen (soorten die twee namen hadden gekregen), en nomina dubia (soorten gebaseerd op te slecht materiaal) die waren ontstaan (zie ook Lijst van niet meer geaccepteerde schrikvogelnamen). Pas door het werk van Pierce Brodkorb in 1967 en het werk van Alvarenga & Höfling in 2003 kon hier wat orde in gebracht worden, maar er bestaan nog altijd onduidelijkheden. De concurrentiestrijd leidde tot de beschrijving van een groot aantal tot dan onbekende fossielen en zorgde voor een grotere bekendheid van de schrikvogels., 2013 Who discovered the Phorusrhacidae? An episode in the history of avian palaeontology. SAPE proceedings

Phororhacidae, Phorusrhacidae of Phorusrhacosidae? In 1889 "corrigeerde" Ameghino de geslachtsnaam Phorusrhacos in het grammaticaal correctere Phororhacos.Ameghino, F. (1889), Contribuición al conocimiento de los mamíferos fósiles de la República Argentina. Actas Academia Nacional Ciencias de Cordoba 6: 1-1028 In dezelfde publicatie benoemde hij de familie, waarvan hij de naam baseerde op de "gecorrigeerde" spelling Phororhacos en hij noemde de familie "Phororhacosidae". De familienaam werd in 1893 door Richard Lydekker verbeterd in "Phororhacidae".Lydekker, R. (1893), On the extinct giant birds of Argentina. The Ibis ser. 6 5: 40-47 De "gecorrigeerde" spelling werd overgenomen door andere auteurs en raakte in zwang. In 1963 argumenteerde Brodkorb dat de naam Phorusrhacos prioriteit heeft over Phororhacos, en dat de naam van de familie volgens de regels "Phorusrhacidae" moest luiden.Brodkorb, P. (1963), A giant flightless bird from the Pleistocene of Florida. The Auk 80(2): 111-115 In zijn Catalogue of fossil birds van 1967 gebruikte hij die namen.Brodkorb, P. (1967), Catalogue of fossil birds, Part III (Ralliformes, Ichthyornithiformes, Charadriiformes). Bulletin of the Florida State Museum, Biological Sciences 11(3): 157 e.v.

In 1989 dienden Chiappe en SoriaBeide verbonden aan het Museo Argentino de Ciencias Naturales; Soria, geboren in 1952, overleed in 1990 aan de gevolgen van een auto-ongeluk (zie: Asociación Paleontológica Argentina) een verzoek in bij de International Commission on Zoological Nomenclature om de naam Phororhacos te conserveren omdat die de meest gebruikte was, maar de naam Phorusrhacos onder artikel 23.1ICZN Art. 23.1 van de ICZN prioriteit had en de beschikbare (geldige) naam was. Onder artikel 29ICZN Art. 29 en 19.2ICZN Art. 19.2 van de ICZN was dan "Phorusrhacidae" en niet het veelgebruikte "Phororhacidae" de geldige familienaam. De commissie besliste in 1992, met vijftien voorstemmen en veertien tegenstemmen, 2012, Phororhacoidea or Phorusrhacoidea? A note on the nomenclature of the "terror birds" in Opinion 1687, dat de naam Phorusrhacos en de daarvan afgeleide namen niet onderdrukt moesten worden en plaatste "Phororhacos", "Phororhacosidae" en "Phororhacidae" op de "index van verworpen en ongeldige namen".Anonymous (1992): Opinion 1687. Phorusrhacos Ameghino, 1887 (Aves, Gruiformes): not suppressed. Bulletin of Zoological Nomenclature 49(2): 176-177 De naam "Phorusrhacidae" is daarmee de officieel vastgestelde familienaam.

Evolutie thumb|Een stamboom van de vogels; de schrikvogels zouden aan de basis van de zangvogeltak staan thumb|De schrikvogels (seriema's) aan de basis van de zangvogeltak

Aenigmavis Lang is gedacht dat de kleine Aenigmavis, die is gevonden in de Duitse Messelschaliën, de voorouder van de schrikvogels was. Aenigmavis was zo groot als een kip en leefde tegelijk met de primitieve looproofvogel Gastornis. Inmiddels lijkt Aenigmavis niet de voorouder van de schrikvogels te zijn. De precieze classificatie van dit dier is nog onduidelijk, maar Alvarenga en Höfling zien voldoende aanknopingspunten om de familie Ameghinornithidae, waartoe 'Strigogyps behoort, in de orde Cariamiformes op te nemen., 2003

Ontstaan