Het Book of Kells, soms Boek van Columba genoemd (Iers: Leabhar Cheanannais - Ceanannais is de genitief van de Ierse naam van Kells) is een evangeliarium dat de vier evangeliën van het Nieuwe Testament in het Latijn bevat, samen met andere voorafgaande teksten en tabellen. Het manuscript bevindt zich in de Trinity College Library in Dublin, Ierland.
Het Book of Kells werd rond het jaar 800 geschreven door Keltische monniken en geldt als een meesterwerk van de westerse kalligrafie in insulaire stijl. De teksten van de evangeliën zijn grotendeels overgenomen in de versie van de Vulgaat, hoewel het boek ook een aantal passages bevat van eerdere versies van de Bijbel, de Vetus Latina. De ongeëvenaarde rijke versiering bestrijkt onder meer tien paginagrote afbeeldingen en pagina's met levendige hoofdletters met tussen de regels door kleine miniaturen.
Het manuscript bevat 340 folia en is sinds 1953 gebonden in vier delen. De naam van het manuscript komt van de Ierse Abdij van Kells, waar het manuscript eeuwenlang bewaard werd. De bibliotheek van de Universiteit van Dublin toont het permanent onder de referentie MS 58. De bibliotheek toont gewoonlijk twee delen tegelijk van de bestaande vier.
Geschiedenis Oorsprong thumb|Folium 27r van het Lindisfarne-evangeliarium bevat de inscriptie Liber generationis van het Evangelie volgens Matteüs. Vergelijk deze pagina met de corresponderende pagina van het Book of Kells (zie hier), vooral de vorm van het "Lib"-monogram.
Het Book of Kells is het beste voorbeeld van een groep manuscripten in de insulaire stijl, gemaakt in de late 6e eeuw tot in de vroege 9e eeuw, in kloosters in Ierland, Schotland, Engeland en in kloosters op het vasteland met Ierse of Engelse stichters. Voorbeelden van andere manuscripten in deze stijl zijn: Cathach van Sint-Columba, de Ambrosiana Orosius, een gefragmenteerd evangelieboek in de bibliotheek van de kathedraal van Durham (alle uit de vroege 7e eeuw) en het Boek van Durrow (tweede helft van de 7e eeuw). Vanaf de vroege 8e eeuw komen de Durham-evangeliarium, het c, het Lindisfarne-evangeliarium en de Lichfield-evangeliën. Het evangelieboek van Sankt Gallen en de Macregal-evangeliën komen uit de late 8e eeuw. Het Boek van Armagh (dateert van 807-809), het gefragmenteerd Turijns evangelieboek of Codex Taurinensis, de Leidse Priscianus, de Priscianus van Sankt Gallen en het Macdurnan evangelie dateren allemaal uit de late 9e eeuw. Die manuscripten vertonen onderlinge overeenkomsten als de artistieke stijl, script en de tekstuele tradities. Op grond van de volledig ontwikkelde stijl van de versieringen, kan het Book of Kells in deze serie, in de late 8e eeuw of de vroege 9e eeuw geplaatst worden. Het Book of Kells volgt veel van de iconografische en stilistische tradities van de eerdere manuscripten.
De naam Book of Kells komt van de Abdij van Kells in Kells, County Meath in Ierland, waar het bijna de gehele middeleeuwse periode bewaard werd. De precieze datum en plaats waar het gemaakt is, vormt al langere tijd een onderwerp van discussie. Oorspronkelijk dacht men dat het boek gemaakt werd in de tijd van Columba of zelfs dat het werk van zijn hand was. Het tegendeel van deze bewering is bewezen aan de hand van paleografische en stilistische gronden: veel bewijs wijst naar een datum van circa 800, lang na de dood van St. Columba in 597. Een andere legende suggereert, dat het manuscript is gemaakt voor de 200e sterfdag van de heilige.
Het manuscript is nooit afgemaakt. Er bestaan minstens vijf verschillende theorieën over de plaats en de tijd dat het manuscript gemaakt is.
Het boek zou in zijn geheel gemaakt zijn in Iona, waarna het boek naar Kells is gebracht en niet meer is afgemaakt. Het zou in Iona begonnen zijn met schrijven, waarna er in Kells verder aan gewerkt is, zonder het af te maken. Het script zou volledig in het scriptorium van Kells gemaakt zijn. Het zou gemaakt zijn in het noorden van Engeland, misschien in Lindisfarne, daarna naar Iona gebracht en van daar naar Kells. Het zou in een klooster in Pictisch Schotland gemaakt zijn, waarschijnlijk het klooster van Portmahomack. Daar zijn sporen gevonden van perkamentproductie en metaalbewerking, en het boek vertoont stilistische overeenkomsten met andere bekende Pictische kunst zoals spiralen om spierspanning te illustreren in de dierenillustraties.
De meest aanvaarde theorie luidt, dat het werd begonnen in Iona, waarna er in Kells verder aan gewerkt is. Het is zeker, dat het Book of Kells gemaakt is door Columbaanse monniken, die dicht bij de gemeenschap van Iona stonden.
Middeleeuwse periode thumb|De ruïnes van de Abdij van Kells
Het bewijs voor de aanwezigheid van het boek in Kells kan gevonden worden in de Annalen van Ulster. Daarin staat vermeld dat "het grote Evangelie van Columkille, het meester-relikwie van de westerse wereld, gedurende de nacht bruut was gestolen uit zijn relikwiehouder van de westerse sacristie van de grote stenen kerk in Cenannas". Het manuscript was een aantal maanden later "onder een graszode" zonder zijn met goud en juwelen ingelegde kaft teruggevonden. Algemeen wordt aangenomen dat met het "grote Evangelie van Columkille" het Book of Kells wordt bedoeld. Als het waar is, dan was het boek in Kells daar in 1007 en was het er lang genoeg om van de aanwezigheid te weten. De kracht die gebruikt is om de kaft te verwijderen, kan verklaren waardoor de eerste en laatste folia van het boek ontbreken.
Wat wel zeker is, is dat het boek in de 12e eeuw in Kells was, doordat charters, behorend bij de Abdij van Kells, gekopieerd werden op een aantal blanco pagina's. Die praktijk van kopiëren van charters in belangrijke boeken was niet ongewoon in de middeleeuwen, en zulke inscripties in het Book of Kells geven concrete aanwijzingen over de locatie in die tijd. De Abdij van Kells werd opgeheven door de kerkelijke hervormingen in de 12e eeuw. De abdijkerk werd omgevormd tot parochiekerk waar het Book of Kells gebleven is.
thumb|Folium 27v bevat symbolen van de vier evangelisten. Vanaf links boven met de klok mee: een man (Matteüs), een leeuw (Marcus), een adelaar (Johannes) en een os (Lucas).
Boek van Kildare De 12e-eeuwse schrijver Gerald van Wales beschreef in zijn Topographia Hibernica een beroemde passage over een groot evangelieboek in Kildare, dat door veel mensen gezien wordt als het Book of Kells. De beschrijving komt overeen met het Book of Kells:
Omdat Gerald beweert het boek gezien te hebben in Kildare, kan het zijn dat hij een ander boek gezien heeft met eenzelfde kwaliteit als het Book of Kells, dat momenteel verloren zou zijn. Of het kan zijn dat Gerald de plaats verkeerd beschreven heeft.
Moderne periode Het Book of Kells bleef in Kells tot het jaar 1654. In dat jaar was Oliver Cromwells cavalerie ondergebracht in de kerk in Kells en de gouverneur van de stad zond het boek naar Dublin om het te beschermen. Henry Jones, die na de Engelse Restauratie de bisschop van Meath werd, presenteerde het manuscript aan het Trinity College in Dublin in 1661. Hier verbleef het sindsdien, op de korte momenten na dat het uitgeleend werd aan andere bibliotheken en musea. Het wordt sinds de 19e eeuw tentoongesteld aan het publiek in de Old Library van Trinity.
Door de jaren kreeg het Book of Kells een aantal aanvullingen op de tekst. In de 16e eeuw voegde Gerald Plunkett uit Dublin een serie van Romeinse cijfers toe. Hiermee werden de hoofdstukken van de evangeliën genummerd volgens de indeling van de 13e-eeuwse Aartsbisschop van Canterbury, Stephen Langton. De prominente Anglicaanse geestelijke James Ussher telde en nummerde de folia in 1621, kort nadat Jacobus I hem benoemde tot Bisschop van Meath. Koningin Victoria en Prins Albert werden uitgenodigd om het boek te tekenen in 1849. In feite tekenden zij echter een moderne pagina waarvan ten onrechte werd gedacht dat deze origineel was. Toen het boek in 1953 opnieuw werd ingebonden is de pagina met hun handtekeningen verwijderd.
Door de eeuwen heen is het boek een aantal keer opnieuw ingebonden. In de 18e eeuw zijn daarbij de pagina's afgesneden waardoor kleine delen van afbeeldingen verloren zijn gegaan. Het boek is ook in 1895 opnieuw ingebonden, maar ging al snel kapot. In de late jaren twintig raakten een aantal folia los. Deze werden gescheiden van het geheel bewaard. Boekbinder Roger Powell heeft in 1953 het manuscript opnieuw ingebonden en heeft toen een aantal pagina's recht gestreken die bol waren gaan staan.
Twee delen kunnen gezien worden op het Trinity College: één geopend op een grote gedecoreerde pagina en één die twee pagina's met tekst laat zien en wat kleinere versieringen.
In 2000 is het deel met het evangelie volgens Marcus verzonden naar Canberra, Australië voor een tentoonstelling over geïllustreerde manuscripten. Dit was maar de vierde keer dat het Book of Kells naar het buitenland is verstuurd voor een tentoonstelling. Tijdens deze reis liep het manuscript "kleine pigmentschade" op. Waarschijnlijk is dit gekomen door de trillingen van de vliegtuigmotoren tijdens de vlucht. A volume of the priceless Book of Kells has been damagedRTÉ News, reportage uitgezonden op 14 april 2000, geraadpleegd op 31 juli 2024; Book of Kells is damaged The Guardian, gepubliceerd op 15 april 2000, geraadpleegd op 31 juli 2024; archiefversie
Reproducties thumb|De arrestatie van Christus
In 1951 produceerde de Zwitserse uitgever Urs Grafverlag Bern de eerste facsimile van het Book of Kells. De meeste pagina's werden gereproduceerd in zwart-witfoto's, maar de editie bevatte ook 48 kleurenfoto's, inclusief alle gedecoreerde pagina's.
Met goedkeuring van het bestuur van Trinity College Dublin, produceerde Thames en Hudson de tweede facsimile-editie in 1974. Deze uitgave omvatte alle paginagrote afbeeldingen en een representatieve selectie van tekstpagina's, samen met uitvergrote details van afbeeldingen. Die pagina's waren allemaal in kleur gefotografeerd door John Kennedy in de Green Studio in Dublin.
In 1979 vroeg de Zwitserse uitgever Faksimile-Verlag Luzern toestemming om een complete facsimile in kleur te maken. De toestemming werd geweigerd, omdat de bestuurders van Trinity College het risico voor beschadiging te groot vonden. Tegen 1986 had het Faksimile-Verlag een proces ontwikkeld om de pagina's recht te houden, waardoor zij wel toestemming kregen om een nieuwe facsimile te produceren en te publiceren. Door middel van zacht zuigen kon het gefotografeerd worden zonder dat het aangeraakt werd. Het complete werk werd gepubliceerd in 1990 in een tweedelige set en bevat het volledige facsimile met commentaar. Een exemplaar wordt bewaard door de Anglicaanse Kerk in Kells, op de plaats van het oorspronkelijke klooster.
Inhoud thumb|Genealogie van Jezus volgens Lucas (beslaat meer dan drie pagina's)
Het bestaande boek bevat: voorafgaande werken, de complete tekst van de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en het evangelie volgens Johannes vanaf Johannes 17:13. De rest van Johannes en een onbekend aantal pagina's van de voorafgaande stukken zijn vermist en misschien wel verloren toen het boek was gestolen in de vroeg-11e eeuw. De nog aanwezige voorgaande stukken bevatten: twee gefragmenteerde lijsten met Hebreeuwse namen afkomstig uit de evangeliën, de Brevus causae (samenvatting van de evangeliën), de Argumenta (korte biografie van de evangelisten) en een canon met tabellen van Eusebius van Caesarea. Net als bij de Lindisfarne-evangeliën en het Boek van Durrow en van Armagh, is een gedeelte van de verloren werken waarschijnlijk een brief van Hiëronymus van Stridon aan Paus Damasus I. Deze staat bekend als Novum opus en Hiëronymus legt hierin het doel uit van zijn vertaling. Het is ook mogelijk, maar minder waarschijnlijk, dat een deel van de verloren stukken de brief van Eusebius naar Carpianus bevat, waarin hij uitleg geeft over het gebruik van de canontafels. Van alle insulaire evangeliën bevat alleen het Lindisfarne-manuscript deze brief.