Peter Noël Cabus (Mechelen, 27 juli 1923 – Mechelen, 11 november 2000) was een Belgische componist en muziekpedagoog.

Levensloop Cabus kwam reeds op jeugdige leeftijd in contact met muziek, omdat er veel werd gemusiceerd in de huiskring. Zijn eerste muzieklessen volgde hij aan het Stedelijk Conservatorium te Mechelen. Aanvankelijk studeerde hij viool, maar na vier jaar ging hij piano studeren, onder toenmalig directeur Godfried Devreese, die hem tevens harmonie en contrapunt doceerde. In deze tijd was hij ook lid van het Sint-Romboutskoor, waar hij kennismaakte met gregoriaanse muziek en polyfonie. Onder impuls van zijn leraar koos hij na het beëindigen van zijn Grieks-Latijnse humaniora definitief voor de muziek.

Hij startte in 1940 zijn hogere muziekstudies aan het Lemmensinstituut (orgel bij Flor Peeters, piano bij Marinus De Jong), maar met het oog op een carrière als concertpianist ging hij zich na twee jaar verder bekwamen aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel (piano bij Charles Scharrès, kamermuziek bij André Gertler, compositie en fuga bij Jean Absil en Léon Jongen). In 1946 studeerde hij af.

Alhoewel Cabus in eerste instantie werkte als concertpianist, ging hij zich gaandeweg meer richten op het componeren en het muziekonderwijs. In 1946 begon hij als leraar notenleer en piano aan het Stedelijk Conservatorium te Mechelen, en in de jaren daarna doceerde hij ook aan enkele andere muziekacademies en middelbare scholen, zoals in Mortsel, Keerbergen en Antwerpen. In 1959 volgde Cabus Devreese op als directeur van het Stedelijk Conservatorium. Daarnaast was hij als docent verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Brussel (harmonie, contrapunt, fuga, en compositie) en aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth.

In 1972 lag Cabus mee aan de basis van de oprichting van het Festival van Vlaanderen (in samenwerking met Albert Torfs, toenmalig directeur van Toerisme in Mechelen) – afdeling Mechelen. De laatste twintig jaren van zijn leven was Peter Cabus ook lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.

Hoewel Cabus vooral vasthield aan de tonaliteit en de klassieke muzikale vormen, volgde hij de nieuwste ontwikkelingen met veel aandacht en probeerde hij nu en dan eens nieuwe technieken te integreren in zijn eigen werk. Zijn muzikale hart lag echter in de traditie.

Composities Cabus liet bijna 300 werken achter. Na zijn dood heeft zijn weduwe Annemarie Cabus-Steens hiervan een complete lijst opgesteld, daarbij leunend op de monografie die Benjamin-Joseph Steens in 1998 schreef, waarin echter nog sommige van de laatste of incomplete werken ontbraken.Benjamin-Joseph Steens: Peter Cabus: Biografie en oeuvrecatalogus, Mechelen, 1998

Alle autografen werden geschonken aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Kopieën van het volledige oeuvre werden ondergebracht bij MATRIX Centrum voor Nieuwe Muziek, Leuven, doorzoekbaar via de bibliotheek van de KU Leuven.MATRIX Centrum voor Nieuwe Muziek De partituren van alle vocale werken zijn daarnaast raadpleegbaar bij Koor & Stem, Antwerpen.Koor & Stem

Onderstaande tabel geeft een compleet overzicht van het oeuvre van Cabus. Er is gebruik gemaakt van de thematische nummering volgens de lijst van Annemarie Cabus-Steens (AMCS). Vanwege de thematische ordening komen enkele werken tweemaal in de lijst voor. Voor de volledigheid is de eerdere, chronologische nummering uit de monografie van Benjamin-Joseph Steens (BJS) ook in de tabel opgenomen.