Verhalen van de tweelingbroers is een kinderboek uit 1961. Het boek is het debuut van Tonke Dragt. In 2019 kreeg het de nieuwe naam De goudsmid en de meesterdief.
Het boek handelt over twee broers, Jiacomo en Laurenzo, die zo veel op elkaar lijken dat ze steeds met elkaar verward worden.
Als ondertitel draagt het boek: Vrij naar Babinase balladen.
Achtergrond In de jaren 40, toen Dragt begon met schrijven, werkte ze al aan een fantasiewereld. In het jappenkamp bedacht ze het land Babina en de hoofdstad Bainoe. Zo schreef ze later in Nederland het korte, nooit uitgegeven verhaal In Bainoe staat een kruis. Als jonge vrouw ging ze op vakantie naar het Italiaanse Toscane en raakte geïnspireerd door de stad San Gimignano. Een groot deel van de verhalen bedacht Dragt tijdens de tekenlessen die ze gaf op scholen in de jaren 50 en vertelde ze aan haar klas.
Ze maakte kleurenillustraties en verzond het naar verschillende uitgeverijen. Het boek werd een aantal keer afgewezen voordat de Haagse uitgeverij H.P. Leopolds uitgeversmaatschappij het accepteerde omdat uitgeversassistent Miep Diekmann gecharmeerd was van de verhalen. Dragt moest wel enkele aanpassingen doorvoeren. Het boek was te dik en de illustraties moesten in zwart-wit worden gemaakt.
In 2025 werd ter ere van Dragts geboortedag een herdruk uitgegeven met de originele illustraties en originele titel.
Samenvatting Het boek is ingericht als schelmenroman met twaalf losstaande verhalen die door tussenstukken aan elkaar verbonden worden. Een terugkerend element is de verwarring die ontstaat vanwege hun uiterlijke gelijkheid, maar totaal verschillende karakters. Zo is Laurenzo ijverig en bescheiden, en is Jiacomo spontaan en levenslustig. Naast het feit dat ze met elkaar verward worden, worden ze regelmatig met elkaar vergeleken. In eerste instantie wordt Laurenzo opgeleid als edelsmid en Jiacomo als dief.
Gebruik bestaande sprookjes Elk verhaal begint met een citaat uit een sprookje of ander verhaal. Ook heeft Dragt verschillende verhaallijnen gebruikt uit bestaande sprookjes van de Gebroeders Grimm en Hans Christian Andersen en uit Duizend-en-een-nacht. Zo gebruikt Dragt in meerdere verhalen stukken uit het sprookje De meesterdief.
Het twaalfde en laatste verhaal begint met een citaat uit De Florentijnse ring, een nooit afgemaakt boek van Dragt en haar jeugdvriendin Tineke Straub, dat werd geschreven in het jappenkamp.
Motieven Een terugkerend onderwerp in de literatuur van Dragt is het dubbelgangers- of tweelingmotief. Dragt zei over het gebruik van dit motief dat de meeste mensen twee kanten hebben. Ze typeerde Jiacomo en Laurenzo ook als twee kanten van één persoon. Later gebruikte ze dit motief ook in haar boeken De Zevensprong en Torens van februari.
Trivia
De hoofdpersoon van Dragts laatste boek Wie achter deze deur verdwaalt werd vernoemd naar het personage Laurenzo uit Verhalen van de tweelingbroers.
Referenties
Categorie:Nederlands kinderboek Categorie:Werk van Tonke Dragt Categorie:Kinderboek uit 1960-1969