Geser, ook Gisser, is een eiland in de Molukken. Het is een atol tussen Seram en Goram. Op Geser wordt het Geser-Gorom gesproken. De bevolking is overwegend islamitisch, maar kent ook een Chinese minderheid.

Geser heeft een natuurlijke haven en is al eeuwen een handelspost. Het fungeerde als een regionaal centrum voor redistributie van goederen, met name voor Zuid-Seram.On the Edge of the Banda Zone, pagina 16 Het eiland is voor de productie van groenten sterk afhankelijk van het nabijgelegen Seram Laut.

Tot 1768 werd het gebied indirect bestuurd, via de sultan van Tidore.On the Edge of the Banda Zone, pagina 97 Het was de bedoeling er in 1785 een fort te bouwenOn the Edge of the Banda Zone, pagina 116, maar dat kwam er aanvankelijk nog niet van. Wel nam in de eerste helft van de 19e eeuw het aantal bezoeken van Nederlandse bestuurders toe.On the Edge of the Banda Zone, pagina 12 Op 29 april 1824 werd Geser een onderdeel van de residentie Banda,Op die datum werd geproclameerd dat de residentie Banda vanaf dat moment bestond uit de Banda-eilanden, plus het oostelijk deel van dat werd geclaimd door de sultan van Tidore, van Tobo tot Waru, de Kei-eilanden, de Aru-eilanden, Geser, de zuidoostelijke en zuidwestelijke eilanden. zie: R. F. Ellen On the Edge of the Banda Zone, pagina 115 en in 1850 werd op Geser een bestuurspost gevestigd. Het was een stapelplaats voor de zuidoostelijke archipel, waar door Boeginezen textiel (vanuit Makassar en Singapore), koper vanuit Bali, en rijst, vuurwapens, zilver en grote hoeveelheden opium werden aangevoerd. Het aantal Chinezen op het eiland nam toe, er vestigden zich ook Arabische en Europese handelaren, en omdat er steeds vaker stoomschepen aanlegden, werd er in 1874 een regeringsdepot voor steenkool gevestigd. Handelaren uit Geser kochten producten op de westkust van Nieuw-Guinea en vervoerden die naar Kilwaru, in ruil voor kleding, sago en opium. De im- en exporthandel van Geser beliep een miljoen gulden per jaar.On the Edge of the Banda Zone, pagina 105 Toen in 1888 Banda van residentie werd gedegradeerd tot bestuursafdeling, werd Geser, dat aanvankelijk onder het bestuur van Kilwaru viel, een onderdeel van de afdeling Banda van de residentie Amboina. Aan het eind van de 19e eeuw werd op Geser een klein Nederlands garnizoen gevestigd.

Knijpkatten De vader van de Nederlandse journalist Theodor Holman was vlak na de Tweede Wereldoorlog assistent-resident op Geser. Hij liet uit Nederland dertig knijpkatten komen zodat de plaatselijke agenten bij hun nachtelijke patrouilles over een betrouwbare lichtbron beschikten. Het gevolg was echter dat de misdaad er sterk toenam, zodat Holman sr. de knijpkatten maar weer innam.Knijpkatten, column in Het Parool, 6 april 2012. Gearchiveerd op 4 november 2019.

Categorie:Indonesisch eiland Categorie:Zuid-Molukken Categorie:Geografie van de Molukken