Louis Barthas (Homps, 14 juli 1879 – Peyriac-Minervois, 4 mei 1952) was een Frans militair die de hele Eerste Wereldoorlog van 4 augustus 1914 tot 14 februari 1919 als korporaal bij de infanterie meemaakte. Barthas streed hoofdzakelijk aan het westelijk front. Hij was een van de acht miljoen Fransen die actieve dienst namen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De meesten dienden als infanterist in de modder van Vlaanderen en Noord-Frankrijk.
Oorlogsdagboeken Barthas was tonnenmaker toen hij op 35-jarige leeftijd werd opgeroepen om te strijden voor Frankrijk. Hij was getrouwd en had twee kinderen. Hij verafschuwde het leven in de loopgraven en beschreef de oorlogsgebeurtenissen in zijn dagboeken. Deze "Oorlogsdagboeken van Louis Barthas" zijn van historisch belang en werden in 1998 in het Nederlands uitgegeven. Vele recensenten omschrijven het boek als 'meesterwerk' omwille van zijn historische en betrouwbare karakter. Nooit eerder verscheen in dit taalgebied zo'n schokkend verhaal over het werkelijke frontleven. Geletterde officieren konden dit niet beschrijven. Als antimilitarist beschrijft Barthas met een scherpe pen de zinloosheid en absurditeit van de oorlog en stelt de lafheid en onverschilligheid van de legerleiding aan de kaak.
Zijn boek is een aantijging tegen de misdadige verspilling van de oorlog, de omstandigheden waaronder de soldaten in de loopgraven verkeerden en de onverschilligheid van de officieren. De onverschilligheid en onmenselijkheid haalt hij meermaals aan in zijn boek. Hij verwijt de officieren machtsmisbruik. Daarnaast uit hij meermaals zijn sympathie voor de Duitse gevangenen. Deze zijn volgens hem ook maar mensen. Het socialisme van Barthas komt zo meermaals aan bod. Het boek is een persoonlijke geschiedenis, een beschrijving van de oorlog op de vierkante centimeter, het verhaal van de kleine vergeten heroïek. Het was Barthas erom te doen voor het nageslacht vast te leggen wat de soldaten in naam van La République is aangedaan.
Mobilisatie thumb|left|Een beeld van de primitieve Franse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. In tegenstelling tot deze van de Duitsers werden de Franse loopgraven met weinig zorg, inzicht en aandacht gegraven.
Op 2 augustus 1914 weerklinkt op de grote markt van Peyriac een toespraak die oproept tot mobilisatie voor de oorlog tegen Duitsland. Barthas reageert verontwaardigd terwijl zijn dorpsgenoten de oproep op applaus onthalen. De eerste mobilisatie komt snel op gang. Omdat hij ziek is en slecht ter been, krijgt Barthas een paar dagen uitstel om zich te melden in de kazerne van Narbonne. Voor hij naar de 'slachtbank' wordt geleid, zoals hij hetzelf formuleert, krijgt hij opdrachtjes als bewaker van Duitse gevangenen. Op 4 november 1914 wordt hij samen met een 50-tal anderen opgeroepen om het 280e infanterieregiment te versterken in de loopgraven rond Vermelles. In Annequin, waar de kwartieren liggen van het 280e regiment, wordt Barthas tot zijn spijt aan het 22e compagnie toegewezen maar krijgt het gedaan om zich dezelfde dag nog aan te sluiten bij het 21e, dat onder leiding stond van een dorpsgenoot. Later komt hij telkens terecht bij andere regimenten en op diverse locaties, veelal in het gezelschap van vrienden uit de streek. Vriendschap was iets wat Barthas hoog in het vaandel droeg.
Voorbereidend werk in Annequin
Vanaf zijn vertrek op 4 november 1914 uit Narbonne tot 15 mei 1915 verblijft Barthas in Annequin. Hier ligt onder meer het 280e infanterieregiment en de 21e compagnie over wie Barthas leiding krijgt als korporaal. Deze compagnie telt een 15-tal personen, allen uit de buurt van Peyriac-Minervois. Dat is de reden waarom Barthas het steeds heeft over de Minervois-compagnie. Hij maakt een verschrikkelijke winter door zonder veel voedsel en slaapgelegenheid, een uitputtingsslag met de maand januari als dieptepunt: sneeuw, hagel en vrieskou. De taak van de compagnie van Barthas bestaat erin de loopgraven te bewaken, te onderhouden en uit te breiden. Af en toe trekken ze ten aanval zonder veel gevolgen voor zijn compagnie. De plaatsen waar hij voornamelijk opereert zijn Béthune en Vermelles. In Vermelles meldde hij dat de schuilplaatsen er soms uitzagen als kleine villa's. De periode tussen 15 mei en 2 juni 1915 zijn Barthas en zijn compagnie op stap richting Lorette en houden ze op diverse plaatsen rustpauzes.
Loopgravenoorlog
In deze periode legt Barthas dag in dag uit loopgraven aan. Regelmatig worden ze bestookt met granaten. Barthas verliest een van zijn vrienden: Mondiès. Hij weigerde tijdens een aanval de loopgraven te verlaten: het kost hem zijn leven. De dood door een granaatscherf van zijn majoor Nadaud omschrijft Barthas als een lichtpunt. Hij beschrijft de man in zijn boek als een barbaar en tiran en wil er niet veel inkt aan verspillen. Na een jaar oorlog meldde hij dat er van de oude garde van zijn 13de groep nog maar drie man over waren. De rest was gewond of gesneuveld.
thumb|Sommige Franse dorpen werden door het Duitse artilleriegeschut met de grond gelijk gemaakt.
Motief
Na een jaar oorlog wilde Barthas niet meer spreken over het woord 'vaderlandsliefde'. Hij zei: "We werden ertoe gedwongen als slachtoffers van een onverbiddelijk noodlot. We hadden ons gevoel van eigenwaarde en onze menselijkheid verloren. We waren gedegradeerd tot muilezels: onverschillig, ongevoelig en afgestompt." Daarna schoot hij enkel nog uit zelfverdediging, anders nooit.
Daarnaast was er ook nog de 'Regimentstrots'. Barthas: "Niemand wilde een grotere lafaard zijn dan zijn buurman. Daar kwam bij dat de mannen, eigenwijs als ze waren, vertrouwen hadden in hun goede gesternte." Die solidariteit bleek soms een sterk motief om te doden: bescherming van de groep, wraak omwille van een gevallen kameraad.
Halt in Vlaanderen
Na de periode in Lorette (na 2 juli 1915) trekt Barthas' compagnie rond. Tussen de tochten door komen ze in diverse gevechten terecht en wordt hij op de vingers getikt omwille van zijn anti-militarisme. Op 12 september houdt Barthas voor het eerst halt in Vlaanderen, iets voorbij Oost-Cappel en West-Cappel. Hier rusten ze een nacht uit en vervolgen dan hun weg richting Arras. Daar aangekomen komt hij terecht in een van de meest nutteloze veldslagen uit zijn loopbaan: die van Douai op 25 september 1915. Deze veldslag zou stranden waar hij begon als gevolg van een fel Duits verweer.
Korporaal Barthas: Grenadiers Na een periode van hard werken, gebrek aan slaap en bombardementen wordt hem op 25 oktober gevraagd zich als korporaal te vervoegen bij de grenadiers. Hij verlaat zijn geliefde 21e compagnie en wordt vervangend bevelhebber van de grenadiers. Als een van de weinigen durft hij in te gaan tegen de bevelen van zijn kapitein. Op 10 december 1915 gebeurt er in Artois iets ophefmakends: door de overvloedige regen moeten zowel Fransen als Duitsers hun loopgraven verlaten om niet te verdrinken. Beide partijen weigeren op elkaar te schieten. Een soort verbroedering vindt plaats. Terwijl hij met trots dit tafereel beschrijft, steekt hij de draak met de officiers die volgens hem barbaars zijn en enkel bevelen geven om streepjes te verdienen. De wapens rusten enkele dagen tot Barthas en zijn bataljon Beaudricourt worden overgeplaatst naar het 296e regiment in Ivergny.
Gelukkig weerzien Op 10 januari 1916 krijgt Barthas de gelegenheid om tot 21 februari naar zijn geboortedorp terug te keren en daar zijn familie te bezoeken. Het is het eerste weerzien sinds zijn mobilisatie. Barthas was een familieman; hij miste zijn vrouw en kinderen en zegt zijn vrouw nooit bedrogen te hebben.
Barthas en zijn kapitein Op 3 maart 1916 krijgt Barthas een conflict met zijn kapitein. Deze geeft de compagnie de opdracht op een plaats te gaan werken waar het Duitse geschut op gericht is. Barthas weigert meermaals waarop de krijgsraad hem degradeert tot soldaat. Barthas laat het hier niet bij. Hij vermoedt dat zijn extreemlinkse opvattingen de reden zijn voor zijn degradatie. Hij doet zijn verhaal uit de doeken bij de kolonel waardoor de kapitein een koekje van eigen deeg krijgt. Barthas wordt daarop in eer hersteld.
thumb|left|Verdun wordt in 1916 volledig van de kaart geveegd.
Heuvel 304
Op 17 april 1916 staat Barthas en zijn compagnie voor een helse tocht, vol regenbuien en motregen, met als eindbestemming Verdun. "Als schapen die naar de slachtbank geleid werden", zo stelt hij het. De tocht is zwaar. Als zij een tweetal weken later aankomen in de buurt van Verdun geeft men hun de opdracht de beruchte Heuvel 304 te beschermen. Wat Barthas ziet, is onbeschrijflijk. Een heuvel bezaaid met duizenden lijken, rottend mensenvlees en kraters van bommen en granaten. De Duitsers zijn er oppermachtig en de Fransen ondergaan de wet van de sterkste. Op en rond Heuvel 304 maakt hij, naar eigen zeggen, het zwaarste granatenvuur uit zijn loopbaan mee.
Barthas is niet een man die snel terugdeinst. Hij reageert slim en instinctief. Zo zoeken ze een verbindingsman om de brug te slaan tussen twee loopgraven. Niemand meldt zich vrijwillig. Barthas neemt de risicovolle taak op zich. Hij doet dit bewust. Hij onderhandelt en eist enkele dagen vrij van arbeid in ruil voor de klus. Het loont: hij komt veilig aan in de andere loopgraaf en krijgt verlof van wachtpost en aflossing. Op 19 mei trekken Barthas en zijn compagnie zich terug uit Verdun.
Bekomen in Champagne
Na zijn vertrek in Verdun trekt Barthas met zijn 296e regiment in de richting van de Champagnestreek . Tot 25 mei 1916 verblijft hij daar in Béthancourt. Hier gebeurt iets wat zijn ego streelt: eerherstel. Na zijn daad als verbindingsman wordt Barthas door Luitenant Breton in de bloemen gezet voor zijn 'heldendaad'. Niet veel later, bij het verlaten van Béthancourt, wordt hij ingekwartierd in Cuperly. Hier blijft hij tot 13 juli en krijgt hij opnieuw de graad van korporaal. Hij krijgt de leiding over de 6e groep van het 15e regiment, 'een spookgroep' zegt hijzelf. In deze periode experimenteren de Duitsers met gifgas. Barthas wordt er niet zelf aan blootgesteld maar spreekt van beginnende maatregelen tegen het gas. Ook krijgt hij een opleiding om met mortiers te werken, het nieuwe moordwapen van de Fransen. De periode in Champagne is er voor Barthas een van heen en weer trekken tussen verschillende dorpen en steden in de streek, weinig bloedvergieten en klusjes klaren in opdracht van de officieren. Zijn anti-militarisme krijgt een nieuwe impuls als hij oog in oog staat met een machteloze Duitser die hij weigert neer te schieten omdat hij enkel uit zelfverdediging schiet. Dit is het begin van een vriendschap met Duitse soldaten. Als hij met zijn kameraden wacht loopt, roken ze samen met de Duitsers een pijp, praten ze over hun leven en worden ze vrienden. Hieraan komt een einde als de officieren ervan te horen krijgen. Op 29 augustus 1916 verlaten Barthas en zijn bataljon de Champagnestreek om terug te keren naar de streek van Verdun, Vermelles en Lorette.
thumb|Combles tot puinhoop herleid.
Afspraken en verbroedering
Barthas maakt in deze periode talloze meldingen van afspraken en verbroedering tussen de frontsoldaten. Er bestond een zeker begrip tussen de vijanden, allen crepeerden ze op dezelfde manier. Zo vierden in Diksmuide de Belgische en Duitse soldaten samen kerstavond, waarbij de Duitsers de Belgen volgooiden met schnaps. Een Duitse officier gaf een gestolen monstrans terug aan de Belgen. In één sector hadden negen Britse divisies langs een frontlijn een ketting van wapenstilstanden georganiseerd. Deze wapenstilstanden bestrijkten een gebied van bijna vijftig kilometer. In de sector van Barthas praatten de soldaten dagenlang met elkaar en schudden elkaars handen. Er ontstond zelfs een ruilverkeer van tabak, koffie en wijn.