Het Huis van Leyden, een rijksmonument sinds 1968, is een 17e-eeuws dubbelbreed grachtenpand en voormalig stadspaleis in de Pieterswijk in de Nederlandse stad Leiden, aan het Rapenburg nummer 48,Huisnummer sinds de 20e eeuw. In de 19e eeuw was de kadastrale aanduiding 653. schuin tegenover het Academiegebouw. Het complex met latere toevoegingen loopt door tot aan het Pieterskerkhof. Het werd bewoond en steeds verder verfraaid door voorname Leidse burgers met hun gezinnen. Het ontleent zijn naam aan de familie Van Leyden (van Leeuwen), die het van 1665 tot 1791 in bezit had. Een andere vooraanstaande familie, Hendrik Cock en zijn nageslacht, bezat het huis van 1830 tot 1908. In de 20e eeuw was het een schoolgebouw nadat de historische inventaris was verkocht. In de 21e eeuw wacht het complex op nieuwe invulling. Een hotel werd ontworpen maar kwam er niet, een plan voor een museum werd in februari 2025 gepresenteerd. Als jaar van opening wordt 2030 genoemd.

Voorgeschiedenis Voor de totstandkoming van het Huis van Leyden stond op deze plek in de Leidse binnenstad, in de buurt die in de zeventiende- en achttiende-eeuwse buurtindeling 't Nieuwe Rijk van Gravenstein heette,'t Nieuwe Rijk van Gravenstein, Historische Vereniging Oud Leiden. een woonhuis dat in gebruik was bij de Universiteit Leiden. Die verhuurde het vanaf 1603 aan de bekende remonstrantse hoogleraar theologie Jacobus Arminius. Toen hij in 1609 stierf, mochten zijn vrouw en kinderen er tijdelijk blijven wonen. In 1619 nam de contraremonstrantse theoloog Antonius Walaeus er zijn intrek, toen hij in Leiden tot hoogleraar werd benoemd. Hij woonde er met zijn vrouw, zes kinderen en inwonende studenten.

Door een gang en een poort kwam men vanuit het huis op het Rapenburg. De achterzijde van de woning bood uitzicht op de Pieterskerk en het tussenliggende Pieterskerkhof.J. van Reenen, In de voetsporen van een Leidse professor, Reformatorisch Dagblad, 10 oktober 2006, pp. 46-47. (Geraadpleegd 27 november 2013). Gearchiveerd op 3 september 2021.

Nieuwbouw in 1640-1642 thumb|180px|Arent van 's-Gravesande (± 1610-1662), architect(detail van een schilderij van Jan van Ravesteyn, 1636) Walaeus stierf in 1639. De stad Leiden verkocht het pand in 1640 aan de rijke textielhandelaar, karmozijnverver en bierbrouwer Wouter van Halewijn (1563-1640). Hij was een Bruggeling die sinds 1586 poorter van Leiden was. Hij wilde op deze plek een grote en voorname woning laten bouwen die blijk moest geven van zijn aanzienlijke welstand. Aansluitend kocht hij ook het achterterrein en een belendend huis aan het Pieterskerkhof. Drie opstallen aan het Rapenburg werden gesloopt: het pand waar Arminius en Walaeus hadden gewoond en nog twee huisjes die tot het Faliede Bagijnhof hadden behoord. Het was een periode waarin de bebouwing van het Rapenburg sterk veranderde: in de middelste decennia van de zeventiende eeuw werden veel kleine en smalle huizen vervangen door brede woningen met statige gevels, waardoor de gracht een voornaam en welvarend aanzien kreeg.Heidi Deneweth, Renovating early modern Leiden: new perspectives on the building trades, in: I. Wouters, S. Van de Voorde, I. Bertels, B. Espion, K. De Jonge, D. Zastavni (red.), Building Knowledge, Constructing Histories: Proceedings of the Sixth International Congress on Construction History (6ICCH), Brussels, Belgium, 9-13 July 2018 (Vol. 1, pp. 537-545). CRC Press / Vrije Universiteit Brussel, 2018.

Naar ontwerp van Arent van 's-Gravesande, "fabriek van Leiden" (stadsbouwmeester), werd over de volle breedte een nieuw huis gebouwd. Het kreeg een brede symmetrische voorgevel in Hollands classicistische stijl met een imposante Ionische orde, waarbij de pilasters vanaf een laag basement over twee bouwlagen doorlopen. De gevel bestaat uit geverfde zandsteen met festoenen boven de vensters. De hardstenen verhoogde deurstoep is voorzien van een smeedijzeren leuning. Verondersteld is dat het omstreeks 1639 gereedgekomen, in verwante stijl opgetrokken pand Rapenburg 2 (sinds 1945 een horecabedrijf) als voorbeeld diende.Hotel De Doelen, Rapenburg 2, naam architect onbekend, rijksmonument 25530. Gearchiveerd op 5 september 2021.

Wouter van Halewijn heeft het huis zelf nooit bewoond: hij leefde al niet meer toen het in 1641 gereedkwam. Het werd in 1642 als "volbout" (opgeleverd) ingeschreven in het verpondingskohier, het register voor de betaling van grondbelasting. Zoon Benjamin van Halewijn, bewindhebber van de West-Indische Compagnie, kocht in 1645 nog een achterliggend terrein aan het Pieterskerkhof om een koetshuis te maken met een woning voor de stalknecht.Bouwhistorische opname en waardestelling, december 2013. Gearchiveerd op 3 september 2021. Vanaf 1650 was Johan de la Chambre (weduwnaar van Benjamin van Halewijns dochter Susanna) de eigenaar.

Van Leyden (van Leeuwen)

Het huis werd vanaf 1658 verhuurd aan Diederick Pietersz rijksbaron van Leyden (1628-1682), die zich twee jaar eerder vanuit Den Briel in Leiden had gevestigd en in 1663 in de vroedschap werd verkozen. Hij werd in 1665 eigenaar van het pand als eerste van de familie Van Leyden van Leeuwen.Meestal kortweg Van Leyden of Van Leijden genoemd. Sindsdien staat het bekend als het stamhuis van deze familie onder de naam Huis van Leyden.

Diederick werd burgemeester van Leiden en kreeg in 1678 de eretitel van buitengewoon gezant in Engeland. Hij en zijn vrouw Alida Paets (1635-1673) hadden tien kinderen, onder wie Pieter van Leyden (1666-1736) en Lodewijk (Louis) van Leyden van Leeuwen (1668-1697), jonggestorven zeeheld in de Negenjarige Oorlog.Louis van Leyden van Leeuwen in A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 11, 1865. DBNL In 1679, zes jaar na de dood van zijn echtgenote, liet Diederick al hun kinderen door Daniël Mijtens (II) afbeelden als een allegoriserende portretgroep op een manshoog olieverfschilderij, dat tot in de achttiende eeuw als een opvoedkundige "spiegel der deugd" in het Huis van Leyden moet hebben gehangen. Alle kinderen zijn afgebeeld als personificaties van menselijke deugden.Jan Baptist Bedaux, Een spiegel der deugd. Het portret van de kinderen van Diederic Pietersz van Leyden en Alida Paets door Daniël Mytens II, Bulletin van het Rijksmuseum 48 (2000), pp. 28-33. Het bevindt zich sinds 1972 in het Rijksmuseum Amsterdam.Allegoriserende portretgroep van de kinderen van Diederic Pietersz van Leyden (van Leeuwen), burgemeester van Leiden, en Alida Paets, Daniël Mijtens (II), 1679, website Rijksmuseum Amsterdam. Het schilderij van 178 x 156 cm behoorde tot de collectie van Willem A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye (1889-1957) op kasteel Duivenvoorde bij Voorschoten en werd in 1972 door het Rijksmuseum verworven. Gearchiveerd op 17 mei 2023.

Uitbreidingen De in 1666 geboren Pieter werd al jong hoofdbewoner van het Huis van Leyden. Hij oefende vele bestuurlijke functies uit, zoals burgemeester, burggraaf en pluimgraaf van Leiden, hoogheemraad van Rijnland en vroonheer. Ook was hij in bepaalde perioden aangesteld bij de Admiraliteit van Amsterdam. Nadat hij in 1703 als eerste van zijn familie de erfelijke titel Heer van Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht had verworven, liet hij de toevoeging 'Van Leeuwen' vallen. Hij gold als hooghartig en botste herhaaldelijk met andere hoge heren in het stadsbestuur.M.R. Prak, Gezeten burgers. De elite in een Hollandse stad, Leiden 1700-1780. Hoofdstuk 'De zaak Van Leijden' e.v., pp. 70-91. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam, 1985. In 1700 trok hij het buurpand (nu Rapenburg 50) bij het complex,Rapenburg 50 (studentenhuis RAP L) met 19e-eeuwse lijstgevel is rijksmonument 25551. dat door verdere aankopen aan het Pieterskerkhof in 1720 en 1729 zijn maximale omvang kreeg.

Ook van de volgende generaties van het adellijke regentengeslacht Van Leyden vervulden de mannelijke leden belangrijke functies in het openbaar bestuur van Leiden (bijvoorbeeld als burgemeester en/of lid van de veertigraad) en daarbuiten.D.J. Noordam, Geringde buffels en heren van stand: het patriciaat van Leiden, 1574-1700, hoofdstuk 2: Veertigraden: individuen en families. Uitg. Verloren, Hilversum, 1994. Ze bezaten het Huis van Leyden tot 1791 en spaarden kosten noch moeite om het te vergroten en verfraaien. Door de uitbreidingen van het terrein in de voorafgaande decennia kon het huis in 1743 worden verbouwd tot een stadspaleis met twee binnenplaatsen. Het gold als "het grootste woonhuis van Leiden".Rapenburg 48: Grootste woonhuis van Leiden wordt weer woning, sleutelstad.nl, 23 september 2015. Gearchiveerd op 18 januari 2022. De familie was rijk genoeg om ook op het landgoed Mildenburg bij Oostvoorne een buitenplaats met uitgestrekte parkaanleg te laten bouwen.Het huis bestaat sinds 1947 niet meer, het park nog wel. Zie Buitenplaats Mildenburg in Oostvoorne, Geschiedenis van Zuid-Holland.

Kunst Eigenaar en bewoner Diederik (II) van Leyden (1695-1764),Maarten Prins, Heren van Holland. Onderzoek naar heerlijke titels in Holland 1500-1800. Diderik van Leijden: verzamelaar van heerlijkheden, 2016.. de oudste zoon van de in 1736 overleden Pieter, had ook bijzondere aandacht voor interne verfraaiing van het Huis van Leyden. Zo kwam er in 1739 in het linker voorvertrek, grenzend aan de brede marmeren gang op de bel-etage, een marmeren schouw met reliëf van Jan-Baptist Xavery, voorstellende Paris en Oinone. Een jaar later volgde een marmeren bovendeurstuk van dezelfde kunstenaar. Verondersteld is dat ruwe ontwerpschetsen van Jacob de Wit de inspiratiebronnen zijn geweest voor deze werken van Xavery.Dennis de Kool, Creatief samenspel van Jan Baptist Xavery en Jacob de Wit. Oud Leiden Nieuws, jg. 8 nr. 4, december 2020, pp. 17-19. In 1743 maakte De Wit zelf voor het Huis van Leyden het plafondstuk Apollo omringd door de negen muzen.

Voor hetzelfde linker voorvertrek kocht Diederik II vier bijzondere wandtapijten met mythologische voorstellingen van de liefdesavonturen van Jupiter, Hercules en Omphale. Zij waren vervaardigd door de gerenommeerde tapijtwevers Daniel (III) en Urbain Leyniers te Brussel. In 1888, ongeveer anderhalve eeuw na de aankoop, waren ze nog in het huis aanwezig.Over de mogelijke herkomst van deze wandtapijten speculeert W. Pleyte: VII. Tapijtwerk van Urbain en Daniël Leyniers in: Jaarboek 1888 van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, pp. 87-95 (in de dbnl). Gearchiveerd op 25 april 2022. Uit de opdracht "ontzie geen kosten" blijkt de welstand van aanzienlijke families als de Van Leydens.C. Willemijn Fock, Kleet den wandt van 't graft pallais in tapijt: ontzie geen kosten. Tapijten in het burgerinterieur ten tijde van de Republiek, in: Irene Cieraad e.a., Textielhistorische bijdragen 37, Textiel in huis. Verloren, Hilversum, 1997. Ook moet het familieportret dat Diederick II in 1728 door Willem van Mieris had laten schilderen, op een prominente plek in zijn woonhuis aan het Rapenburg hebben gehangen (sinds 1983 in het Rijksmuseum Amsterdam).Beschrijving familieportret Diederik baron van Leyden van Vlaardingen (1695-1764) van Willem van Mieris, 1728. Website rijksmuseum.nl