thumb|Fort Vaux thumb|Verdediging van Verdun Het Fort van Vaux is een fort gelegen in Vaux-devant-Damloup en Damloup in het Franse departement Meuse. Het fort werd van 1881 tot 1884 als een van de forten rond Verdun gebouwd voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het fort werd tijdelijk ontwapend in 1915 door een besluit van de Franse generale staf dat eveneens het Fort Douaumont ontwapende.
Het Fort van Vaux is tijdens de Slag om Verdun tijdens de Eerste Wereldoorlog symbool geworden voor soldaten die hun plicht vervulden tot het ultieme offer. Het was een vesting waarvan de voornaamste bewapening (de 75mm-koepel) onbruikbaar was geworden door een inslag van een 420mm-granaat (Dikke Bertha) die de koepel volledig vernielde in februari 1916. In de periode van 2 tot en met 7 juni 1916 kon het fort weerstand bieden aan de 50e Duitse divisie, dankzij de heldenmoed van het garnizoen onder bevel van majoor Sylvain Eugène Raynal. Na zeer zware gevechten werd het fort bestormd en slaagden de Duitsers erin de bovenbouw te bezetten, waarna het fort werd veroverd. In november 1916 werd het fort heroverd door de Fransen.
Geschiedenis Na de Frans-Duitse Oorlog van 1870 waren de Fransen overtuigd geraakt dat alleen een offensieve strategie met een opmars naar de Rijn succesvol kon zijn tegen de Duitsers. In 1872 werd een “Comité de Défense" geïnstalleerd dat de strategie moest uitwerken. De commandant van het 2e Legerkorps Genie Raymond Adolphe Séré de Rivières was de secretaris van dit comité. Op zijn voorspraak werd gekozen voor een aanpak voortbouwend op de fortenstrateeg Vauban. Er werd een reeks steden (Verdun, Toul, Épinal, Belfort en Parijs) omringd met een ring van forten.
Rond Verdun werden een vijftiental forten en evenveel kleinere werken (ouvrages = schansen) gebouwd. De forten hadden een polygonale opbouw. De bouw van de forten die werden gebouwd in baksteen verliep in de periode van 1874-1882. De ontwikkelingen in het geschut allereerst de uitvinding van de getrokken loop, maar vervolgens met name krachtiger explosieven als picrinezuur (ook wel meliniet genoemd) dwong al snel tot modernisering van de forten. Deze ontdekking maakte namelijk explosieve granaten mogelijk die een vernietigende uitwerking hadden op bakstenen versterkingen. De ontwikkeling van beton maakte echter een effectieve bescherming van de forten mogelijk. De Fransen besloten dus tot versterking met beton. Deze versterking werd aangebracht in de periode 1885 met speciaal beton en vanaf 1897 ook met gewapend beton.
Fort Opbouw miniatuur|Observatiekoepel Het Fort van Vaux is kleiner dan Fort van Douaumont. Het fort past in de verdedigingsgordel rond Verdun in het kader van het Séré de Rivières-systeem. Het fort heeft een voor die tijd kenmerkende opbouw in trapeziumvorm (voorfront 140 m, basisfront 180 m, zijfronten 90 m). Het ligt op een hoogte van 351 m. Het fort is volledig omgeven door een droge gracht. Het werd gebouwd tussen 1881 en 1884. Door de ontwikkelingen in het geschut, was na de bouw een continue modernisering nodig.
Zo werden de aanvankelijk aan de binnenzijde van de gracht geplaatste caponnières vervangen door aan de buitenzijde geplaatste. Het aanvankelijk binnenhof werd ontmanteld. Tussen 1904 en 1906 werd het fort verder gemoderniseerd en een koepel gewapend met het 75mm-kanon model 1897 geïnstalleerd. Bij het Fort van Vaux werd ook een (niet gewapende) betonnen overkapping aangebracht vanaf 1888. Proeven met het toenmalige geschut met granaten van 155 en 220 mm had de noodzaak tot een betonnen overkapping aangetoond. Het beton had een samenstelling van kiezel:zand:cement in de verhouding 3:1:2,4, ofwel ca. 36½ procent cement, veel hoger dan de Belgische forten. De dikte van de betonnen overkapping bedroeg 2,5 m. De Fransen goten het beton in lagen van 45 cm kort na elkaar, waardoor het beton een optimale sterkte had.
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog geloofde de Franse generale staf niet langer in vaste vestingwerken, omdat men dacht dat alleen de aanval de overwinning kon brengen. De vernietiging van de sterke Frans-Belgische forten in de Maasstreek in 1914 door de reusachtige Duitse mortieren en slimme desinformatie versterkten dit idee. De Duitsers hadden zelfs opnamen in scène gezet van Fort Manonvillers. Met dynamiet maakten ze zogenaamde inslagkraters en ze vernielden delen van het fort, waardoor het leek of de geschutinslagen een groter effect hadden dan in realiteit.
Daarom heeft de generale staf op 15 augustus 1915 een decreet ondertekend dat opdracht gaf tot intrekking van de garnizoenen, wapens, munitie en voedsel in de forten. Er werden springstofladingen geplaatst om de forten eventueel op te blazen. Dat deze desinformatie succesvol was, is verbazingwekkend. De Belgische forten in de Maasstreek (zoals Fort Loncin dat door een voltreffer met een 42cm-granaat op het munitiedepot werd uitgeschakeld) hadden een veel zwakkere bepantsering, namelijk ongewapend beton dat ook qua betonsamenstelling anders was dan de Franse forten. De Belgische forten hadden een lager cementgehalte dan de Franse forten. Door het gebruik van een hoog gehalte aan kiezel in de Belgische forten was deze vaak uitgezakt, waardoor de samenstelling van het beton onregelmatig was. Ook was het Belgische beton in lagen van ca. 20 cm aangebracht, die vaak met grote tussenpauzen waren aangebracht. Bij de Franse forten had de fabricage in veel dikkere lagen plaatsgevonden met korte tussenpauzen, zodat het eigenlijk vergelijkbaar was met in een keer gegoten beton. Het gebetonneerde kruitmagazijn van Fort Souville is zelfs thans nog in goede conditie, ondanks 40.000 granaten van alle kalibers die op het fort kwamen.
De naoorlogse conclusie was dat de forten beter dan de meest optimistische verwachtingen weerstand hadden kunnen bieden.
Bewapening De 75mm-koepel Het fort bevat een van deze koepels. De koepels waren gebaseerd op het 75mm-kanon model 1897. Dit werd ingekort (Canon 75 raccourci mle 1905) en geplaatst in een koepel met een doorsnede van 2,9 meter. Deze koepels waren productierijp in 1905. De koepel had twee van deze kanonnen. De loop had een lengte van 1,55 meter. De reikwijdte was bijna vijf kilometer. De toren kon tot 20 schoten per minuut afvuren. De koepel had een gewicht van 85 ton. Het bovenpantser was staal met 30 cm dikte. De zijwanden waren 15 cm dik. Het door gewapend beton afgedekte voorpantser van de koepel was 30 cm dik. Het schieten van de koepel werd ondersteund door een drietal gepantserde observatieklokken.
Verdere bewapening miniatuur|75mm-kanon in een kazemat Naast de koepel beschikte het fort over een viertal 75mm-kanonnen op affuit in de twee Bourges-kazematten. Dit waren kanonnen van het type 75mm-kanon model 1897, hetzelfde kanon als in de koepel maar niet met ingekorte loop. Het bereik was met 6900 m, twee kilometer verder dan het ingekorte model in de koepel (4680 m). In 1916 werden deze kanonnen vervangen door Hotchkiss-mitrailleurs.
Eerste Wereldoorlog Duitse aanvalsplannen Al in september 1914 waren er al gevechten rond Verdun geweest. De Duitsers hadden Saint-Mihiel (35 km ten ZZO van Verdun) veroverd en daarmee vaste voet gekregen in de nabijheid van Verdun.
Omdat de legerleiding inschatte in West-Vlaanderen moeilijk te kunnen winnen, zocht men andere oorlogsdoelen. Ervan uitgaande dat Frankrijk aan het einde van zijn krachten zou zijn, werd besloten tot Verdun als aanvalsdoel. Die keuze was ook ingegeven doordat Metz na zijn verovering in 1870 door de Duitsers tot vestingstad was versterkt.
De Duitse opperbevelhebber Erich von Falkenhayn wilde de Fransen verder uitputten. Omdat de Fransen met hun forten rond Verdun zich zwaar versterkt hadden, zouden de Duitsers alvorens aan te vallen massale beschietingen uitvoeren. Binnen de Duitse legerleiding waren er echter verschillende opvattingen over de doelstelling van de aanval bij Verdun. Falkenhayn wilde de Fransen uitputten. De Kroonprins (opperbevelhebber van het 5e Leger) wilde Verdun veroveren door aan beide zijden van de Maas aan te vallen in plaats van alleen aan de Oostkant en generaal Von Knobelsdorf (stafchef van het 5e Leger) wilde snel doorstoten richting Parijs.
Slag om Verdun Februari–maart 1916 De gevechten om Fort Vaux zijn een onderdeel van de Slag om Verdun. Deze begon op 21 februari 1916 met een beschieting door 1220 stukken geschut op de stellingen bij en om de stad Verdun. Na een ongeveer negen uren durende beschieting, rukten om 17.00 uur de Duitse troepen op allereerst om te verkennen en het gebied gereed te maken voor verovering. Het 7e Reservekorps rukte verder op richting Bois d'Haumont, dat het na vijf uur gevechten kon veroveren. De Franse weerstand bleef ondanks de massale beschieting veel hardnekkiger dan verwacht.
Op 22 februari zetten de Duitsers hun aanval voort en veroverden het dorp Haumont en de bossen Bois de Brabant en Bois de Champneuville.
Op 23 februari volgden hevige gevechten om de dorpen Wavreville, Samogneux en Brabant.
Op 24 februari zetten de Duitsers hun offensief voort en slaagden erin aanzienlijke voortgang te boeken door de verovering van Beaumont en de dorpen Brabant, Wavreville, Samogneux. Verder bezetten de Duitsers de heuvel 344 en de bossen Caures, Chaumes en Wavreville.
Op 25 februari vielen de Duitsers in de richting van Fort Douaumont aan om hun linies tot ongeveer 600 m van het fort te brengen. De Duitsers veroverden na bittere gevechten dorp Louvremont en laat op de dag ook het dorp Bezonvaux. Verrast door de rust die bij het fort heerste, slaagden zij erin om af te dalen in de gracht en in de galerijen. De 57 militairen die het fort bezet hielden, werden gevangengenomen. Het verlies van het fort, een sterk belangrijk steunpunt en uitkijkpost, had grote morele en materiële gevolgen. De Duitsers begonnen onmiddellijk met het organiseren van de verdediging van Fort Douaumont. Op de avond van 25 februari waren er 19 officieren en 79 onderofficieren en soldaten van vijf verschillende eenheden om Douaumont te bezetten. Het fort werd de ruggengraat van de Duitse verdediging op de rechteroever van de Maas (de buurt van Fort de Vaux).
Direct na de val van Fort Douaumont werd de bevelhebber van het Tweede Franse Legerkorps generaal Pétain benoemd tot bevelhebber van het Franse leger bij Verdun. Pétain gaf bevel tot een oorlogsvoering met kleine offensieven met ondersteuning van de artillerie. Hij streefde ernaar de Duitsers uit te putten. Pétain zag in dat de beperking van het Duitse offensief tot de rechter Maasoever (in plaats van over beide oevers) de Fransen de gelegenheid bood vanaf de linker-Maasoever de Duitsers met artillerie te bestoken. Hiertoe werden tien batterijen 155mm-geschut geplaatst. Daarnaast beveiligde Pétain de enige aanvoerroute naar Verdun vanuit Bar-le-Duc en voerde hij een systeem in met korte frontinzet en veelvuldige wisseling van de fronttroepen.
Kort na de verovering van Fort Douaumont vielen de Duitsers aan richting van het dorp Douaumont. Tussen 27 februari en 2 maart waren er hevige gevechten. De Duitse infanterieregimenten 24 en 105 werden door de Fransen met zware verliezen teruggeslagen. Op 2 maart hadden de Duitsers het dorp Douaumont bezet. Al op 27 februari had het Duitse opperbevel aan het 5e reservekorps de verovering van Fort Vaux bevolen. De aanval verliep moeilijk doordat de Duitsers ook vanuit het dorp Vaux, het Caillettewoud en vanaf de linker Maasoever onder vuur werden genomen. Op 8 maart waren de Duitsers opgerukt tot 250 m van Fort Vaux. Op 9 maart werd een vals bericht verspreid dat de Duitsers Fort Vaux hadden ingenomen. Toen de onjuistheid bekend werd probeerden de Duitsers met enkele stormaanvallen alsnog het fort te veroveren, maar werden echter met zware verliezen teruggeslagen.