De Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) is het pensioenfonds voor de overheid en het onderwijs. ABP staat voor Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, tot 1966 de naam van de stichting. Het ABP is het grootste pensioenfonds van Nederland: alle ambtenaren, ook de gepensioneerden, zijn erbij aangesloten. Militaire pensioenen opgebouwd vóór 1 juni 2001 hebben overigens geen kapitaaldekking en komen bij uitbetaling ten laste van de defensiebegroting.

Het ABP had eind 2025 een vermogen van € 533 miljard, waarmee het het op twee na grootste pensioenfonds ter wereld is. Het hoofdkantoor van het ABP is gevestigd in Heerlen en op het terrein van het ABP bevindt zich de Brightlands Data & AI Campus. De Nederlandsche Bank (DNB) houdt toezicht op het ABP. In andere Europese landen is deze vorm van een overheidspensioenfonds op basis van het kapitaaldekkingsstelsel onbekend.

De uitvoering van de administratie en het vermogensbeheer is in handen gelegd van pensioenuitvoerder APG.Financieel Dagblad ABP wil dat pensioenbelegger APG afscheid neemt van andere klanten, 13 januari 2025

Geschiedenis miniatuur|Masson legt op 3 september 1987 de eed af voor de Parlementaire enquête naar bouwsubsidies.

Het ABP werd in 1922 opgericht onder de naam Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. De oprichting was het gevolg van de in dat jaar aangenomen Pensioenwet die de pensioenen van ambtenaren regelde. Het pensioenfonds viel onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en belegde conservatief: driekwart van het geld werd belegd in Nederlandse staatsobligaties, de rest in onroerend goed en aandelen.

Het ABP verhuisde in het kader van de spreiding rijksoverheidspersoneel onder staatssecretaris Chris van Veen in 1969 van Den Haag naar Heerlen.

Het ABP kwam vanaf 1983 in opspraak door aanhoudende berichten over grootschalige fraude, dat werd de ABP-affaire1-4-2012. De beschuldigingen leidden in de jaren van 1986 tot 1988 tot strafrechtszaken bij de Rechtbank Maastricht en het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en kregen veel aandacht in de media.'De ABP-affaire: een beerput die bijna niemand voor mogelijk had gehouden', in: Reformatorisch Dagblad, 20 mei 1987 ABP-directeur beleggingen Ed Masson (1922-1994) werd uiteindelijk in 1988 in hoger beroep vrijgesproken van het ontvangen van steekpenningen, maar het honderdduizend pagina's tellende dossier maakte duidelijk dat er in die tijd veel mis was bij het ABP, dat door het NRC Handelsblad als 'een oncontroleerbare kolos, waar willekeur, wanbeheer en geldsmijterij de boventoon voerde' werd omschreven.'A.J.M. MASSON (1922-1994); Kleurrijke spil in de ABP-affaire', NRC Handelsblad, 15 december 1994 Daarnaast zou het Rijk te veel subsidie hebben betaald voor woningbouwprojecten waar het ABP bij betrokken was, wat leidde tot de Parlementaire enquête naar bouwsubsidies (1986-88) en het aftreden van staatssecretaris Gerrit Brokx.'Parlementaire enquête bouwsubsidies (1986-1988)' op parlement.com

De prudente beleggingsstrategie, de beperkte productinnovatie en het feit dat de overheid nogal eens een greep deed in de spaarpot van het ABP als de overheidsfinanciën tekortschoten, leidde begin jaren negentig tot een tekort bij het ABP van dertig miljard gulden. Dit was de reden om het ABP op afstand van de overheid te plaatsen.

Ter voorbereiding op de voorgenomen verzelfstandiging werd jhr. Feijo Sickinghe in februari 1993 tijdelijk als bestuursgedelegeerde aangesteld. Hij kreeg de opdracht de leiding van het fonds te reorganiseren.“Personalia”, Trouw, 12 februari 1993 (Delpher). Sickinghe stelde voor de bestaande hoofddirectie te vervangen door een driehoofdige directieraad. In het kader van deze reorganisatie vertrokken zowel president-directeur A.J. Snijders als hoofddirecteur J.A. Goslings.“ABP maakt schoon schip met vertrek directeuren”, NRC Handelsblad, 25 mei 1993 (Delpher).

Tijdens een besloten bijeenkomst van Tweede Kamerleden, belegd op verzoek van D66-Kamerlid Olga Scheltema-de Nie, uitte Sickinghe kritiek op de bestuurlijke inrichting van het fonds. Volgens hem was het topmanagement ‘te verambtelijkt’ en was het ABP onvoldoende toegerust om na de verzelfstandiging te concurreren met financiële instellingen als ING en Aegon. Het fonds moest volgens hem sterke managers uit het bedrijfsleven aantrekken, terwijl het bestuur meer afstand moest nemen van de dagelijkse leiding.Eric Pijnaken, “ABP heeft nieuwe managers nodig; huidige top is te verambtelijkt”, Algemeen Dagblad, 12 juni 1993 (Delpher).

In juni 1993 beëindigde Sickinghe zijn opdracht nadat het bestuur een deel van zijn voorstellen, waaronder enkele door hem beoogde benoemingen, niet wilde overnemen. Hij werd opgevolgd door oud-burgemeester van Groningen Jos Staatsen, die de bestuurlijke uitwerking van de reorganisatie voortzette.“Pensioenfonds telt tweeduizend werknemers in 1996”, Limburgs Dagblad, 3 juli 1993, p. 13 (Delpher).

In 1996 werd het ABP geprivatiseerd; de organisatie werd een zelfstandige stichting.Wet privatisering ABP - tekst van de wet Volgens een rapport van de Algemene Rekenkamer werd het fonds hierbij voor 32,96 miljard gulden benadeeld, dit heet in de volksmond nog steeds de pensioenroof bij het ABP.Kamerstuk 26 015 Privatisering van het ABP Na de verzelfstandiging is de beleggingsstrategie van het ABP sterk veranderd: na 1996 belegde het ABP nog maar zo'n veertig procent van het vermogen in obligaties, de overige gelden werden en worden belegd in onroerend goed en meer risicovolle beleggingen zoals aandelen, maar ook hedgefondsen en private equity.Het ABP: de grootste spaarpot van Nederland, Intermediair, 10 oktober 2006

Het ABP is op 1 januari 2004 overgegaan van een eindloonsysteem naar het hierboven uiteengezette middelloonsysteem. Als de opbouw eerder is gestopt geldt hiervoor het eindloonsysteem nog. Als de opbouw op 1 januari 2004 nog doorliep dan bedraagt de pensioenopbouw vóór 2004 per pensioengeldig jaar 1,75% van de premiegrondslag, gebaseerd op het pensioengevend inkomen begin 2004.

In 2006 is de FPU-regeling met de Vervroegde uittreding en prepensioen (Wet VPL) voor werknemers, die na 1949 zijn geboren zijn, afgeschaft. De FPU was de opvolger van de VUT. Deze werknemers kunnen nog wel eerder stoppen met werken, maar moeten hun vervroegde uittreding volledig zelf financieren. De FPU was voorheen deels zelf gefinancierd, maar het grootste deel werd gefinancierd middels een omslagstelsel. Bovendien konden werknemers het deel dat ze zelf moesten financieren fiscaal gunstig opbouwen. Net als het ouderdomspensioen werd de premie bruto betaald en werd er pas belasting betaald bij uitkering. De mogelijkheid om eerder te stoppen met werken is gebleven, maar het omslagstelsel is vervallen.

In maart 2008 werd de uitvoering van de pensioenregeling ondergebracht in een zelfstandige uitvoeringsorganisatie Algemene Pensioen Groep NV (APG). De splitsing was nodig omdat het ABP via Loyalis verzekeringen aanbood en aanbiedt en zo concurreerde met andere verzekeringsmaatschappijen. De maatschappijen beschouwden dat als oneerlijke concurrentie omdat het ABP een groot aantal 'gedwongen' klanten heeft. Nu wordt het verplichte pensioen door een andere organisatie uitgevoerd dan de vrijwillige verzekeringen. In mei 2019 werd Loyalis overgenomen door ASR Nederland voor circa 450 miljoen euro.NRC ASR neemt verzekeraar Loyalis over, 4 december 2018, geraadpleegd op 29 december 2018. Gearchiveerd op 2 juli 2019.

Tot 2011 waren ABP en Pensioenfonds Zorg en Welzijn eigenaar van AlpInvest. AlpInvest houdt zich onder andere bezig met private equity. AlpInvest kwam diverse keren negatief in het nieuws vanwege de risicovolle beleggingen en de hoge bonussen voor de directie. AlpInvest is in 2011 verkocht aan The Carlyle Group.Volkskrant Alpinvest wordt overgenomen door Carlyle Group, 26 januari 2011. Gearchiveerd op 30 januari 2011.

Tot 1 juli 2014 had ABP een deelnemersraad en een werkgeversraad. De deelnemersraad bestond uit 36 personen: 24 vertegenwoordigers van actieven of premiebetalers en 12 vertegenwoordigers van gepensioneerden of pensioenontvangers. Alle leden van de deelnemersraad waren gelieerd aan een vakbond. De werkgeversraad vertegenwoordigde werkgevers binnen overheid en onderwijs, de raad bestond uit 21 personen. Zij vertegenwoordigden bijvoorbeeld het hoger en voortgezet onderwijs, universiteiten, het Rijk, de politie enzovoorts. Vanaf 1 juli 2014 zijn beide raden opgegaan in het Verantwoordingsorgaan.

Toekomst Het ABP is van plan per 1 januari 2027 over te stappen op het vernieuwde pensioenstelsel.ABP Het vernieuwde pensioenstelsel: Wat betekent dit voor u?, geraadpleegd op 11 december 2024 Het pensioen gaat vanaf dan omhoog als het goed gaat met de economie, en omlaag als het economisch tegenzit. Er komen regels om te voorkomen dat pensioenen te hard kunnen dalen en het ABP zet geld opzij om te grote dalingen te matigen (te spreiden in de tijd).

Bestuur en toezicht Het algemeen bestuur bestaat uit zestien personen, waarvan drie uitvoerende bestuurders, twaalf niet-uitvoerende bestuurders en een onafhankelijk voorzitter. De uitvoerende bestuurders zijn onafhankelijke professionals, zij nemen de dagelijkse gang van zaken voor hun rekening. De niet-uitvoerende bestuurders vertegenwoordigen de werknemers (4 leden), werkgevers (5 leden) en gepensioneerden (3 leden). Zij houden toezicht op de uitvoerende bestuurders. het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor strategie en beleid van het pensioenfonds waarbij zij de belangen van alle deelnemers meeneemt.

Het verantwoordingsorgaan van het ABP bestaat uit 48 leden vanuit werknemers, werkgevers en gepensioneerden.APB Verantwoordingsorgaan, geraadpleegd op 11 december 2024 Dit orgaan adviseert het bestuur vooraf over het beleid en beoordeelt achteraf of het bestuur goed gehandeld heeft.

Bestuursvoorzitters Bert de Vries van juni 1997 tot 1 september 2001 (parttime) Elco Brinkman van 1 september 2001 tot 1 april 2009 (parttime, gemiddeld 1 dag per week) Harry Borghouts vanaf 1 april 2009 tot 1 augustus 2009 Ed Nijpels vanaf 1 augustus 2009 tot 19 februari 2011 Henk Brouwer per 1 januari 2012 tot 1 juni 2014 Corien Wortmann van 1 januari 2015 tot 1 januari 2023 Loek Sibbing van 1 januari 2023 tot 1 januari 2025APB Loek Sibbing appointed Chair of the Board of ABP, 8 maart 2023, geraadpleegd op 11 december 2024 Aart Jan de Geus vanaf 1 januari 2025

In 2001 werd Elco Brinkman voorzitter, ABP koos voor een voorzitter met een flink netwerk in Den Haag. Op 1 april 2009 werd Brinkman opgevolgd door waarnemend voorzitter Harry Borghouts, toen commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Een groep ABP-leden, verenigd in de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), verzette zich tegen zijn benoeming. De NBP twijfelde aan zijn deskundigheid en betrouwbaarheid, waarbij de bond zich baseerde op de misstappen die Borghouts beging als commissaris van de Koningin en als voorzitter van de raad van toezicht van de IJsselmeerziekenhuizen.Verzet tegen benoeming nieuwe ABP-voorzitter, NOVA, 20 april 2009 Als gevolg van de affaire Icesave/Landsbanki, die de provincie Noord-Holland 78 miljoen euro heeft gekost, besloot Borghouts eind juni 2009 om een aantal nevenfuncties te laten vallen, waaronder die van waarnemend voorzitter van het ABP.'Borghouts houdt bijbaan bij pensioenfonds ABP', Noordhollands Dagblad, 30 juni 2009) Provinciale Staten van Noord-Holland vond dit onvoldoende en dreigde met een motie van wantrouwen als Borghouts niet ook zijn functie als lid van bestuur van het ABP zou opgeven.CDA en PvdA: Borghouts moet ABP-baan opgeven, NRC Handelsblad, 3 juli 2009 Dit deed hij op 1 augustus 2009.