Het woord vitriool vindt zijn oorsprong in het Frans vitriol en in het middeleeuws Latijn vitriolum. Het is een verkleiningsvorm van vitrum (vgl. vitreus [glas, kristal]), zo genoemd vanwege de gelijkenis van de zouten van zwavelzuur met glas.P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen
Zwavelzuur, een anorganisch zuur Sulfaathoudende mineralen