De Royal Netherlands Military Flying-School was een Nederlandse vliegschool die in de Tweede Wereldoorlog gevestgd was in de Verenigde Staten. Deze trainde grond- en vliegend personeel voor de Koninklijke Luchtmacht (KLu), de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (ML-KNIL) en de Marine Luchtvaartdienst (MD).

Locatie De vliegschool was gevestigd bij Jackson, Mississippi. Hier lag sinds 1928 een klein vliegveld, dat in 1936 werd uitgebreid en Hawkins Field genoemd.naar A.F. Hawkins, een regionaal bestuurder met belangen in de luchtvaart In 1941 werd besloten hier een trainingsfaciliteit van de Amerikaanse luchtstrijdkrachten te vestigen. Het vliegveld, onder de naam Jackson Army Airfield, werd sterk uitgebreid met extra landingsbanen en aanvullende infrastructuur, al was de kwaliteit minimaal.

De oprichting van de RNMFS, 8 mei 1942 thumb|Bodo Sandberg was een van de instructeurs aan de vliegschool Na de Japanse inval, eind 1941, werd door de leiding van de Militaire Luchtvaart Afdeling van het KNIL besloten om de vliegeropleiding van Nederlands-Indië naar Australië over te brengen. Binnen enkele weken werd duidelijk dat ook het Australische continent niet veilig was voor een Japanse inval en werd besloten om alle leerling-vliegers naar Amerika over te brengen om daar een Nederlandse vliegschool op te zetten. Op 20 april 1942 vertrok de hele groep van enkele honderden leerlingen en instructeurs, afkomstig van ML-KNIL en MLD met de SS Mariposa naar de Verenigde Staten om daar enkele weken later op 3 mei te San Francisco aan te komen, om vandaar door te reizen naar de Jackson Army Air Base.

De Royal Netherlands Military Flying School (RNMFS) ging op 8 mei 1942 officieel van start onder commando van generaal-majoor van Oyen. Ze had tot doel Nederlandse militairen voor te bereiden op hun operationele inzet in het kader van de bevrijding van Nederlands-Indië en het Europese continent. De opleiding bleek als een magneet te werken op Nederlanders woonachtig in Amerika, Canada, Zuid-Afrika en op de groep Engelandvaarders.

Daarbij werd niet alleen werd dit vliegveld in Mississippi gebruikt, maar ook Tallulah Airbase en Sherman Field (Kansas).

De opleiding thumb|Een Beech AT-11 Kansan van de RNMFS thumb|Lockheed 12A in het Nationaal Militair Museum De Nederlandse regering kreeg naast een aantal Curtiss P-40 Kittyhawks de beschikking over North American B-25 Mitchells die ze volledig met eigen personeel wilde bemannen. Vandaar de behoefte om ook waarnemers, telegrafisten, bommenrichters en luchtschutters op te leiden. Er waren echter uitsluitend leerling-vliegers geëvacueerd.

Jackson werd de hoofdbasis terwijl op 25 locaties in de Verenigde Staten opleidingen werden gegeven voor vliegtuigbemanningen en grondfuncties. Zo werden bijvoorbeeld de waarnemers opgeleid te Brooks Field te Texas, en de luchtschutters op Tyndall Field in Florida en Myrtle Beach in South Dakota. Op Corpus Christi (Texas) kregen vliegers en luchtschutters van de MLD les op de Consolidated PBY Catalina.

Er werd een totale vliegopleiding gegeven volgens het schema van de normale Amerikaanse vliegeropleiding die was ingedeeld in drie fases, te weten: Primary Training (PT), Basic Training (BT) en Advanced Training (AT), bestaande uit de Single Engine Training en de Twin Engine Training. De opleiding werd afgesloten met de Operational Training (OT) die vliegers en bemanningen gereed maakte voor de luchtstrijd.

De primaire opleiding (PT) kreeg men op Sherman Field (Fort Leavenworth – Kansas) met de Fairchild PT-19A. De basistraining (BT) vond plaats op Jackson met de Vultee BT-13A. Wat betreft de gevorderde training (AT): de eenmotorige jachtvliegtraining gebeurde met de North American AT-6 Harvard, terwijl de tweemotorige training gebeurde met de Beech AT-11 Kansan (24 stuks) en de Lockheed 12. De uiteindelijke operationele training (OT) gebeurde op de toestellen waarmee men naar de operationele squadrons ging: vanaf midden 1943 werden de toestellen ook wel zelf daarnaartoe gevlogen waardoor de vliegopleiding de squadrons niet alleen van mensen voorzag, maar ook van nieuwe vliegtuigen.

De overplaatsing naar de operationele eenheden thumb|De vliegschool De eerste gebrevetteerde leerlingen werden naar Groot-Brittannië overgeplaatst, maar het grootste deel van de geslaagden vertrok echter via Camp Beale naar Australië of Colombo. Rond deze periode waren de volgende Nederlandse squadrons operationeel:

320 Dutch Squadron RAF - Maritiem Squadron te Groot-Brittannië 321 Dutch Squadron RAF - Maritiem Squadron te Ceylon 322 Dutch Squadron RAF - te Groot-Brittannië 860 Dutch Squadron Royal Navy - Maritiem Squadron te Groot-Brittannië No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron - te Australië No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron - te Australië

In chronologische volgorde vertrokken op de volgende data militairen vanaf de vliegschool:

1942 25 november 1942: zes MLD vliegers overgeplaatst naar Engeland die de kern gingen vormen van het 860 Squadron van de MLD. Dit squadron vloog met de Fairey Swordfish vanaf drie onder Nederlandse vlag varende omgebouwde koopvaardijschepen.

1943 31 januari 1943: twintig jachtvliegers onder leiding van de officier-vlieger 1e klasse Bakker vertrokken per schip naar Engeland. Deze groep bestond uit acht MLD vliegers en twaalf KNIL vliegers, die alle bestemd waren voor dienst bij de Fleet Air Arm van de Royal Navy. 15 maart 1943: zes MLD vliegers onder leiding van luitenant ter zee 1e klasse Fritz vertrokken per schip naar Engeland om daar geplaatst te worden bij het 860 Squadron van de MLD. Die dag vertrokken ook twaalf vliegers van het KNIL onder leiding van Speetjens naar Engeland voor dienst bij de RAF. 2 april 1943: zes vliegers en twee waarnemers naar het No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron vertrokken per US Ferry Command in Australië. Tevens vier vliegtuigmakers-mitrailleurschutters en zes telegrafisten naar het 321 Dutch Squadron RAF te Colombo, mei 1943: vier man naar Bachelor, Australië. 16 juni 1943: twaalf jachtvliegers vertrokken naar Groot-Brittannië om dienst te nemen bij de Royal Navy (Fleet Air Arm). 2 juli 1943: De groep Risseeuw bestaande uit vier vliegers, twee waarnemers, twee telegrafisten, twee schutters, en een monteur vertrokken per schip naar het No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron te Australië. 28 juli & 1 augustus 1943: De groep Wittert. Deze groep was het eerste grote B-25-contingent dat van Amerika naar Australië vloog. 9 augustus 1943: De groep Berlijn vertrok per schip naar Australië. 29 augustus 1943: Zes MLD vliegers vertrokken naar het 860 Dutch Squadron en het 741 Squadron Fleet Air Arm voor operationele training (OT) op de Swordfish. 6 & 7 september 1943: Vier officieren van de MLD vertrokken naar Groot-Brittannië. 1 oktober 1943: De groepen Maurenbrecher, Hofstra en Staal vertrokken naar Australië. Tot hen behoorden jachtvliegers bestemd voor de oprichting van het nieuwe No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron): Maurenbrecher werd de eerste commandant van het No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron. 18 & 19 november 1943: De groepen Meeuwenoord en Lagerwerff vertrokken per schip naar Australië. 14 december 1943: De groep Rottier vertrokken per schip naar Australië. 28 december 1943: De groep Knoop (Knoop zou later Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten worden). 28 december 1943: De groep Asjes bestaande uit 34 vliegers, 17 waarnemers, 17 telegrafisten, 16 luchtschutters en een onderofficier technische dienst via Camp Beale naar Australië met een Douglas C-47 en zestien B-25 Mitchell bommenwerpers t.b.v. het No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron.

1944 8 februari 1944: De groep Wolff vertrok met eigen vliegtuigen via Camp Beale in Californië naar Australië (ook Wolff zou later Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten worden). De groep was in zijn geheel bestemd voor het NEI Pool Squadron te Canberra in Australië: bij de overtocht tussen Camp Beale en Hawaï verongelukte de B-25 Mitchell N5-191, met diverse slachtoffers. 8 & 15 februari 1944: Vertrek van alle resterende Nederlanders uit Jackson in verband met de opheffing van de vliegschool.

Met het vertrek van de laatste groep Nederlands personeel op 15 februari 1944 naar Australië was de school gesloten.

Instructeurs & kader Dirk Lucas Asjes, nauw betrokken bij de oprichting van de vliegschool. Faam Janssens (KLu) - KV Jan Lukkien Hans Anton Maurenbrecher Bodo Sandberg (KLu) -VK - KV René Wittert van Hoogland, hoofdinstructeur op de vliegschool. Bertie Wolff, instructeur Adriaan Josef van der Heiden

Vliegers Onderscheiden vliegers die hier opgeleid zijn, waren onder meer: Willem Bartelings, oorlogsvlieger bij No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron Folef d'Aulnis de Bourouill (MLD) - VK Hans Knoop, oorlogsvlieger bij No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron Kees Kooy (ML-KNIL) Frits Jan Willem den Ouden (ML-KNIL) - MWO - VK Bastiaan Sjerp (MLD) - VK (2×)

Begraafplaats thumb|Jaarlijkse herdenking bij de Erebegraafplaats voor gesneuvelde Nederlandse Luchtmacht piloten in Jackson, MS, USA thumb|Nederlands Ereveld op het Cedar Lawn Cemetery, Jackson, MS Op de begraafplaats Cedar Lawn, gelegen aan de West Capitol Street in Jackson (Mississippi) is een ereveld, met een monument. Hier liggen enkele tientallen Nederlandse vliegeniers begraven.

Nationaal Militair Museum In de zomer van 1942 reikte koningin Wilhelmina op Jackson Army Airfield de Militaire Willemsorde 4de klasse uit aan de Militaire Luchtvaart van het KNIL. De onderscheiding is gehecht aan het vaandel en is nu te vinden in de collectie van het Nationaal Militair Museum te Soesterberg.

Een toestel dat bij de vliegschool in Jackson in gebruik is geweest, een Lockheed L-12A, bevindt zich eveneens in de collectie van dit museum.

Zie ook Lijst van personen onderscheiden met het Vliegerkruis Lijst van Engelandvaarders Begraafplaats Cedar Lawn

Externe links "The Story of Bodo Sandberg", ©2010 [Archief] Diverse herinneringen op www.usmilitariaforum.com, 2012

Categorie:Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten Categorie:Nederlandse luchtmacht Categorie:Militaire geschiedenis van Nederlands-Indië