Willem IX (22 oktober 1071 - Chizé, 10 februari 1126)Robert A. Taylor, An assessment on what we know and we don't know about the first troubadour, bijgenaamd de Troubadour of de Jonge, was een zoon van graaf Willem VIII van Poitiers en Hildegarde van Bourgondië. Willem wordt beschouwd als een van de belangrijke voorbeelden van dichters en zangers uit de riddercultuur van de latere middeleeuwen.
Leven en politiek Jeugd en scholing Willem werd, geheel volgens de familietraditie, voor een uitstekende opleiding naar een van de onderwijsinstellingen van Poitiers gestuurd, waarschijnlijk de school die aan de domkerk was verbonden. Het onderwijs werd er in het Latijn gegeven en het lesprogramma was nog hoofdzakelijk afkomstig van Alcuinus. Er waren nog sporen van het onderwijs uit het late Romeinse keizerrijk, dat veel aandacht aan welsprekendheid besteedde. De kunst van het fraai en boeiend spreken had zich gaandeweg meer gericht op het schrijven en er werden van de leerlingen letterkundige prestaties verwacht. Er was ook onderwijs in de muziek (gregoriaans). Theorie diende in praktijk te worden gebracht en studenten moesten hun muzikale en poëtische vaardigheden ook tijdens interscolaire wedstrijden tonen. Een jury beloonde de winnaar met een prijs. De beoefening van de dichtkunst stond gedurende een groot deel van de middeleeuwen in hoog aanzien en gold (vooral onder de geestelijkheid) als een geliefde bezigheid en aangenaam tijdverdrijf. Omstreeks 1100 was het dichten in het Latijn een ware rage geworden om de roem en eer die een dichter ten deel kon vallen. Willem verbaasde zijn docenten en medeleerlingen al door het gemak waarmee hij teksten vervaardigde en op muziek kon zetten. Hij zou later niet in het Latijn maar in het occitaans dichten en zingen om zich verstaanbaar te maken voor publiek dat niet met het Latijn bekend was.
Het hof van zijn vader werd diep gerespecteerd in West-Europa om de verfijnde omgangsvormen die er golden en menig jonge edelman werd naar het hof in Poitiers gestuurd om er 'ridderlijk' gedrag te leren. Er bestonden veel voorschriften over goed gedrag met name over tafelmanieren. Hiernaast werd de jonge Willem ingewijd in alle facetten van de oorlogvoering.
Huwelijk Willem volgde in 1086 zijn vader op als graaf van Poitiers en hertog van Aquitanië. In 1088 trouwde hij Ermengarde van Anjou (ovl. 1146), dochter van Fulco IV van Anjou. Zij was mooi en goed opgeleid maar had sterk wisselende stemmingen, en had de gewoonte om in een slechte bui onverwacht afzondering te zoeken in een klooster. In 1091 besloot Willem om Ermengarde te verstoten, zij hadden geen kinderen. In 1094 trouwde Willem met de 25-jarige Filippa (ca. 1073 - Fontevraud, 28 november 1117), erfdochter van graaf Willem IV van Toulouse en weduwe van koning Sancho Ramirez van Aragon (ca. 1042-1094). Na de dood van Willem IV in 1094, had haar oom Raymond IV van Toulouse de macht overgenomen in het graafschap Toulouse en Philippa was op zoek geweest naar een echtgenoot, die haar het graafschap Toulouse kon terugbezorgen.
Inname van Toulouse In de herfst van 1095 mobiliseerde paus Urbanus II in Clermont-Ferrand in tegenwoordigheid van 14 aartsbisschoppen, 225 bisschoppen en 400 abten christenen voor een strafexpeditie tegen de islamitische Seldsjoeken in Palestina.Pikkemaat, G., Willem de Troubadour, p.79 Philippa's oom graaf Raymond van Toulouse begeerde de eervolle functie van opperbevelhebber van de Eerste Kruistocht nu de Franse koning Filips I (1052-1108) vanwege zijn excommunicatie daarvoor niet in aanmerking kwam.
Filips I was vooral (en voor de tweede maal) 'in de ban gedaan', omdat hij Bertrada van Montfort, de vierde echtgenote van Fulco van Anjou, Ermengarde's vader, had verkozen boven zijn wettelijke echtgenote Bertha van Holland dochter van de Hollandse graaf Floris I. Filips I vond zijn echtgenote Bertha 'veel te vet' en wilde graag nog een zoon om zijn koninkrijk veilig te stellen, omdat zijn eerste zoon Lodewijk VI 'de Dikke' ziekelijk was. Waarschijnlijk speelde voor hem daarom Bertha's leeftijd, die hem al vijf kinderen had gegeven, ook een rol.
Willem IX jaagde een concilie van kardinalen en bisschoppen uiteen, dat bijeengekomen was om de Franse koning Filips I voor de tweede maal in de ban te doen.
Willem IX, machtige vazal van koning Filips, liep ook niet warm voor de Eerste Kruistocht. De paus bezocht Willem in 1095 maar die weigerde om deel te nemen aan de Eerste Kruistocht. Nu Philippa's oom Raymond van Toulouse op kruistocht ging, kon hij in de lente van 1098 het begeerde graafschap van zijn zuidoostelijke buurman voor zijn vrouw in bezit nemen. Aangezien de pauselijke curie in Rome deze daad van agressie tegen een vrome kruisvaarder als 'doodzonde' aanmerkte, stuurde Willem de bisschop van Poitiers naar de Eeuwige Stad om een excommunicatie te voorkomen. De aanspraken van Philippa op het graafschap Toulouse werden door de paus erkend en haar echtgenoot Willem mocht regeren over dit omstreden gebied. In 1099 werd hun zoon geboren, de toekomstige hertog Willem X van Aquitanië.
Kruistocht van 1101 Vermoedelijk als verzoenend gebaar naar de kerk besloot Willem wel deel te nemen aan de Kruisvaart van 1101. Hij had eerder een concilie uiteengejaagd dat was bijeengekomen om de Franse koning te straffen voor diens overspelige gedrag en hij vreesde mogelijk dat hij ook bestraft zou kunnen worden. Hij was zelf immers op het gebied van overspel geen onbeschreven blad. Ook kunnen de wonderlijke verhalen over het Nabije Oosten hem hebben geïntrigeerd. Een kruistocht leek een spannend avontuur.
Om deze onderneming te financieren verpandde hij het graafschap Toulouse aan Bertrand van Toulouse, de zoon van Raymond. Raymond keerde niet meer terug van de Eerste Kruistocht, maar liet zijn zoon Bertrand in 1109 wel Tripolis na. Bertrand mocht zich vanaf dat jaar graaf van Tripolis noemen. Door dit marchanderen met Philippa's erfgoed beledigde en bedroog hij haar, maar daar hechtte hij geen waarde aan. Hij haalde haar terug uit Toulouse en installeerde haar in Poitiers.
Willems kruistocht verliep rampzalig en hij bereikte met slechts zes volgelingen het Heilige Land. Hertog Welf IV van Beieren voerde tezelfdertijd een leger Zuid-Duitse kruisvaarders aan. Willem liet zich tijdens zijn tocht naar het Heilige Land vergezellen door een 'scheepslading lichtekooien'. Op een bloedhete septemberdag in 1101 wilden de slecht gedisciplineerde en door honger en dorst geplaagde soldaten zich verfrissen in een rivier. Vanaf een heuvel bij de stad Heraklea moest Willem toezien hoe vijandige bereden boogschutters zijn manschappen afslachtten. De aanwezige vrouwen, waaronder markgravin Ida van Oostenrijk 'de mooiste vrouw van West-Europa', belandden in slavernij of stierven een ellendige dood. Willem ontkwam zelf ternauwernood aan het bloedbad. In Antiochië waar hij ontvangen werd door de regent Tancred van Sicilië vond hij veiligheid en 'oosterse verfijning in luxe en genot'. Na achttien maanden keerde Willem terug naar zijn vaderland. Op zijn schild droeg hij niet de traditionele afbeelding van 'de Moeder Gods' of een andere beschermheilige, maar van de vrouw, die op dat moment bij hem het meest in de smaak viel. Het mislukken van de kruistocht werd onder meer door de monnik Godfried van Vigeois aan Willems 'hemeltergende' gedrag geweten.
Teruggekomen had hij conflicten met Fulco V van Anjou, de halfbroer van zijn eerste echtgenote Ermengarde van Anjou. Het was ook na zijn terugkeer dat de hertog begon met liederen te componeren over zijn lotgevallen tijdens zijn Kruistocht.Ordericus Vitalis, Historia Ecclesiastica X 20 (= ed. , IV, 1852, p. 132.). Bertrand van Toulouse overleed in 1112 en dit gaf Willem de gelegenheid om in 1113 het graafschap Toulouse opnieuw te bezetten.
Excommunicatie In 1114 kreeg Willem een conflict met de kerk over belastingen. Willem werd geëxcommuniceerd. Hij probeerde de bisschop van Poitiers deze excommunicatie te laten annuleren maar die weigerde, zelfs toen Willem hem persoonlijk met zijn zwaard bedreigde. Willem durfde zijn dreigement niet uit te voeren en gaf toe, met de volgende uitspraak "U bent mij niet zo dierbaar dat ik u nu al naar het paradijs wil zenden".Willem van Malmesbury, Gesta regum Anglorum V 439 (p. 671).
Amalberga Een jaar later werd Willem opnieuw geëxcommuniceerd omdat hij Amalberga 'La Dangereuse' (de gevaarlijke), de vrouw van zijn vazal Amalrik van Châtellerault, ontvoerde en als minnares nam. Ze kwam te wonen in de comfortabele vertrekken van de pas gebouwde Maubergeontoren van zijn paleiscomplex in Poitiers. De hertogelijke bijzit werd door het volk op den duur als 'Maubergonne' aangeduid. Willem liet haar op de binnenkant van zijn schild afbeelden. Als afgezant van de paus, vermaande de bisschop van Poitiers Willem hierom maar Willem antwoordde de geestelijke: "Er zullen krullen op je tonsuur groeien voordat ik de burggravin zal verlaten!" Toen de bisschop hem daadwerkelijk wilde excommuniceren greep Willem hem met getrokken zwaard bij de keel en dreigde hem te doden als hij hem niet zijn zonden vergaf. De bisschop deed alsof hij daarmee akkoord ging, maar toen hij was losgelaten ging hij door met het uitspreken van de excommunicatie. Daarna zei hij: "Sla nu maar toe". Daarop stak Willem zijn zwaard weer in de schede en zei dat hij de bisschop nú nog niet het paradijselijk geluk gunde. De bisschop werd gevangengezet en naar de bisschoppelijke burcht van Chauvigny verbannen, waar hij in 1115 stierf.
Philippa voelde zich zo vernederd door Willems verhouding met Amalberga dat zij hem verliet en haar intrek nam in de abdij van Fontevraud, waar Ermengarde ook al verbleef. Ze stierf er in de herfst van 1118.
miniatuur|links|Zogenaamde “Vaas van Eleonora” in het Louvre (inventarisnummer MR 340). Na de dood van Philippa in 1118 verscheen Ermengarde aan het hof van Willem en eiste om na een scheiding van 27 jaar alsnog als hertogin te worden hersteld, maar Willem weigerde dat. Tijdens het concilie van Reims van 1119 bepleitte ze nogmaals bij paus Callixtus II haar zaak, maar zonder succes. In 1120 wist Willem te bereiken dat de excommunicatie werd opgeheven. Mede om Ermengarde te ontwijken trok Willem naar Spanje.
Spanje In ruil voor de opheffing van de excommunicatie trok hij naar Spanje om tegen de Moren te strijden. De kruistocht tegen de Saracenen ondernam hij in gezelschap van de militair bekwame koning Alfons I van Aragon. De Saracenen hadden al ruim vier eeuwen een groot deel van Spanje in hun bezit en leefden daar vreedzaam samen met zowel christenen als joden. Willem vocht mee in de slag bij Cutanda (1120) en bij de verovering van Calatayud. Hij kreeg in Spanje van een zekere Mitadolus (dit is zeer waarschijnlijk de heerser van de Taifa Zaragoza, Abd al-Malik Imad ad-Dawla), een vaas van bergkristal., Vaas van Eleonora onthult nieuwe geheimen, in Madoc 7 (1993), pp. 20-29 (in het bijzonder p. 23). Deze werd door zijn kleindochter Eleonora van Aquitanië aan haar eerste man, Lodewijk VII van Frankrijk, gegeven. De vaas is nu nog te zien in het Louvre.
Laatste jaren en overlijden In 1121 verzoende Willem zich met zijn zoon Willem, met wie hij een conflict had wegens de affaire met Amalberga. Op aandrang van zijn vriendin wilde Willem zijn zoon uithuwelijken aan haar dochter. Zijn zoon had zich jarenlang tegen dit huwelijk verzet, maar trouwde in 1121 Aenor de dochter van Amalberga en Amalrik om de verzoening te bezegelen. Willem verloor in 1122 definitief de macht over Toulouse.
Hij overleed in 1126 tijdens het beleg van het kasteel van Blaye.
Bestuur en cultuur