thumb|Omslag van de eerste druk van het vijfde deel, Fünf Schlösser (1889). De vijf banden van Wanderungen durch die Mark Brandenburg (Tochten in de Mark Brandenburg) zijn het meest omvangrijke werk van de Duitse schrijver Theodor Fontane (Neuruppin, 30 december 1819 - Berlijn, 20 september 1898). Hij beschrijft hierin kastelen, kloosters, plaatsen en landstreken van de mark Brandenburg met hun bewoners en geschiedenis. Het boek, dat tussen 1862 en 1889 verscheen, is een uiting van het toegenomen nationale zelfbewustzijn van Pruisen en van de Romantiek. De indrukken en geschiedkundige kennis die Fontane tijdens het werk aan de Wanderungen opdeed, vormden de basis voor zijn latere grote romans, zoals Effi Briest en Der Stechlin.

thumb|Fontane in 1860.

Rondgezworven "zoals mijn hart mij ingeeft" De Wanderungen durch die Mark Brandenburg zijn ook nu nog populair in Duitsland. Niet alleen folders, reisgidsen en streekbeschrijving uit Brandenburg citeren met graagte Fontane, maar ook de geschiedwetenschap heeft na lang twijfelen vrede gesloten met Fontanes werk. De blijvende fascinatie voor de Wanderungen berust op de mengeling van precieze beschrijving, cultuurhistorische achtergronden en de literaire uitdrukkingsvaardigheid van de verteller Fontane. De auteur, die geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het burgerlijk realisme, deed voor zijn schetsen uitvoerig onderzoek naar de geschiedenis van de Mark Brandenburg.

Fontane bereikt als geschiedschrijver zijn hoogtepunt met de laatste band, Fünf Schlösser, want, zo schrijft hij in het voorwoord, "waar ik mijn Wanderungen misschien als vertelsels of feuilletons mag betitelen, zijn deze "Fünf Schlösser" evenzovele historische detailstudies […]" Deze studies waren door Fontane niet als vervolg op de vier tot dan toe verschenen delen bedoeld, maar werden pas na zijn overlijden aan de Wanderungen toegevoegd. In tegenstelling tot het vijfde deel, wordt in de eerste vier "daadwerkelijk gewandeld, en hoe vaak ik ook de ransel mag afdoen of de wandelstok mag neerleggen om de geschiedenis van plaatsen en personen eerst te horen en vervolgens verder te vertellen, steeds ben ik onderweg, steeds in beweging en het liefste zonder vooraf vastgelegde route, zoals mijn hart mij ingeeft." Welke streken van de Mark Brandenburg Theodor Fontane voor zijn plezier bezocht, blijkt uit de titels van de afzonderlijke delen.

De vijf delen: Titellijst 1862 Die Grafschaft Ruppin (herdrukken tijdens het leven van Fontane: 1865, 1875, 1883, 1892, 1896) [Het graafschap Ruppin] 1863 Das Oderland (1868, 1880, 1889, 1892) [Het Oderland] 1873 Havelland (1880, 1889, 1892) [Havelland] 1882 Spreeland (1886, 1892) [Spreeland] 1889 Fünf Schlösser [Vijf kastelen]

Geschiedenis van de Wanderungen Willibald Alexis en Sir Walter Scott thumb|upright|Willibald Alexis door A. Neumann (1872). Reeds in de romans van Willibald Alexis namen het landschap van de Mark Brandenburg, cultuurhistorische exactheid en onderbouwing vanuit de bronnen een centrale plaats in. "Waar Alexis in de Duitse literatuurgeschiedenis geldt als de grondlegger van de historische roman in het tijdvak van het burgerlijk realisme, belichaamt Fontane haar hoogtepunt op dit gebied."Gerhard Fischer, Der "märkische Walter Scott". Zum 200. Geburtstag von Willibald Alexis, in: Edition Luisenstadt, 1998. Waar Alexis in de roman Die Hosen des Herrn von Bredow zijn personage Ruprecht de oorsprongslegende van het cisterciënzerklooster Lehnin in weliswaar fraaie bewoordingen, maar historisch correct laat vertellen, verlaat Fontane in de Wanderungen de romanvorm en vertelt dezelfde legende als een historisch verslag. Beide schrijvers stamden uit hugenootse families, beiden behoorden in politieke zin tot het burgerlijk-liberale kamp, beiden waren toneelrecensent bij de Vossische Zeitung en beiden vonden hun materiaal in de brandenburg-pruisische en Berlijnse geschiedenis. Ondanks deze vele overeenkomsten las Fontane het werk van de zogenoemde "märkische Walter Scott" pas aan het eind van de jaren 1860, nadat hij al begonnen was met de Wanderungen.

thumb|upright|Sir Walter Scott door Henry Raeburn (1822). Daarentegen had Fontane al in zijn jeugd historische romans als Ivanhoe gelezen van het grote voorbeeld van Alexis, de Schot Sir Walter Scott. In een brief vatte hij dit kort samen: "[…] hebben beiden mijn latere schrijfwerk beïnvloed, maar slechts in algemene zin, wat betreft de richting. Van invloed op afzonderlijke werken ben ik mij nooit bewust geweest."Gerhard Fischer, Der "märkische Walter Scott", in: Edition Luisenstadt, pag. 15. In een essay uit 1872 (eerste versie) over Willibald Alexis uitte Fontane kritiek op diens verheerlijking van het verleden in enkele passages over met name de burgerij van Berlijn en op zijn breedsprakigheid. Contact tussen de beide grote romanschrijvers uit de Mark is er niet geweest; Fontane heeft slechts als kind zijn "voorganger" Alexis ontmoet in de badplaats Heringsdorf aan de Oostzee op het eiland Usedom.

"Ga er heen en laat het zien" Het plan voor de Wanderungen ontstond, zo vertelt Fontane in het voorwoord van het eerste en het nawoord van het vierde deel, in augustus 1858 tijdens een roeitocht in Schotland. Bij de aanblik van een oud Schots kasteel op een eiland in Loch Leven dacht hij met weemoed terug aan Slot Rheinsberg en besefte hij dat de reis naar Rheinsberg in zijn eigen "geboortestreek" niet minder mooi was dan de reis naar Schotland. "Ja, dit alles heeft de Mark Brandenburg ook. Ga er heen en laat het zien". Het "uit liefde en aanhankelijkheid aan de geboortegrond geboren" besluit om de schatten van land en cultuur voortaan thuis in plaats van in het buitenland te zoeken, bracht hem ertoe om tussen 1859 en 1889 gedurende dertig jaar de Mark Brandenburg te doorkruisen.

thumb|De Nuthe. Landschappen, gebouwen, geschiedenis – met uitzondering van Potsdam en Berlijn is bijna alles in het gebied tussen Oder en Elbe op zijn best middelmatig. Bijna iedere Duitse deelstaat heeft meer te bieden: hogere bergen, indrukwekkender dalen, trotsere kastelen en bredere stromen, waar de "grote" geschiedenis geschreven werd en meer dan alleen nog een vaag spoor van het verleden te vinden is, zoals bij het riviertje de Nuthe het geval is, de grens tussen Slaven en Duitsers ten tijde van het ontstaan van de Mark Brandenburg. Fontane dreef dan ook de spot met de Nuthe en haar nog kleinere zuster de Nieplitz, omdat in vergelijking met hen de Havel de indruk wekte dat men aan de oevers van de grote Wolga stond. In geen geval wilde hij "met geweld een bescheiden dienstmaagd" oppoetsen tot "een sindsdien miskende koningin". "De Zwitserlanden worden steeds kleiner", zo becommentarieerde hij de zucht tot overdrijving die ertoe zou leiden dat de Mark met de Ruppiner Schweiz en de Märkische Schweiz "spoedig evenveel Zwitserlanden [zal bezitten] als het oude, enigszins misbruikte origineel kantons heeft".

Fontane is er echter wel in geslaagd om zich met zijn fijngevoeligheid voor de geschiedenis, de mensen en de natuur te verdiepen in de weinig spectaculaire, stille bekoorlijkheden van de Mark Brandenburg. Het oog en de ontvankelijkheid van de dichter voor de betovering der kleine dingen en de precieze beschrijvingen van de auteur maken in de Wanderungen van het onbeduidende riviertje de Nuthe een spannend stuk historie en uit vlakke zandstreken interessante landschappen vol afwisseling.

"Ik ben door de Mark getrokken en heb in haar meer schatten aangetroffen dan ik durfde te hopen. Iedere voetbreed land was bezield en vol persoonlijkheden […] waar het oog maar op viel, alles was rijkelijk gestempeld door het verleden." De bronnen voor deze gevonden "schatten" waren voor Fontane zowel observaties en belevenissen als de gesprekken die hij tijdens zijn omzwervingen voerde met leden van alle lagen van de maatschappij. Daarnaast verdiepte hij zich in brieven, memoires, monografieën, sagen, legenden en romans en deed hij grondig historisch onderzoek. Hij bestudeerde familiearchieven en hij reisde verschillende malen naar het dorp Gröben om het oudste parochieregister van de Mark te raadplegen. Doorgaans heeft hij zijn bronnen opgenomen in de annotatie.

Met een boog om Berlijn en Potsdam heen Ondanks zijn historisch realisme en bronnenonderzoek werkte Fontane vaak weinig systematisch en liet hij zich vooral leiden door wat hem persoonlijk boeide ("het liefste zonder vooraf bepaalde route, zoals mijn hart mij ingeeft"). Bekeken in samenhang met deze werkwijze wordt duidelijk waarom Fontane met zijn voorliefde voor de "kleine dingen" het "grote" Berlijn en het "grote" Potsdam vermeed. In beide grote steden was het lastig om "rond te trekken", terwijl bovendien het bronnenonderzoek dat hij hier had moeten verrichten haast oeverloos was. De beschreven dorpen, stadjes, kloosters, adellijke families, riddergeslachten en landstreken waren overzichtelijk en het onderzoek van de historische bronnen steeds beperkt, zodat het binnen een bepaalde tijd afgesloten kon worden. Door deze keuze kon hij steeds volgens zijn eigen wensen een tocht combineren met bronnenonderzoek en schrijfwerk. Zelfs zonder uitvoerige verhandelingen over Berlijn en Potsdam, die hij slechts kort met enkele toen nog zelfstandige dorpen beschrijft, had Fontane een zodanige overvloed aan bronnen en vakliteratuur, aan briefjes en notities verzameld, dat hij aanvankelijk van plan was om 20 delen van de Wanderungen uit te brengen.

De vijf delen Voorpublicaties en edities thumb|De Grote Stechlin in het graafschap Ruppin. Zijn eerste tocht in de Mark Brandenburg maakte Fontane van 18 tot 23 juli 1859 in het gebied rond Neuruppin. In september van dat jaar verscheen het eerste artikel "In den Spreewald" en al de volgende maand begon in de Neue Preußische Zeitung (beter bekend als de Kreuzzeitung) een zesdelige artikelenserie getiteld Märkische Bilder. In het Morgenblatt für gebildete Leser verschenen van 1860 tot en met 1864 vervolgschetsen onder de titel Bilder und Geschichten aus der Mark Brandenburg. In oktober 1860 besloot Fontane om de tot dan toe verschenen artikelen te bundelen. In november 1861, maar gedateerd 1862, verscheen Die Grafschaft Ruppin als eerste deel van de Wanderungen.

Ook de delen Havelland, dat in de eerste druk nog Osthavelland werd genoemd, en Spreeland verschenen niet zoals op het titelblad aangegeven in 1873 en in 1882, maar reeds aan het eind van het voorgaande jaar. De latere gezamenlijke uitgave van de eerste vier delen uit 1892 met de definitieve versie van de tekst werd op het titelblad aangekondigd als Wohlfeile Ausgabe (Goedkope editie). Voor deze "volksuitgave" had Fontane zowel passages geschrapt als toegevoegd. De geschrapte hoofdstukken worden tegenwoordig deels als bijlage toegevoegd aan de verzamelde edities. Teksten die Fontane niet in zijn boeken heeft verwerkt, zijn – net als concepten, plannen en versies uit de nalatenschap – opgenomen in de achtdelige uitgave van de Wanderungen die onderdeel is van de Große Brandenburger Ausgabe van Fontane. De titels van de drie toegevoegde delen zijn: Dörfer und Flecken im Lande Ruppin (Dorpen en vlekken in het Land Ruppin) Das Ländchen Friesack und die Bredows (Het Land Friesack en het geslacht Von Bredow) Personenregister, Geografisches Register (Personenregister, geografisch register)

Korte beschrijving van de inhoud Naast zijn beschrijving van zowel landstreken en plaatsen als geschiedenis, legenden en sagen wijdt Fontane uitvoerige passages aan de landadel van de Mark, belangrijke families en riddergeslachten. In veel stukken is de "geschiedenis" gelijk aan "familiegeschiedenis". Daarom worden in het volgende overzicht aan het eind van de delen steeds de belangrijkste besproken geslachten vermeld.

Die Grafschaft Ruppin, 1862 thumb|Neuruppin, Siechengasse met de Siechenhauskapel en de kloosterkerk Sankt-Trinitatis.