Het Schots voetbalelftal is een team van voetballers dat Schotland vertegenwoordigt in internationale wedstrijden.

In totaal deed Schotland negen keer mee aan het WK voetbal en vier keer aan het EK voetbal. Geen enkele keer werd de volgende ronde gehaald.

Geschiedenis Beginjaren In 1872 vond de eerste voetbalinterland ooit plaats, Schotland en Engeland speelden tegen elkaar doelpuntloos gelijk. Schotland verloor twee van de eerste 43 interlands, de twee nederlagen waren allebei tegen Engeland. In 1903 verloor het zijn eerste interland tegen een ander team, er werd een 2-0 nederlaag geleden tegen Ierland. Tussen 1874 en 1904 was Schotland volgens de Elo-wereldranglijst voetbal het sterkste voetballand van de wereld. In het seizoen 1883/1884 vond de eerste interland-competitie plaats, het British Home Championship met als tegenstanders Engeland, Wales en in eerste instantie Ierland, later Noord-Ierland. Schotland won tot 1904 24 keer de titel, waarvan 17 keer een gedeelde plaats. De competitie duurde voort tot het seizoen 1983/1984, Schotland won de titel 41 keer, waarvan 17 keer een gedeelde plaats. De eerste interland buiten het Verenigd Koninkrijk was in 1929 tegen Noorwegen, er werd met 7-3 gewonnen. De FA-bond leefde in onmin met de FIFA over het toelaten van profspelers in internationale toernooien en daarom kon Schotland zich niet inschrijven voor de eerste drie WK's in de jaren dertig.

Eerste twee WK's zonder succes (1950–1958) WK 1950 Vanaf 1949 schreven de Britse landen zich in bij de FIFA en deden mee aan de kwalificatie voor het WK van 1950. De FIFA besloot een groep op te zetten met alle Britse ploegen bij elkaar, waarvan de eerste twee landen zich zouden plaatsen. De Schotse voetbalbond besloot alleen naar Brazilië te gaan als Schotland eerste werd. Schotland werd tweede na een 0-1 nederlaag tegen Engeland en de Schotse Bond bleef bij hun standpunt. In plaats van deel te nemen aan het WK maakte Schotland een tour door Noord-Amerika.

WK 1954 Voor het WK van 1954 waren de regels hetzelfde, een tweede plaats in een Britse groep zou genoeg zijn voor plaatsing. Een overwinning op Noord-Ierland, een gelijkspel tegen Wales en een nederlaag tegen Engeland was genoeg voor de tweede plaats en nu ging de ploeg wel naar het WK. Erg serieus nam Schotland het WK nog steeds niet, slechts 13 spelers gingen mee naar Zwitserland, terwijl 22 spelers waren toegestaan. De eerste wedstrijd tegen Oostenrijk werd met 1-0 verloren en enkele uren voor de beslissende wedstrijd tegen Uruguay nam manager Andy Beattie ontslag. Schotland leed tegen de regerende wereldkampioen zijn grootste nederlaag in zijn historie: 7-0.

WK 1958 Schotland begon de kwalificatie voor het WK van 1958 sterk met een 4-2 overwinning op Spanje (drie treffers van Jackie Mudie) en een 1-2 overwinning in Zwitserland. Aangezien Spanje en Zwitserland gelijk speelden in Madrid had Schotland een ruime voorsprong in de beslissende wedstrijden. Na een 4-1 nederlaag tegen Spanje stelde Schotland kwalificatie zeker dankzij een 3-2 zege op Zwitserland. De coach van Manchester United Matt Busby zou Schotland begeleiden tijdens het WK in Zweden, maar Busby was nog verzwakt van zijn verwondingen tijdens de vliegramp van München waar bijna de voltallige selectie van Manchester United overleed. Schotland begon het WK met een 1-1 gelijkspel tegen Joegoslavië, maar door nederlagen tegen Paraguay en Frankrijk was de ploeg in de eerste ronde uitgeschakeld.

Gemiste kansen op kwalificaties (1958–1972) thumb|Denis Law

WK 1962 Schotland schreef zich niet in voor de EK's van 1960 en 1964. Voor het WK van 1962 was het land in een felle strijd verwikkeld met Tsjecho-Slowakije, beide landen wonnen ruim van Ierland. Schotland verloor met 4-0 in Bratislava en in Glasgow leek de strijd beslist, toen de Tsjechen een 2-1 voorsprong namen. Twee treffers van de bij Manchester United spelende Denis Law zorgde voor een 3-2 zege en een beslissingswedstrijd in Brussel moest de beslissing brengen. Nu waren de rollen omgedraaid, de Schotten stonden vlak voor tijd met 1-2 voor door twee treffers van Ian St John. Namens de Tsjechen zorgde Adolf Scherer voor de gelijkmaker, waarna de Tsjechen in de verlengingen toesloegen: 4-2. Tsjecho-Slowakije zou op dat WK de finale halen.

WK 1966 Voor het WK in 1966 was er opnieuw een pittige tegenstander in de voorronde: Italië. Voor de beslissende wedstrijden tegen de tweevoudige wereldkampioenen werden er punten verspild tegen Polen (1-1 in Warschau, 1-2 in Glasgow). De Italianen wonnen hun thuiswedstrijd tegen Polen met 6-1 en hadden een voordeel van twee punten op de Schotten. In de thuiswedstrijd bleef de hoop levend dankzij een late treffer van John Greig, maar in Napels was Schotland kansloos: 3-0.

EK 1968 In 1967 maakte Celtic Glasgow veel furore door als eerste niet-Latijnse club de Europa Cup I te winnen. Bovendien was Denis Law uitgegroeid tot een van de dragende spelers van Manchester United, dat een jaar later de belangrijkste Europa Cup zou winnen. De UEFA haalde een oud idee van de FIFA uit de kast door alle Britse ploegen een voorronde te laten vormen. Schotland verspilde een punt tegen Wales, maar nam de leiding in de groep door de kersverse wereldkampioen Engeland met 2-3 te verslaan in het Wembley Stadium. Vier van de vijf treffers vielen in de laatste vijftien minuten. De voetballers van Schotland noemden zich na deze overwinning voor de grap "onofficieel wereldkampioen", omdat ze de eersten waren die van de kersverse wereldkampioen hadden gewonnen. Die verzonnen status raakten de Schotten weer kwijt toen ze hun volgende wedstrijd verloren van de Sovjet-Unie, vanaf dat moment de nieuwe "onofficiële wereldkampioen".De enige wedstrijd die telt voor een Schot: tegen Engeland, NOS, 10 juni 2017 Omdat Schotland met 1-0 verloor van Noord-Ierland en Engeland alle wedstrijden van Wales en Noord-Ierland won moest Schotland in Glasgow opnieuw van Engeland winnen om de kwartfinales te halen. Voor meer dan 134.000 toeschouwers (een record in het Europese voetbal) eindigde de wedstrijd in een 1-1 gelijkspel en Schotland was uitgeschakeld met één punt verschil.

WK 1970 thumb|Jimmy Johnstone als Celtic-speler in 1971, 23 interlands spelend voor Schotland Loting voor het WK van 1970 leverde opnieuw een pittige tegenstander op: West-Duitsland, ex-wereldkampioen en verliezend finalist in 1966. Celtic was nog een steeds een topteam in Europa, het haalde in 1970 opnieuw de finale van de Europa Cup I (2-1 verlies tegen Feyenoord). In Glasgow zorgde Bobby Murdoch voor een late gelijkmaker tegen de Duitsers, de voorlaatste wedstrijd in de groep, uit tegen de Duitsers in Hamburg was beslissend. Vlak voor tijd scoorde Reinhard Libuda de winnende treffer: 3-2 en de Duitsers konden de tickets naar Mexico bestellen.

EK 1972 Het kwalificatie-toernooi voor het EK van 1972 was geen succes, Schotland won al hun thuiswedstrijden met één goal verschil, maar presteerde ondermaats in de uitwedstrijden. Alle drie de wedstrijden gingen verloren, pijnlijk waren een 3-0 nederlaag tegen België en een 1-0 nederlaag tegen het in die jaren kleine voetballand Denemarken.

Vijf WK's op een rij (1972–1990) WK 1974 Net als in 1962 was Tsjecho-Slowakije de voornaamste concurrent voor het WK in 1974. Schotland won tweemaal van Denemarken, terwijl de Tsjechen in Kopenhagen niet verder kwamen dan 1-1. Bij winst in de thuiswedstrijd zou Schotland zich plaatsen en de bij Leeds United spelende Joe Jordan zorgde voor de winnende treffer. Plaatsing voor het WK gaf extra cachet, omdat Engeland zich niet wist te plaatsen. Schotland begon het toernooi in West-Duitsland met een 2-0 zege op Zaïre. De wedstrijd tegen regerend wereldkampioen Brazilië eindigde in een doelpuntloos gelijkspel, mede doordat de Schotse aanvoerder Billy Bremner van dichtbij miste. Omdat Joegoslavië met 9-0 van Zaïre won moest Schotland winnen om de tweede ronde te halen. Schotland kwam niet verder dan een 1-1 gelijkspel en omdat Brazilië met 3-0 van Zaïre won was Schotland uitgeschakeld door een slechter doelsaldo. Achteraf was Schotland het enige land van de zestien deelnemende teams dat geen wedstrijd verloor. Denis Law nam afscheid van het Schotse team

WK 1978 thumb|Kenny Dalglish Opnieuw was Tsjecho-Slowakije tegenstander om het WK te halen, dit keer in 1978. Schotland verloor de eerste wedstrijd met 2-0 van de kersverse Europese kampioen, maar Tsjecho-Slowakije verslikte zich opnieuw tegen een mindere tegenstander; Wales versloeg de concurrent met 3-0. Na een 3-1 zege op de Tsjechen was de uitwedstrijd tegen Wales beslissend, de wedstrijd werd gespeeld in Liverpool vanwege massale belangstelling. Schotland won met 0-2 en was opnieuw het enige Britse team dat zich plaatste. De ploeg had een sterke generatie met spits Kenny Dalglish en middenvelder Graeme Souness van FC Liverpool als belangrijkste exponenten. Het zelfvertrouwen bij de Schotten was groot met niet hoog aangeschreven tegenstanders als Peru en Iran op het WK in Argentinië. Tegen Peru ging het mis: Deon Masson miste bij een 1-1 stand een strafschop, waarna Teófilo Cubillas de wedstrijd besliste met sterke twee individuele acties: 1-3. Tot overmaat van ramp werd Willy Johnstone geschorst vanwege gebruik van een verboden middel tegen hooikoorts. De wedstrijd tegen Iran eindigde in een 1-1 gelijkspel en Schotland moest met drie treffers verschil van WK-finalist Nederland winnen om de tweede ronde te halen. Dit resultaat lag binnen handbereik, nadat Archie Gemell met een slalom de Schotten op een 3-1 voorsprong bracht. Nederland wankelde, maar een afstandsschot van Johnny Rep zorgde ervoor, dat Schotland opnieuw op doelsaldo de tweede ronde niet haalde.

WK 1982 thumb|Graeme Sounness Schotland plaatste zich zonder veel problemen voor het WK in 1982 in Spanje. Samen met Noord-Ierland eindigde het boven Portugal en Zweden, pas op de laatste speeldag werd er een nederlaag geleden. In Malaga werd met 5-2 gewonnen van Nieuw-Zeeland, tegen Brazilië nam Schotland een 0-1 voorsprong, maar het team rond sterren als Zico, Sócrates en Falcao overspeelde daarna de Schotten: 4-1. Schotland moest nu winnen van de Sovjet-Unie, maar in een wisselende wedstrijd werd met 2-2 gelijk gespeeld. Schotland kwam in de eerste helft met 1-0 voor, maar in de tweede helft trok de Sovjet-Unie de achterstand recht met een 2-1 voorsprong. Vlak voor tijd scoorde Souness de gelijkmaker, maar Schotland was voor de derde achtereenvolgende keer uitgeschakeld op doelsaldo.

WK 1986 De start om het WK weer te halen was goed met een 3-1 zege op Spanje, maar nederlagen in de return en thuis tegen Wales zorgde voor spanning. Op de laatste speeldag stonden Schotland, Spanje en Wales gelijk in punten, Spanje zou winnen van IJsland, Schotland speelde de uitwedstrijd tegen Wales. Hughes zette Wales op voorsprong, maar in de 80e minuut scoorde Davie Cooper uit een strafschop de gelijkmaker. De spanning van de wedstrijd werd bondscoach Jock Stein te veel en hij stierf in de dug-out. Aberdeen FC-coach Alex Ferguson nam zijn positie over en hij leidde Schotland naar zijn vierde achtereenvolgende WK door in de play-offs Australië te verslaan. Schotland was op het WK in Mexico ingedeeld in een zware poule, samen met WK-finalist West-Duitsland, Zuid-Amerikaans kampioen Uruguay en het opkomende Denemarken. Na nederlagen tegen Denemarken (1-0) en West-Duitsland (2-1) moest Schotland winnen om als derde in de groep de achtste finales te halen. Al binnen een minuut werd de Uruguayaan José Batista uit het veld gestuurd na een brute ingreep op Gordon Strachan. Uruguay bleef hard spelen en Schotland kwam niet verder dan een doelpuntloos gelijkspel. Na het WK namen Graeme Sounness en Kenndy Dalglish afscheid van het team, Ferguson zou vertrekken naar Manchester United.

WK 1990 thumb|Gordon Strachan