! colspan="2" align="center" | Hoogte kindergeld |- | colspan="2" align="center" | Per maand per kind |- | 2026 | € 259 |- | 2025 | € 255 |- | 2024 | € 250 |} De kinderbijslag wordt in Duitsland Kindergeld genoemd. Het is voor een deel bedoeld om het bestaansminimum van kinderen te garanderen en voor een deel is het een beloning voor het vormen van een gezin, wat men in Duitsland "Familienförderung" noemt. De hoogte van het Kindergeld bedraagt anno 2025 per kind per maand € 255. Voor het jaar 2026 is een verhoging gepland naar € 259. Tot en met 2022 was de hoogte per kind per maand oplopend gestaffeld naarmate van het aantal kinderen. Naast het Kindergeld kunnen gezinnen met een laag inkomen een aanvullende Kinderzuschlag (kindertoeslag) aanvragen van maximaal € 297,- per kind per maand (anno 2025).

De Familienkasse heeft in het jaar 2021 in totaal 48,89 miljard euro aan Kindergeld (incl. Kinderzuschlag en eenmalige Kinderbonus) uitgekeerd. Van dit bedrag ging 10,51 miljard (21,50%) naar buitenlandse staatsburgers. In december 2021 is voor 16.689.757 kinderen Kindergeld uitgekeerd, aan 9.954.085 rechthebbende (ouders). Van deze kinderen was 98,03% woonachtig in Duitsland, 1,93% was woonachtig in overige landen van de EU/EER en 0,04% in overige staten.

In 2021 werd in totaal 81,92 miljoen euro aan Kindergeld (incl. Kinderzuschlag en eenmalige Kinderbonus) uitgekeerd aan Nederlandse staatsburgers. In december 2021 is voor 28.379 Nederlandse kinderen Kindergeld uitgekeerd, aan 15.206 rechthebbende met de Nederlandse nationaliteit (ouders). Van deze Nederlandse kinderen was 81,75% woonachtig in Duitsland en 18,25% in het buitenland (hoofdzakelijk Nederland). Van de rechthebbende met de Nederlandse nationaliteit was 83,05% woonachtig in Duitsland en 16,95% in het buitenland (hoofdzakelijk Nederland).

Rechtsgrondslag De rechtsgrondslag voor de kinderbijslag is voor de mensen die volledig onder de inkomstenbelasting vallen (EStG). Voor mensen die beperkt belastingplichtig zijn is dat conform §§ 62 ff. EStG, de Bundeskindergeldgesetz (BKGG).

Hoogte De kinderbijslag bedraagt in Duitsland volgens § 66 Abs. 1 EStG resp. § 6 Abs. 1 Bundeskindergeldgesetz vanaf 2021 voor het eerste en tweede kind 219 euro per maand, voor het derde kind 225 euro en voor het vierde en volgende kind 250 euro per maand. Dat is dus aanmerkelijk hoger dan de kinderbijslag in Nederland.

Kinderbijslag kan alleen bij de betreffende "Familienkasse" aangevraagd worden, een soort belastingkantoor.

Bewijs Het bewijs dat het kind bestaat, kan door een Lebensbescheinigung of een geboorteakte geleverd worden. Het bewijs moet binnen zes maanden na de geboorte van het kind worden getoond en hierin moet de woonplaats van de ouders staan.

Rechthebbende In principe zijn ouders of grootouders diegenen die recht hebben op de kinderbijslag. Het kind zelf heeft geen recht op kinderbijslag. Als het kind bij grootouders of pleegouders woont, hebben zij recht op kinderbijslag. Uitsluitend Duitse staatsburgers, burgers uit de EU-landen (of Noorwegen, IJsland of Zwitserland) hebben in Duitsland recht op kinderbijslag. In Duitsland wonende buitenlanders die geen paspoort hebben van een land van de Europese Unie kunnen ook kinderbijslag krijgen als zij een verblijfsvergunning hebben. Verder is een woonplaats in Duitsland een eis, wat in Duitsland “gewöhnlicher Aufenthalt” genoemd wordt.

Personen die in het buitenland wonen, maar in Duitsland onbeperkt belastingplichtig zijn of als belastingplichtige behandeld worden, ontvangen eveneens kinderbijslag. Dit noemt met in Duitsland Unbeschränkt einkommensteuerpflichtig. Voor grensarbeiders geldt in principe dat zij recht hebben op kinderbijslag van het land waar zij werken. Een uitzondering daarop vormt Zwitserland: zodra een verzekeringsplichtige ouder in Duitsland leeft, heeft deze recht op Duitse kinderbijslag.

Wie in het buitenland woont en in Duitsland niet onbeperkt belastingplichtig is, kan kinderbijslag ontvangen als ‘sociale uitkering’ volgens de Duitse federale wet op de kinderbijslag (Bundeskindergeldgesetz), als de ouder verplicht verzekerd is bij de Bundesagentur für Arbeit (oftewel sociaal verzekerd is in Duitsland) of als ontwikkelingshelper of missionaris werkzaam is of als ambtenaar bij een organisatie buiten Duitsland aan hem toegewezen taak uitvoert of als echtgeno(o)ote of levenspartner van een NAVO-soldaat in Duitsland woont en de nationaliteit van een EU-/EER-lidstaat heeft of in Duitsland werkzaam is of als zelfstandige werkzaam is, of een uitkering volgens de Duitse wettelijke bepalingen ontvangt en in een lidstaat van de Europese Unie of de Economische Ruimte respectievelijk Zwitserland woont.

Wonen in Nederland, werken in Duitsland Als beide ouders in Nederland wonen en in Duitsland onbeperkt belastingplichtig en/of sociaal verzekerd zijn, hebben zij recht op het volledige Duitse Kindergeld.

Indien een van beide ouders in Nederland belastingplichtig en/of sociaal verzekerd is, dan hebben de ouders in eerste instantie recht op Nederlandse kinderbijslag (en evt. Nederlands kindgebonden budget). Dit wordt dan aangevuld door de Familienkasse met het Duitse Kindergeld (tot de hoogte van het Duitse Kindergeld).Wonen in Nederland, werken in Duitsland: Kindergeld – kinderbijslag – Kindgebonden Budget, Grenzinfo

Wonen in Duitsland, werken in Nederland Als beide ouders in Duitsland wonen en in Nederland belastingplichtig en/of sociaal verzekerd zijn, hebben zij recht op de Nederlandse kinderbijslag en kindgebonden budget met aanvulling van het Duitse Kindergeld (tot de hoogte van het Duitse Kindergeld).

Een ouder is werkzaam in Nederland en de andere ouder werkt in Duitsland Indien en van beide ouders in Duitsland belastingplichtig en/of sociaal verzekerd is en de andere ouder in Nederland belastingplichtig en/of sociaal verzekerd is, dan hebben de ouders recht op volledig Duits Kindergeld. De ouders ontvangen geen Nederlandse kinderbijslag en kindgebonden budget.

In de regel hebben beide ouders aanspraak op kinderbijslag/kindergeld. De ene ouder in Duitsland en de andere ouder in Nederland. Er is sprake van samenloop (cumulatie). Wanneer beide ouders werken dan geldt dat Duitsland alwaar het gezin woont en een van de ouders werkt, bij voorrang het Duitse Kindergeld moet uitbetalen. Indien de Nederlandse kinderbijslag + kindgebonden budget hoger is dan het Duitse Kindergeld dan zal Nederland het bedrag aan Nederlandse kinderbijslag en kindgebonden budget verminderen ('opschorten') met het bedrag dat het gezin aan Duits Kindergeld ontvangt. Omdat de Nederlandse kinderbijslag + het kindgebonden budget lager is dan het Duitse kindergeld, hoeft Nederland geen aanvullende kinderbijslag + kindgebonden budget te betalen.

Een ouder is werkzaam in Nederland en de andere ouder werkt niet Wanneer een van beide ouders in Nederland belastingplichtig en/of sociaal verzekerd is en de andere ouder werkt niet en/of is niet verzekerd (zgn. alleenverdienerssituatie), dan hebben de ouders recht op Nederlandse kinderbijslag en kindgebonden budget aangevuld met het Duitse Kindergeld (tot de hoogte van het Duitse Kindergeld).

Hier is de verordening 883/2004 van toepassing. De hoofdregel van deze verordening is dat de in Nederland werkende grensarbeider sociaal verzekerd is in Nederland (werklandbeginsel). Dit geldt ook voor de Nederlandse kinderbijslag. Er bestaat recht op Nederlandse kinderbijslag en kindgebonden budget 'op grond van werken in Nederland'. Gelijktijdig heeft de niet-werkende ouder in Duitsland 'op grond van woonplaats' aanspraak op Duits Kindergeld. In dit geval bestaat er recht op dubbele kinderbijslag. Er is sprake van samenloop. Dit rechtsconflict wordt opgelost door de kinderbijslag op grond van de wetgeving van het werkland (in casu Nederland) met voorrang uit te betalen. Indien het Duitse kindergeld hoger is, dan de Nederlandse kinderbijslag + kindgebonden budget dan zal Duitsland het Duitse Kindergeld verminderen ('opschorten') met het bedrag dat de grensarbeider aan Nederlandse kinderbijslag + kindgebonden budget ontvangt.

Beide ouders werken in Nederland en studerende kinderen ouder dan 18 jaar Wanneer beide ouders in Nederland belastingplichtig en/of sociaal verzekerd zijn en studerende kinderen ouder dan 18 jaar hebben, dan hebben de ouders recht op Duits Kindergeld en de student recht op Nederlandse studiefinanciering.Of de student recht heeft op Nederlandse studiefinanciering hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden: Leeftijd Voor het voortgezet onderwijs of mbo moet de student 18 jaar zijn. Voor het mbo kan de student al wel voor zijn 18e een studentenreisproduct aanvragen. Voor hbo en universiteit geldt geen minimumleeftijd. De student moet jonger zijn dan 30 als de studiefinanciering of tegemoetkoming ingaat. Behalve als de student voortgezet speciaal onderwijs (vso) doet. Dan moet de student jonger zijn dan 20. Opleiding De student doet een van de volgende opleidingen: voortgezet onderwijs: vmbo, havo, vwo, mavo, lwoo, praktijkonderwijs, vso of vavo mbo: beroepsopleidende leerweg (bol) hbo of universiteit: bachelor, master of associate degree De student staat voltijds of duaal ingeschreven. Voor deeltijd of bbl krijgt de student geen studiefinanciering of tegemoetkoming scholieren. De opleiding duurt minimaal 1 jaar. De opleiding is erkend. Nationaliteit De student is Nederlander of heeft een verblijfsvergunning type II, III, IV of V. Studenten uit EU/EER-landen of Zwitserland krijgen studiefinanciering als hij of zij aan 1 van de volgende voorwaarden voldoen: De student woont 5 jaar of langer aaneengesloten in Nederland. De student is naar Nederland gekomen om te werken. Dit moet voor minimaal 56 uur per maand zijn. De niet-Nederlandse ouder of partner van de student heeft de nationaliteit van een EU/EER-land of Zwitserland en werkt of heeft gewerkt in Nederland voor minimaal 56 uur per maand. Volledige opleiding in het buitenland Wanneer een student een opleiding gaat volgen in het buitenland hangt het recht op studiefinanciering af van het land, de opleiding en een paar andere aspecten. Voortgezet onderwijs in het buitenland Voor voortgezet onderwijs in het buitenland krijgt de student geen geld Mbo in het buitenland De student kan studiefinanciering krijgen voor een voltijdse mbo-opleiding in Duitsland, Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Zweden of Vlaanderen, of een Nederlandstalige opleiding in het gewest Brussel. Ook zijn er een paar unieke mbo-opleidingen in andere landen van de Europese Unie waarvoor studiefinanciering mogelijk is. Hbo of universiteit in het buitenland De student kan studiefinanciering krijgen voor hbo- of universitaire opleidingen over de hele wereld. Het Nuffic toetst voor DUO of de studie recht geeft op studiefinanciering. 2 extra voorwaarden hbo en universiteit Voor hbo en universiteit gelden 2 extra voorwaarden: De student krijgt geen studiefinanciering van een buitenlandse overheid (bijvoorbeeld Duitse Bäfog (studiefinanciering o.g.v. Bundesausbildungsförderungsgesetz)) Van de afgelopen 6 jaar heeft de student 3 jaar legaal in Nederland gewoond Op de laatste voorwaarden zijn de volgende uitzonderingen: Nederlander in EER-land of Zwitserland Wanneer de student de Nederlandse nationaliteit heeft maar woont in een ander EER-land (in casu Duitsland), dan heeft de student recht op studiefinanciering als de student een band met Nederland kan aantonen. De student moet elk geval de Nederlandse taal goed beheersen. Dat kan de student aantonen met bijvoorbeeld een NT2-diploma. Ook moet er voldoen worden aan 1 van de volgende voorwaarden: De student heeft minstens 6 jaar aaneengesloten basisonderwijs of voortgezet onderwijs in Nederland gevolgd. De student heeft 3 jaar lang minimaal 56 uur per maand in Nederland gewerkt. De ouder of partner van de student heeft 3 jaar lang minimaal 56 uur per maand in Nederland gewerkt.